Wens-ouders en draagmoeders: waarom het vinden van een draagmoeder moeilijker is dan je denkt

Zolang er geen databank is om wens-ouders en draagmoeders te koppelen, komen draagmoeders in Nederland altijd uit eigen kring. Hoewel: bíjna altijd. 'Ik gunde het hen zo.'

Van links naar rechts: dochters Sofie (2) en Saar (5), draagmoeder Marlous Bruntink en ouders Richard en Merel Dieterich Beeld Ivo van der Bent

Merel Dieterich en haar man Richard hebben twee dochters van twee draagmoeders. De een uit de familie, de ander is vriendin Marlous.

'Toen ik 26 was, werd bij mij baarmoederhalskanker geconstateerd', vertelt Merel Dieterich (35). 'Mijn eerste reactie was: nu zal ik nooit kinderen krijgen. Ik was al tien jaar samen met Richard en we wilden ze altijd al.' Maar de kanker zette een streep door de rekening. De eerste jaren althans, want nu zijn Merel en Richard de ouders van Saar (5) en Sofie (2), twee dochters van twee verschillende draagmoeders, maar van hun eigen zaad- en eicel. Merel: 'Daarmee zijn wij de enigen in Nederland.'

Naast haar op de bank zit Marlous Bruntink (35), haar beste vriendin sinds de kleuterschool. Zij heeft Sofie 38 weken in haar buik gehad en na de bevalling lachend geroepen: 'Het is gelukt, het is echt een baby!'. Marlous: 'Voor de rest stond iedereen te huilen. Het was prachtig, de hele kamer stond vol artsen en verpleegkundigen en iedereen was geroerd.' Tegen Merel: 'Ik had bewust mijn T-shirt aangehouden. Het was aan jou om Sofie voor het eerst op je blote buik te leggen. Mijn eerste impuls was: mag ik nu douchen? Mijn taak zat erop, ik wilde het ziekenhuis uitlopen en naar huis.'

Merel: 'Ik ben nooit verdrietig geweest dat ik niet degene was die zwanger was, nooit jaloers op de draagmoeders. Je leest het wel op internet, vrouwen die schrijven: ik vind het zo moeilijk dat zij de baby wel voelt schoppen en ik niet. Heb ik nooit gehad. Ik was alleen maar superblij dat er maar liefst twee vrouwen zijn die dit voor mij wilden doen.'

Om de kanker te bestrijden, werd Merels baarmoeder verwijderd, maar haar eierstokken bleven gespaard; die werden hoger in de buik geplaatst, zodat ze buiten het bestralingsgebied vielen. Zo bleef het mogelijk om samen met Richard een genetisch eigen kind te krijgen, mits er iemand was die het wilde dragen. Merel: 'De vrouw van mijn neef, Eveline, leefde erg mee toen ik ziek was. Zij zei al snel: ik wil op een dag wel je draagmoeder worden. Dat was bijzonder, want we kenden elkaar alleen maar van verjaardagen. Het was een lichtpuntje tijdens mijn ziekte: ooit kan het misschien tóch.'

Eveline is acht jaar ouder en had al een eigen, compleet gezin. Van Merel kon een eigen eicel worden gebruikt en die kon middels ivf worden bevrucht met het zaad van Richard; aan alle voorwaarden waren voldaan om geholpen te worden in Nederland, bij het VUMC in Amsterdam. Merel: 'Bij de tweede terugplaatsing was Eveline zwanger. Dat is Saar geworden. We gingen ervan uit dat ze enig kind zou blijven. Eveline had vanaf het begin gezegd: ik doe het één keer. Logisch, haar leven ging ook verder en we waren al dolgelukkig met Saar.'

Van links naar rechts: dochters Saar (5) en Sofie (2), draagmoeder Marlous Bruntink en ouders Richard en Merel Dieterich Beeld Ivo van der Bent

Marlous: 'Toen Saar 2 was, gingen Merel en ik op een avond uiteten. Toen zei ik: 'Mag ook niet-familie het doen? Een broertje of zusje voor Saar krijgen?' Mijn twee kinderen gingen al naar school, ik had net de Kilimanjaro beklommen, en al was ik tijdens mijn twee zwangerschappen negen maanden kotsmisselijk geweest, ik zag nergens tegenop. Nog vanuit het restaurant heb ik mijn man gebeld: 'Ik heb een nieuwe uitdaging, hoor.' Merel: 'Na elke maaltijd hing ze boven de wc. Als ik een keer wilde komen helpen, rukte ze de stofzuiger uit mijn handen. Ze wilde alles zelf doen. Op een gegeven moment hebben wij gezegd: en nu moet je ons een schoonmaakster laten betalen, we willen heel graag iets terugdoen. Nadat Sofie geboren was, hebben we een vakantie voor haar betaald met het hele gezin, dat hadden we bij Eveline ook gedaan. Kijk, je kunt nooit écht terugdoen wat de draagmoeders voor ons gedaan hebben. Ik ben ze eeuwig dankbaar.'

Marlous: 'Ik zeg altijd: ik heb het kind niet afgestaan, ik heb het teruggegeven. Mijn kinderen vonden het heel normaal dat ik zwanger was voor Merel. Zij zeiden: 'Merel heeft geen huisje meer om een baby in te laten groeien, daarom doet mama dat.' Maar als de eicel van mij had moeten komen, had ik het nooit gedaan. Dan had ik dingen van mezelf in het kind teruggezien, dat was te ingewikkeld geworden. Sofie is echt van Richard en Merel.'

Merel: 'We zijn heel blij dat eiceldonatie niet nodig was. We stonden open voor allerlei opties, waaronder adoptie, maar dit was wel de mooiste. De uitkomst is hetzelfde als wanneer ik zelf zwanger was geweest: een compleet eigen gezin.'


Toen Michelle van der Wiel een weblog las van twee mannen met een kinderwens, besloot ze: ik wil wel zwanger voor ze zijn. 'Het was biologisch mijn eigen kind dat in me groeide, en toch was deze zwangerschap anders dan mijn eerdere drie.'

Een van de vereisten voor het draagmoederschap is dat je zelf al een compleet gezin hebt - aan die eis had ze ruimschoots voldaan, lacht Michelle van der Wiel (33, fulltime moeder). Ze heeft twee dochters van 6 en 7, een zoon van 11 en haar man heeft nog een dochter van 15 uit een eerdere relatie; ze hoefde echt niet zo nodig nog een baby. Toch is ze in juni 2016 bevallen van dochter Sanne, die op twintig minuten rijden afstand opgroeit bij twee vaders.

Draagmoeder Michelle van der Wiel: 'Iemand zei: je zult er wel goed voor betaald krijgen.' Beeld Ivo van der Bent

Michelle: 'Mijn zwager en schoonzus hadden goede vrienden, een homostel dat ik via hen leerde kennen. Aardige mannen vond ik het. Wat ik niet wist, was dat zij het stel waren achter een blog dat ik in die tijd volgde: het relaas van twee mannen met een kinderwens. Dat vond ik boeiend, want mijn broertje is ook getrouwd met een man en ook zij hebben een kinderwens, al staat die nog op een laag pitje. Goed, ik ontdekte dat de schrijvers van het blog mijn nieuwe kennissen waren en las het met nog meer belangstelling dan eerst. Toen ze op een dag schreven dat de draagmoeder afhaakte die ze hadden gevonden, voelde ik oprecht met ze mee. Nog diezelfde avond heb ik met mijn man besproken: stel dat ík het voor ze zou doen? Mijn man vond het eigenlijk meteen goed. Pas daarna heb ik de heren een berichtje gestuurd: jullie kennen me al, ik wil jullie draagmoeder wel zijn, mijn man staat erachter.

Een aantal andere vrouwen deed hen overigens hetzelfde aanbod, hoorde ik later. Ze kwamen op mij uit. We hebben een avond afgesproken om elkaar beter te leren kennen en alles door te nemen: wat komt er bij kijken, hoe zit het juridisch in elkaar? Het klikte heel goed. Zodra ze na de koffie de deur uitstapten, dacht ik: ja, ik ga dit doen.

Ik had altijd makkelijke zwangerschappen en bevallingen gehad, dus daar zag ik niet tegenop. En ik gunde het ze enorm. Van een nicht die lang kinderloos was gebleven, wist ik wat een groot verdriet dat betekent. Dit kwam op mijn pad en ik was blij dat ik kon helpen.

Mijn zwangerschappen had ik eerder nooit gepland, maar nu downloadde ik een app zodat ik me op de vruchtbare dagen kon insemineren met het zaad van een van hen. De heren wisten beter hoe die app werkte dan ik, haha. Ik had ze gewaarschuwd: ik ben altijd snel zwanger en inderdaad, de tweede ronde was het raak. De hele zwangerschap zijn ze superbetrokken geweest. Naar elke bezoekje aan de verloskundige gingen ze mee en zelfs als ik alleen maar even bloed moest laten prikken, wilden ze daar bij zijn.

Het was biologisch mijn eigen kind dat in me groeide en toch was deze zwangerschap anders dan de eerdere drie. Als ik tegen mijn buik praatte, zei ik dingen als: 'Ja, kleintje, je gaat zo naar je twee papa's' - je bent al afscheid aan het nemen. Vind je het niet moeilijk?, vroegen mensen me. Dan kon ik alleen maar naar waarheid antwoorden: nu niet, maar je weet nooit of het nog moeilijk gaat worden.

Dat is niet gebeurd. Of éven misschien; ik had nooit kraamtranen gehad, maar nu kwamen ze, een paar dagen na de bevalling. Je lichaam is toch bezig met verwerken, denk ik. Maar verder ging alles heel voorspoedig: Sanne heeft eerst nog even tien minuten bij mij gelegen, de heren hebben de navelstreng doorgeknipt en daarna heb ik haar overgedragen aan haar vaders. Dat was supermooi. Iedereen was in tranen en ik was alleen maar trots. Ik mocht Sannes naam onthullen door een naamslinger uit te pakken en toen we daarna ieder naar huis gingen, reden mijn man en kinderen meteen naar de baby om naar haar te kijken. Na negen dagen ben ik op kraamvisite gegaan. Dat was superemotioneel. Je kijkt in de box en daar ligt ze dan - ze was al zo veranderd.

Ik zie Sanne geregeld, want de vaders zijn vrienden geworden. We zien elkaar op verjaardagen en gaan bij elkaar op de koffie. En dan ben ik net zo trots als zij op het eerste stapje en het eerste tandje. Maar toch is het anders dan bij mijn eigen kinderen; die heb ik 24 uur per dag om me heen. Het is meer het gevoel als voor mijn twee neefjes. Het is familie en daarom hou ik zielsveel van haar, maar ze is niet van mij. De vaders hebben haar geadopteerd en ik heb het ouderlijk gezag afgestaan. Moeilijk vond ik dat niet, het moeilijkst zijn eigenlijk de reacties van anderen gebleken. Iemand zei: je zult er wel goed voor betaald krijgen. Wat een sneer. De vaders hebben wat zwangerschapskleding voor me betaald en zo'n ketting met een belletje op de buik - dat vond ik mooier dan het duurste sieraad.

Met bepaalde familieleden heb ik geen contact meer - die bleken zelf ook een onvervulde kinderwens te hebben, wat ik niet wist, en ze vinden het waarschijnlijk moeilijk dat ik draagmoeder voor anderen ben geweest. Ik doe het niet voor een tweede keer, ook niet voor de vaders van Sanne. Eén keer is genoeg.'


Mireille de Ruiter en Ramon Fano zoeken naarstig naar een draagmoeder die eventueel ook eiceldonor wil zijn. 'Wij worden nergens geholpen.'

Mireille de Ruiter (36, receptioniste): 'Wij zijn een achtergestelde groep in Nederland. Ik heb geen eigen eicellen en dan word je in Nederland nergens geholpen om een kind te krijgen via een draagmoeder. Op de enige plek waar het kan, het VUMC in Amsterdam, moeten het eitje én het zaadje van de wensouders komen. Dat voelt zo oneerlijk. Alleenstaande vrouwen kunnen zich laten insemineren met het zaad van een onbekende donor, een lesbisch stel kan zó een oproepje plaatsen op internet: wie wil de vader worden van ons kind? Dat mogen wij niet; om een draagmoeder te vinden, mag je in Nederland geen openbare oproep plaatsen, om commercieel draagmoederschap tegen te gaan. Googel maar eens, je komt al snel op artikelen over mensenhandel uit.'

Ramon Fano en Mireille de Ruiter: 'Vier van de vijf draagmoeders wilden alleen voor een homostel dragen.' Beeld Ivo van der Bent

Ramon Fano (36, ict-consultant): 'Dat het gezien wordt als iets crimineels, klopt gewoon niet. Wat is er nou natuurlijker dan heel graag samen een kind willen?'

Mireille en Ramon leerden elkaar in april 2014 kennen via Tinder. Ze spraken af in een café en zaten 's ochtends om zes uur nog te kletsen. Ramon: 'En toen hadden we elkaar nog niet eens gevraagd wat voor werk we deden.' Mireille vertelde die eerste afspraak wel over de baarmoederhalskanker die ze vier jaar eerder had gehad, al was ze dat eigenlijk niet van plan - maar hoe kun je zo'n grote gebeurtenis níét vertellen als je zo in elkaar opgaat? Dat ze onvruchtbaar was geworden, vertelde ze een paar maanden later. Door de bestralingen functioneren haar baarmoeder en eierstokken niet meer; een genetisch eigen kind is uitgesloten. Ramon: 'We hebben een hele nacht gehuild, nadat ze het had verteld. Ik wist al rond mijn 25ste dat ik graag vader wilde worden.' Mireille: 'Als jong meisje was het al mijn droom later kinderen te krijgen. Al mijn vriendinnen zijn zo'n beetje toe aan hun tweede. Ik zit er middenin.'

Ze besloten om er werk van te maken. Ramon liet zijn vruchtbaarheid testen - alles in orde - zodat er met zijn zaad, de hulp van een draagmoeder en eventueel een donoreicel toch een gezin kan worden gesticht. Ramon: 'We waren aanvankelijk heel optimistisch. Ik heb het altijd over de maakbaarheid van het leven: je kunt alles voor elkaar krijgen, als je maar wil.' De werkelijkheid bleek anders. Een draagmoeder vinden lijkt een onhaalbare kaart. Of in elk geval een speld in een hooiberg. Mireille: 'Ik durf het mijn vriendinnen niet op de man af te vragen. Ze moeten dan antwoord geven en waarschijnlijk is dat negatief - ze weten dat we zoeken. Sommige familieleden hadden het willen doen, als ze zichzelf inmiddels niet te oud hadden gevonden. Dat hebben we een paar keer gehad: bíjna, maar nee.'

Ramon: 'We hebben een oproep geplaatst op een besloten Facebookgroep, in versluierde termen, zogenaamd voor een kinderloos stel dat we kennen. Daar kwam een Duitse vrouw op af van 43, die het al eens eerder had gedaan.' Mireille: 'Dat ging heel raar, ze wilde alleen Ramon toevoegen en met mij helemaal geen contact. Ze had ook haast, vanwege haar leeftijd, maar wij willen iemand wel eerst beter leren kennen. Dus dat is afgeketst. Maar even heb je toch hoop.'

Ze vertellen over een draagmoederpicknick in een park in Utrecht, georganiseerd door de draagmoeder die de besloten Facebookgroep heeft opgezet. Twee quiches zelf gebakken, een hoopvolle rit in de auto erheen. Mireille: 'Dat was een enorme teleurstelling. Vier van de vijf draagmoeders die er waren zeiden onomwonden dat ze alleen voor een homostel willen dragen. Dan kun je toch een moederrol spelen; een andere vrouw erbij zien ze als concurrentie. Het voelde alsof wij ons als enige heterostel flink moesten verkopen.' Ramon: 'Uiteindelijk was daar niemand die zou overwegen om voor ons draagmoeder te zijn.'

Ze geven niet op. Ze onderzoeken de mogelijkheden in het buitenland, al kan daar zomaar 100 duizend euro mee gemoeid zijn. Ook hier blijven ze het proberen. Mireille: 'Laatst zijn we naar een bruiloft van een oude kennis geweest. We kenden daar bijna niemand, maar je weet nooit wie je tegenkomt. Dat is ons ook aangeraden: vertel het op je werk, bij de kapper, of zoals nu, in de media. Je weet nooit waartoe het leidt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden