We moeten vandaag investeren in de imam van morgen

De moskee vervult meer dan alleen een godsdienstige functie. In Nederland opgeleide imams zijn dan ook verre te prefereren boven 'pendelimams' die de Nederlandse situatie niet kennen, stelt Coskun Cörüz....

HENK Müller heeft veel woorden nodig om weinig steekhoudende argumenten te leveren tegen een integratiebevorderende imamopleiding in Nederland (Forum, 18 februari). Sterker nog, een groot deel van zijn argumentatie pleit daar onbedoeld juist vóór.

In haar strijd tegen criminaliteit, drugshandel en sociaal-economische malaise slaagt de overheid er niet in om grote groepen allochtone jongeren te bereiken, constateert de auteur terecht: in tegenstelling tot moskeeën. Welnu, een beter argument om moskee en imam serieus te nemen als samenwerkingspartner bij integratie is er mijns inziens niet.

Moskeeën in Nederland kunnen beschouwd worden als een stedelijk fenomeen, kenmerk van de multiculturele samenleving. Anders dan in de landen van herkomst zijn ze veel meer dan gebedshuizen alleen. Ze vervullen een rol bij het beheer van de openbare ruimte, de versterking van het sociale weefsel in achterstandswijken en bij het voorkomen van sociale uitsluiting.

Met lokale overheden participeren ze in aids- en drugspreventieprojecten. Hun huiswerk- en computercursussen, sportactiviteiten en gezondheidsvoorlichting kunnen op grote toeloop van vrouwen en jongeren rekenen.

Dit is in overeenstemming met de ontstaansgeschiedenis van de moskee, die naast gebedsruimte een ontmoetingscentrum was waar ook hospitalen en bibliotheken aan verbonden waren en ambachtslieden hun nering dreven. Een plaats ook - jazeker - voor discussie. Want in het debat kreeg de islam vorm: uit vraag en antwoord, samenspraak tussen (on-)gelovigen en de Profeet is immers de belangrijkste geloofsbron van de hadithverzamelingen ontstaan.

Mét de rol van de moskee verandert ook de rol van de imams. In toenemende mate doen gelovigen op hen een beroep bij sociaal-maatschappelijke vragen, pedagogische kwesties en andere zaken die het strikt religieuze domein te buiten gaan. En dat geldt zeker voor de grote groep jonge moslims van de tweede en nog meer die van de derde generatie: geboren in Nederland oriënteren zij zich niet langer op het land van herkomst maar op een toekomst in Nederland.

Een 'pendelimam', die hier volgens de nu gebruikelijke praktijk een aantal jaren werkzaam is en vervolgens terugkeert naar het moederland, is niet toegerust om een antwoord te bieden op de levensvragen van met name deze jongeren.

Een imam die letterlijk en figuurlijk de taal spreekt van beide culturen, die van het moederland en van de Nederlandse samenleving, kan bovendien actief bijdragen aan de hoognodige kentering in de beeldvorming, of liever beeldmisvorming over de islam in het algemeen en de moskee als 'broeinest van fundamentalisme' in het bijzonder.

Kortom, een multifunctionele moskee vraagt om een multifunctionele imam, die op zijn taken is voorbereid door een gedegen opleiding. Niet in het land van herkomst, maar in Nederland. De religieus-politieke inmenging vanuit het buitenland in het leven van moslims hier, waar Müller op wijst, is slechts een argument te meer om imams in Nederland te scholen, zodat zij zichzelf en de geloofsgemeenschap daartegen teweer kunnen stellen.

Bij de opzet van een imamopleiding in Nederland hoeft niet gewacht te worden op het onmogelijke door te streven naar één, door de hele moslimgemeenschap gedragen initiatief. De ook in christelijke kring onhaalbare eis van eensgezindheid heeft niet in de weg gestaan van een deugdelijk systeem van kerkelijke opleidingen, door de denominaties naar eigen inzicht ingevuld.

Waarom zou dit model niet eveneens in islamitische context toepasbaar zijn? Te denken valt aan een samenwerkingsproject van een landelijke islamitische koepel waarbinnen wél overeenstemming bestaat over de inhoud van een imamopleiding, met een HBO-instelling of universiteit.

De aanzet daartoe is inmiddels gegeven. Momenteel onderzoekt de Stichting Bijzondere Leerstoel Islam in Amsterdam samen met een grote islamitische koepelorganisatie de mogelijkheden voor de instroom van een beperkt aantal eerstejaars studenten aan een theologische faculteit. Door een combinatie van islamitisch-theologische scholing en pastorale, sociaal-maatschappelijke vorming zullen imams worden opgeleid die voldoende geëquipeerd zijn voor hun taak in de Nederlandse samenleving.

Van overschrijding van de grens tussen kerk en staat is daarbij geen sprake. Het door de overheid gesubsidieerde gedeelte van algemene universitaire vakken is immers duidelijk onderscheiden van het aanvullend curriculum dat onder de inhoudelijke én financiële verantwoordelijkheid van de islamitische koepel valt.

De universiteit bewaakt de academische kwaliteit, de koepel de eigen religieuze identiteit; de overheid garandeert de erkenning van opgeleide imams op dezelfde voet als priesters en dominees.

Wat betreft de beroepsperspectieven voor afgestudeerde imams is zeker geen reden tot pessimisme. Behalve in de moskee kunnen zij aangesteld worden als geestelijk verzorger in de krijgsmacht, in gevangenissen en ziekenhuizen, of op scholen en in het maatschappelijk werk.

Met meer dan zeshonderd organisaties van islamitische signatuur - waarvan driehonderd direct gelieerd aan moskeeën - en een groeiend aantal moslims in Nederland, zal de behoefte aan geestelijke zorg binnen en buiten de moskee in de toekomst alleen maar toenemen.

Zeker tegen deze achtergrond is het noodzakelijk nu te investeren in de imam van morgen. Bij de afwezigheid van de adequaat geschoolde imams is het niet denkbeeldig dat sommige jonge moslims in de toekomst religieus en sociaal in een vacuum terecht komen. Noch de moslimgemeenschap, noch de Nederlandse samenleving zou hierbij zijn gebaat.

Coskun Cörüz is voorzitter van de Stichting Bijzondere Leerstoel Islam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden