InterviewGlenn Martens

‘Werken in de mode is een overlevingstocht, dat kan elke ontwerper beamen’

Beeld Eva Roefs

Een van de creatiefste en meest gefêteerde kopstukken uit de nouvelle vague van de Parijse mode is Glenn Martens, een gewezen altblokfluitist en koorknaap uit Brugge. Hoe en waarom heeft hij het zo ver geschopt?

In de literatuur bestaan er writer’s writers: schrijvers zoals James Salter die het grote publiek amper kent, maar die op handen worden gedragen door vakgenoten. In de mode komen er vergelijkbare figuren voor: designer’s designers. Een van hen heet Glenn Martens, de ontwerper van het ultrahippe Parijse modelabel Y/Project.

In relatief korte tijd heeft Martens zich een vaste plek verworven in de voorhoede van de mode, tussen jonge Franse modegoden als Simon Porte Jacquemus en Marine Serre. Martens denkt en ontwerpt buiten de gebaande paden, maakt zich niet druk of iets mooi is, of gelikt. Hij lijkt niet geïnteresseerd in het grote geld of de snelle roem, doet niet aan makkelijke, commerciële logo’s. Zijn kleren en accessoires herken je alleen als je er oog voor hebt, en dat maakt hem voor veel jonge modefans extra cool en geloofwaardig. En elke keer als er weer een rondje wordt geroddeld over welke jonge ontwerper er nu weer door een groot huis gaat worden ingehuurd, valt zijn naam.

Dat Martens voor het grote publiek relatief onbekend is, is niet omdat hij een mensenschuwe zonderling is. Integendeel: Martens is vriendelijk, vrolijk en spreekt rap en mals West-Vlaams. Martens is getogen in Brugge en gaat zo vaak als hij kan terug. ‘Efkes het tegenovergestelde van al die drukte’, noemt Martens die Belgische retraites. Want druk is zijn job absoluut: voor Y/Project ontwerpt hij vier collecties per jaar, voor mannen en vrouwen. Daar komen de modeshows nog bij, de samenwerkingen met andere labels en de lezingen die hij geeft, zoals bij de jaarlijkse Fashion Talks in Antwerpen, waar we Martens treffen. 

Ik hoorde een theorie dat er zo veel goede ontwerpers uit België komen omdat er zo weinig te beleven valt. Ben je het daarmee eens?

‘Ik denk dat er zo veel goede Belgische ontwerpers zijn, omdat België eigenlijk niet zo mooi is. Nederland heeft fantastische natuur, de steden zijn allemaal pareltjes. En in België... je hebt Antwerpen, de kathedraal is fantastisch. Brugge is ook een uitzondering. Verder is dit land heel industrieel. We hebben wel een heel mooi patrimonium met de Vlaamse Primitieven, maar die zijn massaal geplunderd. Het sterke aan de Belgische ontwerper en kunstenaar is dat hij opgroeit in een omgeving die niet per se mooi is, en dat hij daarom probeert schoonheid te vinden in iets alternatiefs en daardoor verrassend uit de hoek komt.’

Martens groeide op in het kleine, veilige Brugge. Zijn vader (rechter en cultuurliefhebber) en moeder (verpleegster en ‘moederkip’), gingen uit elkaar toen hij 3 was, waarna hij met zijn broer, thans brandweerman, vaak uitweek naar zijn grootouders. Als Martens over zijn jeugd praat, klinkt dat als een verhaal uit een Gouden Boekje – zeker als hij met smaak vertelt over zijn liefde voor de altblokfluit en zijn Latijnse lessen op het klassieke Brugse Sint-Lodewijkscollege. Daarbij zong hij bij het internationaal gerenommeerde knapenkoor Ons Dorado, internationaal bekend vanwege de Vaticaanmissen en concertreizen naar Fatima. Voor een rebelse ontwerper een opmerkelijk roomse, rustige en regelmatige jeugd.

Je bent meubelvormgever van origine. Waarom koos je daarvoor?

‘Ik was opgeleid met klassieke talen en muziek, maar wilde iets creatiefs gaan doen. Ik had wel door dat ik niet echt gemaakt was om rechten te gaan studeren. Dat er zoiets als mode bestond, wist ik niet, ik zat toch in de bubbel van de provinciale stad. Interieurvormgeving klonk aangenaam, omdat het theoretisch was, maar met creatieve uithalen. Een mooie middenweg. Tijdens mijn studie aan de kunstopleiding Sint-Lucas in Gent heb ik voor het eerst Radiohead gehoord, kun je nagaan hoe beschermd mijn Brugse opvoeding was. Op mijn 21ste studeerde ik af, veel te jong om te gaan werken. Uiteindelijk heb ik tijdens een excursie de Antwerpse Modeacademie ontdekt en ben ik onvoorbereid naar de toelatingsexamens gegaan, met een paar schetsen van keukens en stoelen. Ik wist niks van mode, kende hooguit Karl Lagerfeld van naam.’

Maar in die keukens en stoelen heeft de toelatingscommissie toch iets gezien.

‘De Antwerpse modeacademie is een school waar zelfstandigheid heel belangrijk is. Er wordt nooit tegen iemand gezegd wat hij moet doen, alleen dat-ie het opnieuw moet doen. Heel de pedagogie zit erin dat je zelf moet ontdekken of je iets goeds of niks in handen hebt. Ik denk dat ze koppigheid en openheid in mij hebben gezien, zo had ik in mijn portfolio ook vakantiefoto’s gestopt.’

Beeld Eva Roefs

Waar heb je meer geleerd? In Gent of in Antwerpen?

‘Misschien heb ik nog wel het meest aan de stad Brugge gehad, die zit veel in mijn werk. De klassieke, westerse elegantie, al is die misschien niet altijd meteen zichtbaar. De botsing van Brugge met het massatoerisme, de friet- en kerstkramen die vloeken met de omgeving.’

Hoe inspirerend Brugge ook bleek, Martens begreep dat het niet het epicentrum van de mode is. Vandaar dat hij naar Parijs vertrok, eerst naar de ateliers van Jean Paul Gaultier, voor wiens team hij na zijn afstuderen in 2009 werd gerecruteerd als junior designer. Daarna werkte Martens onder creatief directeur Bruno Pieters voor de lijn Hugo van modehuis Hugo Boss en voor Pieters’ ethische en duurzame modeproject Honest By. Na een baan bij de Zweedse keten Weekday kwam hij terecht bij het jonge label Y/Project, als eerste assistent van oprichter en creatief directeur Yohan Serfaty. Ondertussen was Martens in 2012 zijn eigen label, Glenn Martens, gestart. 

In april 2013 overleed Serfaty aan de gevolgen van kanker. Serfatys zakenpartner Gilles Elalouf vroeg Martens, indertijd 30 jaar, het stokje over te nemen. Martens accepteerde, katte het wat duistere mannenmerk om tot een conceptueel, uniseks streetwearlabel dat goed scoorde bij millennials. 

Het gekke en vooral mooie van Martens’ ontwerpen: ze zijn enerzijds avant-gardistisch en onconventioneel, anderzijds kunnen ze door iedereen worden gedragen, ongeacht gender of leeftijd. Zo maakt eenzelfde jas van Martens’ oma een chique madam en van een clubkid een coole gast. De kleding van Y/Project is eigenlijk, net als Brugge, een amalgaam van klassiek en modern, van lelijk en mooi, van kunst en kitsch. Zo bedacht hij in 2017 spijkerbroeken met pijpen vol ‘manchetten’ die vloeiden van dijen tot enkels, gecombineerd met voetbalsjaals met portretten van historische koppels als Napoleon en Joséphine. Een jaar later toonde hij lieshoge afzak-Uggs in combinatie met strakke feestjurken. 

Het startpunt zijn altijd ‘gewone’ kleren, die Martens verdraait, omkeert, uitvergroot, deconstrueert of vermenigvuldigt – in de geest van de grote Belgische modevernieuwer Martin Margiela. Y/Project maakte langzaam maar zeker naam en kleedde sterren als Rihanna, Solange Knowles, Dua Lipa en Hailey Bieber. In 2017 won Martens de belangrijke Andam-modeprijs: dik 25 duizend euro en een jaar lang begeleiding van Francesca Bellettini, de baas van modehuis Yves Saint Laurent.

Hoe zou je Y/Project zelf omschrijven?

‘Y/Project is een heel moeilijk merk om te categoriseren. Veel mensen noemen ons een ‘street label’, anderen beschrijven de Parijse couturevibe. Niet in een hokje passen geeft mij ruimte om te experimenteren, het laat zien dat we nog aan het zoeken zijn. En ik heb de mazzel dat we veel markten aanspreken: van de undergroundscene in Berlijn tot intellectuelen in Antwerpen.’

Je had een aantal goede leermeesters: Gaultier, Pieters, Hugo Boss, Weekday, Serfaty, Belletini. Wat is de belangrijkste les die je van deze mensen en bij deze bedrijven hebt geleerd?

‘Coherent zijn, integer, trouw blijven aan de redenen waarom je je werk doet. Werken in de mode is een overlevingstocht, dat kan elke ontwerper beamen. De beste manier om zo lang mogelijk te overleven is jezelf te blijven, eerlijk te zijn. Toen ik bij Y/Project kwam, was het merk bijna bankroet. Wat ik heb gedaan, is zo luid mogelijk roepen, creatieve uitspattingen maken, dingen die niet klassiek of voorspelbaar zijn, niet allemaal makkelijk draagbaar. Dat heeft heel goed gewerkt, mensen waren snel geïnteresseerd, winkels ook. Maar als je vesten maakt met vier mouwen is dat online soms moeilijk te verkopen. Dan rijst de vraag: moeten we de concepten wat gaan kalmeren, makkelijker verteerbare kleding maken? Francesca Bellettini van Yves Saint Laurent zei: je hebt succes gehad vanwege een bepaalde reden en je moet dat blijven koesteren. Natuurlijk moet je slim genoeg zijn om een goeie middenweg te vinden tussen het concept en de markt. Dat  bevestigde me wel in mijn manier van denken.’

Je hebt kort je eigen merk gehad. Waarom heb je dat opgegeven?

‘Het merk Glenn Martens was een onemanshow met twee stagiairs. Ik deed alles zelf, tot de perscontacten en de sales aan toe. Als je geen geld hebt, is het een hele toer. Ik had wél twaalf verkooppunten na mijn tweede seizoen, maar het was heel vermoeiend, zeker vanuit Parijs, waar ik op de paar vierkante meter waar ik woonde alles moest doen. Als je je bed moet opvouwen om een patroon te kunnen knippen, is dat wel lastig. Maar ik was gepassioneerd, het was een fantastische periode, en een zware. Dus toen Y/Project kwam aankloppen, was ik dolblij met de steun en de structuur. Al was het toen een veel kleiner merk dan het nu is.’

Je ontwerpt uniseks en voor alle leeftijden, dat past perfect in de tijdgeest. Is dat een bewuste gok?

‘Ik probeer op zoveel mogelijk plaatsen thuis te zijn. In 2020 moet je niet meer te veel worden beknot door grenzen. Je moet overal bij kunnen horen, overal heen kunnen reizen. Dat probeer ik te reflecteren in Y/Project. All-inclusive en zo eclectisch mogelijk zijn. Dat is niet eens een strategische beslissing geweest. Toen de hype van genderfluïditeit opstak, was ik daar allang mee bezig.’

Dat is de mazzel van Martens: hij blijkt vaak de juiste man op de juiste plaats. Op Instagram bijvoorbeeld, een medium dat hij haarfijn begrijpt en slim inzet om inspiratie op te doen en nieuwe collecties, campagnes en samenwerkingen aan te kondigen. In Parijs, waar hij precies past in de vibe van ongepolijste, tegen het lelijke aan schurkende mode van merken als Vetements, Marine Serre en Koché.

Je maakt deel uit van de nouvelle vague van Parijse labels. Hoe verklaar je die golf?

‘Ik denk dat dat niet enkel aan de mode ligt, maar komt doordat de stad zich eindelijk cultureel heeft vernieuwd. Wellicht is dat een reactie op de aanslagen. Sindsdien zijn er kunstencentra in de buitenwijken opgezet, is de stad een middelpunt voor clubbing geworden. Toen ik er tien jaar geleden neerstreek, was het vooral hele dagen kaasschotels eten op terrasjes. En als je ergens iets cultureels wilde zien, was er niet veel meer dan de traditionele expo’s in het Grand Palais. Nu zijn er alternatieven, overal. Het is een heel fijne stad om te wonen.’

Beeld Eva Roefs

En toch ga je zo vaak mogelijk terug naar Brugge?

Gelukzalig: ‘Van deur tot deur is het maar twee uur dertig! Nu het merk groter wordt, breidt ook mijn takenpakket zich uit: capsulecollecties, happenings, representatieve verplichtingen, reizen. Dan is het wel fijn om in het weekend juist het tegenovergestelde te doen en terug naar huis te gaan.’

Je zou niet de eerste ontwerper zijn die bezwijkt onder de druk van een modehuis. Jullie groeien bewust heel langzaam, toch?

‘Dat klopt. We hebben juist niet meegedaan aan de hype van de logo’s, waarmee je heel rap kunt groeien.’

Een andere grote hype is duurzaamheid. Is dat ook belangrijk voor Y/Project?

‘Ik heb het voorrecht dat ik voor een luxehuis werk, waar ik de mogelijkheid heb om stil te staan bij mijn verantwoordelijkheid. Mijn moeder had vroeger geen tijd om na te denken over recyclen, die was meer bezig met hoe ze het eten ’s avonds op tijd op tafel kreeg. Y/Project is inmiddels een powerbrand, mensen kijken naar ons en dat brengt de verantwoordelijkheid met zich mee om het goede voorbeeld te geven. Elk statement dat we maken sijpelt door naar de massaproductie. Onze katoen en denim worden geproduceerd in fabrieken die minder water gebruiken. Als ik een jurk maak die naar verwachting maar in een oplage van vijf wordt gemaakt, dan heeft het weinig impact welk materiaal we gebruiken. Dan is het vooral een creatieve uitspatting en kan ik wel kiezen voor iets milieuonvriendelijks als polyester. Maar... als je het héél nuchter bekijkt, is eigenlijk alle mode vervuilend, want onze kleren zijn natuurlijk geen basisbehoeften. Mensen dromen erbij weg, het is een neverending sprookje.’

Welke ontwerpers bewonder je?

‘Ik bewonder Jonathan Anderson, Bottega Veneta en Raf Simons. Ook d’n Dries (Van Noten, red.) is een voorbeeld. Mensen die echt integer blijven en niet voor de platte commercie gaan. Vandaag de dag consumeren mensen logo’s en merken. Ze proberen ergens bij te horen, dat is een begrijpelijk en eeuwenoud verhaal. Niks makkelijker dan met een logo een identiteit te verwerven. De vraag is wel: een simpele broek die normaal 60 euro kost, maar met een Balenciaga-logo erop 600 opbrengt, is dat luxe? Misschien hoort het bij deze tijd. Demna (Gvasalia, hoofdontwerper van het huis Balenciaga, oprichter van Vetements en ook afgestudeerd in Antwerpen, red.) is bijzonder talentvol en creatief, zijn collecties zijn ongelooflijk! Maar wat er verkoopt zijn vooral zijn T-shirts met logo’s.’

Hoe belangrijk is het voor jou soms ook te lachen om wat je doet?

‘Dat is echt wat ik van Jean Paul Gaultier heb geleerd. Ongelooflijk dat die man na al die jaren blijft lachen en zichzelf blijft amuseren. Dat is toch wel het belangrijkste. Want nu we het toch over Balenciaga hebben: is er iemand die Balenciaga koopt die weet wie Cristobal Balenciaga was? Misschien gij en ik. Maar 90 procent van de klanten heeft geen idee wie d’n Cristobal was. Maar we zijn niet de mensen aan het opvoeden. Het zijn maar kleren, we zijn de wereld niet aan het veranderen op humanitair vlak.’

Doe je jezelf en je collega’s nou niet tekort?

‘Begrijp me niet verkeerd, ik vind Cristobal de beste ontwerper ooit. Maar de industrie is hard, en er zitten veel slangen en mensen die u messen in de rug steken. Als je daar te veel aan toegeeft, is dat de moeite niet.’

Hoe zie je de toekomst?

‘Voor Y/Project wil ik zorgen dat ik mijn team gelukkig houd. De werkkwaliteit verbeteren en zorgen dat er meer geld binnenkomt, dat de mensen uit mijn team een huis kunnen kopen en op vakantie kunnen. Op grotere schaal is de toekomst van luxe mode voor mij vakmanschap, de uniciteit van het ontwerp en het concept erachter.’

Zou je haute couture willen maken?

‘Eigenlijk wel, we proberen ons breed te ontwikkelen.’

En als er nou een groot huis belt, zeg: Chanel?

‘Na d’n Karl? Moeilijk! Het moet op het goede moment zijn en het moet het goeie merk zijn. Ik heb op alle eerdere voorstellen nee gezegd. Het verhaal is ook: ik heb Y/Project van de grond af opgebouwd. Ik heb de creatieve wereld zelf ontwikkeld. Om datzelfde te doen bij een nieuw merk interesseert me niet. Dus het moet een merk zijn dat een patrimonium heeft waaraan ik mijn eigen twist kan geven. Een merk dat ik boeiend vind, en dat zijn er niet zo héél veel.’

Balenciaga dan?

‘Balenciaga wel ja, maar niet na d’n Demna. Maar ik ben niet op zoek: ik heb vrijheid, uitdaging, er is creativiteit.’

Je hebt veel geluk en wind mee gehad. Ben je een zondagskind?

‘Eerder een koppig kind! Mijn opa, die in het leger zat, vroeg: ‘Wa gade gij dan doen met een módeopleiding?’ Dat was zo ver van hun bed. Voor mij was het glashelder: ik ga afstuderen en dan ga ik naar Parijs, bij een modemerk werken. En zo is het gebeurd. Misschien heb ik het geluk wel naar mezelf toegetrokken.’

Leven je grootouders nog?

‘Jawel, ze zijn 95. Ik ga ze zien zondag.’

En snappen ze inmiddels een beetje wat je doet?

‘Mwah. Als ik in de krant sta en de fysiotherapeut komt langs met de krant, ja! Ze hebben een verzameling knipsels die hun vrienden hebben uitgeknipt en die mee terug naar Parijs mogen. Ze begrijpen het nog steeds niet, maar ze zijn wel heel fier.’

CV

1983 29 april geboren in Brugge

2004 Studie interieurvormgeving aan Sint-Lucas in Gent

2008 Studie aan de Koninklijke Academie voor schone Kunsten in Antwerpen

2009 Junior designer bij Jean Paul Gaultier

2010 Werkt onder meer voor Bruno Pieters en Weekday

2012 Eigen label Glenn Martens

2013 Creatief directeur Y/Project

2017 Wint ANDAM Fashion Award

2018 Verkozen tot Belgian designer of the Year

Glenn Martens woont alleen in Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden