Je kunt het maar één keer doenJoao Sabajo

‘We gingen het fiksen, dat spraken we af. We waren 23 en onsterfelijk’

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid nemen kan op veel manieren: hóé je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt Barbara van Beukering nabestaan­den over het stervensproces van hun dierbaren.

Beeld Krista van der Niet

Aaron Grass Vergara, student muziekmanagement, overleed eind 2017 op 25-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Hij woonde vijf jaar samen met zijn beste vriend, Joao Sabajo (27).

Joao: ‘In 2010 kwam ik Aaron tegen op een festival. Toen we aan de praat raakten, kwamen we erachter dat we heel veel gemeen hadden. We werden eigenlijk meteen heel goeie vrienden. Aaron was een charismatische, energieke jongen. Hij was ook heel creatief, wilde zich focussen op het produceren van muziek. Toen ik ging studeren aan de VU, besloten we te gaan samenwonen.

Aaron had slechte longen. Hij had zes keer een klaplong gehad. In het dagelijks leven merkte je er niks van, hij sportte gewoon. De dag na Koningsdag 2016 had hij last met ademhalen. Hij nam het niet zo serieus, maar ik heb hem toen naar de huisartsenpost geschopt. Hij moest de volgende dag terugkomen om een scan te laten maken. Ze dachten dat hij een gestolde bloedprop in zijn long had, die wilden ze operatief verwijderen. Het bleek een tumor ter grootte van een tennisbal te zijn. Hij had een rhabdomyosarcoom, een zachte weefseltumor, een heel agressieve kanker.

Aaron was optimistisch en we gingen het fiksen, dat spraken we af. We waren 23 en onsterfelijk. We maakten plannen voor als we later groot waren. Dan zouden we met onze gezinnen een twee-onder-een-kapwoning kopen en allebei een tunnel graven zodat we elkaar onder de grond konden treffen.

Hij begon snel met chemo en bestraling en onderging het zonder een kik te geven. Hij wilde absoluut niet als een patiënt worden behandeld. Hij wilde niet teruggaan naar zijn ouders, dus wij bleven gewoon samenwonen. Ik snapte zijn redenering wel, want hij wilde gewoon zo normaal mogelijk leven. Hij stelde het op prijs als ik tegen hem zei: ‘Hé kankerlijer, wat zie je er slecht uit.’ Daar moest hij dan om lachen. Ik voelde me wel kut om dat te zeggen, maar het was een klein offer. Zo gingen we daarvoor ook met elkaar om.

De chemo viel hem zwaar. Toen zijn haar begon uit te vallen, hebben we samen met Jeremy, onze andere beste vriend, onze kop kaalgeschoren, op 5 juli 2016. Aaron zei: ‘Jullie zijn echt sukkels, dit hoeven jullie écht niet te doen, flikker op man, wat een bullshit.’ Dat was zijn manier om zich te uiten. Zo gingen we met elkaar om; we vonden het suf om de dingen expliciet te benoemen. We schoren onszelf kaal omdat we van hem hielden.

Ik was er honderdduizend procent van overtuigd dat hij het zou halen. Ik zou mezelf een huichelaar vinden als ik ergens het gevoel had gehad dat hij het niet zou redden. Als mensen tegen mij zeiden: ‘Het gaat niet goed, hè?’, werd ik woedend.

Joao Sabajo (li) en Aaron Grass Vergara.Beeld Privealbum

De laatste chemo was begin december. Toen hij klaar was met de chemo, begon hij zich meteen een stuk beter te voelen. Op de eerste scan zag het er goed uit: geen kankercellen meer. We pakten ons normale leven weer op. Hij zat weer achter de vrouwen aan. In ons hoofd, zeker in mijn hoofd, had Aaron de kanker overwonnen. We hadden het godverdomme geflikt. In mei kreeg hij weer een scan. Ik zat in een café koffie te drinken toen hij belde. Hij vertelde dat het erger terug was gekomen. Zijn hele thorax, zijn hele borst zat nu vol met tumoren. Het was de enige keer dat ik zijn stem neerslachtig heb gehoord. Maar daarna ging onze knop vrij snel om; we hadden het één keer geflikt, we zouden het gewoon weer flikken. Verliezen was geen optie.

In juni begon hij weer met chemo, maar die sloeg dit keer niet aan. Eind augustus hebben we een benefietfeest gegeven om geld in te zamelen voor immunotherapie in Amerika. We organiseerden het met al zijn vrienden en dat waren er heel veel. Géza Weisz en Manuel Broekman kwamen draaien, de Jeugd van Tegenwoordig en Dio traden op. De immunotherapie, die hij toch in Nederland kreeg, bleek niet te werken en in september was hij uitbehandeld. Maar wij gaven niet op. We lieten schorpioenengif uit Peru komen en hadden contact met een kliniek in Duitsland over een nieuwe therapie met positronenstralen. Voor mijn gevoel begonnen de mensen om ons heen de handdoek in de ring te gooien, maar Aaron niet en ik ook zeker niet. Wij zaten in een bubbel, dat hadden we ook nodig om ons op ons doel te focussen.

Het gekke is dat ik niet echt heb geregistreerd hoe ziek hij werd. Ik merkte wel dat hij steeds minder kon. Op een gegeven moment kwam hij niet meer naar beneden om te eten omdat hij de trap niet meer afkon. Ondertussen waren we bezig met de kliniek in Duitsland. Zijn vader is op het laatst bij ons komen wonen, aanvankelijk tegen de zin van Aaron. Maar zijn vader zag natuurlijk wel dat het helemaal niet goed ging en had de rol op zich genomen om hem te verzorgen. Ik had de luxe om de rol van cheerleader te vervullen. Ik moest ons er samen doorheen slepen. Ik was er om hem aan te moedigen. ‘Hé gap, je bent goed bezig.’ Dat verlangde hij van mij. Zijn moeder wilde ook graag bij hem zijn, maar zij schoot meteen vol zodra ze hem zag. Aaron kon daar niet goed mee omgaan. Door haar verdriet werd hij ermee geconfronteerd hoe slecht het met hem ging.

Op een gegeven moment zaten we samen op zijn kamer te eten. We waren aan het ouwehoeren en opeens hoorde ik dat zijn stem veranderde. Ik schrok. Hij vroeg waarvoor hij het allemaal nog aan het doen was. Ik keek naar hem en opeens zag ik zijn bleke, ingevallen gezicht. Een schim van zijn vroegere zelf. Ik had het niet eerder gezien. Ik vroeg hem waarvoor hijzelf dacht dat hij het aan het doen was. Waarop hij antwoordde: ‘Voor mijn ouders, voor mijn zussen, en voor jullie, mijn vrienden.’ Mijn hart brak. Ik zei dat als hij het niet voor zichzelf deed, hij de pijn niet meer hoefde te verdragen. Hij knikte en ging in bed liggen.

Joao Sabajo (li) en Aaron Grass Vergara.Beeld Prive-album

De volgende dag zei hij dat hij op was, dat hij niet meer kon. We hebben meteen de huisarts opgebeld. Het was onwezenlijk. Een paar dagen daarvoor waren we nog bereid maanden door te gaan en opeens wilden we dat het zo snel mogelijk voorbij was. Hij kreeg een spuitje, palliatieve sedatie, daar was ik bij. Aaron was heel rustig, hij was er klaar voor.

Ik reken het mezelf erg aan dat het me de laatste maanden niet is opgevallen hoe ziek hij was. Ik heb mijn eigen oma aan de telefoon uitgescholden omdat ze zei: ‘Joao, bereid je voor op een slechte afloop.’ Maar met de kennis van nu had ik het niet anders gedaan, omdat hij het van mij verlangde. Hij koos ervoor om te vechten en ik vocht met hem mee. Het was een geluk dat ik zo dicht bij mijn vriend heb mogen staan. Ik had het niet willen missen. Maar het doet wel pijn. Waar ik het meest bang voor ben, is dat ik er ooit achter kom dat er toentertijd ergens ter wereld een behandeling was die hem wel had kunnen redden.

Dat vreet aan me. Ik heb mijn best gedaan, maar onder aan de streep is het niet gelukt.’

Van Barbara van Beukering verscheen onlangs het boek Je kunt het maar één keer doen: Een persoonlijke zoektocht naar sterven, het grootste taboe in ons leven

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden