‘We zijn de greep op ons eigen bestaan kwijt’

We worden belazerd, zegt toneelschrijver Koos Terpstra. Door bedrijven, publieke diensten: ‘Er is een gigantische machteloosheid in ons leven gekomen.’Door Jan Tromp..

Toneelschrijver Koos Terpstra: ‘Ik zag ooit een fototentoonstelling van Berlijn na de Tweede Wereldoorlog. Je zag ouderen die doelloos in het rond liepen door de verwoeste stad. Je zag kinderen die vrolijk over het puin huppelden, in een stad vol mogelijkheden. Het kan van ver moeten komen, maar er is altijd een nieuw begin.’

Negen jaar, tot eind 2008 leidde Terpstra het Noord Nederlands Toneel, gevestigd te Groningen. Hij deed het met het geduld van de monnik en de drift van een voetbaltrainer. Wat eruit voortkwam was ‘een enerverend Brechtiaans punkbandje’, zoals NRC Handelsblad schreef. ‘Al mijn voorstellingen gaan over waarheid en leugen’, zei hij zelf.

Politici en andere gezagsdragers moeten het dikwijls ontgelden in zijn toneelstukken. In De Vrouw met de Baard uit 2007 vaart Vrouw uit tegen Baas: ‘Kijk wat je bent geworden. Een kruiperige slang. Een wandelend moeras, waar alles wat erin gaat wegzakt.’

Nu is hij in retraite. Hij had een fantastische tijd in Groningen, het was goed ermee te stoppen. Hij had nog een lijstje liggen van achterstalligheid. ‘Ik heb dat hele lijstje afgewerkt. Ik heb zelf een werkbankje in elkaar gezet, ik ben meegegaan op een vrachtboot, ik heb gewandeld van Groningen naar Amsterdam, ik heb de vogelgeluiden leren kennen.’

Er is nog genoeg te wensen. Hij zou dolgraag een keer met een veegkarretje van de gemeentelijke reinigingsdienst meegaan. ‘De kunst is elke keer opnieuw te ervaren wat er gebeurt. Dat is voor mij de essentie van geluk.’

Hij werkt aan een stuk voor het Zuidelijk Toneel dat in de herfst in première moet. 55 is hij. ‘Ik zie aan anderen dat ik niet meer jong ben. Ik kom op straat een leuk meisje tegen, ik kijk naar haar, zij kijkt langs me heen alsof ik niet besta. O, denk ik dan, hier staat een oude man naar een leuk meisje te kijken. Anderen maken je ouder. Als ik alleen op een eiland had gewoond, was er niks aan de hand geweest.’

Hij is een wonderlijke jongen, Koos Terpstra. Hij heeft een felle kop, in ieder geval bij tijd en wijle, en uit zijn kijk op de wereld trekt hij sombere conclusies. Maar ook kunnen zijn ogen sprankelen van alledaags geluk. ‘De mensen in Nederland zijn gelukkig. Dat weet ik honderd procent zeker. We leven met onvoorstelbaar veel mensen op een kluitje, en dat gaat idioot goed. De ergernis, de onlustgevoelens zijn er als mensen met autoriteiten te maken krijgen. Dan gaat het mis.’

Maar al die agitatie dan, ook in het dagelijks verkeer?

‘Ik denk dat het meevalt. Wij Nederlanders zijn grover dan Amerikanen en Duitsers, dat wel. Maar let maar eens op: het schelden gebeurt vooral als iemand eindelijk een functionaris treft die hij kan aanpakken, op wie hij zijn frustratie kan botvieren.’

Als een stadion vol volwassen huisvaders...

‘Stadions moet je niet meetellen.’

...de kankerjoden aan het gas willen hebben, kun je toch niet volhouden dat het wel meevalt.

‘Ik kom niet meer in stadions. Ik heb geen zin naar over het paard getilde jongetjes te kijken die denken dat ze geweldig zijn. Maar de keren dat ik er was, hoorde ik een hoop creativiteit. Dat moet ik eerlijk zeggen. Ik ga het niet goedpraten, dat van de Joden, maar je moet ook de humor ervan inzien.’

Waar zit het volgens jou dan wel fout in onze democratie?

Hij valt stil. Dan: ‘Ik heb het gevoel dat ik op geen enkele manier iets ten goede kan keren.

‘Ikzelf kan nog een toneelstuk schrijven. Maar de meeste mensen kunnen niks anders dan zich richten op hun kleinburgerlijkheid en op de koopzondag. Het zijn mensen die uit ervaring weten dat ze geen mogelijkheid hebben om als het erop aankomt iets ten goede te keren.

‘Het zou nog niet zo erg zijn als we het zouden weten, als het ons gezegd zou zijn.

‘Ik kan mijn regering daarin niet vertrouwen. Ze zeggen wat ik wil horen. Maar ik wil dat ze zeggen wat ze vinden. Ik zou dolblij zijn als er weer mensen zaten die zeiden: ik vind dit of dat, en val vooral dood als je het niet met me eens bent. Dat ik weet waar ik op stem.

‘Maar ze kiezen niet. Ja, ze kiezen voor het grootste aantal kiezers. Maar dan valt er niks meer te kiezen.’

Politiek bestaat bij gratie van het compromis.

‘Ik begrijp ook wel dat wie binnenhaalt, altijd een hoop kwijtraakt. Maar als je je hart volgt, zijn er geen compromissen. Als je zegt dat je zult strijden voor een zaak, dan strijd je voor die zaak. In zekere zin doet de uitkomst dan niet meer ter zake. Strijden is helderheid. Maar politiek is langzamerhand verworden tot niks meer zeggen.’

Heb je dat altijd gehad, die neiging om jezelf aan flarden te redeneren?

‘Altijd. Ik zal het van thuis hebben meegenomen. Vanaf het moment dat ik kon lezen, wist ik dat ik schrijver wilde worden. Maar ik ben van ver gekomen. Onderweg leer je ontzettend veel.

‘Als je van Texel bent en van een arbeidersgezin, is de weg heel lang, kan ik je vertellen. Ik heb het pas hardop durven zeggen toen ik 22, 23 was. En al die tijd wist ik dat ik schrijver wilde worden. Maar ik was de enige die het wist.’

Zeg niet dat hij van de hak op de tak springt. Hij associeert, en hij doet dat naar hartelust. Via Steely Dan’s Hey Nineteen en de gang der generaties komen we uit bij het verschijnsel van de nieuwe tijd. Vernieuwing, zegt hij, presenteert zichzelf als iets dat je erbij krijgt. Maar al te vaak is dat gewoon niet waar. De kern van vernieuwing is dat je ook iets wordt afgenomen.

We zijn bij ons onderwerp: de door anonieme machten opgedrongen veranderingen die je als burger onvrij maken, die je het gevoel geven dat je speelbal bent, er niet toe doet – en het verstikkende gevoel van machteloosheid dat vervolgens je deel is.

Wie het wantrouwen wil snappen van gewone mensen in de leiding van het land, zegt Koos Terpstra, wie op zoek is naar de diepere achtergronden van al die onlustgevoelens, moet zich eens realiseren hoe anoniem ons dagelijks leven is gemaakt.

Daar is ie: de ov-chipkaart!

Terpstra: ‘Wil je me woedend maken? Om te beginnen: ze zeggen dat je hem krijgt, de ov-chipkaart. Maar ze nemen je de strippenkaart af.

‘Wat er vervolgens gebeurt is echt schandalig en nog nooit vertoond. Er is een instelling die jou een kaart geeft. Je moet die kaart voor een kastje houden, bij het ingaan en het uitgaan. Dan schrijven zij regelrecht een bedrag van je bankrekening af, zonder dat je erbij kunt en zonder dat je een papier ontvangt dat aantoont dat je inderdaad in A en in B bent geweest. En als het ergens fout gaat, heb jij het probleem. De Nederlandse overheid doet alsof het zo hoort.

‘Ik las in de krant dat als je geen saldo hebt – wat een heleboel mensen met regelmaat overkomt – de chipkaart wordt afgesloten zonder dat jou iets wordt gezegd.

‘Iedereen in Nederland roept steeds: waar zit die onvrede, wat gebeurt er toch met dit land? Naar mijn gevoel zit het voor een heel groot deel in de anonimisering. Met dank aan de Nederlandse regering die publieke voorzieningen en publieke diensten op grote schaal verpatst heeft aan de markt.

‘Je wordt overal met een kluitje in het riet gestuurd. Ik vraag je: waar denk je dat agressie vandaan komt? Ik weet waar agressie vandaan komt. Van het feit dat je eindeloos van de kast naar de muur wordt gestuurd. Als je dan eindelijk iemand te pakken hebt van wie je in de verte vermoedt dat hij wel eens verantwoordelijk zou kunnen zijn, gaat zo’n vent boeten voor de hele klerezooi. En niet zo’n beetje ook.

‘Er is een machteloosheid in ons dagelijks leven gekomen die gigantisch is. Je kunt nergens meer bij. Je wordt helemaal gek gemaakt. En dan proberen ze aan je neus te hangen dat de klant steeds onvriendelijker wordt. Nee, nee, nee, nee. De onbeschoftheid zit aan de andere kant.’

Zal hij nog twee uur doorgaan? Drie uur? Hij is nog lang niet klaar.

‘Ik bel. Ik ga de wachtlijst in. Ik had het van de week met de NS. Ze willen dat ik mijn kaartje koop via internet. Hou de mensen weg van het loket.

‘Oké, ik koop mijn kaartje via internet, maar het lukte niet om te betalen. Het ding deed het niet. Het gaf ‘error’. Dan denk je: oké, later nog een keer proberen. Uiteindelijk ben je algauw twee uur bezig, het ding bleef maar ‘error’ vermelden.

‘Ik dacht: ik ga maar bellen. 35 cent per minuut. Op het bandje stellen ze je gerust, ze zeggen: we vragen voor dit gesprek niet meer dan 17,50 euro. Dat is al een onbeschoftheid van hier tot Tokio. Normaal gedrag, beleefd gedrag zou zijn dat als ik op mijn scherm voortdurend een ‘error’ krijg, de NS dit opmerkt en mij gaat bellen: meneer, we zien dat u heel veel moeite doet om bij ons een reis te boeken, hoe kunnen wij u helpen? Kunnen wij even samen kijken hoe we dit gaan oplossen, want u heeft al zoveel voor ons gedaan. Dat zou normaal zijn, toch?

‘Ik kreeg een poppetje op mijn telefoonscherm. Het poppetje heette Sophie. Sophie bestaat dus niet. Een stem zei: ‘Sophie gaat u met alles helpen.’ Ben ik soms debiel?

‘Sophie sprong wat op en neer, en de stem zei: ‘Sophie adviseert u zus en zo te doen.’ Dat deed ik. Het resultaat: error. Ondertussen – mag ik dat er nog even bij zeggen – had ik telkens alles opnieuw moeten invullen. Het is niet zo dat Sophie tegen je zegt: ‘ik heb natuurlijk al lang uw gegevens, sorry voor alle narigheid, maar die formulieren hoeft u uiteraard niet meer in te vullen.’ Zo is het niet. Dus ik vul opnieuw alles in, het resultaat is error, ik bent vastgelopen en klemgezet, en vervolgens krijg ik de vraag voorgelegd: ‘Heeft Sophie u goed geholpen?’

Na omzwervingen kreeg hij een levende mevrouw aan de telefoon.

‘Je legt je probleem voor, ze zegt: ‘Maar als u wilt betalen, moet u op uw computer de beveiliging uitschakelen.’ Waarop ik zeg: ‘Dat is toch een beetje raar? Altijd als ik moet pinnen, krijg ik te horen dat ik vooral niemand moet laten meekoekeloeren, en nu zegt u dat ik de beveiliging moet uitschakelen.’ ‘Ja’, zegt ze, ‘maar doet u dat nu maar; weet u, u hóeft me niet te geloven, dan moet u het zelf weten’ – dat was de toon, hè. Ik zei nog eens: ‘Maar mevrouw, ik vind het raar’, en zij op een steeds barsere toon: ‘Ik zeg u wat u moet doen’.’

Oké, waar komt de onvrede vandaan?

‘De onvrede komt doordat je nergens bij kunt. We zijn op een aantal essentiële gebieden – de gezondheidszorg, de telefonie, de communicatie – in situaties terechtgekomen, met dank aan de overheid, waarin je totaal machteloos bent gemaakt.

‘Als je te maken krijgt met organisaties die maar met één vraag bezig zijn, namelijk hoe ga ik deze figuur helemaal leegtrekken terwijl ik hem op zo groot mogelijke afstand houd, dan vraag je om razernij onder de mensen. ‘

Zijn we de greep kwijt op ons eigen bestaan?

‘Ja, maar dat is nog niet het ergste. Als gezegd zou worden: oké jongens, jullie worden belazerd door telefoonmaatschappijen en andere publieke diensten, we weten het, we kunnen of willen er niets aan doen, dan is daar tot op zekere hoogte mee te leven. Ik bedoel, er zijn meer corrupte maatschappijen.

‘Maar dat gedaan wordt alsof – terwijl een grote meerderheid van de bevolking de onmacht ervaart –, dat maakt het erg.

‘Het Gemeentelijk Vervoerbedrijf van Amsterdam heeft drie directeuren. Alle drie verdienen ze meer dan de Balkenendenorm. Dat zijn dezelfde mongolen, want een ander woord wil ik hier niet gebruiken, die tegen de chauffeurs hebben gezegd: als jullie de dienstregeling niet halen, moeten jullie hier en daar een halte overslaan. Want ze rekenen erop dat ze niet worden beoordeeld op hun werk, maar op de dienstregeling. Dus rijdt de bus de halte voorbij waar mensen staan te wachten in de regen.

‘Wat me eraan herinnert dat diezelfde directie destijds bij de introductie van nieuwe pontjes over het IJ de belofte niet kon waarmaken dat de boten elke vijf minuten zouden varen. Men vond een briljante oplossing. Jarenlang heeft bij de pont een klok gehangen – en ik lieg niet – die zes minuten deed over elke vijf minuten.

‘Ik vind het bedrag van die Balkenendenorm niet eens zo hoog, maar we hadden afgesproken dat in de ambtelijke dienst niemand meer krijgt dan wat Balkenende verdient. Toch strijkt de leiding van tram en bus meer op dan Balkenende. En dat geldt niet voor één directeur, maar voor drie directeuren. Wat moeten gewone mensen nog geloven?’

Nog één puntje.

‘Columbo.’

Hoezo Columbo?

‘Dat was die kleine tv-detective, met dat luie oog. Dan stond hij te praten met iemand, altijd over niks, en dan liep hij weg en dan zei die, in de draai: nog één dingetje. En dan kwam het.’

Goed, dat ene dingetje: is er een uitweg?

‘Een uitweg is er altijd, al gaat die al te vaak gepaard met ontzettend veel ellende. Maar er is een uitweg. Er is altijd weer een nieuwe generatie. Die gaat het oppakken. Het kan niet anders.

‘Misschien kun je nog iets met deze gedachte. Amusement heeft net als politiek een slechte klank gekregen. In het amusement zijn ze op hun knieën gegaan voor het publiek.

‘Ik wil geen amusement van iemand die voor mij op z’n knieën gaat. Ik wil dat zo iemand mij iets laat zien dat mij van de ene in de andere verbazing doet vallen. Ik wil meegenomen worden. Voor zo’n artiest heb ik duizend keer meer bewondering dan voor de gladjanus die maar één ding uitstraalt: vind me leuk, alsjeblieft, vind me leuk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden