We zijn gehecht aan het gevoel van onveiligheid

Terwijl de criminaliteit per saldo al jaren daalt, menen we dat de samenleving steeds onveiliger wordt. Politici dragen bij aan het behoud van deze paradox....

Criminaliteit was bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen weer een van de belangrijkste, zo niet hét belangrijkste verkiezingsthema. Toch is de totale misdaad in Nederland sinds 2002 onafgebroken gedaald, zowel volgens burgers die zijn ondervraagd over hun slachtofferervaringen als volgens de politiecijfers. Dit is niet typisch Nederlands: ook in veel andere westerse landen vindt een daling plaats, waarbij vooral de sterkte van de daling en het moment waarop deze optreedt, verschillen. In de Verenigde Staten was de daling het eerst zichtbaar (halverwege de jaren negentig).

Ook zien we dat de onveiligheidsgevoelens in Nederland afnemen. Op de vraag: ‘Voelt u zich weleens onveilig’ geeft een steeds kleinere minderheid van de bevolking aan dat zij zich onveilig voelt: sinds 1999 zien we een daling van 31 procent naar 20 procent in 2008. Hiervan voelde 6 procent zich in 1999 nog vaak onveilig, terwijl dat in 2008 3 procent was. Zowel de feitelijke criminaliteit als de mate waarin de Nederlandse bevolking zich onveilig voelt, lopen dus al een flink aantal jaren synchroon.

Desondanks heerst een breed gedragen idee dat de criminaliteit toeneemt en dat mensen zich steeds onveiliger voelen. Cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) laten zien dat een ruime meerderheid van de Nederlanders inderdaad denkt dat de misdaad de laatste tijd is toegenomen. Mensen denken dus dat Nederland steeds onveiliger wordt, maar zelf voelen ze zich juist minder onveilig.

Wat deze bevinding nog eens extra paradoxaal maakt, is dat Nederlanders in internationale onderzoeken aangeven zich persoonlijk relatief veilig te voelen, terwijl ze criminaliteit juist bijzonder vaak noemen als een van de belangrijkste problemen waarmee Nederland te kampen heeft. In andere westerse landen is dit omgekeerd en blijkt criminaliteit sterker als persoonlijke bedreiging beleefd te worden. Nederlanders zijn dus vooral bezorgd over misdaad als maatschappelijke misstand, maar ze zijn helemaal niet zo bang om zelf slachtoffer te worden.

Ook onder volksvertegenwoordigers leeft dit sentiment. Het spoeddebat van 20 mei 2009, aangevraagd door PVV, SP en VVD naar aanleiding van de plannen van staatssecretaris Albayrak om acht gevangenissen te sluiten, is hiervan een mooi voorbeeld. Enkele Kamerleden geven aan niet te geloven in de cijfers over de dalende criminaliteit. Het Kamerlid Fred Teeven zegt tegen de staatssecretaris: ‘Dream on baby, blijf vooral in je eigen sprookjeswereld geloven en kijk niet naar de werkelijkheid.’ Zo ook Rita Verdonk: ‘Hoe kan het zijn dat het onveiligheidsgevoel onder de burgers toeneemt en de staatssecretaris hier een mooiweerverhaal houdt over gedaalde criminaliteitscijfers? Wie houdt wie voor de gek? ’ Opvallend is het selectieve vertrouwen in misdaadcijfers om de politieke standpunten kracht bij te zetten. De cijfers die wijzen op gedaalde criminaliteit worden in twijfel getrokken, terwijl de cijfers die een recente stijging in het aantal overvallen laten zien wel voor waar worden aangenomen. Deze selectiviteit is een vezelrijke voedingsbodem voor de misdaadparadox.

Het politieke debat heeft het afgelopen decennium zeker bijgedragen aan het misverstand over de veiligheidsbeleving. Het thema criminaliteit is hiervoor uitermate geschikt, zoals blijkt uit de vele spoeddebatten in de Tweede Kamer. Die zijn vooral ingegeven door incidenten, zoals in 2008 en 2009 de overlast door Marokkaanse jongeren in de Goudse wijk Oosterwei. In 2006 concludeerde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling al dat Tweede Kamerleden het veiligheidsrisico van het tbs-systeem ernstig overdreven in reactie op ontsnapte tbs’ers.

Wat doet het er eigenlijk toe of we ons nu persoonlijk onveilig voelen of dat we denken dat de samenleving er slechter voor staat? In beide gevallen is criminaliteit het onderliggende probleem. Het doet ertoe omdat het veiligheidsbeleid zich sinds begin deze eeuw actief ten doel stelt om de onveiligheidsgevoelens terug te dringen, ongeacht de werkelijke criminaliteit. Het is duidelijk niet voldoende om de onveiligheid terug te dringen om ook de beleving ervan te verbeteren: de misdaad daalt immers al jaren zonder dat we het in de gaten hebben.

Verschillende vormen van onveiligheidsbeleving vragen om een verschillende aanpak. Angst voor slachtofferschap is een emotionele reactie die uiteenlopende en complexe oorzaken kan hebben. Daarentegen kan het idee dat de criminaliteit is toegenomen simpelweg getoetst worden aan de werkelijkheid. Terwijl beleidsmakers zich het hoofd breken over hoe de angst aan te pakken, betreft de onveiligheidsbeleving in Nederland vooral een te pessimistische inschatting van de feitelijke criminaliteit. Informatievoorziening zou de feitelijke criminaliteit en de perceptie daarvan meer in evenwicht kunnen brengen. Ik heb niet de illusie dat hiermee ook de maatschappelijke onvrede wordt verholpen. Maar die komt dan ook maar in beperkte mate voort uit de criminaliteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden