Wij willen bij Nederland horen

De Vlamingen hadden de rest van Nederland in 1830 nooit de rug mogen toekeren. Nu België er niet in slaagt een nieuwe regering te vormen en Vlaanderen zich van veel Nederlanders best bij ons mag aansluiten, doet Rudi De Kerpel een oproep aan prins Willem-Alexander om dit te realiseren....

Monseigneur,Allereerst wil ik mij verontschuldigen dat ik u, de troonopvolger van Nederland, aanspreek volgens de geplogenheden van het Belgische protocol, daar zit ook al een deel verantwoording in van mijn schrijven. Onze eigen troonopvolger, prins Filip, dient immers op deze wijze te worden aangesproken; een Vlaams synoniem is er niet en is er ook nooit geweest.

Maar nu terzake. Zoals u allicht heeft vernomen van uw adviseurs, zit de regeringsvorming in België flink in het slop (Buitenland, 24 augustus). De reden daarvoor is eenvoudig: de Vlaamse partijen doen nu eindelijk eens wat ze al honderd jaar hadden moeten doen: voet bij stuk houden en een beetje meer zelfvertrouwen tonen.

Uw voorvader, koning Willem I, verliet in 1830 Vlaanderen, waarna België is ontstaan. Aanvankelijk slechts om als ‘muurtje’ te fungeren tussen Nederland en Frankrijk, de Engelsen hadden er immers zo over beslist. Ze moesten hiervoor zelfs een koning gaan halen in Duitsland. Nu ja, in die tijden ging het niet anders – oppositie voeren was niet eenvoudig in een tijd waarin de weinige media in handen waren van het Franstalig establishment. En om nou iedere dag, bij wijze van spreken, de Opera en de straten van Brussel te bezetten of in brand te steken...

Terwijl het ons toch niet echt tegenzat, toen uw voorvader het roer had overgenomen van Napoleon. Geschiedkundigen bevestigen dat Vlaanderen tijdens het bewind van Willem I een enorme economische opbloei kende en de middenstand er zich goed ontwikkelde. Maar helaas, na het ontstaan van België verlegde de dynamiek zich naar Wallonië, waar Vlamingen massaal heen moesten, wilden ze nog iets verdienen.

Door de eeuwen heen en vooral na de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat de Vlamingen genoeg kregen van de Franstalige overheersing. Honderd jaar bezetting en vernedering volstonden en sommigen meenden van de Duitse bezetting gebruik te kunnen maken om de vervlaamsing te realiseren. Gelukkig werd deze bezetter verslagen, maar helaas voor de voorvechters van de Vlaamse zaak werden ze na de oorlog herinnerd aan hun dubbelzinnig bondgenootschap. Vaak terecht, soms ook ten onrechte. Het hypothekeerde hun strijd voor meer Vlaams medezeggenschap decennia.

In de jaren zeventig en tachtig werd het Vlaamse bewustzijn groter, alsmede de roep om meer zelfstandigheid. Temeer toen er in Vlaanderen een economische dynamiek ontstond, terwijl Wallonië er niet in slaagde zijn industrie (kolen, staal) om te vormen naar hedendaagse eisen. Een bijkomend probleem voor deze sector was dat het beheer gebeurde in de Brusselse francofone salons en die hadden enkel interesse in het behoud van de macht. Ze gingen ervan uit dat, zoals vanouds, het ‘systeem’ het wel zou regelen dat hun oude industrieën nog een tijdje zouden floreren.

Vlaanderen barstte echter van de activiteiten, terwijl Wallonië helemaal stilviel. Het contrast tussen beide regio’s werd steeds groter en duidelijker. Grootste handicap voor de Vlaamse economie was dat er slechts hervormingen mogelijk waren met de goedkeuring van Brussel en het politieke establishment en dit is nog steeds zo. Toen ontstond trouwens ook het begrip ‘wafelijzerpolitiek’, het beleid om aan de ene gemeenschap evenveel geld te besteden als aan de andere.

Kunt u zich voorstellen dat uw regering besluit een brug te bouwen in Eindhoven omdat Rotterdam, vanwege de expansie van zijn haven, een sluis wil bouwen? Wel, dat gebeurt tot op heden in België. Zo kreeg Charleroi een zeevaartlift ter waarde van 650 miljoen euro om dagelijks één schip mee te verplaatsen, alleen omdat Zeebrugge extra wegenfaciliteiten nodig had om zijn groei te sturen. Ook werd een fusie tussen KLM en Sabena verhinderd door het Koninklijk Huis, omdat het bedrijf dan te Vlaams zou worden (Sabena ging tien jaar later op de fles).

Wellicht kunt u zich voorstellen dat de jarenlange onderdrukking stilaan tot voldoende zelfvertrouwen ging leiden om de wens hard te maken tot meer zelfstandigheid. Ingezet door de ‘Egmont-akkoorden’ (vernoemd naar het kasteel waar het akkoord werd geregeld) onder premier Wilfried Martens ontstonden de Gemeenschappen en kreeg Vlaanderen, regering na regering, meer bevoegdheden.

De prijs die ervoor moest worden betaald, was ontzettend groot, financieel maar ook bestuurskundig, met als gevolg: vandaag zitten we met een versnipperd land met zes regeringen met evenveel parlementen, een premier, vijf minister-presidenten, honderd ministers en staatssecretarissen, negen provincies, 365 burgemeesters, tienduizend wethouders en 2,5 miljard euro staatsschuld! Een structuur dus waarin een kat haar jongen niet meer terugvindt.

Dankzij deze regionalisering kreeg Vlaanderen wel een hele reeks (deel)bevoegdheden zoals onderwijs, economie, mobiliteit, financiën en cultuur, maar de grotere budgetten (sociale zekerheid, ziekenzorg, buitenlandse beleid) blijven in federale handen. Onze ambassadeur in China smeekte geen delegaties meer te sturen, omdat men in Peking de kluts kwijt is, aangezien daar in één jaar tijd een Waalse, Vlaamse, Brusselse én nationale minister van Economische Zaken op bezoek is geweest met een zakenmissie. En dat voor een land dat kleiner is dan een doorsnee Chinese provincie.

Maar waarom is het allemaal zo ingewikkeld gemaakt, zult u denken? Een volkomen terechte vraag, waarop maar één antwoord te geven is: om de financiële overdrachten te verdoezelen.

Het zal u niet onlogisch voorkomen dat in een land de inwoners van alle gewesten en gemeenschappen, in uw geval de provincies, gelijke rechten en plichten hebben als het op, bijvoorbeeld, sociale zekerheid aankomt. Dat heet solidariteit en daar heeft niemand moeite mee.

Voor België gaat die logica echter niet op. Aangezien Wallonië de trein van de vernieuwing heeft gemist en Vlaanderen zich – door hard te werken en innovatief te zijn – bij de Europese top heeft geplaatst, zijn er maatschappelijk grote verschillen merkbaar. Dat blijkt uit de werkloosheidscijfers die al jaren een piek vertonen in Wallonië ten opzichte van alle andere Europese regio’s, namelijk 16,5 procent. En van de werkende Walen is ook nog eens 35 procent tewerkgesteld bij de overheid!

Vlamingen vragen al jaren om meer transparantie omtrent de financiering van een en ander. Zo zijn er, in het kader van ‘de solidariteit’ jarenlang financiële overdrachten gedaan van het Noorden naar het Zuiden. Daarbij mogen echter geen kritische vragen worden gesteld. Iedereen die dat wel durfde, werd onmiddellijk veroordeeld tot separatist en vervolgens zo veel mogelijk uitgesloten bij de politieke besluitvorming (de koning benoemt nog steeds ministers en wie té veel vragen stelt, valt sowieso uit de boot).

In 2000 was er even hoop. De nieuwe, jonge Vlaamse minister-president Bart Somers bestelde een studie om meer zicht te krijgen op de ongelijkheden en de financiële overdrachten tussen de gewesten. De studie kwam er, maar bleef in de lade van zijn bureau liggen. Hij durfde of wilde die niet bekend maken. Ambitie, weet u wel.

Ondertussen was er, op initiatief van de voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond, een denkgroep opgericht in hét Vlaams huis te Brussel, namelijk De Warande. Deze ontmoetingsplek ligt aan het Warandepark, dat het parlement verbindt met het Koninklijk Paleis.

Gelet op het feit dat de regering weigerde meer duidelijkheid te verschaffen, besloot deze denkgroep de klus te klaren. Men maakte op basis van objectieve analyses een financiële en economische doorlichting van de NV België. Het resultaat werd een heus boekwerk dat omgevormd werd tot het Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen.

De reacties bleven niet uit en waren bijzonder heftig. Een van de ondertekenaars, een directielid bij McKinsey België, moest ontslag nemen omdat een van hun grote (Franstalige) klanten dreigde alle contracten op te zeggen. Zelfs koning Albert II verwees er, weliswaar in verdoken termen, naar in zijn nieuwjaarstoespraak.

Vlaanderen kan maar beter de onafhankelijkheid uitroepen. We kunnen dan een alliantie aangaan met ons echte ‘vaderland’: Nederland. Er zijn drie belangrijke gebeurtenissen die dit mogelijk maken: het vormen van een Belgische regering is zo goed als onmogelijk (en zelfs als zij er nog komt, zullen de Vlaamse partijen genadeloos worden afgestraft bij de verkiezingen in 2009), de Nederlanders zien het best zitten, blijkens een RTL-enquête (Buitenland, 23 augustus) en de Benelux-verdragen dienen volgend jaar hernieuwd te worden.

Samen met Nederland hebben we trouwens heel wat troeven. We vormen een grotere taalunie binnen Europa, waar wij met onze 21 miljoen burgers een belangrijker inbreng zullen krijgen. Daarnaast hebben we samen de drie belangrijkste havens van Europa (Rotterdam, Antwerpen en Zeebrugge). Politiek zal het centrum-rechts Vlaanderen voor meer stabiliteit zorgen in Den Haag.

Daarnaast beschikken we niet alleen over de beste scholen van de wereld, maar ook over een snelle en goede medische verzorging.

Nederland heeft dan weer een sterk vereenvoudigd en efficiënt ambtenarenapparaat, een goed en snel werkende justitie (Dutroux kreeg pas na 120 maanden zijn proces, de moordenaar van Pim Fortuyn na achttien maanden), maar heeft ook een internationaal goed draaiend netwerk.

Wat te doen met Brussel? Het hoofdstedelijk gewest wordt financieel in stand gehouden door Vlaamse middelen en de aanwezigheid van de Europese instellingen. Laat de keuze aan Brussel zelf: Ze worden ofwel een stadsstaat zoals Washington D.C., beheerd door de EU. Of ze sluiten zich aan bij het zelfstandig Vlaanderen of het zelfstandige Wallonië. Eén ding moet duidelijk zijn: wie hen binnenhaalt, zal ook de rekeningen moeten betalen.

En wat met prins Filip en prinses Mathilde? We weten dat dit een gevoelige snaar zal raken. Daarom willen we een faire deal voorstellen: ze mogen al hun huidige faciliteiten behouden (paleis, kinderjuffrouwen, chauffeurs, enzovoort) en blijven officieel prins en prinses van Saksen-Coburg, weliswaar zonder land. We kunnen voor hen misschien een groot bos of een stuk land kopen om over te regeren. We spreken af dat hun nakomelingen hun eigen boontjes moeten doppen en dat het feest dan ook afgelopen is. Met andere woorden: hun statuut is uitdovend!

Maakt u zich geen zorgen over de Vlamingen: die zullen bijzonder enthousiast zijn, omdat ze met Máxima eindelijk eens een koningin krijgen die hun taal spreekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden