essay nieuwe rituelen

We vinden steeds meer redenen om het leven te vieren, dus we hangen fanatiek de slingers op

Tien jaar na de eerste zoen of het einde van een burn-out: we grijpen steeds meer gelegenheden aan voor uitbundige feesten. Maar waarom eigenlijk?

Beeld Ivo Janss

Hun trouwdag vieren hoeven ze niet, trouwen kan iedereen. Verjaardagen vieren ze graag, maar er is één jubileum waarmee wordt uitgepakt bij Petra Beers en Rob van Zandvoort thuis: de eerste zoen. Het moment dat voor hen uniek is, toen ze verliefd werden, waar alles uit voortkwam. Niet te vaak, dat hoeft nou ook weer niet. Eens in de tien jaar vieren ze het, maar dan ook echt. Afgelopen september was het de derde keer en dan is weinig ze te gek. Na twee edities weten vrienden inmiddels ervan, er vallen wat vrienden af en er komen er wat bij in zo’n decennium. Petra (50) is danseres en Rob (60) muzikant - hij was toetsenist in Tröckener Kecks - dus bij een biertje en wat statafels blijft het niet. Toen Petra bij het festival Down the Rabbit Hole was geweest, dacht ze: dit wil ik. Een festival, liefst drie dagen. Met muzikant Paul Weller. We hebben zo veel kunstenaars onder onze vrienden, dacht ze, en kunst kan voor een vriendengroep doen wat die eerste zoen voor hen deed: je wordt groter dan jezelf, ontstijgt jezelf. Je stijgt samen een beetje op.

Tussen droom en daad stonden wel een paar praktische bezwaren, dus drie dagen werd gewoon één dag, maar die dag werd dan ook één grote liefdesverklaring aan de verbeelding. Met moderne dans, Senegalese muzikale vertelkunst, schilderijen, dichters. Tim Knol trad op en Rob had voor een gelegenheidsband zijn vrienden Richard Jansen van de Fatal Flowers opgetrommeld en zijn voormalige Kecks-maat Phil Tilli - een vriend van Paul Weller (het hád gekund). En het was perfect zo: Petra en Rob hadden hun eigen ‘Friends’ Valley’, vrij naar het festival Dance Valley, in een loods in Spaarnwoude. Wat anderen misschien een overdreven heisa zouden vinden - wat is er mis met het Hollandse huiskamerfeest met kaasblokjes op tafel - was voor dit stel een uitvergroting van al het goede in hun leven. ‘We deden de productie in een maand, we hadden geen enkele stress’, zegt Petra. ‘We hebben alleen maar genoten. Ik hoop dat meer mensen dit doen. Het brengt echt iets teweeg. Er worden veel te weinig feestjes gegeven.’

Meer mensen dóén dit. Of, nou ja, iets dergelijks. Onze manier van feesten verandert: om belangrijke momenten wordt soms een ceremonie of festival georganiseerd. Van bruiloften worden heuse kunstperformances gemaakt, compleet met cadeaus voor de gasten om nog lang te kunnen denken aan de dag - een beetje zoals de gekoesterde polsbandjes van Lowlands of Pinkpop. Zelfs echtscheidingen worden ‘gevierd’ met hele ceremonies waarin ruimte is voor zowel spijtbetuiging als goede voornemens.

Het ligt aan de levensfase waarin je je bevindt welk soort uitnodigingen je in je inbox treft. Neem de ‘gender reveal parties’: die waren mij even ontgaan, wegens nog maar weinig geboorten in de vriendenkring, maar op YouTube stikt het ervan. Het is de overtreffende trap van de babyshower, alleen al omdat ze vaak worden gefilmd en in het openbaar gedeeld. Stellen maken er een groot ding van om hun omgeving te onthullen dat ze een jongen of een meisje krijgen. Soms is het zo geregeld dat zelfs de toekomstige ouders het nog niet weten. Als hoogtepunt verschijnt iets in de kleur blauw of roze: de vrouw snijdt een taart aan met blauwe vulling, de man schopt tegen een voetbal waaruit een roze poederwolk knalt, of tegen een honkbal waaruit blauwe rook komt. Of ze openen een doos met blauwe of roze ballonnen, waarna iedereen juicht, en dat wordt gedeeld op YouTube - een pijnlijk bijeffect is wel dat er vaak net iets harder wordt gegild door vader en vrienden als de uitkomst blauw is.

Momenten die ‘tellen’ worden gevierd en het lijkt wel of er steeds meer van zulke momenten zijn. Het einde van de basisschool (met een gala), het behalen van een bachelordiploma, een Sweet Sixteen, vriendschapsjubileum of een hondenverjaardag. Zo’n feest wordt uitvoerig ‘gecureerd’, het plannen kan gerust weken in beslag nemen. Wat drijft mensen dergelijk ‘viermomenten’ zo op te voeren?

Nog een: het 21-diner. Wie niet onlangs 21 is geworden of kinderen heeft die net deze leeftijd hebben bereikt, kan het makkelijk zijn ontgaan. Spreek uit in het Engels: twenty one dinner. Het is geen etentje maar een rite de passage, met een vaste vorm en volgorde, waar best van afgeweken mag worden, maar niet zo veel dat het onherkenbaar wordt. Toen Floor Englebert (22), student biomedische technologie in Enschede, 21 werd, was ze in China. Maar een 21-diner kwam er toch, al was ze inmiddels 22. ‘Ik ken mensen die het vierden toen ze 24 werden’, zegt ze, ‘dat maakt niet uit. Het gaat om het afsluiten van een periode in je leven.’ Daarom vindt zo’n diner ook niet plaats in het studentenhuis of de eigen woning, maar bij de ouders: ‘Je introduceert je nieuwe vrienden aan je oude leven, om te laten zien wat je roots zijn.’ Die aankondiging van het nieuwe leven gaat wel gepaard met oude gewoonten, want een vast onderdeel is dat de ouders ook voor de kinderen koken én serveren - alsof ze dat in de 21 jaar ervoor niet genoeg hebben gedaan. Maar de ouders van Floor vonden het in elk geval hartstikke leuk om te doen.

Als Floor vertelt, begin ik te begrijpen dat het diner niet zomaar een verjaardagsfeest is. Dit is een ritueel als een paal die in de grond moet worden geslagen. Inclusief de openhartigheid die past bij een gesloten cirkel, een inwijding in geheimen: ‘Van de vriendinnen van school hoorde ik herinneringen die ik vergeten was’, zegt Floor, ‘best genant. En bij ons in het dispuut hebben we ‘Apfelkorn-mails’, berichten die je schrijft als je seks hebt gehad met een nieuw iemand. Ik vind schrijven leuk en doe dat nogal beeldend, en daar werd uit geciteerd. Inclusief lied. Toen zakte ik wel even door de grond, dat was leuk en heftig.’ En de ouders in de bediening, hoe vonden die het om te worden ondergedompeld in het verborgen leven van hun dochter? ‘Mijn vader vond het hilarisch, met hem ben ik sowieso vrij open. Mijn moeder keek wel even als een aangeschoten hert, maar later zei ze gelukkig dat ze het erg leuk had gevonden.’

Zowel bij Petra en Rob als bij Floor gaan de feesten verder dan een gewone viering. Friends’ Valley lijkt op een dankbaarheidsritueel. 21-diners lijken haast op een offerfeest: het verbranden van geld voor de goden in het boeddhisme, het slachten van een lam bij het islamitische Offerfeest of het slachten van een kip tijdens het joodse Kapparot. Het oude wordt afgelegd, er wordt symbolisch iets vernietigd ter viering van het nieuwe. De roekeloze daden, gepleegd in de onschuld van de jeugd, worden opgebiecht omdat de volwassene het nu kan dragen.

Dit soort ‘levensgebeurtenisfeesten’ lijken op tradities die van oudsher horen bij religie, zoals de doop, de communie, de bar mitswa, een jukaiceremonie of huwelijk. Het feest als een speelveld met eigen regels - er gebeuren dingen die in het normale leven niet kunnen of niet gewenst zijn, maar door die afbakening ontstaat een gemeenschappelijke ervaring die van grotere betekenis is.

Volgens socioloog Pauwke Berkers van de Erasmus Universiteit heeft dat een reden. Hij onderzocht de motivatie van mensen om naar muziekfestivals te gaan en hij ziet overeenkomsten. Berkers: ‘Mensen komen samen, zijn even uit hun alledaagse routine en delen iets dat alleen daar gedeeld kan worden. Het zijn tijdelijke bijeenkomsten die een energie en werking hebben die je een gevoel geven dat je meer bent dan alleen jezelf.’ De redenen zijn misschien niet wat je denkt, zegt hij. Er is altijd een aanleiding, maar eigenlijk eert zo’n ritueel vooral de sociale groep: het samenzijn. ‘Dat zie je terug in de oudste religies en culturen. Ook rituelen die het bovennatuurlijke eren, bieden vooral gelegenheid om een groep die in het alledaagse leven verdeeld is, samen te brengen.’ Wat wordt gevierd, is de sociale eenheid - en aan eenheid is in een tijd van groeiende individualiteit behoefte.

Om een ritueel succesvol te laten verlopen, zijn drie dingen nodig. ‘Lichamelijke aanwezigheid is essentieel. Mensen zien elkaar en voelen elkaars ritme’, zegt Berkers. Dit soort feesten kan moeilijk digitaal worden beleefd. ‘Ten tweede moet er een barrière zijn voor buitenstaanders: je bent wel of geen onderdeel. Je ziet dat bijvoorbeeld bij de opwinding die mensen eraan beleven als ze een uitnodiging krijgen en zich voorbereiden.’ En tot slot, zegt hij, moet er een gedeelde emotionele energie zijn, een ‘shared mood’.

Neem de moshpit bij een popconcert: een buitenstaander ziet vreemd, gewelddadig gedrag, maar voor de deelnemers is het een spel met eigen vanzelfsprekendheden. Je kunt het niet alleen mentaal ervaren, het lichamelijke hoort erbij. ‘Ik kwam haar tegen in de moshpit/ ze stonk een beetje maar I loved it/ Elleboog en een bloedlip’, rapt De Jeugd van Tegenwoordig in een ode aan het ritueel. Stinken hoort erbij, blauwe plekken ook. Je bent samen iets nieuws, een kluwen die de gedeelde passie voor een band fysiek deelt. Mensen die bijzondere feesten of festivals hebben meegemaakt, zeggen vaak dat er een bepaalde ‘magie’ ontstond die ‘niet uit te leggen is’, energie die het collectief doet uitstijgen boven het individu.

Of er nou feest wordt gevierd vanwege geloof, muziek of een speciaal moment, rituelen zijn cruciaal voor betekenisgeving, zegt Berkers. Mensen hebben rituelen nodig. En die hoeven niet alleen maar vrolijk te zijn. Een begrafenis kan dezelfde werking hebben. Ook daar kan ‘magie’ ontstaan. Toen ik 30 was, overleed een kennis van dezelfde leeftijd, een lieve vriend van vrienden. Hartverscheurend en plotseling, niemand wist zich er raad mee en voor velen was het een eerste directe confrontatie met onze sterfelijkheid. Na de begrafenis, die op zichzelf al indrukwekkend was, besloten de vrienden naar zijn stamcafé te gaan. Daar, bij de dj-tafel, was de hele platencollectie van de overledene klaargezet. Iedereen mocht draaien. Het liep van gedragen en emotioneel naar steeds feestelijker en wilder en duurde eindeloos. Iedereen voelde: het kan, want het is zíjn muziek, we zijn een beetje met hem nu. Het had een helende werking, ook later, als herinnering.

Ook andere grote tegenslagen in het leven kunnen gemarkeerd worden met een feest. Kim van Ierssel (40) uit Breda besloot haar levensreddende operatie te vieren. Ze kreeg op haar 24ste een nier van haar broer. Met haar auto-immuunziekte SLE waren haar vooruitzichten hopeloos geweest zonder donor. Als dank nam ze haar broer wel al elk jaar mee uit eten, maar na tien jaar wilde ze hem écht bedanken. Want in dat decennium had ze kunnen afstuderen, reizen, werk gekregen en twee kinderen - allemaal dankzij zijn nier. ‘Ik had extra tijd gekregen om te leven en ik wilde hem laten zien dat ik daar zo van geniet. Ik had hem uitgenodigd voor mijn ‘vier-het-leven’-feestje in een kroegje in Breda. Hij dacht dat het feest voor mij was, maar stiekem had ik al zijn vrienden ingelicht en uitgenodigd. Ik liet met foto’s zien wat er allemaal dankzij zijn nier mogelijk is geworden.’ Er zat wel en donker randje aan de avond: kort ervoor had Kim last gekregen van functieverlies van haar donornier. ‘Ik heb het die avond niet laten blijken, maar ik weet wel dat ik daar stond in een zwart jurkje met korte laarsjes en dacht, o help, ik voel dat ik vocht blijf vasthouden in mijn benen en voeten. Hoe kom ik de avond door? Je nier zorgt ervoor dat je kunt plassen. Als je nieren niet goed functioneren, blijft er vocht achter in je lichaam.’ Ze had opnieuw een donornier nodig. Inmiddels heeft ze die gekregen van haar buurvrouw, met wie ze wonder boven wonder ook een match bleek te hebben. ‘Het gaf de avond een vreemde lading, er was zo veel dankbaarheid, terwijl het ook een afscheid was, van zijn nier.‘ Toch is Kim blij dat ze het zo heeft aangepakt: ‘Ik besef heel goed hoe kwetsbaar het leven is. Op zo’n feestje voel je met elkaar hoeveel een donororgaan voor iemand kan betekenen.’

Ziehier de opmerkelijkste nieuwe variant: je viert het leven door de donkere dagen af te sluiten. Als ontlading, en vaak uit dankbaarheid. Marjan uit Amsterdam besloot haar zware burn-out te bezweren met een feest: een after-burn-outbarbecue. Als om de doos dicht te doen en op te bergen. Haar achternaam heeft ze, omdat de ziekte nog altijd met taboes is omgeven, liever niet in de krant. Burn-outs zijn niet zomaar over. Ook als ze voorbij zijn, blijft het gevaar loeren. Wanneer beslis je dan dat het tijd is voor een viering? Marjan: ‘Ik zag weer wat licht aan het einde van de tunnel en dat wilde ik vieren met de mensen die een rol hebben gespeeld tijdens mijn ziekte. Bij een burn-out zit je in een bubbel, je kunt maar weinig mensen toelaten. Zo’n feest met alle prikkels erbij, is daarom een uitdaging. Maar dat ik het aankon, voelde als een overwinning.’ Ze deed wat ze aankon en organiseerde het feest op korte termijn - om de spanning te beperken: dan is het ook niet erg als mensen niet kunnen. ‘Het kon natuurlijk geen groot feest worden. Ik vond het idee van een burn-out vieren met vuur wel mooi, vandaar de barbecue. Mijn vriend noemde het de burn-out-afterburner.’

Opvallend is dat alle feestvierders, los van elkaar, nog iets betekenisvols zagen in hun keuze: ze kwamen erachter dat het kón. Dat zij iets konden bedenken en op poten zetten dat zó veel teweeg brengt. Een kleine euforie, je bent verbaasd dat je ertoe in staat bent. Zo blijkt er ook een voor en na te zijn, het feestelijke ritueel brengt je naar een nieuw niveau.

Wie het lichtelijk over de top vindt, zulke ‘ik-feestjes’, kan gerust zijn: we deden het altijd al. Alleen in de vorm van collectief gevierde religieuze feesten. Van oudsher loodst de institutionele religie je langs tal van sleutel-momenten in het leven, in het bijzijn van een gemeenschap van mensen. En dat naast een agenda vol jaarlijkse vieringen, afhankelijk van het geloof: heiligendagen, processies, Kerst, Pasen, Divali, Holi, Jom Kipoer, Rosh Hashana, Offerfeest, Suikerfeest, noem maar op. Steeds weer momenten om samen te komen. Om boete te doen, te verwerken of weer hoop te krijgen. Het zijn dus eigenlijk, ook nu, wij-feesten: dingen die individueel misschien niet lukken, maar lukken dankzij de kracht van de groep.

Daarin ligt misschien het belangrijkste patroon van alle nieuwe babyshowers, mijn-kind-is-één-metervieringen, de kleutergala’s, de einde-ziektefeesten en de bijzonder opgetuigde liefdes- en vriendschapsceremonies, al dan niet gevlogd aan de buitenwereld: we willen ons eigen verhaal maken. Een geloofsovertuiging is minder vanzelfsprekend en dus nemen de bestaande verhalen af waaraan je je leven kunt ‘ophangen’. Als er geen tradities zijn, dan máken we ons levensverhaal wel. Berkers wijst op het werk van de socioloog Anthony Giddens, die al in de vroege jaren negentig schreef over dit verschijnsel als ‘the narrative of the self’. ‘Hij schreef dat mensen steeds meer zelf een ‘verhaal’ van hun leven maken, nu instituties minder invloed hebben. Daarbij past het om zelf je sleutelmomenten te kiezen en te vieren.’ Giddens’ woorden lijken profetisch, hij schreef ze drie decennia voordat tieners een eigen YouTube-kanaal nastreefden.

We kijken reflexiever naar onszelf dan ooit, hyperbewust van elke relevante stap. Vermoeiend, misschien, maar het geeft betekenis. Eén voordeel van de ‘nieuwe rituelen’ is het koesteren waard: ze zijn niet beperkt tot religie, huidskleur, cultuur of nationaliteit, de sociale groep maken we zelf, op grond van een gedeelde passie. Je zit niet vast aan een identiteit die er al sinds je geboorte was, de enige voorwaarde is vriendschap. En zin in een feestje.

Beeld Ivo Janss
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.