Wennemars wil nu ook eens eerste zijn op groot toernooi

Terwijl zijn vakbroeders mokten over selectie-criteria, matig ijs en zelfs demotivatie, koesterde Erben Wennemars de NK afstanden in Deventer als een prestigieus toernooi....

Die ontboezeming vertelde veel over de twijfels die Wennemars veelvuldig parten spelen. Of liever gezegd: speelden. In elk ander land zou hij een vedette zijn, maar uitgerekend in Nederland weet de 24-jarige sprinter iemand voor zich die steevast een fractie rapper is: Jan Bos, zijn maatje nog wel. In het hoofd van Erben Wennemars ging zich stilaan de gedachte vormen dat hij domweg niet zou kunnen winnen.

En als hij in vorm was, sloeg het noodlot wel toe. Een val vergalde twee jaar terug zijn olympisch toernooi, een fikse beenvliesontsteking leek aan de vooravond van deze winter zijn ambities te dwarsbomen. 'Het overkomt mij altijd.' Maar ineens, gisteren in Deventer, nota bene de baan waar hij leerde schaatsen, was hij niet te gehaast, niet geblesseerd en dus de snelste. 'Alles klopte, technisch was het zoals het moet.'

Een dag eerder had Wennemars al de titel op de 500 meter opgeëist. Op zowel de 500 als de 1000 meter dwong hij Bos naar de tweede plaats. En als dat in Deventer kan, dan kan dat ook in Seoul, de plaats van handeling voor het WK sprint in februari. Erben Wennemars bezwoer de komende weken te zullen leven als een monomaan, opdat het wonder zich in Seoul zal voltrekken. Of een week later in Nagano, bij de WK afstanden, dat mag ook.

Het klonk alsof gisteren een last van zijn schouders was gevallen. Wennemars: 'Dit is heel goed voor het zelfvertrouwen. Eindelijk eens eerste. Het is de bevestiging. Ik vermoedde wel dat ik het in me had, maar het moet natuurlijk wel een keer gebeuren. Nu moet het ook een keer bij een heel groot toernooi kunnen lukken.'

Alsof hij dat streven extra kracht wenste bij te zetten, liet Wennemars weten de 1500 meter voortaan van ondergeschikt belang te vinden. Het nummer waarop hij als eerste in de geschiedenis de 1.50-barrière doorbrak, in de zomer van 1998, vraagt te veel energie en dat gaat weer ten koste van het èchte sprinten. In Deventer probeerde hij het nog wel op de mijl, maar zoals altijd ging een fabuleuze opening gepaard met een dramatische slotronde.

Wennemars: 'Laten we reëel blijven. Op drie afstanden vol meedoen, is te veel voor mij. Daar heb ik de kracht niet voor. Ik moet sprinten, het pure sprinten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.