'Weet je wat helpt? Turkenmoppen vertellen'

Minderhedenbeleid, achterstandswijken, zwarte scholen, positieve discriminatie. . . Bijna altijd als het om de integratie van allochtonen in Nederland gaat, klinkt het problematisch....

Verbroedert sport?

In Emmen wel, aan de bar bij voetbalclub Angelslo, na afloop van een oefenpartijtje tussen de Turken en de Nederlanders.

Dan gaat het zo:

'Johannes! Hoe is het met jou dan?'

'Hé Ercan, je weet toch dat deze bar verboden is voor Turken?'

'Haha! Je kent me, ik ben al bijna Nederlander. Weet je trouwens wat een Turk in de lucht is? Luchtvervuiling! Hahahaha'

'Da's een goeie. Die Ercan. Nog een biertje?'

Ercan Aksit wordt De Nederlandse Turk genoemd, omdat hij zich zo snel aanpast, zeggen ze bij Angelslo - en dan moet hij grijnzen. 'Weet je wat helpt? Veel Turkenmoppen vertellen. Dat breekt het ijs.'

Hij is de vooruitgeschoven post van de Turkse gemeenschap in Emmen. Komt drie, vier dagen per week op de club, waar hij zijn lange lijf gemakkelijk langs de tafels beweegt en sigaretten rookt in de bestuurskamer. Het was dus zijn idee de Turken een plek te geven bij s.c. Angelslo, twee seizoenen geleden. De club worstelde met een tanend ledental, en de Turken voetbalden op straat of in de zaal, maar voor een eigen vereniging waren ze met te weinig.

Eerst was er scepsis, geeft scheidend clubvoorzitter Maarten Ackermans toe. 'Zijn jullie als bestuur wel goed wijs, hoorde ik dan. Ze wilden geen club in een club. Maar we hebben goed afgesproken dat ze hier kunnen voetballen, mits binnen de regels. Spreek geen Turks als er ook Nederlanders aan tafel zitten, dat soort dingen.'

En nu zijn ze bij Angelslo vreselijk trots op de Turkse jongens, die zich hebben voorgenomen kampioen te worden in de vijfde klasse zaterdagamateurs. 'Sportief gezien heeft Angelslo een geweldige sprong voorwaarts gemaakt', zegt Ackermans.

Het assortiment van de kantine is sindsdien aangevuld met kipfrikadellen en runderkroketten, want de meeste Turken eten geen varkensvlees.

Sportclub Angelslo is geworteld in de wijk Angelslo - in de jaren zestig volgebouwd met eengezinswoningen voor de arbeiders en gastarbeiders van de Akzo-fabriek. Turken en Nederlanders hadden er ieder een eigen wereld. Brandstichting bij instellingen voor buitenlanders deed de sfeer geen goed. Maar nu de Turken meedoen met het voetbal, krijgen ze ook in de wijk meer respect. Een voetbalfeest, zaterdag, moet het nieuwe elan beklinken. Dan schalt er Turkse muziek over de velden, en zijn er Marokkaanse kraampjes. 'Ik ben zo trots op die wijk', zegt Ackermans.

Sport verbroedert dus, althans in Emmen, want in de rest van Nederland schijnt het moeizamer te verlopen - zeggen degenen die erop studeerden. Zo schreef Rick Verelzen een scriptie over voetbal en allochtonen met een weinig opbeurende conclusie: buitenlanders willen helemaal niet voetballen in een Nederlandse club. Het liefst richten ze een eigen vereniging op, met een eigen competitie. Net zoals de arbeiders, jaren her, 'wild voetbal' gingen spelen. 'De Turken en Marokkanen doen in wezen hetzelfde.'

Logisch, zegt Mark van Berkum van de KNVB. Nederlanders weten nauwelijks iets van Turken of Marokkanen, en andersom, dus is er wantrouwen. 'In veel culturen is het niet normaal dat je contributie betaalt om te mogen voetballen. Dat levert soms problemen op. En dan is er de taal. En het tuchtelement: de zuidelijke culturen zijn nu eenmaal wat lichter ontvlambaar.'

Daarom dus hebben de Turken in Emmen een eigen elftal. Voor Ercan had het niet gehoeven, een apart Turks team, maar de jongens zelf zweren erbij. Al is het alleen maar uit tactische overwegingen. Op het veld dient hun taal als geheim wapen, schreeuwen ze 'uzun at' wanneer de bal diep moet gaan, of 'tut adami' als er een man neer moet. Weten de Hollanders veel.

'We voetballen nu eenmaal liever met buitenlanders onder elkaar', zegt Harun Kunt, speler in het Turkse elftal. 'Ik weet niet - dat gevoel komt ergens van binnen.'

Nog een verschil, zegt aanvoerder Onur Gezgin: 'Nederlanders gaan altijd samen met elkaar onder de douche. Zonder onderbroek! Dat zouden wij dus nooit doen.'

Ook bij Angelslo zitten de Turken 's avonds samen rond een kantinetafel, apart van de rest. 'Komt door het bier', zegt Gezgin. 'Nederlanders drinken veel bier na de wedstrijd, en wij Turken zijn dat niet gewend vanwege ons geloof. Na twee pilsjes sta ik al op mijn kop.'

Het heeft tijd nodig, zegt hij. Vorig jaar waren ze nog helemaal onwennig. Dan was het wedstrijd spelen en wegwezen. Nu lenen ze af en toe een Nederlandse speler, als ze zelf tekortkomen. 'Gaandeweg komt het goed.'

Laat dat nu precies overeenkomen met de theorie van Henk Meiburg, die met zijn bureau Accattone onderzoek doet naar sport en allochtonen. De eerste generatie gastarbeiders, zegt hij, dacht ooit nog terug te keren naar het moederland en zag dus geen heil in voetballen met de Hollanders. De tweede generatie valt tussen culturen in, wil wel meedoen maar kan het nog niet en zoekt daarom een eigen vorm. 'De derde generatie gaat het anders doen', zegt hij. 'Sport helpt, het brengt mensen bij elkaar, maar je moet het niet forceren. Maak je geen zorgen, het komt vanzelf goed.'

Laat op de avond, als de tafelbladen in de voetbalkantine rinkelen van de lege flessen bier, gaat Ercan Aksit tevreden naar huis. Naar zijn dochter van vijf. 'Ik ben een Nederlandse Turk. Mijn dochter, denk ik, zal een echte Nederlandse worden.'

Toine Heijmans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden