Wim Daniëls

Wat zijn dit voor vragen?De keuzen van Wim Daniëls

Wim Daniëls: ‘Ik schrijf voor mijn moeder, ook al is ze al lang dood’

Wim Daniëls Beeld Frank Ruiter

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn ‘coronaroman’ Quarantaine : zeven dilemma’s voor schrijver, cabaretier en taaladviseur Wim Daniëls.

Ontwijkstress of huidhonger?

‘Ontwijkstress. Huidhonger doet me aan mensenmens denken, het was al een cliché toen het woord werd bedácht. En ik heb het ook niet, want ik heb een vrouw en wij raken elkaar aan. Ontwijkstress heb ik wel. Ik kwam gisteren een man tegen die ik nog van vroeger bleek te kennen, zijn ouders hadden een friettent bij ons in Aarle-Rixtel. Van enthousiasme sloeg ik hem op de schouder. Pas daarna besefte ik: nee, dat kan niet meer. Het valt me op dat bij sommige mensen de ontwijkstress zó groot is dat ze je niet eens meer aankijken bij het groeten. Vroeger – ha, vroeger, dat is drie maanden geleden – keek je iemand in de ogen. Nu draaien mensen hun hoofd zelfs weg.

‘Ik ben zelf nogal nuchter. Ik ben net nog naar de mondhygiëniste geweest, nou, als je ergens je leven in de waagschaal stelt, is het wel bij de mondhygiëniste. Maar ik wil corona beslist niet relativeren en ik hou me aan de regels van Mark, want die zullen nodig zijn. Wel speelt bij ons in de familie nu erg de vraag: waarom hoorde je niemand over de griepgolf in 2018? Een jongere zus van mijn vrouw is toen aan de griep overleden. Ze was pas 60, moeder van vier kinderen. Ze werd, toen het slecht ging, naar het ziekenhuis gebracht en binnen een half uur was ze dood. Toen lagen de ic’s ook vol, maar daar las je op de voorpagina’s van de kranten zelden iets over. Het verschil met nu is wrang.’

Vijfhonderd woorden per dag of vijfduizend?

‘Vijfduizend. Dat haal ik niet, maar vijfhonderd zou ik te weinig vinden, daarom kies ik toch voor vijfduizend. Ik ben iemand van meters maken. Quarantaine, mijn roman die gisteren is verschenen, heb ik in vier weken geschreven. Het hielp dat de twee hoofdpersonen in de roman allebei een proefschrift schrijven over zaken waar ik toch al veel van afwist: de baarmoeder en de komma. Over allebei die onderwerpen heb ik een boek geschreven, dus die informatie heb je dan al.

‘Begin juni verschijnt ook nog een non-fictieboek, De zomer van 1945, daar heb ik wel langer over gedaan. Non-fictie vereist veel onderzoek. Snuffelen in oude bronnen vind ik heerlijk. Ik was vroeger een zware bibliotheekloper, maar tegenwoordig staat alles op internet, dat scheelt veel tijd. Gemiddeld doe ik zo’n vier maanden over een boek. De zomer van 1945 is mijn 117de, dat klopt, ja. Wat helpt: ik heb nog steeds een enorme lust tot schrijven. Elke ochtend bij het wakker worden denk ik: vanavond is het af.’

Wim DaniëlsBeeld Frank Ruiter

Kommaneuker of flierefluiter?

‘Flierefluiter. Ik heb dan wel een heel boek over de komma geschreven, en ik maak er bij mijn uitgeverij een punt van dat de komma bij een citaat ná het aanhalingsteken-sluiten staat en niet ervoor, zoals zij willen, maar kommaneuker klinkt me te negatief. Ik ben toch eerder van de vrolijkheid en van het grasduinen – grasduinen en flierefluiten vind ik mooie woorden, die passen bij elkaar. Vorig jaar ben ik zelfs begonnen met een huppelwoordenboek: ginnegappen, flikflooien, ik heb al een inleiding geschreven. En flierefluiten staat daarin bovenaan.

‘Het is niet dat ik geen oog heb voor de nood op deze wereld. Bij de tsunami in 2004 ben ik meteen naar Sri Lanka gegaan vanuit de dwaze gedachte dat ik daar kon helpen, en nu, met de corona, geeft ik thuistaallessen via Facebook. Het stelt niks voor, maar je doet iéts. Anderen zullen me niet als flierefluiter bestempelen, denk ik. Maar ik heb geen baas, wat een groot goed is, ik kan de boeken schrijven die ik wil, ik ga elke dag fietsen – ja, ik heb wel wat genen van mijn vader meegekregen, dat was een flierefluiter pur sang.’

Batavus of baarmoeder?

‘Baarmoeder. Ik hou van fietsen, ik heb ook een boek geschreven over de taal van de fiets, maar de techniek van de fiets valt in het niet vergeleken met die van de baarmoeder. Want die is werkelijk fenomenaal.

‘Ik wist er niets van, hè. Toen een bevriende gynaecoloog, Dick Schoot, me op de PSV-tribune vroeg of ik wist waar in het lichaam de zaadcel de eicel ontmoet, had ik het antwoord fout. Niemand wist het, daar op de tribune! Daarom hebben we er samen een non-fictieboek over geschreven. Ik weet nu wat een ongelooflijke toevalstreffer het eigenlijk is om zwanger te worden. Ik heb ook veel meer oog gekregen voor mensen bij wie dat niet lukt. Mijn zoon is homoseksueel en zou op een dag ook wel kinderen willen. Adoptie is tegenwoordig niet meer zo makkelijk, dus moet je andere opties onderzoeken. Kunstmatige bevruchting, kunstmatige baarmoeders, die bestaan ook - ik wil niet zeggen dat ik een bevalling kan begeleiden, maar ik weet er nu wel veel van. Ik geef tegenwoordig zelfs lezingen voor gynaecologen. Laatst moest ik er een uitleggen waar het woord eierstok vandaan komt; van stok, voorraadplaats. Stond-ie van te kijken.’

De zomer van 1945 of van 2020?

‘Die van ’45, zonder meer. Nederland was bevrijd, die zomer, en die blijdschap moest natuurlijk een plek krijgen in het boek, maar dat was nog niet makkelijk. Er is een gigantisch aantal kinderen verongelukt die maanden. Tijdens het spelen stuitten ze op landmijnen of ander oorlogstuig. En wat denk je van het verdriet van de weinigen die terugkeerden uit de kampen, voor wier verhaal toen helemaal geen aandacht was? Elke keer als ik het woord ‘vergast’ typte, was ik opnieuw verbijsterd: hoe kán dat nou, dat mensen elkaar vergassen?

‘Er zitten ook kleine verhalen in het boek, want daar houd ik van. Wist je dat Spijkenisse die zomer weken in een totale lockdown heeft gezeten vanwege een tyfusuitbraak? Vergelijkbaar met nu, ja, de zomer van 2020 zal ook bijzonder zijn. Maar van die van ’45 ben ik enorm onder de indruk geraakt.’

Wim DaniëlsBeeld Frank Ruiter

Banger voor kanker of voor corona?

‘Voor kanker, omdat ik uit een familie met veel kankergevallen kom. Mijn broer Henk heeft zo’n beetje alle kankers gehad die een mens maar krijgen kan, mijn zus is gestorven aan darmkanker, mijn moeder had huidkanker, mijn enige broer die nog leeft heeft longkanker gehad. Mijn vader werkte in een schroefboutenfabriek waar hij moeren en bouten moest onderdompelen in open zoutzuurbaden. Hij heeft te veel gif binnengekregen. Op zijn 30ste had hij al zijn tanden zwart in zijn mond staan. Een theorie is dat het gif in zijn zaad is geslagen – vandaar al die kanker in de familie. Dat is niet zo gek, hoor, er kan een kern van waarheid inzitten. Ik ben door dat boek over de baarmoeder ook een beetje een zaadspecialist nu, hè.

‘Echt bang ben ik niet, maar ik ben er wel kien op. Ik heb een vlekje laten weghalen en ik leef gezond: ik ben een sportman, ik drink nauwelijks en roken heb ik nooit gedaan. Terwijl dat toch echt door mijn ouders werd aanbevolen vroeger. Op verjaardagen stond er een glas sigaretten op tafel en rond mijn 15de zeiden ze: wordt het niet eens tijd dat je het probeert?’

Quarantaine: doktersroman of meesterwerk?

‘Meesterwerk. Je kunt het een doktersroman noemen omdat het een liefdesverhaal is met een arts in de hoofdrol, maar nee, ik zeg meesterwerk. Ik ben tevreden en mijn uitgever is méér dan tevreden, die is ronduit enthousiast. En ach, verder is het afwachten natuurlijk. Ik zette op Facebook dat mijn coronaroman ging verschijnen, kreeg tientallen felicitaties, maar er reageerde ook iemand met: ‘Ik heb er geen goed gevoel bij.’ Haha, je hebt altijd mensen die je afkammen, je kunt het nooit goed doen voor iedereen.

‘Ik heb genoeg driesterrenrecensies gekregen, ja, van recensenten die vinden dat de diepgang soms ontbreekt. Maar ik schrijf voor mijn moeder, die alleen lagere school had. Al is ze al lang dood, zij doemt nog altijd op achter mijn beeldscherm als ik zit te schrijven: had zij het kunnen lezen? Toegankelijk schrijven over moeilijke onderwerpen, dat is mijn intentie.’

CV Wim Daniëls

1954 Geboren in Aarle-Rixtel

1976 Lerarenopleiding Nederlands en Duits

1980 Studie Nederlands aan de universiteit in Nijmegen

1980 – 1987 leraar Nederlands en Duits

1987 – 1994 tekstwetenschapper bij de Open Universiteit

1994 – nu Taaladviseur, cabaretier en schrijver van 117 boeken, waaronder jeugd-, les-, taal-, fictie- en non-fictieboeken over onderwerpen als de fiets, het dorp, de lagere school en de baarmoeder

2009 – 2014 gesproken column in Vara-radioprogramma Spijkers met koppen

2018 – 2020 Theatercollege De wondere wereld van taal

De ‘coronaroman’ Quarantaine van Wim Daniëls is verschenen bij Thomas Rap; € 19,99. Op 8/6 verschijnt zijn non-fictieboek De zomer van 1945

Wim Daniëls is getrouwd, heeft een zoon en een dochter en woont in Eindhoven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden