We zijn Denemarken niet

Geert Wilders wordt op internetsites verketterd en bedreigd. Intussen werpen Nederlandse moslim- en migrantenorganisaties zich op als de hoeders van tolerantie en solidariteit. Hoe kan dat?

Gruwelijk is de boodschap die op 28 januari in het Arabisch op verschillende jihadistische internetfora wordt geplaatst: ‘Ik roep anderhalf miljoen moslims in Nederland op om deze afvallige af te slachten.’ Het aantal moslims is weliswaar schromelijk overdreven, maar glashelder is wie met ‘deze afvallige’ wordt bedoeld: het Nederlandse Tweede Kamerlid Geert Wilders.

Inmiddels is het jihadpamflet – waarin ook Mohammed B. wordt vereerd en terroristische aanslagen in Nederland worden aangemoedigd – door tientallen websites overgenomen. En laten talloze jihadistische knutselaars zich op www.myhesbah.com inspireren door forumdeelnemer Abu Abderrazak. Hij roept op prentjes te maken met ‘zinnen die moslims aanzetten tot het vermoorden van Wilders en het vernietigen van Nederlandse belangen’. Op de sites zijn gemanipuleerde foto’s te vinden van Wilders en het lijk van Theo van Gogh (‘Wil je achter je vriend aan Van Gogh!?’) en beelden van mujahedin met bivakmutsen die op het punt staan de PVV-leider te onthoofden.

Wie de oproep heeft geschreven, is onduidelijk. Hoewel het bericht ook op een afgeschermd deel van een aan Al Qaida gerelateerde site (al-ekhlaas.net) is geplaatst, kan het niet worden beschouwd als een fatwa van het terreurnetwerk van Osama bin Laden. Niettemin zijn de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verontrust. Wilders gaat over de tong in jihadistische kringen, die proberen Nederlandse moslims te mobiliseren. Gevreesd wordt dat de oproep door geradicaliseerde Nederlandse moslimjongeren kan worden opgevat als een ‘sanctionering’.

Vanuit de Nederlandse moslimgemeenschap worden naar de Arabische wereld ook signalen afgegeven. Maar die zijn volstrekt anders van toon en inhoud. Neem de Federatie van Islamitische Organisaties in Nederland (FION); die stuurde op 11 februari een brief aan sjeik Yusuf al Qardawi, dé sterprediker van het Arabische televisiestation Al Jazeera. In de brief wordt de tactiek van Wilders – moslims provoceren om te polariseren voor eigen electoraal gewin - uiteengezet. De opstelling van de Nederlandse regering en het volk wordt omstandig geprezen.

Stappenplan
FION vraagt Al Qardawi hen te helpen bij het realiseren van een stappenplan ‘om de waarheid van de islam helder te presenteren’. Bijvoorbeeld via een Koranwedstrijd (de ‘Holland International Award voor de Heilige Koran’), zodat niet-moslims op plezierige wijze over de islam leren en niet alleen maar worden geconfronteerd met boycots en rellen. Rond 10 maart heeft de FION nog eens een kleine dertig brieven doen uitgaan naar invloedrijke islamitische functionarissen en geestelijken.

Ook het Landelijk Beraad Marokkanen (LBM) probeert de Arabische wereld in milde zin te beïnvloeden. Afgelopen week zond het LBM een ‘objectieve analyse’ van de Nederlandse situatie rondom Wilders’ film Fitna naar allerlei islamitische geleerden, instituties en regeringen. In het rapport wordt uitgebreid onderbouwd waarom moslims wereldwijd kalm dienen te reageren op de film.

Beledigen van de islam ‘is in feite een inherent verschijnsel aan de globalisering’, analyseert het LBM nuchter. De islam zal zijn plaats moeten vinden in de universele cultuur en zal in het Westen niet vanzelfsprekend worden aanvaard. ‘De belediging van de islam zal daarom een permanent karakter krijgen.’ Op langere termijn moeten moslims het debat over hun geloof aangaan en ‘samenwerking zoeken met rechtvaardige, democratische en humanistische partners in het Westen’.

Pront concludeert de LBM: ‘Nederland is Denemarken niet. Moslims zijn hier volwaardige, actieve en verantwoordelijke burgers. De Nederlandse samenleving is solidair. Daarom verdient de Koranfilm een andere benadering.’

Eerder al stuurde het multiculturele instituut Forum een soortgelijke boodschap – vervat in een Factbook met feiten over de situatie van moslims in Nederland – naar de top van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) in Senegal. Met cijfers over onder andere arbeidsparticipatie en de vrijheid van het aantal moskeeën in Nederland (453) wil Forum tegenwicht bieden aan de scheve beeldvorming over Nederland.

De tegenstelling is opmerkelijk: terwijl in de islamitische wereld de messen worden geslepen en Nederlandse vlaggen worden verbrand, doen de moslims hier alle mogelijke moeite de rust te bewaren en het imago van Nederland op te poetsen. Patriottisch roepen zij het buitenland op geen Hollandse producten te boycotten. Dapper, zij het in voorzichtige bewoordingen, laten ze grootmoefti’s en sjeiks weten zelf hun boontjes te kunnen doppen. Loyaal dragen ze het standpunt van de regering uit: de film kan niet verboden worden, wij respecteren de vrijheid van meningsuiting, maar Wilders is wél gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid.

Omslag
Hoe kan het dat vooral moslim- en migrantenorganisaties zich opwerpen als de hoeders van tolerantie en solidariteit, terwijl in Nederland het islamdebat gepolariseerder lijkt dan ooit? Mohamed Rabbae, voorzitter van het LBM, heeft wel een verklaring voor de omslag in de houding van Nederlandse moslims. Na de moord op Theo van Gogh bleef het opvallend stil. Ook na andere incidenten, met Ayaan Hirsi Ali of de Deense cartoons, spraken zij zich nauwelijks uit tégen de extremisten.

‘Wat toen overheerste, was: wij hebben daar niets mee te maken’, zegt Rabbae. Waarom moesten alle moslims verantwoording afleggen voor de terreur van een eenling? Daar kwam bij dat het derde kabinet-Balkenende ook niet op veel sympathie kon rekenen. ‘Na de moord op Van Gogh heeft Verdonk (toen minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, red.) moslimorganisaties bij zich geroepen. Ze sloeg met haar vuist op tafel: dit pik ik niet! Wat moesten we daar nou mee? Hierdoor ontstond veel aversie.’

Rabbae ziet 7 maart 2006, de dag van de gemeenteraadsverkiezingen, als een ‘breekpunt’. Liefst 69,7 procent van de niet-westerse kiezers ging stemmen, tegen 58,2 procent van de autochtonen. Onder Marokkaanse Nederlanders heerste, zegt Rabbae, ‘strijdwarmte’: het gevoel dat ze het verschil kunnen maken. ‘We zijn ons nu meer bewust van de strategie van Wilders en Verdonk: zij scoren met een negatief beeld van moslims. Dat mogen we ze absoluut niet cadeau geven.’


Bovendien is het incasseringsvermogen – na Fortuyn, Hirsi Ali, Verdonk en Wilders – toegenomen, zegt Rabbae. Een soortgelijke conclusie trok oud-AIVD-hoofd Sybrand van Hulst eind november in deze krant. ‘Er treedt gewenning op.’ Of, zoals staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken) het eerder dit jaar in het tv-programma Buitenhof verwoordde: ‘Het harde en vaak onaangename debat van de laatste jaren heeft een bewustwording teweeggebracht. Het heeft de emancipatie in deze groepen versneld.’

Leidde de toon van het debat voorheen tot radicalisering en een diep gevoeld slachtofferschap, nu staat er een weerbaar islamitisch middenveld waar ideeën bruisen. Sinds eind november uitlekte dat Wilders een anti-Koranfilm gaat maken, regent het acties. Van De Tegenfilm van Ersin Kiris en de verkoop van T-shirts met de tekst Holland Loves Muslims (en andersom), tot het organiseren van debatten en open dagen in moskeeën .

Daarin krijgt de moslimgemeenschap volop steun van het autochtone volk. Kerken trekken samen op met moskeeën, bekende en minder bekende Nederlanders plaatsen petities en advertenties, vandaag protesteren naar verwachting duizenden mensen op de Dam in Amsterdam tegen de ‘intolerante en discriminerende uitspraken van de PVV’.

In de kou
Maar de politiek, klinkt het al maanden, laat de moslims in de kou staan. Tweede Kamerleden dienen Wilders veel te voorzichtig van repliek. Het strafrecht biedt evenmin uitkomst. Zo’n 45 organisaties en individuen hebben aangifte gedaan wegens haatzaaien en beledigen. Het Openbaar Ministerie heeft nog altijd geen vervolgingsbeslissing genomen.

Deze ‘kloof tussen politiek en moslimburger’ manifesteert zich ook in de aanpak van de verwachte dreiging uit de islamitische wereld. De meeste Kamerleden kiezen voor terughoudendheid, onder het mom ‘de film is er nog niet, dus zeg ik er niets over’. Moslims daarentegen onderkenden al snel de noodzaak tot vroegtijdige actie. Afwachten tot de film er is, is te laat, realiseren zij zich. Zij weten dat Wilders in de islamitische wereld een grotere bekendheid geniet dan Hirsi Ali. Dat zijn uitspraken over de Koran en de Profeet daar al zeker een jaar op het netvlies staan. En dat zijn film zal worden gezien als de zoveelste aanval van het Westen op de islam, analoog aan de Mohammed-cartoons uit Denemarken.

Waar de overheid vooral Wilders aanspreekt op de mogelijke consequenties van zijn film, gaan Nederlandse moslims in gesprek met islamitische ambassadeurs en geven ze interviews aan internationale media. Het LBM drong er, eind februari, bij de ministers Vogelaar (Integratie) en Hirsch Ballin (Justitie) op aan speciaal voor de Arabische en Iraanse media een persconferentie te beleggen. In islamitische landen wordt immers geen verschil gemaakt tussen wat een parlementariër en wat de regering vindt. Dus kan heel Nederland verantwoordelijk worden gesteld voor Wilders’ film.

In hoeverre dat advies een rol heeft gespeeld in het standpunt van de regering – die ongetwijfeld een soortgelijk verhaal van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te horen kreeg – is onduidelijk. Maar premier Balkenende hield op 29 februari een persconferentie (overigens niet voor Arabische media) waarin hij stelde dat de regering ‘fundamenteel’ met de PVV-leider van mening verschilt. ‘Vrijheid ontslaat niemand van zijn verantwoordelijkheid’, zei hij.

Boycot
Die boodschap leidde niet meteen tot een verzoenende toon in de islamitische wereld. Media namen de verklaring weliswaar neutraal en dikwijls integraal over, maar belangrijke soennitische en sjiitische geestelijken riepen, de een wat verhullender dan de ander, op tot een verbod op de film of een boycot van Nederlandse producten.

In dat gespannen klimaat hadden de Deense kranten, half februari, ook nog eens besloten de beruchte Mohammed-cartoons opnieuw te publiceren (nadat drie mannen waren opgepakt wegens het beramen van een moordaanslag op cartoonist Kurt Westergaard). Sindsdien worden Denemarken en Nederland door islamitische geleerden en sommige Arabische en Iraanse politici in een adem genoemd.

Want Arabische regimes, die fundamentalistische krachten in hun nek voelen ademen, kunnen goede sier maken door zich fel af te zetten tegen de westerse beledigingen van de islam. Verder lijkt, net als tijdens de eerste cartooncrisis in 2006, een wedloop gaande tussen het sjiitische Iran en het soennitische Saoedi-Arabië om wie het krachtigste weerwoord heeft.

Iran lijkt het voortouw te nemen. Verschillende Iraanse autoriteiten hebben al opgeroepen Nederland en Denemarken, ‘steunpilaren van het zionisme’, te straffen. Begin deze week riep de Iraanse directeur van het ‘Hoofdkwartier van de Waardige Bloggers’ op tot een virtuele jihad tegen landen die ‘bezig zijn de wortels van de islam en de Koran te vernietigen’. Gedoeld wordt op ‘beledigingen op internet’, zoals fitnathemovie.com.

Toch denken veiligheidsanalisten sinds een week een lichte kentering te kunnen waarnemen. Over Nederland lijkt men iets milder te oordelen dan over Denemarken, dat de vrijheid van meningsuiting resoluter uitdraagt. FION-voorzitter Yahia Bouyafa denkt dat het langzamerhand tot het Midden-Oosten begint door te dringen dat de Nederlandse regering zich anders opstelt dan de Deense.

Wellicht dragen de inspanningen van de Nederlandse moslims daaraan bij. Maandag verscheen op de internationale islamitische site islamonline.net een lijvig en waarderend stuk over de oproep van de FION vooral ‘beschaafd’ te reageren op Wilders’ film. Het LBM gaf interviews over zijn rapport (onder andere aan de Iraanse televisie); het Factbook van Forum is van Ghana tot Pakistan verspreid.

Uitschieters
Volgende week bezoekt een delegatie van moslims en christenen Egypte, waar ze onder anderen spreken met sjeik Mohammed Sayyid Tantawi van de Al Azhar universiteit in Caïro, de hoogste soennitische autoriteit. Hij riep onlangs de internationale gemeenschap op zich uit te spreken tegen de film van Wilders. De houding van Nederlandse moslims is wezenlijk anders dan die van sommige Deense, zegt Bouyafa. ‘Zij gingen naar het Midden-Oosten om de cartoons onder de aandacht te brengen. Wij om vrijheid van meningsuiting uit te leggen.’

Niet alle moslims in Nederland delen dit liberale standpunt, maar tot nu toe houden ook politieke salafisten zich koest. Imam Jneid Fawaz van de Haagse As-Soennah moskee – die Hirsi Ali en Van Gogh vervloekte, vlak voordat Mohammed B. de cineast vermoordde – maant tot kalmte. De AIVD maakt zich geen zorgen dat hij ongemerkt de boel op scherp zet, aldus bronnen in veiligheidskringen. Wel is er het risico dat jongeren zulke imams te soft vinden en zelf een rechtvaardiging zoeken om in actie te komen – en die vinden in jihadpamfletten op internet.

Ongeveer 20.000 mensen deemonstreerden in april in Karachi tegen de film Fitna van Geert Wilders en de omstreden Deense spotprenten. (EPA) Beeld EPA
Ongeveer 20.000 mensen deemonstreerden in april in Karachi tegen de film Fitna van Geert Wilders en de omstreden Deense spotprenten. (EPA)Beeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden