We moeten het wonder ook inzien

Wie had gedacht dat in één generatie zo veel Marokkanen, vaak van eenvoudige komaf, zo veel succes zouden kunnen behalen?...

De Marokkanen houden al twintig jaar de gemoederen bezig. Analisten, publicisten, antropologen en sociologen struikelen over elkaar met verklaringen over de oorzaken van de ontspoorde jeugd: cultuur, traditie, religie, ontbrekend ouderlijk gezag, ontwrichte gezinnen, etcetera. Als wij de alarmerende berichten mogen geloven, dan is de Marokkaanse gemeenschap langzamerhand de grootste plaag die de Nederlandse samenleving bedreigt? Klopt deze beeldvorming met de realiteit? Laten we naar de feiten kijken.

De eerste generatie Marokkanen bestaat voornamelijk uit gastarbeiders die praktisch ongeschoold zijn en op dit criterium bewust door de toenmalige ronselaars waren geselecteerd. De werkgevers wilden toen graag hardwerkende lieden, maar geen actievoerders binnen hun fabrieken halen. Taallessen door de overheid waren niet aan de orde. Het verzoek van ondergetekende in 1976 aan de partijen in de Tweede Kamer om, zoals voor de vluchtelingen toen, ook voor de gastarbeiders 400 uur Nederlandse les te financieren, kreeg alleen van de kleine linkse fracties en Nora Salomons van de PvdA steun. De andere partijen vonden het niet nodig om voor tijdelijk in Nederland verblijvende arbeiders een dergelijke voorziening te financieren.

De vroegtijdige gezinshereniging – van cruciaal belang voor de integratie van de kinderen – werd deels door betrokkenen zelf, vanwege de fictie van hun tijdelijke verblijf in Nederland, en deels door de regering bewust vertraagd: ‘Met respect voor de mensen hebben wij arbeidskrachten nodig, maar geen gezinnen’, verklaarde de toenmalige minister van Sociale Zaken Roolvink. Veel vaders kenden alleen de weg naar de fabriek toen hun kinderen uiteindelijk hier belandden. Van een redelijke oriëntatie op de samenleving was dus geen sprake. Hoe ziet de maatschappelijke balans van de Marokkaanse gemeenschap er nu uit, na een zoektocht van ruim dertig jaar in de Nederlandse samenleving?

Sinds 1986 zijn er meer dan tweehonderd Marokkaanse raadsleden actief geweest in de gemeentepolitiek. Sinds 1994 zijn zes Nederlanders van Marokkaanse afkomst lid geweest van de Tweede Kamer. Sinds dit jaar is een bewindspersoon van Marokkaanse komaf lid van de regering. Abdelkader Benali en Hafid Bouazza voeren een lijst aan van meer dan zes (mannelijke en vrouwelijke) schrijvers op prominent literair niveau. Najib Amhali wordt als cabaretier, niet alleen door het publiek, maar ook door zijn collega’s zeer gewaardeerd. In zijn kielzog floreren nieuwe talenten. Mimoun Ouaïssa en zijn medeacteurs van de film Shouf Shouf Habibi! hebben een nieuwe dimensie toegevoegd aan de cinema in Nederland. Hetzelfde geldt ook voor Ali B., Raymzter, Saleheddine en de jonge rappers die hen als voorbeelden nemen. Afelay, Aissati, Boukhari, Boussabon, Diba en nog meer spelers van Marokkaanse afkomst zijn elke week te bewonderen op de Nederlandse voetbalvelden. Ook in andere takken van sport heeft de Marokkaanse gemeenschap kampioenen geleverd, zoals bij kickboksen. Enkele jaren geleden was Miss Nederland een jonge dame van Marokkaanse afkomst. De vrouw van het jaar was enige jaren geleden een Marokkaanse onderneemster.

Kortom: de voorhoede van de Marokkanen schittert in alle sectoren: advocatuur, psychiatrie, psychologie, geneeskunde, apotheek, bouwkunde, architectuur, kunst, internet, ondernemerschap, bestuur, advieswerk, ambtenarij, politie, leger, vervoer etcetera. Wie had dertig jaar geleden durven voorspellen dat binnen ruim één generatie zo veel Marokkaanse jongeren en met name al die – al dan niet gehoofddoekte – meisjes de weg naar de universiteiten en hogescholen zouden vinden? Nederland verwaarloost zijn zegeningen en grossiert in ‘Marokkaanse en multiculturele drama’s’!

Deze brede voorhoede komt niet uit de lucht vallen. Het zijn allemaal kinderen van ongeschoolde fabrieksarbeiders en schoonmakers! Is dat geen wonder?

De conclusie van sommige zwartkijkers dat de integratie van de Marokkanen is mislukt, is dan ook absoluut niet juist. Het kenmerk van integratie is immers dat men buiten de eigen gemeenschap treedt, het contact met de grote wereld zoekt en daarin doorbreekt. Welnu, dat hebben al die Marokkaanse talenten met hun doorbraak bewezen. Ondanks de teruggetrokken positie van hun ouders hebben zij het contact met de buitenwereld bewust gezocht en vaak overwonnen. De toekomst van Nederland zal ook Marokkaans zijn! Al die verklarende analyses van ‘deskundigen’ over cultuur, religie en traditie verliezen hiermee hun geldigheid.

Het contact met de buitenwereld levert natuurlijk ook verliezers op. Deze verliezers zijn te vinden in het onderwijs, in de werkloosheid en in gevangenissen. Ook hier zijn de Marokkanen prominent aanwezig, maar getalsmatig aanzienlijk minder dan in de successectoren. De cruciale vraag die zich opdringt is dan: Hoe komt het dat een deel van de Marokkaanse jeugd zich niet staande heeft kunnen houden bij de confrontatie met de grote wereld? Het zou te ver gaan om hier op alle individuele factoren in te gaan die het verschil kunnen verklaren tussen een succesvolle en een mislukte carrière. Er is echter één factor die doorslaggevend is: het sociaal-economische milieu. De (dreigende) ontsporing van een deel van de Marokkaanse jeugd kan worden voorkomen als wij hun vroegtijdig een alternatief kunnen bieden voor het ouderlijke zwakke milieu. Veelal vragen de desbetreffende ouders daar zelf om.

Het schoolinternaat werd tien jaar geleden door Marokkaanse ouders in Utrecht zelf als oplossing naar voren gebracht. De landelijke politiek bleef echter liever investeren in dure jeugdgevangenissen. Onder druk van de problemen is het kabinet nu eindelijk overstag. Dat is een goede ontwikkeling. De Marokkaanse voorhoede is tot nu toe altijd bereid geweest tijd en energie te investeren in de ontwikkeling van de eigen gemeenschap. Om dit collectieve verantwoordelijkheidsbesef te onderstrepen, maar ook om de voorbeeldfunctie in het contact met de jeugd positief te exploiteren, is het wijs de Marokkaanse voorhoede van het begin af aan te betrekken bij de programma’s van het schoolinternaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden