columneva hoeke

We waren niet de enigen die op het idee waren gekomen te ontsnappen aan de sleur

Eva Hoeke Beeld Aisha Zeijpveld
Eva HoekeBeeld Aisha Zeijpveld

We waren ontsnapt. Mijn vriendin en ik, één nachtje maar, niet veel langer dan een etmaal, maar toch, een onderbreking van de bekende eenheden waarmee we ons sinds het begin van de lockdown omringden – het klikken op series, de dagelijkse gang naar de supermarkt, pindakaas met stukjes noot. Een week eerder was ons ineens het licht opgegaan. Waarom boekten we niet, in plaats van weer een wandeling langs bekende paden, een nachtje in een hotel? Met een diner op de kamer, ontbijt op bed en tussendoor tijd voor wat we het beste doen, namelijk elkaar bevestigen in het feit dat we ook nog een andere identiteit hadden dan die van moeder, manager, middenvelder?

Bij de aankondiging had de oudste dochter staan jammeren als een potlam, maar hier, in de stille binnentuin van een Monnickendams hotel, aan een ongedekte gietijzeren tafel met koffie die we zelf mee naar buiten hadden moeten nemen (de hotelier had het woord protocol met een zucht uitgesproken) was de wereld die we die ochtend hadden achtergelaten definitief verdwenen, opgelost, als suiker in heet water, van ons afgegleden als water van een eend. Links van ons prikte de torenspits van de Sint Nicolaaskerk een leigrijs gat in een strakblauwe lucht, en terwijl hoog boven ons de vogel zong die je altijd hoort wanneer de zon schijnt, keken wij elkaar tevreden aan: dat we dit niet eerder hadden bedacht.

En ons voornemen was nog wel zo heilig geweest, twee jaar eerder. Voor het eerst sinds jaren waren we samen op vakantie gegaan naar een Grieks eiland. Het vijfdaagse vacuüm had niet alleen blootgelegd dat we te lang onafgebroken hadden gewerkt en níét alleen waren geweest, een zelfstandige unit zonder aanhangsels, we waren ons ook weer opnieuw bewust geworden van onze zintuigen. De mens is een visueel wezen, las ik met mijn voeten in het kabbelende water, meer dan een derde van onze hersenen is ingeruimd voor het verwerken van dingen die we kunnen zien, in plaats van voor wat we kunnen voelen, proeven en horen. Fijn om te constateren dat het met dieprode tomaten in een azuurblauwe kom met Medusamotief, het geroezemoes van een andere taal en het klóenk-effect van een glas pinot noir ruim voor vijven, prima lukte om ze allemaal weer eens te benutten. Neuh, deze houden we erin, zeiden we terwijl we nog maar eens de Egeïsche Zee in waggelden. Maar hoe lang zaten onze zintuigen sindsdien al in quarantaine?

Eén etmaal hadden we.

We waren niet de enigen die op het idee waren gekomen. Zigzaggend gingen we om de drukte heen, in en uit de schaduw, langs mensen zoals wij, gewone mensen, gemiddelde mensen, mensen die op hetzelfde uit waren, een tijdelijke bevrijding. Een beer van een vent met een schildersoveral bij een friettent, een moeder en dochter, armpie door. Bij het buitenloket van een koffiezaak de lokale jeugd die met schorre stemmen en een latte in de hand het leven doornamen, bewoners die zich met flessen wijn op bankjes voor hun huizen hadden geposteerd, poes in de vensterbank, hond aan de voeten. Representanten van de coronasamenleving, je wist pas dat je ze mistte wanneer je ze allemaal weer zag. ’s Avonds proefden we van krab en kabeljauw en ’s nachts sliep ik slecht, maar dat was ingecalculeerd, de slechte slaper slaapt alleen als alles normaal is, in het eigen bed, in eigen huis en onder eigen dekens, en zelfs dan niet.

Het gaf niet.

Ik was wakker, alles in mij was weer even wakker, ik kreeg precies waarom ik had gevraagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden