Wijven met ballen

Is de nieuwe man ijdel, een doetje, een watje? Vormt hij een sterk groeiende doelgroep voor de plastisch chirurg en de schoonheidsspecialist?...

ZIJN mannen ijdel?

Wetenschappelijk totaal onverantwoorde vraag waar geen eenduidig antwoord op mogelijk is. De ene man is ijdel en de andere niet. Die uitgezakte vijftiger met zijn kale kop, is die ijdel? En dat zorgvuldig geschoren baasje in zijn roze overhemd? Nee en ja, zou je zeggen; maar die uitgezakte staat misschien elke dag uren zorgelijk zijn overgebleven haren te tellen, terwijl het baasje zich alleen maar in het roze hijst omdat zijn zorgzame vrouw het die ochtend over de stoel heeft klaargehangen.

Andere vraag dan: wordt de man ijdeler? Als soort?

Wie in de kiosk het rijtje mannenblad bekijkt, is geneigd de vraag bevestigend te beantwoorden. 'Alles om er perfect uit te zien', schreeuwt het plasticje waarin het juninummer van maandblad Man zit verpakt. 'Met gratis stijlgids!' In het voorwoord van die stijlgids wijst hoofdredacteur Jan Heemskerk op het toenemende belang van 'presentatie, eigenzinnige stijl en goede eigentijdse smaak'.

Aangezien we op de werkvloer niet langer wegkomen met een 'slechtzittend confectiepak, Mickey Mouse-sokken, bruine schoenen en lawaaidas' is er alle reden, aldus de hoofdredacteur, om als moderne ambitieuze man ruim aandacht te hebben voor modieuze kleding, grondige lichaamsverzorging en verfraaiing. 'Het boekje dat u nu in handen hebt, kan een handige en gezaghebbende leidsman zijn om uw presentatie te optimaliseren.'

Dat was nog maar kortgeleden wel anders. In 1992 veegde modejournaliste Pauline Terreehorst in het feministisch maandblad Opzij nog de vloer aan met de destijds oprukkende branche van kledingadviseurs, imagoconsulenten en kleurdeskundigen. Allemaal trachtten ze munt te slaan uit de onzekerheid waarmee vrouwen zich in het bedrijfsleven bewogen en dat stemde Terreehorst droef: 'In de loop der jaren ben ik in vele functies invloedrijke mannen tegengekomen, en nog nooit, werkelijk nog nooit heeft een van die mannen zich uitgelaten over de noodzaak tot het inschakelen van een kledingadviseur. (...) Mannen op topposities zien er gewoon goed uit of niet. Dat heeft niets met hun status te maken. Mijn participerende observatie heeft me zelfs geleerd dat de meest machtige mannen zich het slordigst, onconventioneelst of zo saai als maar denkbaar is kleden.'

In de jaren daarop is er veel veranderd. In 1993 stelde Stichting Amazone een tentoonstelling samen over reclame, waarin ze onder meer signaleerde dat traditionele vrouwen- en mannenrollen steeds vaker werden omgedraaid; Levi's, Van Gils en Calvin Klein presenteerden hun mannelijke modellen onbekommerd als lustobject, waarbij ze hen overigens niet wijdbeens op een auto drapeerden, maar in het bezit lieten van hun klassieke mannelijke heldenrol. Lekker en stoer bleken goed samen te gaan.

In 1996 attendeerden de journalisten Jort Kelder en Ivo van Regteren Altena hun soortgenoten op het belang van een verzorgd uiterlijk in het boek Man en Pak, Over de noodzaak van kleren op maat, kasjmier sokken en andere uiterlijkheden: 'Mooie mensen maken sneller carrière en spelen in films altijd goede karakters.'

Mannentijdschriften als Man en Esquire hebben het afgelopen jaar gezelschap gekregen van Maxim, Fit for Fun en Men's Health. Het zijn glossy's die stuk voor stuk inspelen op de mannelijke ijdelheid, waarbij ze zich opvallend bedienen van de truc die tot voor kort exclusief was voorbehouden aan de damesbladen: het creëren van het wij-gevoel.

Een buik is geen buik, maar heet in Men's Health liefkozend 'je wasbordje'. Wie bang is op vaderdag een grasmaaier te krijgen, wordt aangeraden het Men's Health-verlanglijstje met leuke gadgets 'achteloos te laten slingeren op en rond de bank'. Lezers worden voortdurend samenzweerderig toegefleemd. Het wauwelt maar door van jij en jou en zeg nou niet en vind je ook en heb je weleens meegemaakt, of het nu over vrijprobleempjes gaat ('Ik kan niet klaarkomen!') of over kaalheid. Men's Health gaat trouwens elke máánd over vrijprobleempjes en kaalheid, zoals vrouwenbladen elke maand over vrijprobleempjes en dikheid gaan.

Is de nieuwe man een watje, een doetje, een mietje? Is de man een wijf met ballen?

Volgens psychologe Liesbeth Woertman, auteur van Beelden van een Lichaam, valt het allemaal erg mee. 'Ik geloof niet dat mannen zich ooit op dezelfde schaal om hun uiterlijk zullen bekommeren als vrouwen. Er is wel een lichte verschuiving gaande, maar de manier waarop mannen en vrouwen met hun uiterlijk omgaan, is nog steeds in één essentieel opzicht anders: vrouwen ontlenen hun identiteit aan de manier waarop ze eruitzien.

'Voor mannen geldt dat maar in zekere mate. Weliswaar zijn zij, net als vrouwen, een belichaamd wezen en maakt hun lichaam in die zin deel uit van hun identiteit, maar de connotatie met schoonheid geldt voor vrouwen veel sterker.' En dat blijft nog wel even zo, meent Woertman. 'Zolang vrouwen de positie innemen van de bekekene, van het object dat begeerd wordt, blijft hun schoonheid fundamenteel voor wie ze zijn. Ik kan beter heel mooi zijn dan hoogleraar; als ik aan de man wil komen, zal ik eerder in schoonheid moeten investeren dan in intelligentie.

'Vrouwen worden weliswaar steeds zelfstandiger; maar een heel groot deel van hen is nog steeds afhankelijk van het inkomen van een man. Pas als mannen ook seksueel object worden, en de posities dus echt gaan schuiven, is er een kans dat schoonheid ook voor mannen gekoppeld wordt aan hun identiteit en ze in dat opzicht op vrouwen gaan lijken. Dat zie ik niet snel gebeuren.'

Amerikaanse trendwatchers als Patricia Aberdeen, John Naisbitt en Faith Popcorn zijn een andere mening toegedaan. Zij signaleren al enige tijd een vervrouwelijking van de samenleving; Popcorn bedacht er de naam Eve-olution voor. In Nederland voorspelde de Amsterdamse onderwijssocioloog Jan Dronkers de komst van een matriarchale samenleving en milieudeskundige Wouter van Dieren zei zelfs te verwachten dat de man zichzelf over 250 jaar volkomen overbodig heeft gemaakt. Niet de vrouw, maar de man zou het zwakke geslacht zijn.

En een zwak geslacht bekommert zich om poeders en zalfjes, om lijntjes en rimpels. Klinieken voor plastische chirurgie zien dan ook een prettige markt opdoemen. 'Mannen zijn nog wel in de minderheid, maar een groeiend aantal meldt zich voor correcties van oogleden of rimpels', zegt een medewerkster van een kliniek in Heerlen. 'En terecht: waarom zouden wíj wel onder het mes moeten en zíj niet?'

Liesbeth Woertman is onlangs een onderzoek begonnen naar de beweegredenen van mannen en vrouwen om plastische chirurgie te ondergaan. 'Het fascineert me waarom weldenkende mensen het mes in zich laten zetten om een illusie te kopen. Want je kijkt niet met je ogen in de spiegel, maar met de ogen van anderen en met de ervaringen die je hebt over hoe anderen jou bejegend hebben. Die ervaringen wis je in een kliniek niet uit.'

Bij plastisch chirurgen stuit ze vooralsnog op een muur van zwijgzaamheid. 'Cijfers zijn niet te krijgen, er wordt enorm geheimzinnig gedaan, ook over de vraag welk deel van de klanten uit mannen en welk deel uit vrouwen bestaat. Vast staat wel dat het merendeel nog steeds vrouwelijk is.'

Volgens Woertman komt dat onder meer door het grovere schoonheidsideaal van mannen. 'Schoonheid op zich is niks, is niet objectief waarneembaar. Er zijn maar een paar dingen die cultureel en historisch als mooi worden gezien: symmetrie, grote ogen, een gave huid, een bepaalde afstand tussen borsten en navel. Binnen die opvatting zouden heel veel mensen in onze tijd mooi zijn. Bij vrouwen is dat ideaal sinds de jaren vijftig, toen televisie en reclame hun intrede deden, enorm verfijnd: voor een vrouw is schoonheid haar marktwaarde en ijdelheid dus pure noodzaak. Mannen zijn niet minder ijdel, maar richten die ijdelheid van oudsher veel meer op macht en status, op werk en geld. Het schoonheidsideaal van mannen is daarom veel grofmaziger gebleven. Een man hoeft aan veel minder eisen te voldoen dan een vrouw om mooi gevonden te worden. Bij mannen gaat het om zaken als: ietwat gespierd zijn, een bepaalde uitstraling hebben, vitaal zijn, niet extreem dik. Dat ideaal is zich nu iets aan het verfijnen.'

Daar zijn veel oorzaken voor aan te voeren: de eerder genoemde vervrouwelijking van de maatschappij en de veranderende rol van mannen, maar ook de invloed van de homo-scene en van allochtonen. Bovendien wordt de cultuur steeds visueler: dingen en dus ook mensen worden in toenemende mate beoordeeld op hoe ze eruitzien.

Volgens Woertman speelt tevens een veel banaler mechanisme een grote rol: de commercie. 'Die hele cosmeticamarkt zit bom- en bomvol. Wij vrouwen besteden al een maximaal deel van ons inkomen aan ons uiterlijk en daar zit niet veel groei meer in, dus worden nieuwe doelgroepen aangeboord: kinderen, mannen, maar ook oudere vrouwen. Vroeger was aantrekkelijkheid gekoppeld aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd, zo tussen de 15 en de 40, nu zie je dat de aantrekkelijkheids-eis bijna tot aan je dood geldt. Het houdt niet meer op.

'Daarbij doet zich een opmerkelijke verschuiving voor: de oude koppeling tussen aantrekkelijkheid en seksualiteit maakt steeds vaker plaats voor een koppeling tussen aantrekkelijkheid en gezondheid. Daar kan de industrie veel producten aan kwijt: vitaminepreparaten en lotions en crèmes, noem het maar op. Mannen vertegenwoordigen een enorme en heel nieuwe markt. Die jongens hadden vroeger genoeg aan een handdoek en een stukkie zeep; daar kunnen ze nu niet meer mee aankomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden