Weg naar Fantasië

De kerstperiode is een magische tijd voor kinderen. Buiten is het donker en guur, binnen wachten warme choco en spannende verhalen met helden als Harry, Alice, Dorothy, Sjakie en Bastiaan....

‘Eigenlijk zou je volwassenen moeten verbieden om Harry Potter te lezen. De kinderwereld, daar hebben grote mensen niets mee te maken.’ Ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma leunt gemakkelijk achterover in zijn stoel, in zijn kamer aan de Rijksuniversiteit Groningen. Om hem heen zeker 1800 boeken, waaronder veel kinderliteratuur. Inderdaad geen Harry Potter. ‘Kinderen hebben behoefte aan hun eigen plek. Vroeger was dat nog een boomhut, of een verborgen ruimte in het huis. Maar de huizen zijn zo efficiënt geworden, alle loze ruimte is wegbezuinigd. Boeken zijn een mooi alternatief om je in terug te trekken.’

In een hoekje opgekruld met een boek, herkenbaar? Veel kinderen doen het. Tegen de verwarming geplakt spenderen ze hele middagen in verre landen en vreemde werelden, met wilde avonturen en fantastische wezens, doodgewone problemen en dagelijkse oplossingen. Het ergste dat je ze kunt aandoen is storen met vragen over het boek, banale zaken als het avondeten of, onvergeeflijk, bedtijd. Zodra vader of moeder de slaapkamer heeft verlaten gaat stiekem het licht weer aan. In die nachtelijke uren veranderen kinderkamers in verre, fantastische landen.

Kinderen kunnen zich zo gemakkelijk verliezen in fantasieboeken, omdat hun belevingswereld veel flexibeler is dan die van volwassenen. Breeuwsma: ‘Er is zo veel dat kinderen niet begrijpen, gewone volwassenen zijn al een mysterie. Want waar gaan papa en mama iedere morgen heen als ze de deur achter zich dichttrekken? De gaten in hun kennis vullen ze op, en de mogelijkheden zijn eindeloos.’ Ontwikkelingspsychologe en ex- jeugdbibliothecaris Henderien Steenbeek legt het op deze manier uit: ‘Kinderen komen blanco de wereld in, alles wat ze zien moeten ze voor waar aannemen. Heel langzaam leren ze door ervaring de realiteit kennen.’ Zo wordt Jan Vayne in een Unoxreclame met lange lokken door zijn dochtertje niet herkend. Zodra de pruik afgaat en zijn kale hoofd zichtbaar wordt, breekt een lach door op haar gezichtje. Papa!

Dat is geen fictie. Een leraar kan zich ter plekke voor een kleuterklas omkleden en toch de echte Sinterklaas zijn. Steenbeek: ‘Voor een 4-jarige is een knuffel een levend wezen, dus waarom zouden kopjes dan ook niet kunnen praten?’ Net als het geloof in Sinterklaas uiteindelijk moet wijken voor een nietsontziend realiteitsbesef, zo verdwijnen de mythische sprookjes in de kast en worden de jeugdboeken omarmd. Maar voor een 10-jarige is het helemaal niet vreemd om door Nooitgedachtland te struinen, op zoek naar Peter Pan.

Dat betekent niet dat kinderen werkelijkheid en fantasie niet uit elkaar kunnen houden, want dat kunnen ze best volgens Gerrit Breeuwsma. De fantasiewereld behoort tot hun natuurlijke habitat. ‘Een volwassene wil ook wel fantaseren dat hij op een onbewoond eiland zit, maar uiteindelijk weet hij dat hij morgen weer naar kantoor moet. Kinderen hebben die beperking niet, ze gebruiken fantasie dagelijks om hun belevenissen te interpreteren.’

Daarom kan een kind jarenlang een imaginair vriendje hebben, zonder dat de omgeving zich echte zorgen hoeft te maken. ‘Moet je je voorstellen dat een volwassene zich dingen gaat inbeelden. Dat pikken we alleen maar onder verzachtende omstandigheden.’ En op die tolerantie zit een houdbaarheidsdatum. Een paar maanden met je overleden vrouw praten vindt niemand gek, maar na 30 jaar nog steeds de tafel voor twee dekken roept vragen op.

Kinderen hebben die problemen niet. Monsters onder het bed, vriendjes die niet bestaan, ze kijken er niet van op. ‘Als ze ouder zijn, worden gevoelens en gedachten toevertrouwd aan dagboeken en idolen,’zegt Breeuwsma. Hetzelfde principe, andere middelen.

Wat maakt een kinderboek populair? De thema’s die aan de orde komen zijn universeel: het gaat over liefde, rechtvaardigheid, angst en ambitie. Ze worden alleen in een spannend kinderjasje gegoten. Dat kan een fantasiewereld zijn, maar ook de bakker op de hoek is volgens Breeuwsma voor een kind curieus genoeg om boeiend te zijn. ‘Annie M.G. Schmidt had heel goed door hoe spannend kinderen doodgewone dingen kunnen vinden.’

Kinderen bekijken de wereld vanuit hun perspectief, en dus moeten ze zich met een hoofdpersoon kunnen identificeren. Het zijn dan ook herkenbare kinderen met herkenbare kinderzorgen die de hoofdrol spelen. Dorothy woont bij haar oom en tante op een deprimerende boerderij, weeskind Harry Potter wordt slecht behandeld door zijn oom en tante en Erik van het Klein Insectenboek heeft het gevoel dat hij de slimste moet zijn.

Hoe diep de thema’s gaan, hangt onder andere af van de leeftijd. Voor een jong kind is het feit dat Roald Dahl’s Sjakie maar één reep chocolade per jaar kan eten, fascinerend. Als je klein bent is een fabriek vol zoetigheid het mooiste wat er is. Oudere kinderen kunnen zich wellicht beter vinden in Bastiaan uit het Oneindige Verhaal, die zo gepest wordt dat hij niet meer naar school durft. Volgens Henderien Steenbeek bieden boeken kinderen de mogelijkheid op een veilige manier de boze buitenwereld te verkennen. ‘Door de gevoelens van anderen te beleven, leren ze omgaan met hun eigen gevoelens’. Dat mechanisme beperkt zich overigens niet alleen tot boeken, het kan volgens Steenbeek ook via (fantasie)spel. ‘Als oma is overleden, gaan kinderen een begrafenis naspelen.’

Kinderen kunnen zelf dan misschien niet ontsnappen aan de bullebakken op het schoolplein, Bastiaan kan dat wel. Hij steelt een boek en gaat er zo in op dat hij het verhaal wordt ingezogen en de held wordt van de sprookjeswereld Fantasia. Het zijn echte zorgen, met fantasie-oplossingen.

Eendimensionale figuren als heksen en prinsessen zijn bovendien gemakkelijk in te delen in goed en kwaad. ‘Kinderen hebben een sterk gevoel van rechtvaardigheid en dat moet je belonen met een goede afloop. Ze hebben al zo weinig controle over hun leven, ze willen de zekerheid dat het goed komt. Anders laat je ze zitten met ellende en vragen,’ aldus Breeuwsma. De heksen worden verslagen en de prins en prinses leven nog lang en gelukkig. Het verschilt in thematiek niet veel van de romantische komedies en drama’s van volwassenen.

Geen toeval, denkt Breeuwsma. ‘Kinderen willen niets liever dan groot worden. Veel klassieke kinderboeken gaan dan ook over dat omslagmoment van kind naar volwassene. Vaak wordt er letterlijk een reis gemaakt, met aan het einde de wijsheid die de kindertijd definitief afsluit.’ De ontwikkelingen zijn meestal subtiel weergegeven in spannende avonturen. Zo wordt Bastiaan volwassen als hij zijn boek wordt ingetrokken, en hij moet kiezen tussen fantasie en werkelijkheid. Met zijn laatste wens maakt hij de keuze om terug te keren naar de realiteit, waar hij zijn kwelgeesten onder ogen zal moeten zien.

Dat klinkt als een opvoedkundige les. Wellicht wilde Michael Ende zijn lezers ook wel iets bijbrengen, maar voor kinderen is de educatieve waarde van een boek volstrekt irrelevant. Ze zitten al de hele dag op school, op pianoles of op voetbal. Een boek moet vooral vermaken, als hun ouders denken dat ze er iets mee opschieten is dat mooi meegenomen. Breeuwsma praat niet zo graag over de ‘functie’ van kinderliteratuur. ‘Veel lezen zou kinderen creatiever maken, maar het onderzoek hierover is niet heel indrukwekkend. Niet iedereen leest op dezelfde manier en effecten zijn niet te voorspellen. Het is wel zo dat het gedrag van de ouders van invloed is. Ben je omringd door boeken, dan ga je zelf ook eerder lezen.’

Alles wat je een kind aanbiedt is bovendien educatief. Als het maar nieuwe prikkels bevat die hen uitdagen. ‘Niets is zo spannend als iets wat je niet weet, of niet mag weten. De confrontatie met onwetendheid die kinderen voortdurend hebben, zorgt ervoor dat ze nieuwsgierig worden,’ zegt Breeuwsma.

Het succes van Harry Potter is met deze gedachtengang geen wonder. Want welk kind wil níet weten hoe je op perron 9 3/4 komt? Harry moet ervoor door een muur lopen, kinderen slaan gewoon het boek open en ze zitten in de trein naar Zweinstein. Als nu maar niemand roept voor het avondeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.