Interviews Bevriende exen

We kunnen toch vrienden blijven? Hoe slagen sommige exen er toch in goed met elkaar op te schieten

Marlijn en Kas Beeld Eva Roefs

Soms is een ex volkomen terecht een echte ex. Maar er zijn ook exen die vele malen beter zijn dan een verre vriend. Oftewel: ‘Jullie zijn beter als exen dan als stel.’

Mijn ex is goed met exen. Na mij had hij zes jaar opnieuw een relatie met zijn ex, zijn vriendin vóór mij, op wier studentenkamer van tien vierkante meter wij geregeld ­logeerden in de periode dat hij en ik samen waren. Zij waren toen al een tijdje uit elkaar en organiseerden elke maand als goede vrienden een evenement in Nijmegen, de ex en ik woonden daar niet, dus zo ging het: zij in de hoogslaper, wij op de grond op een eenpersoonsmatras. Een beetje gek vond ik het aanvankelijk wel, maar we deden er alle drie normaal over, en dan wordt het vanzelf gewoon.

Toen hij het uitmaakte met mij bleek dat, na twee betraande maanden, toch níét het einde van de wereld te zijn. Na een half jaar kwam hij langs om te vertellen dat hij het weer ging proberen met zijn ex. Dat vond ik evengoed niet leuk, dat was me al twee keer eerder overkomen met minder ­serieuze voorgangers – was dit mijn ­ex-effect?

Maar langzaamaan werden ook wij vrienden, mede mogelijk gemaakt door onze gezamenlijke vriendengroep. We zijn nog steeds bevriend: we eten bij elkaar, bezoeken musea, feesten en festivals en we ­praten over relatiestruggles. Een zomer geleden waren we met onze vriendengroep op vakantie. Hij sliep toen bij mij en mijn nieuwe vriend op de kamer. Niemand keek er gek van op.

Er zijn natuurlijk legio redenen om een ex juist níét als vriend te hebben, variërend van ‘geen behoefte aan’ tot ‘hij/zij is een lul’. Dikwijls staat de aanname in de weg dat een seksloze voortzetting tussen exen niet te vertrouwen is, omdat er altijd enige spanning blijft bestaan, of omdat een van de twee nog wel meer zal willen – wat soms zo zal zijn, maar vaak ook niet.

In de minst pijnlijke gevallen valt de uitspraak ‘een ex is niet voor niets een ex’ op twee manieren uit te leggen. Een ex die geen lul is kan – na een tijdje – gewoon overeind blijven als leuk mens. Een ex die goed is met exen: ik vind het een aanprijzing. Als exen ken je elkaar beter of in ieder geval op een andere manier dan de meeste vrienden, weten ook de ex-geliefden die mij over hun band vertelden op de pagina’s hierna. Zoals een vriendin van een van hen constateerde: ‘Jullie zijn beter als exen dan als stel.’ 

Esther en René Beeld Eva Roefs

Esther van der Weerden (46) en René van Noort (50). Ze waren tien jaar samen en kregen Stijn, nu 16 jaar. Sinds een jaar woont René tegenover Esther en haar vriend Arnoud ter Harmsel (51) in Amersfoort.

René: ‘Zie je die oranje vuilnisbakken daar staan? Daar bij de vierde woon ik; ik loop zo binnen bij Esther. Je kunt wel zeggen dat onze relatie na de scheiding stukken beter is geworden.’

Esther: ‘We hebben ook meteen gezegd: alles is verjaard. Alle dingen die we vroeger fout hebben gedaan, daar hebben we het niet meer over.’

René: ‘Net als bij justitie: na je 18de verjaardag worden al je boetes, als het niks extreems is, kwijtgescholden. Iedereen verdient een tweede kans.’

Esther: ‘We hebben nooit ruzie gehad over de scheiding, ons kind of over geld.’

René: ‘Terwijl onze relatie op een gegeven moment alleen nog maar uit ruzies bestond: een keer heb ik midden op de ­snelweg uit pure frustratie aan de handrem getrokken. We kenden elkaar van onze eerste baan, hadden een huis gekocht en trouwen leek een logische stap. Maar ik miste het vrije leven, terwijl jij veel meer je draai vond in dat huisje-boompje-beestjebestaan. Toen kwam ons kind, ik kreeg steeds meer dat benauwde gevoel, en toen brak eigenlijk – ja, de hel los wil ik niet zeggen, maar kleine irritaties werden enorm uitvergroot.’

Esther: ‘Van sokken tot broodzakken, zeg het nou maar.’

René: ‘Ik liet altijd de zak open staan waardoor het brood uitdroogde.’

Esther: ‘Dat vond ik wel een scheidingsgrond, uiteindelijk.’

René: ‘Het ging niet langer.’

Esther: ‘Tijdens ons huwelijk was er geen geld en na de scheiding ook niet, dus we hadden best kunnen doorruziën, maar dat wilden we allebei niet. Mijn nieuwe partner Arnoud heeft ons ­financiële reddingsplan gemaakt. Toen ik bij hem introk, heb ik alleen mijn kleren en mijn boeken meegenomen, de rest was voor René. Ook over de hoogte van de alimentatie hebben we geen ruzie gemaakt, en elkaars pensioenrechten hebben we meteen opgegeven. De gezamenlijke hypotheek voor ons oude huis in Oirschot, waar René nog woonde, hebben we pas vorig jaar opgezegd, toen we het huis verkochten en de winst verdeelden.’

Arnoud, Esthers nieuwe vriend (niet op de foto): ‘Om dat huis te kunnen verkopen hebben René en ik samen een nieuwe keuken ­geplaatst, een vloer gelegd en de badkamer verbouwd.’

René: ‘Ik ben niet jaloers, omdat ik denk dat Arnoud een heel geschikte partner is: hij is aardig, gevoelig, innemend. Ik zou er meer problemen mee hebben als-ie een onbetrouwbare crimineel was geweest.’

Esther: ‘Ik weet nog goed dat jij zei: ik wil dat je gelukkig wordt, en ik denk dat je daar met Arnoud meer kans op hebt dan met mij. Je bent toch ooit verliefd geworden, hoe raar is het dan als je elkaar naar het leven gaat staan? In juli 2006 zijn we gescheiden, datzelfde jaar vierden we al Sinterklaas met zijn allen. Toen Stijn 4 werd, is hij grotendeels bij mij en Arnoud komen wonen. Dat was moeilijk voor René, dus als Stijn hier was, logeerde hij vaak het hele weekend hier.’

Arnoud: ‘Af en toe dacht ik wel: pfff. Maar ik vind het belangrijk om mensen bij elkaar te houden, mijn eigen ex heeft, ondanks alles, ook weleens bij ons gelogeerd. En het was geen bedreiging. Na zo’n logeerweekend zag ik de irritatie tussen Esther en René altijd weer een beetje oplopen.’

Esther: ‘Als ik voor mijn werk naar Tilburg moest, zei ik tegen Arnoud: ik slaap vanavond vast bij René, dan hoef ik morgen niet dat hele eind. De omgeving vertrouwde dat niet, maar de aantrekkingskracht was gewoon weg.’

Arnoud: ‘Toen Esther een keer niet kon, zijn René en ik samen naar de ouderavond geweest: hallo, wij zijn de vaders van Stijn.’

Esther: ‘Soms vragen mensen: hoe heb je dat gedaan? Maar er was geen plan, het pakt gewoon goed uit. En misschien is het ook de opluchting: ik was zó blij dat de ­ruzies over waren dat ik na de scheiding geen enkele wrok of boosheid meer voelde.’

René: ‘Nu Stijn volwassener word, vind ik het nog belangrijker om meer betrokken te zijn, daarom ben ik hiernaartoe verhuisd.’

Esther: ‘Afgelopen week hebben we nog met zijn allen gebarbecued, Arnoud brengt vaak bakjes eten naar René. Maar ik vraag me af hoe het loopt als Stijn straks op ­kamers gaat in een andere stad. René is hier voor hém komen wonen, niet voor mij, dus wat dan? Misschien gaan we weer ­opnieuw uit elkaar.’ 

Mariella en Sonja Beeld Eva Roefs

Mariella Ruigrok (52) en Sonja Spoelstra (54) waren tien jaar samen en kregen dochter Fay (10). In 2013 gingen ze uit elkaar. Sonja heeft al jaren een nieuwe relatie, Mariella heeft sinds heel kort een nieuwe liefde.

Mariella (links op de foto): ‘Ik was een week met een vriendin naar Curaçao geweest. Toen ik thuiskwam vroeg Sonja: ‘Heb je me gemist?’ ‘Niet echt’, zei ik.’

Sonja: ‘Ik jou ook niet, maar ik merk dat ik mezelf zo mis’, zei ik vervolgens. We zaten al een tijd in de overlevings­modus. Vlak voor ze beviel van Fay kreeg Mariella enorme nekpijn, pas toen een arts twee jaar later op het idee kwam om een scan te laten maken, bleek het een tumor in haar nek. Ze hebben hem zoveel mogelijk weggehaald, maar na de operatie kon Mariella een tijd haar armen niet gebruiken, dus zorgde ik voor ons kind van 2 en ik had mijn eigen bedrijf.’

Mariella: ‘Door dat bedrijf was Sonja’s ­inkomen heel instabiel geworden, en die onrust, daar kon ík weer niet goed tegen.’

Sonja: ‘Er waren elke keer nieuwe zetjes om elkaar kwijt te raken, en toen zelfs ­therapie niet hielp, zijn we uit elkaar gegaan. Maar omdat ons huis onder water stond, ben ik op zolder gaan wonen. ­Eigenlijk veranderde er niet zoveel: we aten samen, zorgden samen voor Fay, ­alleen lagen we niet meer in één bed. Het heeft lang geduurd voordat we tegen elkaar zeiden: luister, als mensen scheiden, doen ze ­dingen apart.’

Mariella: ‘We vonden elkaar ook niet náár.’

Sonja: ‘Als je uit een relatie stapt, vallen veel van de verwachtingen weg en daarmee de frustraties, misschien speelt dat mee? Toen Mariella’s tumor toch uitgezaaid bleek, heb ik me niet langer opengesteld voor een nieuwe liefde. Ik wilde later niet horen: je hebt me na de scheiding in de steek gelaten. Pas twee jaar later, de kanker was wéér terug en we waren onderweg naar een controle, vroeg Mariella ineens: ‘Je bent zo anders, is er iets gaande?’ ‘Sorry’, zei ik. Ik was er niet naar op zoek geweest, echt niet, maar de vrouw die ik tijdens mijn werk was tegengekomen, bleek alles wat ik zocht in een nieuwe liefde. Ik had het je willen vertellen, zei ik, maar je bent me voor.’

Mariella: ‘Ik vond dat niet confronterend. Als ik zelf geen relatie heb, kan ik het ­iemand anders wel gunnen, ook al ben ik ziek.’

Sonja: ‘Alleen vond je het niet goed toen ik met mijn nieuwe vriendin op wintersport zou gaan en onze dochter wilde meenemen.’

Mariella: ‘Het heeft er misschien mee te maken dat ik zo lang en zo graag een kindje heb gewild, en dat ik zelf alleen met mijn moeder ben opgegroeid. Ik was een beetje bezitterig, denk ik. Maar na de bestraling kreeg ik een appje van Sonja’s vriendin: ga je mee op wintersport? Ik moest huilen, zó mooi vond ik het dat ze me vroeg.’

Sonja: ‘Daarna zijn we elk jaar met de hele groep naar Oostenrijk gegaan: wij, Fay, mijn nieuwe vriendin en haar twee kinderen. Totdat bleek dat de tumor weer terug is.’

Mariella: ‘U bent uitbehandeld, zeggen ze. Maar hoe lang het nog duurt, weten we niet.’

Sonja: ‘In plaats van naar mijn werk te ­rijden, kom ik door de weeks naar ­Mariella, klap mijn laptop open, zorg dat ze haar natje en droogje heeft en help haar naar de wc, en na het koken en opruimen ga ik weer naar huis. Love never really dies, zeg ik altijd; en al hebben we geen liefdesrelatie meer, we hebben wel een relatie. Toen we gingen scheiden zei de mediator: meiden toch! Ik zie hier zelden twee mensen zo vriendschappelijk om de tafel, moeten jullie wel uit elkaar?’ 

Maria en Ben Beeld Eva Roefs

Maria Eppink (58) en Ben van Zoen (64) waren ­zeventien jaar samen en dertien jaar getrouwd. In 1998 gingen ze uit ­elkaar. Ze zijn weduwe en weduwnaar van hun latere partners. Maria heeft sinds drie maanden een nieuwe ­relatie.

Ben: ‘Kort na onze scheiding zijn we een paar dagen samen naar Barcelona ­geweest. Dat was eigenlijk het enige moment dat ik een beetje pissig op haar was. Zij bleef liever in het hotel, wilde niet echt op pad. Het was telkens wat. Ik ga niet meer met jou op vakantie, dacht ik daarna, dat gaat gewoon niet.’

Maria: ‘Grappig, dat kan ik me helemaal niet meer herinneren.’

Ben: ‘In veel opzichten zijn wij tegenpolen. Zij is een hele slimme meid en houdt van orde, ik maak rommel en ben meer een doener. Ik ga er graag op uit: fietsen, naar het theater of de film, wandelen in de bergen.’

Maria: ‘Wij zijn een voorbeeld van mensen die in het huwelijk uit elkaar zijn gegroeid. Er was ook geen boosheid toen we besloten te scheiden, geen twijfel bij de een en resoluutheid bij de ander. Alleen verdriet over de constatering dat het op de een of andere manier voorbij was.

‘We kwamen samen bij één advocaat ­terecht, dat was destijds vrij nieuw. ‘Ik heb geloof ik nog nooit meegemaakt dat mensen er zó ontspannen in zitten’, zei zij. Wij waren het er 100 procent over eens wie wat zou meenemen uit de boedel. Ik had ooit van hem een aquarel gekregen, maar hij was er duidelijk meer aan gehecht dan ik, dus ik vond dat hij hem moest meekrijgen.’

Ben: ‘Die hangt nog steeds bij mij aan de muur.’

Maria: ‘Ik verhuisde eerst naar een veel te dure vrijesectorwoning in Schagen. Als je geen kinderen hebt zijn er geen urgenties waarop je aanspraak kunt maken.’

Ben: ‘Ik bleef nog even in ons huis in Dirkshorn wonen en vond toen dat verkocht was iets in Haarlem, maar er ging procedureel wat fout. Toen ben ik weer een paar maanden bij Maria ingetrokken. Dat was heel gek. En niet leuk.’

Maria: ‘Als je na zoveel jaar alleen verdergaat ben je zoekend, daar heb je ook ­afzondering voor nodig. Ik wel tenminste. Maar we hadden ook wel zorgen om elkaar. Ik vond het dus wel vanzelfsprekend dat hij bij mij introk. Hij hielp mee met het opknappen van dat huis. En toen hij later in Haarlem een flat betrok in dezelfde erbarmelijke staat, hielp ik hem met behangen. Samen klussen vonden we altijd leuk, zelf meubels maken. Met en voor elkaar klussen doen we nog steeds. Hij timmert mijn vensterbank, ik naai zijn gordijnen.’

Ben: ‘We hebben de sleutel van elkaars huis.’

Maria: ‘In 2005 ontmoette ik mijn tweede man, Jantien.’

Ben: ‘En ik kwam in 2001 Joke tegen, maar dat werd pas iets in 2005. Zij paste beter bij mij dan Maria.’

Maria: ‘Dat zag ik ook. En Jantien paste beter bij mij.’

Ben: ‘Ik ken iemand die na 20 jaar samenzijn een relatie heeft met een nieuwe vriendin, en zij wil niet dat hij met zijn ex afspreekt, überhaupt niet met vrouwen. Hij mag geen vriendinnen hebben, dus zijn vriendinnen ziet hij nu zonder haar erover te vertellen. Ik vind dat te gek voor woorden. Ik zou het zo’n verbod niet accepteren.’

Maria: ‘Je mag niet hopen dat iemand van onze leeftijd geen verleden heeft, nooit de liefde heeft gekend en daar niet van heeft genoten. Je zegt dan eigenlijk: jouw verleden doet er niet toe, ik wil er niks over horen. Ik vond het juist fijn dat Jantien het met een aantal vrouwen goed had gehad. Op ons huwelijk was zijn ex-vriendin zijn getuige.’

Ben: ‘Toen Joke overleed, hielp Maria mij met mijn toespraak.’

Maria: ‘Ben heeft een prachtige kist getimmerd voor Jantien toen hij drie jaar geleden stierf. Dat vond ik bijzonder, omdat ik me realiseerde dat hij bij het maken van die kist veel aan Joke zou moeten denken. Ik vind het mooi dat we elkaar tot steun konden zijn. We eten af en toe samen. En net als toen we nog getrouwd waren, sleurt hij mij soms mee naar een experimentele theatervoorstelling die ik zelf nooit zou ­uitzoeken, maar waar ik wel blij van word.’

Ben: ‘In januari zijn we een nachtje naar Parijs geweest, voor een expositie die we allebei wilden zien. Korter dan Barcelona dus, en dit keer ging het geweldig.’

Maria: ‘En we sliepen gewoon bij ­elkaar op één kamer.’

Marlijn Swan (31) en Kas Knikkink (32) waren drie jaar samen. In 2014 gingen ze uit elkaar. Ze hebben allebei een relatie. Kas is vader van een zoon (1).

Marlijn: ‘Kas heeft een punt gezet achter onze relatie. Het was op een dinsdag in de zomer. Ik kwam thuis van werk en hij stond bij de schouw met twee glazen wijn: ‘We need to talk.’ Lacht hard. ‘In het ­Engels! Ik had mijn twijfels een paar maanden ervoor uitgesproken, maar dacht dat we het nog wel gingen proberen. Dat bleek voor Kas toch anders te liggen.’

Kas: ‘Ik vond het ook moeilijk. We hadden een superleuk leven. We woonden samen, we hadden het heel gezellig met elkaar en met onze vrienden, we maakten nooit ruzie. Maar het was het niet zoals het moest zijn. Het kabbelde een beetje voort. Op een gegeven moment leefden we meer als broer en zus, vonden we allebei.’

Marlijn: ‘En zo voelt het nu ook: als familie. Zoals een vriendin zei: ‘Jullie zijn beter als exen dan als stel.’

Kas: ‘Ik denk dat het juist bij de mensen die zich hardop voornemen om vrienden te blijven nooit gebeurt. Vrienden blijven moet geen doel zijn.’

Marlijn: ‘Eerst was er verdriet. Het was mijn eerste relatie. Ik heb van Kas geleerd hoe leuk het is om met iemand te zijn, maar de pijn van alleen gelaten worden was ook nieuw voor mij.’

Kas: ‘Haar broer is een goede vriend van mij, vrienden van haar waren intussen vrienden van mij geworden en omgekeerd. Dat was in het begin ongemakkelijk, want dan ga je elkaar nog uit de weg.’

Marlijn: ‘Maar het feit dat we een hechte vriendengroep deelden heeft er uiteindelijk juist voor gezorgd dat wij weer naar elkaar toe groeiden, als vrienden.’

Kas: ‘In augustus ging het uit, aan het einde van het jaar had ik een nieuwe relatie. Ik voelde me snel weer goed en wilde alleen maar dat Marlijn zich ook zo gelukkig met iemand anders zou voelen. Oprecht, niet omdat we dan weer ‘gelijk’ zouden staan. Ik weet hoe leuk ze is en hoe leuk ze met iemand kan zijn. Toen zij op een gegeven moment weer een beetje mannen begon te hosselen werd het makkelijker en begonnen we elkaar weer te zien.’

Marlijn: ‘Zijn vriendin had mijn broer en een paar vrienden al meerdere malen ontmoet. Toen raakte ik zelf ook benieuwd naar haar. Ik vond haar meteen leuk.’

Kas: ‘Mijn vriendin is ook bevriend met haar ex, met wie ze vier jaar een relatie had. Zijn bijnaam werd ‘de huisvriend’, omdat hij zo vaak bij ons langskwam. Ik heb hem via haar leren kennen, maar hij had anders ook een vriend van mij kunnen zijn.’

Marlijn: ‘Ik was op vakantie toen je vertelde dat Jasmijn zwanger was.’

Kas: ‘Hoe ging dat ook alweer, was dat leuk of niet leuk?’

Marlijn: ‘Ik was superblij voor jullie. Maar het was natuurlijk wel een gek moment. Nee, ik heb nooit gedacht: was ik nu maar zwanger. Niks ten nadele van jou, maar ook tijdens onze relatie heb ik nooit gedacht aan kinderen krijgen met jou. Ik was daar helemaal nog niet mee bezig.’

Kas: ‘Je hebt nooit gedacht: zou-ie met mij ook zo goed gelukt zijn?’

Marlijn: ‘Ik vind het superleuk om jullie te zien als gezin. Ik vond het ook jammer toen jullie naar Den Haag verhuisden.’

Kas: ‘Toen Vic net geboren was woonden Jasmijn en ik bij Marlijn om de hoek. Als ze naar de supermarkt liep, keek ze bij ons naar binnen en eindigde ze vaak bij ons aan tafel om mee te eten en wijn te drinken. Zij werd eigenlijk onze huisvriendin.’

Marlijn: ‘Ik heb op een feestje wel een keer in de keuken tegenover de huisvriend

gestaan en gedacht: oh nee, dit gaan we niet doen hoor!’

Kas: ‘We zien elkaar minder nu ik in Den Haag woon en een kind heb. Maar we bellen elkaar ook, gewoon om een beetje te zeiken.’

Marlijn: ‘Als er iets speelt, op werk of privé, heeft hij nog steeds aan een half woord genoeg. Met mijn vriend ben ik nu twee keer bij Kas en Jasmijn geweest – wij hebben nog niet zo lang verkering. Na de eerste ontmoeting zei hij: ‘Dit was belangrijk voor je hè?’ Als het niet had geklikt, was dat wel erg geweest.’

Kas: ‘Maar ik kan me niet voorstellen dat jij een relatie zou beginnen met iemand die ik een lul vind.’

Straatvraag: waarom zijn jullie geen vrienden gebleven?

Sam (19), 1 jaar samengeweest: ‘Omdat het een enorme lul is die er met mijn beste vriendin vandoor ging.’

Michelle (59), 30 jaar samen geweest: ‘Omdat ik voor mezelf moest kiezen en dat kon niet met hem erbij.’

Frank (54), 15 jaar samen geweest: ‘Zodat ik mij niet meer hoef te ergeren aan die irritante trekjes van haar.’

Renée (21), 1 jaar en 8 maanden samen geweest: ‘Omdat ik mijn tijd duizend keer liever spendeer met mijn nieuwe vriend.’

Louise (49), 19 jaar samen geweest: ‘Als ik bevriend zou kunnen zijn met mijn ex, was ik niet van hem gescheiden.’

Bauke (20), 2,5 jaar samen geweest: ‘Een vriendschap zie ik als een nieuwe vorm van relatie, die veel tijd en energie kost. Die energie gebruik ik liever om vooruit te gaan in plaats van stil te staan.’

Hans (52), 15 jaar samen geweest: ‘Omdat er geen commitment meer was van mijn kant.’

Linda (46), 12 jaar samen geweest: ‘Omdat zijn gedrag in negatieve zin het leven van mijn dochter beïnvloedt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden