'We hebben het samen gedaan. Samen gepuft'

Anne-Marie Brinkman (29) en Timo der Weduwen (34) hebben twee kinderen: Arthur (3) en Dagmar (10 maanden). Zij is organisatie-adviseur, hij is hoofdinspecteur bij de politie....

JAPKE-DOUTZEN BOUMA

Zij: 'Toen we trouwden, wilde Timo eigenlijk meteen een kind. Ik had dat wat minder.'

Hij: 'Ik wilde een kind omdat ik meer van Anne-Marie wilde zien. Zo voelde het.'

Zij: 'Ik werkte bij een organisatie-adviesbureau. Ik had het er erg naar mijn zin. Toch had ik het idee dat ik iets in mijn leven miste. Ik vroeg me af: is dit het nou? Een goede opleiding, een goede baan, het uitgaan, de verre reizen die we maakten?'

Hij: 'We vroegen ons af of dat nog veertig jaar zou voortgaan zo. Niet dat we ons verveelden. . .'

Zij: 'Maar we hadden het idee dat ons leven leeg was. Dat het verder alleen zou gaan om nóg spectaculairder reizen, nóg grotere auto's en nóg meer geld.'

Hij: 'Op vakantie in Italië wilden we toen voor het eerst allebei een kind.'

Zij: 'We hebben er avonden onafgebroken over gepraat. We kwamen erachter dat een kind krijgen, hoe je het ook wendt of keert, eigenlijk nooit uitkomt.'

Hij: 'Dan maar meteen, was onze conclusie. Want hoe verder je bent in je carrière, hoe moeilijker het wordt om alles om te gooien. Dat wilden we vóór zijn.'

Zij: 'Ik heb vanaf het begin gezegd dat ik het alleen wilde als we het écht samen zouden doen. Om ons heen had ik vaak genoeg gezien dat alleen de vrouwen een stap terug doen. Voor de mannen veranderde er vaak niet zoveel.'

Hij: 'Dat wilden wij niet. Ook niet dat het kind aldoor in de crèche zou zitten.'

Zij: 'We hebben alle mogelijkheden op een rijtje gezet. Wat er zou gebeuren als Timo vier en ik drie dagen zou gaan werken, en andersom. Woonwerkafstanden, verhuisscenario's. We hadden acht multomapblaadjes vol met berekeningen.'

Hij: 'We waren de eersten in onze vriendenkring die een kind wilden.'

Zij: 'De meeste mensen vonden het vreemd. Iedereen was hartstikke enthousiast, maar de vraag bleef steeds...'

Hij: 'Waarom doen jullie dit jezelf aan? De meesten wilden er echt uren met ons over praten.'

Zij: 'Iedereen dacht dat wij carrière zouden gaan maken.'

Hij: 'Voor ons was het duidelijk. Nog steeds.'

Zij: 'We eten elke dag met zijn vieren.'

Hij: 'Rond kwart voor zes. Binnen de organisatie waar ik werk, is dat watjesgedrag. Een collega van me zei ooit tegen me: ik eet nooit samen met mijn gezin. Alsof dat iets is waar je trots op moet zijn. Toen zei ik: ik wel. Ik wil dat. Dan moet je het dus gewoon doen.'

Zij: 'Dat we 's avonds nog wel eens zitten te werken als de kinderen slapen, hoort er dan natuurlijk bij.'

Hij: 'Arthur kwam op 28 oktober 1993. Nerveus als ik was had ik een blocnote waarop ik bijhield wanneer de weeën kwamen. Dan had ik ook een taak.'

Zij: 'Op de cursus Samen Bevallen had de groepsleidster verteld dat zij zelf vlak voor haar bevalling spelletjes had gedaan. Dus zaten wij te dammen.'

Hij: 'Het was de eerste keer dat Anne-Marie van me won.'

Zij: 'Ik ben geen moment bang geweest. Ik dacht gewoon: óf het gaat goed, óf het gaat helemaal verkeerd en dan grijpen ze wel in.'

Hij: 'Ik was op mijn werk bang gemaakt. Dat vrouwen tot aan hun neus waren ingeknipt, en dat de kraamhulp niet wilde komen als het bed niet op kratjes stond. Dat soort dingen.'

Zij: 'Ik had mij helemaal geen voorstelling van het kind gemaakt.'

Hij: 'Ik was bang dat ik het uit mijn handen zou laten vallen.'

Zij: 'Uiteindelijk was hij er zomaar.'

Hij: 'Arthur werd geboren om kwart voor zeven 's avonds. Het was een hele mooie, heldere dag geweest, het was net aan het schemeren.'

Zij: 'We hebben het samen gedaan.'

Hij: 'Samen gepuft.'

Zij: 'De verloskundige zat er zwijgend op een stoel bij.'

Hij: 'Opeens was er zo'n klein schreeuwertje.'

Zij: 'Het was net Mick Jagger; hij had van die opgeblazen lippen omdat hij even klem had gezeten.'

Hij: 'Die eerste nacht heeft hij bovenop me gelegen. Omdat hij wat lag te prutten. Hij had vruchtwater binnen gekregen.'

Zij: 'Tussen die twee zat het meteen goed.'

Hij: 'Ik wist precies wat ik moest doen.'

Zij: 'Timo is de geboren vader. Hij heeft mij na een week geleerd hoe ik een luier moest verschonen.'

Hij: 'Dagmar kwam in april.'

Zij: 'Ik heb lang gedacht dat ik geen tweede kind wilde.'

Hij: 'Ik zat daar wat ruimer in. Ik vond dat we nog liefde genoeg hadden.'

Zij: 'In de zomer wilde ik het ineens heel graag. Ik was gelijk in verwachting.'

Hij: 'Dagmar is heel anders dan Arthur.'

Zij: 'Ze is het meest ontspannen mens dat ik ken. Ze heeft wel een bepaalde drift, maar veel gedoseerder dan Arthur.'

Hij: 'Als zij iets wil, gebeurt het ook.'

Zij: 'Arthur kan je bij wijze van spreken een speelgoedje afpakken. Dat vindt ie best.'

Hij: 'Dan gaat hij gewoon wat anders doen. Spelen, lachen, een toren bouwen, wandelen of een puzzel maken, alles vindt hij even prachtig.'

Zij: 'Dat hoef je bij Dagmar dus niet te proberen. Als je van haar iets afpakt, gaat ze krijsen.'

Hij: 'Ik denk dat Dagmar straks de baas wordt.'

Zij: 'Arthur is helemaal verliefd op zijn zus.'

Hij: 'Hij noemt haar Doe-Doe.'

Zij: 'Alles wat geweldig is, noemt hij Doe. Mama-Doe, Papa-Doe.'

Hij: 'Maar Dagmar is de Doe-Doe: super geweldig.'

Zij: 'Dagmar heeft veel ontzag voor Arthur. Ze vindt het fantastisch zoals hij springt en rent. Natuurlijk zal je straks conflicten krijgen, maar de basishouding is prettig tussen hun tweeën.'

Hij: 'Soms pakt zij met haar beide handjes zijn oren vast. En dan hapt ze hem in zijn neus. Hij leest haar voor.'

Zij: 'Uit boekjes die hij uit zijn hoofd kent.'

Hij: 'Arthur is nu erg bezig met letters en het herkennen van letters.'

Zij: 'Hij is een slim mannetje.'

Hij: 'We hadden laatst vrienden op bezoek. Toen liep Arthur naar de letterbak, haalde daar de letter I uit en legde die voor Ineke neer met de mededeling: dit is jouw letter.'

Zij: 'Hij is dol op taal.'

Hij: 'Ineke wilde haar even oude dochter al gaan bijscholen.'

Zij: 'Maar hij kan dus absoluut niet tekenen. Hij kan het niet uitstaan dat hij niet kan tekenen. Plakken kan hij wel. Hij kan geweldig goed puzzelen.'

Hij: 'Puzzels van honderd stukjes. Daar moet ik echt even op studeren.'

Zij: 'Zoals een volwassene puzzelt, zo puzzelt Arthur.'

Hij: 'Wie heeft de dingen en de dieren gemaakt?, vroeg hij laatst. Toen hebben we ''God'' geantwoord, want dat geloven wij zelf ook.'

Zij: 'Kinderen moet je van ergens heel diep willen. Om het goed te kunnen doen, moet je als ouders ontzettend veel van elkaar houden. Respect voor elkaar hebben. Dingen voor elkaar over hebben. Toch kan ik me heel goed verplaatsen in stellen die geen kinderen willen, hoe goed hun relatie ook is. Want hoewel ik mijn kinderen fantastisch vind, veel leuker nog dan mijn werk, moet ik er ook heel veel voor laten. Dat moet je kunnen opbrengen.'

Hij: 'Een kind kan je niet even wegleggen.'

Zij: 'Als ik geen kinderen had kunnen krijgen, was ik er misschien op den duur wel heel erg naar gaan verlangen. Dan zaten we nu wellicht tot over onze oren in de IVF. Maar eigenlijk, als ik eraan denk hoe we zijn, geloof ik dat niet. Want dan was Timo er altijd nog. En voor hém heb ik onvoorwaardelijk gekozen. Zonder kinderen was ons leven heel anders geweest, maar niet minder goed.'

Hij: 'We zijn met zijn tweeën de basis. Met of zonder kinderen. Daar komt het op neer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden