Column Ibtihal Jadib

We leven in een land waar vrouwen alles mogen, maar overal op worden afgerekend

Beeld Valentina Vos

Ik ben betrokken geraakt bij twee langlopende experimenten. Geregeld vraag ik mezelf af wat ik me op de hals heb gehaald maar die vraag is zinloos; er is geen weg terug. Experiment nummer 1 is een jongetje van 4, experiment nummer 2 is een meisje van 2,5 jaar. 

Toen ik de experimenten kreeg werd ik door iedereen gefeliciteerd. O, wat had ik me fantastisch door het productieproces heen geslagen en wat was het nu mooi. ‘Geníét ervan, dit is de móóiste tijd van je leven!’ kirde het kraambezoek. Dan keek ik naar mijn product en dacht ik: ja, dit is inderdaad het mooiste wat ik ooit heb gezien. Maar dan keek ik naar mezelf en wist ik: nee hoor, die mooiste tijd heb ik achter de kiezen. En zelfs die kiezen waren niet meer wat ze geweest waren, wat mij verraste, aangezien niemand mij van tevoren had verteld dat een zwangerschap ook je gebit sloopt. Wist ik veel. Afijn, het eerste jaar ­laveerde ik paniekerig tussen zelfhulpboeken enerzijds en adviezen om ‘naar mijn gevoel te luisteren’ anderzijds, maar inmiddels loopt het allemaal heel aardig. Mijn man en ik hebben een modus gevonden waarbij we zowel de ­experimenten in leven weten te houden als ­elkaar. Dat is prettig.

Het grootste nadeel vooralsnog is het feit dat ik de MOEDER ben. Op zichzelf is dat niet vervelend, integendeel zelfs, mijn nieuwe functie bevalt uitstekend, maar op de een of andere manier raken mensen er danig van in de war. Dit in tegenstelling tot de vader, die lijkt onaangedaan door het proces te kunnen glijden. Hoeveel uren hij werkt en welke positie hij al dan niet ambieert is geen zaak van landsbelang, dat mag hij zelf uitvogelen. Ik daarentegen heb de afgelopen tijd met toenemende ergernis moeten lezen over ‘deeltijdmutsen’, ‘vrouwen met een beperking’ en ‘neoliberale kapitalistische patriarchale systemen’. Heleen Mees en Asha ten Broeke raken er niet over uitgepraat, al bereikten ze wel instemming over het zogenaamde feit dat vrouwen geen bijzondere geschiktheid noch een bijzondere verantwoordelijkheid hebben om voor kinderen te zorgen. Nou, ik was toch echt de enige die borstvoeding kon geven en ik was ook degene die de babyhuiltjes kon ondertitelen met ‘ze heeft honger’ of ‘ze is moe’. En hoe betrokken en ­enthousiast mijn man zijn vaderschap ook vervult, als de kinderen ziek zijn, willen ze ­altijd mama. Maar ja, als feminist mag je ­natuurlijk niet beginnen over biologische ­verschillen, dus laten we inderdaad maar doen alsof baren een productieproces is. 

Het probleem van vrouwen is dat wij alles kunnen. We kunnen toegewijd moederen én intelligent werk doen. Maar in plaats van het wonder te aanvaarden maken we er een probleem van. Als een vrouw ambitie heeft, is zij ­al snel een carrièretijger met wier verwaarloosde gezin we medelijden moeten hebben. Maar kiest een vrouw voor ‘deeltijdmutsen’ dan nemen we haar niet meer serieus, we worden zelfs boos omdat ze de vooruitgang van het land tegenwerkt. Als een vrouw economisch niet zelfstandig is, is zij jammerlijk mislukt. Maar als zij haar eigen boontjes dopt en de man slechts nodig heeft voor de gezelligheid, is zij eng. Dan is er vast iets misgegaan in haar jeugd waardoor ze zich niet meer kwetsbaar durft op te stellen.

We leven in een land waar vrouwen alles mogen, maar overal op worden afgerekend. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden