ColumnSylvia Witteman

Wij vinden heksen niet eng, zei de moeder. En, half tegen mij, half tegen het kind: ‘Heksen zijn sterke vrouwen’

null Beeld

Ik was een Kruidvat binnengelopen om neusspray te kopen, en een paar haarklemmetjes, van die zwarte met een heleboel kromme pootjes – mijn moeder noemde zo’n ding laatst een ‘schorpioen’ en sindsdien steek ik mijn haar toch wat minder onbevangen op dan voorheen.

Prompt schoof er een meisje tussen mij en het schorpioenenschap. Ze was een jaar of 6 en droeg op haar sluike blonde haar een heksenhoed van zwart fluweel met gouden sterren.

Ach ja, het is natuurlijk bijna Hallowe’en, een van die jaarlijkse lichtpuntjes voor de detailhandel, slapjes vermomd als Keltisch oogstfeest, dé kans om van al die voze pompoenen af te komen en de ideale aanleiding voor tienermeisjes om zich uit te dossen als hoerig skelet, bloederige (maar geile) verpleegster, hitsige duivelin of diep gedecolleteerd vleermuizenvrouwtje.

Zo ver was dit meisje nog niet. Ze zat nog in de prinsessenfase, en bekeek gulzig de uitgestalde kleuteropschik, handig op kinderooghoogte uitgestald onder mijn saaie schorpioenen. ‘Mama!’, riep ze. ‘Mama, mag ik deze?!’ Uit het rek plukte ze een haarspeldje met een regenboogkleurige strik.

Daar was haar moeder al, een uitgeput kijkende vrouw van een jaar of 35. De verklaring van die vermoeidheid voerde ze mee in een wandelwagentje: een (eindelijk even) slapend jongetje van 1,5.

‘Nee, Fenna’, zuchtte de moeder. ‘Nee, echt niet. Je hebt thuis al tien van die dingen. Wat hadden we nou...’ De gebruikelijke gebeurtenissen ontrolden zich. Het meisje drukte de snuisterij aan haar borst en begon aan een piepend relaas dat regenbogen haar allerlievelingste lievelingsdingen waren, de moeder hield vol, het piepen ontaardde in huilen, de baby werd wakker, etcetera.

‘Geniet er maar van, ze zijn maar heel even zo klein’, zeggen oude vrouwtjes in dergelijke gevallen geheel ongevraagd tegen jonge moeders. Het is waar. Het lijkt nog zo kort geleden dat mijn kinderen zeurden in winkels. Inmiddels rijden ze auto’s in de prak. Dat is wat duurder, maar dan heb je ook wat.

Ik zonk op de knieën. ‘Wat een mooie hoed heb jij’, zei ik tegen het meisje. ‘Ben jij een heeeele enge heks?’ Het kind viel stil, met open mond. Ze miste een voortandje, wat wel een heksig cachet gaf.

De moeder wierp me een minachtende blik toe. ‘Wij vinden heksen niet eng, hè, Fenna?’, zei ze. En, half tegen mij, half tegen het kind: ‘Wij zien heksen als sterke vrouwen, die hun eigen ding doen en vertrouwen op de kracht van hun intuïtie.’

Ook míjn mond viel open, maar ik deed hem gauw weer dicht. Wanneer leer ik nou eens mijn bek te houden? Straks zijn heksen de nieuwe zwarte pieten, en dan heb ík het weer gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden