Wie weet, tot ziens in Suriname

Dertig jaar na de onafhankelijkheid van Suriname is de creoolse familie Blanker zo goed als ingeburgerd in Holland. De een zou op termijn best terug willen, de ander niet....

De zon zakt steeds sneller achter de grijze kantoorgebouwen. De zomertijd mag dan vanochtend weer zijn teruggedraaid, het belooft opnieuw een zwoele avond te worden. Het Amstel Business Park is leeg, op één parkeerplaats na. Daar stappen uitbundig uitgedoste vrouwen en meisjes uit. De meesten dragen koto's, met bijpassende angisa's (hoofddeksels). De mannen gaan iets minder uitbundig gekleed, maar hebben zich wel zonder uitzondering met goud behangen. Uit een bestelwagen worden kratten frisdrank gesjouwd. Samen met door folie afgedekte plateaus en emmers rijst en bami verdwijnen ze in het zalencentrum. Binnen ruikt het naar de tropen: bitter, zoet en gekruid.

Oma Blanker moet in het zaaltje naast de aula blijven wachten. Ze kijkt vol verwachting om zich heen. Al haar elf kinderen zijn vandaag weer bij elkaar. Inclusief aanhang. Eén kleinzoon ontbreekt; die woont en studeert in Amerika. Op haar verzoek zal het een ingetogen avond worden. Geen dansi, geen drank, wel veel liederen, lekker eten en heel veel mensen.

De kinderen en kleinkinderen hebben zich wekenlang voorbereid en verschijnen in voortdurend wisselende groepen op het podium.

De drie oudste kleindochters zingen een lied dat ze van oma hebben geleerd. Dochter Arline (40) treedt op als spreekstalmeester. Maar niet nadat de blanke dominee, die in zijn grijs double breasted pak met roze stropdas een tikje uit de toon valt, zijn zegen over de jarige en haar gasten heeft uitgesproken.

In de keuken staat schoonzoon Remy (41) in pannen te roeren. René, ook aangetrouwd, beheert de bar waar uitsluitend frisdrank, sap, stroop en gemberbier is te krijgen. Er wordt geen alcohol geschonken, niet aan de bar althans. Want terwijl hun vrouwen en dochters in de zaal uit volle borst de Heer bezingen, spreken de mannen buiten hun meegenomen flesjes sopi aan.

Tot ver in de avond druppelen nieuwe genodigden binnen. Alles bij elkaar gaan zo'n vijfhonderd gasten in defilé langs oma Blanker om een brasa, een omhelzing, te geven en een envelop in de kleurig versierde kartonnen doos te stoppen. Omringd door nichten en vriendinnen, met wie ze nog wekelijks contact heeft, zal ze de hele avond blijven glunderen. Maar dit is dan ook een echte bigiyari: ze wordt deze week 80.

Zondagmiddag, precies een week later. Een twee-onder-één kap woning in een nieuwe wijk in Barendrecht. De entree ligt bezaaid met schoenen. De huiskamer is sober ingericht. Vier tieners zijn, gearmd of bij elkaar op schoot, druk bezig met een computerspelletje. In de keuken gaat de kip in de marinade. Oma Blanker ploft neer op de bank, ze draagt grote wollen sloffen.

In de aangrenzende studiekamer zit haar dochter Henna (49) te bellen en te mailen. Er moet vanmiddag nog een offerte uit, ook al is ze op bezoek in Nederland. Ondanks de verdubbeling van de brandstofprijzen doet ze goede zaken als touroperator in Paramaribo. Binnenkort gaat ze aan de slag met een nieuwe reisbestemming. Vol trots vertelt ze haar zussen Arline en Cynthia over haar plannen. 'Alles is rond. Ik kan nu helemaal mijn gang gaan.'

'Ga je daar een wit strand aanleggen?'

'In elk geval een plek om aan te leggen vanaf de rivier en te kunnen zwemmen.'

Arline loopt naar het raam en wijst naar de tegels en zandhopen in de tuin. 'En jij, Cynthia? Wordt het nog wat met dat zwembad van je?'

Vanaf de bank stoot oma Blanker hoge keelklanken uit: 'San, in dat geval kom ik ook hier wonen. Is dat huis aan de overkant niet te koop?'

Ze grijnst haar tanden bloot. Haar samengeknepen ogen staan al even ondeugend als die van haar dochters. Ze geniet temidden van haar kinderen en kleinkinderen. Vooral nu ook haar zoon en dochter uit Suriname zijn overgekomen.

Haar dochter Cynthia (42) woont alweer 25 jaar in Nederland. Net als zeven van haar zussen en twee broers is ze vrijwel meteen na de middelbare school naar hier gekomen. Volgens moeder Blanker kon haar gezin na het overlijden van haar man in 1974 en de onafhankelijkheid een jaar later maar beter kiezen voor een toekomst in Holland.

De overstap viel Cynthia niet mee. Ze vond de mensen koud en had vaak het idee dat ze bang voor haar waren: 'Meestal verstond ik ze niet. Vreselijk vond ik het hier, die eerste periode. Terwijl de jongens in Amsterdam mij juist heel exotisch vonden.'

Heel anders dan de jongens in Paramaribo. Dëe waren pas leuk. Daarom heeft Cynthia ook wat langer over haar school gedaan, moet ze eerlijk toegeven. Ze zakte voor het staatsexamen en vertrok daarna naar Nederland.

Het was 1980 en na de staatsgreep van Bouterse in februari begon 'die ongein' steeds hinderlijker te worden. Ze hadden haar broer Hugo al een keer ingesloten en bedreigd vanwege zijn grote mond, de scholen bleven wekenlang gesloten en toen de poorten weer opengingen stonden er militairen op het schoolplein om te controleren of het volkslied wel door iedereen werd meegezongen.

Anderhalf jaar geleden ging Cynthia voor het eerst terug naar haar geboorteland. Acht dagen om precies te zijn: ze mocht mee met een studiereis als psychiater in opleiding. Toen kwam ze erachter dat ze ontheemd was geraakt. De plekken uit haar jeugd in Paramaribo kon ze nog thuisbrengen, maar de mensen waren er niet meer: 'Tot dat moment dacht ik dat ik een Nederlandse Surinamer was, maar plotseling realiseerde ik me dat ik gewoon een Surinaamse Nederlander ben geworden.

'Op Zanderij rook ik de zwoele, diepe geuren, het hout, de kruiden. Meteen voelde ik romantische gedachten opkomen. Maar dat gevoel was op slag verdwenen. Want met de mensen in Suriname heb ik geen band meer. Het zijn mijn mensen niet meer.'

Hetzelfde gevoel overvalt haar soms in Barendrecht: ook Nederland is niet haar land. Een psychiatrisch centrum in Spanje lijkt haar wel wat. Cynthia heeft het er weleens over met een paar van haar collega's. Maar eerst moet ze haar opleiding afmaken. Die laatste twee jaar kunnen er nog wel bij na haar studies psychologie en geneeskunde. In het begin volgde ze college met een baby op de buik en na haar echtscheiding combineerde ze haar opleiding met werk en de zorg voor haar drie kinderen.

Wijdenbosch

Nee, Cynthia houdt niet bij wat er nu in Suriname gebeurt. De protestdemonstraties die Bouterse en Wijdenbosch de laatste weken organiseren tegen president Venetiaan gaan compleet langs haar heen. Ze blijft wel op de hoogte via de verhalen van Henna. En volgens haar zus hoeven we ons niet echt zorgen te maken over de huidige politieke situatie. Massale steun voor Bouterse ontbreekt immers. De vakbonden doen niet mee en dat betekent dat de meeste demonstranten een verlofdag moeten opnemen om te protesteren.

Suriname zal volgens Henna ook deze periode wel weer doorkomen. Niet zonder kleerscheuren, maar dat is nu eenmaal het lot van haar land. Uiteindelijk komt alles goed, zolang de Surinamers er zelf maar in geloven. Om die reden heeft Henna altijd haar Surinaamse paspoort aangehouden. Soms vraagt ze zich of dat verstandig is geweest, want nu moet ze voor elk familiebezoek in Holland een visum aanvragen bij de ambassade. Als dat een enkele keer om volstrekt duistere redenen wordt geweigerd, is de wereld te klein.

Haar langste verblijf in Nederland duurde twee maanden, maar dan zit ze ook echt af te tellen. 'Nederland is vol, het is overgeorganiseerd. Ik hoor ook steeds meer verhalen van Nederlandse vrienden die hier weg willen.'

Henna is de enige van haar broers en zussen die nooit in Holland is gaan wonen. Wel stond ze een tijdje voor de klas op Curaçao. Dat verdiende aanzienlijk beter dan in eigen land en ook de vooruitzichten waren gunstig. Toch is ze er altijd van overtuigd gebleven dat Suriname haar de beste perspectieven heeft te bieden.

Natuurlijk heeft dat met trots te maken. Suriname is nu eenmaal haar land en haar mensen gaan het met eigen handen opbouwen. Al zal het misschien net zo voorzichtig en geleidelijk gaan als Henna's eigen ontwikkeling als ondernemer.

Ze dreef jarenlang een kapsalon met klanten uit alle lagen van de bevolking. Gaandeweg groeide de salon uit tot een ontmoetingsplaats waar nieuwtjes en tori's werden uitgewisseld. Dat is het nog steeds, ook nu ze alleen nog sporadisch kapsels verzorgt.

De laatste jaren heeft Henna zich ontwikkeld als touroperator. Ze organiseert trips naar het binnenland, excursies op de rivieren en regelt onderdak voor haar gasten. Haar ideaal is een plek in het regenwoud, waar ze haar gasten op een persoonlijke manier kan geven wat haar land aan schoonheid heeft te bieden: 'Een mooie, rustige plek in de natuur waar je de planten, bomen en vruchten met eigen ogen kunt zien, voelen, ruiken en proeven.'

Bekakt

Op het moment dat de offerte de deur uit kan, raakt de computer oververhit. Zippora (20) komt erbij om Henna te helpen met het versturen van de mail. Met oom Hugo vormt haar tante Cynthia de schakel met Suriname. Hun verhalen maken nieuwsgierig. Wanneer ze zelf een keer in het vliegtuig stapt? Het zou niet haar eerste reisbestemming zijn, maar ze gaat zeker, later, na haar studie: 'Het gekke is: ik ben nog nooit in Suriname geweest en toch kom ik er vandaan. Mijn vader en moeder zijn allebei Surinaams. Maar bij mij kun je het niet eens horen. Ik praat eerder bekakt. Aan de telefoon denken ze dat ik gewoon uit Holland kom. Ik denk dat ik Surinaams ben opgevoed en veel van de cultuur heb meegekregen. De gulheid, de warmte, de band met de familie.'

Zippora studeert rechten in Leiden. Ze kan nog alle kanten op. Alleen notarieel en fiscaal recht heeft ze inmiddels laten vallen, want daarmee zou ze haar toekomstmogelijkheden beperken tot Nederland en Curaçao. Ze houdt liever de grenzen open: Engeland, Spanje of wie weet Suriname.

Discriminatie

Dochter Gracia (53) komt binnenvallen. Ze knoopt haar haarnetje los en laat zich uitgeput op een stoel zakken. Eerst maar een bord bami met kip om op krachten te komen na haar reis uit Broek op Langedijk. Maar dat heeft ze er graag voor over nu de familie deze weken tijdelijk compleet is.

Na haar mulo-examen in 1970 kwam Gracia naar Holland, op haar zeventiende. Ze heeft het nooit echt moeilijk gevonden om hier te aarden. Misschien was het omdat ze in het begin door haar oudste zus werd bemoederd dat ze zo gemakkelijk in contact kwam met Nederlandse vrienden en studiegenoten. Daarnaast waren hier in die tijd nog maar weinig Surinamers. Van discriminatie had ze destijds geen last: 'Nederland is heel warm, zolang je maar geen bedreiging vormt voor collega's of vriendinnen.'

Dat is de laatste tijd wel anders. Gracia werkt 25 jaar bij een grote bank op de afdeling hypotheken, de laatste tijd als senior-coördinator. Op haar werk heeft ze het sollicitatiebeleid zien veranderen. Waar ze vroeger geregeld 'zwarte' medewerkers aantrok - 'niet vanwege hun huidskleur, maar omdat ze goed binnen het team pasten' - merkt ze dat het voor jonge allochtonen steeds lastiger wordt om een baan op niveau of een stageplek te vinden.

Gracia - die officieel Juliënne heet omdat haar vader tijdens de aangifte bij de burgerlijke stand even kwijt was welke naam hij ook alweer met zijn vrouw had uitgekozen - speelt nu en dan met de gedachte om zich na haar pensionering in haar geboorteland te vestigen. Maar omdat ze haar Nederlandse man René niet zo gek krijgt, komt het vermoedelijk neer op pendelen. Een kwestie van afwegen, zegt ze. 'Eigenlijk ben ik veel te materialistisch om alles in Nederland op te geven. Ik heb hier een huis, een goed salaris en ook mijn kinderen zitten allemaal hier.'

Bovendien heeft ze het vermoeden dat de mensen in Suriname haar niet met open armen zullen ontvangen. Dat was goed te merken toen ze dit voorjaar het mede door haar samengestelde woordenboek Surinaams-Nederlands publiceerde. Vooral in Suriname barstte de kritiek los: 'Ze hadden me horen praten via de Wereldomroep. Omdat mijn uitspraak zogenaamd niet deugt, kon het nooit wat zijn met dat woordenboek. Maar ik merk het ook aan kleine dingetjes als ik daar op vakantie ben. Ze ruëken gewoon dat je uit Holland komt. Bij het postkantoor laten ze je doodleuk een half uur wachten.'

Arline en haar man Remy kunnen er smakelijk om lachen. Wachten, alsof dat zo'n probleem is. Surinamers weten niet beter: ze zijn erin gespecialiseerd. Nu wonen ze nog in de Oostvaardersbuurt in Almere-Buiten. Als de financi'n het toelaten, gaan ze terug. Met zijn ICT-opleiding moet hij aan werk kunnen komen, Arline zou het liefst bij een gezondheidscentrum beginnen. Vooral aan voedingsleer bestaat grote behoefte in Paramaribo, zegt ze.

Op de bek

Remy werkt nu bij een groot automatiseringsbedrijf. Als adviseur maakt hij lange dagen, maar dat beschouwt hij als investering in een toekomst in Suriname. Hij remigreerde al eerder, in '96. Eerst begon hij een tuiniersbedrijfje en toen dat niet genoeg opleverde, ging hij met succes aan de slag als ICT-monteur. Eigenlijk kwam hij alleen terug naar Holland omdat Arline nog niet toe was aan een nieuw bestaan in Suriname. Ze zijn er wel getrouwd, in '98. Want sinds hij haar foto bij Henna in de kapsalon had zien hangen was dat een uitgemaakte zaak. Op vakantie in Suriname had ze het nog niet zo in de gaten, maar toen naderhand een intensief e-mail contact ontstond, sloeg ook bij haar de vonk over. Remy gooit zijn hoofd in de nek en grijnst van oor tot oor: 'Ik ben niet zo vlot als die Hollandse jongens hier. Die gaan voor je het weet met een meisje op de bek.'

Arline schatert het uit. Ze heeft haar echtgenoot indertijd niet verkeerd ingeschat: 'Hij zag er goed uit, had goede vooruitzichten én hij had een Nederlands paspoort. Als dat niet zo was geweest, had ik natuurlijk meteen lont geroken.'

Snurken

Zij is in verwachting van hun tweede kind, als dat allemaal goed verloopt, verkopen ze het huis. De grond hebben ze al: Remy heeft kort geleden officieel een perceel in Paramaribo-Noord overgenomen van zijn ouders. Maar ze gaan zeker niet halsoverkop; het is wel zo verstandig in Nederland voet aan de grond te houden. Bovendien hebben ze nog de zorg voor moeder Blanker die een stukje verderop in Almere woont. Toch een prettig idee, ook voor de rest van de familie.

Van de week had Arline haar moeder vergeefs geprobeerd te bellen, terwijl ze wist dat ze thuis was. Is ze toch maar even langsgefietst. 'Lag ze heerlijk op een stoel te snurken. Wij dachten nog dat ze alle deuren op slot had gedaan om uitgebreid het geld te tellen dat ze op haar verjaardag heeft gekregen.'

De hoogte van het bedrag houdt oma lekker voor zichzelf, maar een bestemming heeft ze al. Zodra haar medische controle in februari gunstig uitpakt, koopt ze een ticket. Dan kan ze, met Gods wil, komend voorjaar opnieuw haar zoon en dochter in de armen sluiten, maar dan in Suriname.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden