Madina (28, niet haar echte naam) woont, studeert en werkt in Amsterdam.

InterviewReligiewetenschapper Maria Vliek

‘Wat voormalige moslims verbindt, is het gevoel een soort fluïde tussenpositie te bekleden’

Madina (28, niet haar echte naam) woont, studeert en werkt in Amsterdam.Beeld Eva Roefs

Religiewetenschapper Maria Vliek onderzocht hoe het voor Europese moslims is om van je geloof te stappen. De Volkskrant sprak met haar en met drie Nederlandse ex-moslims uit haar onderzoek.

Hoe is het om als burger in Europeaan de islam te verlaten, het geloof dat is meegereisd met je ouders of grootouders tijdens hun migratie? Religiewetenschapper Maria Vliek (Radboud Universiteit Nijmegen) onderzocht dit onderbelichte fenomeen in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Ze promoveerde begin april, aan haar Rotterdamse keukentafel via een videoverbinding.

Op fora, in besloten Facebookgroepen, via via en soms bij toeval vond religiewetenschapper Vliek (32) in totaal 44 voormalige moslims die met haar wilden spreken over hun ‘afvalligheid’. Het resultaat is een boeiend proefschrift vol ervaringsverhalen: niet eerder werd deze groep zo diepgravend onder de loep genomen.

De Volkskrant sprak met Vliek over de inzichten die zij met deze gesprekken opdeed. 

Is het voor een moslim anders dan voor een christen om het geloof te verlaten?

‘In ons land of in Engeland zeker. Niet omdat de islam verschilt van het christendom, maar vanwege de positie van het geloof in deze landen: als minderheidsreligie. Afscheid nemen van een minderheid die – zoals in deze twee landen – onder vuur ligt, kan als verraad worden gezien en vooral ook zo voelen.

‘De mensen die ik sprak, vertelden vaak dat het geloof in het leven van hun opa’s en oma’s minder nadrukkelijk aanwezig was, ze voelden minder de drang het uit te dragen. Voor de tweede en derde generatie migranten in zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk is dat anders. Een groot deel van hen claimt de islam juist, omdát die onder vuur ligt. Dat maakt het extra lastig om eruit te stappen.’

Waarom hebben de mensen die u hebt gesproken hun geloof verlaten?

‘Keuzen die mensen maken, hoe levens lopen, dat is niet samen te vatten in één reden. Zoals mensen die uit elkaar gaan zelden een afgebakend antwoord hebben op het waarom van hun scheiding.

‘De focus in mijn interviews lag veel meer op het ‘hoe’: hoe is het zo gekomen? Ik vroeg ze naar hun levensverhaal.’

Vertonen die levensverhalen overeenkomsten? Je behandelt hen als een groep, maar zijn ze dat eigenlijk wel? Is ergens niet bij horen ook een verbindende factor?

‘Of deze nieuwe ‘groep’ als groep wordt ervaren, verschilt per persoon. Een oud-huisgenoot die ik vertelde over mijn onderzoek, zei letterlijk: ‘O, daar hoor ik ook bij, ik wist niet dat het een ding was.’ Maar ik ben ook bij een ‘coming-out’-ceremonie geweest in Londen, waar ex-moslims een soort certificaat krijgen met daarop in het Arabisch: ‘Er is geen God’. Dat is een verwijzing naar de islamitische geloofsbelijdenis; de rest van de zin – ‘behalve Allah, en Mohammed is zijn profeet’ – is dan weggelaten. Ik was daar met een Pakistaanse student, zij ervoer de ceremonie als een erkenning. Met een knipoog, maar toch: belangrijk.

‘Ik heb zowel in Nederland als in het Verenigd Koninkrijk 22 kandidaten geselecteerd, ongeveer evenveel mannen als vrouwen. De Britse interviewkandidaten zijn gemiddeld eind 20; de Nederlanders zijn iets ouder – midden 30, begin 40. Ik heb ook een man van ruim in de 60 gesproken en een jongen van 18. De mensen die ik bereid heb gevonden om mee te werken, zijn – mede door mijn eigen netwerk – bovengemiddeld hoogopgeleid.

‘Het proces van religieuze transformatie is hoogstpersoonlijk. Het varieert van traumatische ervaringen en worstelingen met de persoonlijke omgeving tot haast ongemerkte secularisaties. En het is ook geen status quo, mensen blijven laveren. In die zin dat vragen als ‘hoe ga ik ermee om?’, ‘hoe verhoud ik me tot...?’ en ‘welke keuze kan, wil of durf ik te maken?’ soms langdurig schijnbaar afwezig zijn of naar de achtergrond verdwijnen en dan ineens weer heel urgent kunnen worden.’

Kunt u een voorbeeld geven?

Denk aan sleutelmomenten in het leven als: het ouderlijk huis verlaten, een relatie krijgen, trouwen, kinderen krijgen en momenten van leed. In het Engels noemen ze dat hatches, matches and dispatches, vrij vertaald: geboorten, huwelijken en sterfgevallen.

‘Een Nederlandse vrouw van Turkse komaf die ik interviewde, beschreef mooi hoe elke levensfase een soort conflict of dilemma met het geloof kende. Als puber rebelleerde ze door het dragen van een spijkerbroek, vervolgens wilde ze studeren aan de andere kant van het land. Ze vertelde dat ze vrijwel achteloos seculier was, tot er iets groots gebeurde. Zoals haar huwelijk met haar atheïstische vriend. Ze heeft overwogen om ‘islamitisch’ te trouwen, voor haar moeder en zussen. Dat heeft ze uiteindelijk, na lang wikken en wegen, niet gedaan.

‘Wat de geïnterviewden óók verbindt, is het gevoel een soort fluïde tussenpositie te bekleden. Een Brits meisje dat ik sprak, verwoordde dat mooi: neither in nor out noemde zij het. Het is de titel van mijn onderzoek geworden.’

Maria Vliek, geboren en getogen in Twente, ging op haar 18de op reis naar Kenia. Ze belandde in Mombassa, waar ze een aantal jaar bleef wonen en werkte bij een overslagbedrijf in de haven. Ze had altijd al interesse gehad in religie als cultureel fenomeen, en die interesse nam in Kenia alleen maar toe. Terug in Nederland studeerde Vliek Religion, Conflict and Globalization in Groningen. Haar masterscriptie schreef ze over de manier waarop jonge moslims in Kenia hun identiteit vormgeven, en welke rol met name religie daarin speelt. Inmiddels woont ze opnieuw in een havenstad, Rotterdam. Met haar Engelse man gaat ze nog regelmatig naar Mombassa.

Waarom horen ze niet bij de seculieren, voor zover dat een groep is?

‘Met name omdat ze aanlopen tegen een negatieve houding in het publieke debat over moslims, maar ook vanwege opvattingen die ze denken te moeten hebben als ongelovige, bijvoorbeeld over seksuele vrijheid of het drinken van alcohol. Dat geeft een permanent gevoel van tegenstrijdigheid. Ze willen zichzelf zijn, maar moeten uitvinden wat dat is. Die zoektocht doorlopen ze in een spanningsveld van verwachtingen van de buitenwereld, aan religieuze én aan seculiere kant. Ze ervaren soms een gevoelsmatig gebrek aan grijstinten aan beide kanten van het spectrum, gelovig en ongelovig.

‘Slechts een paar van de mensen die ik heb gesproken hebben radicaal gebroken met hun verleden, hun religieuze familie en vrienden. De meesten willen die banden helemaal niet beschadigen, maar ook zichzelf niet verloochenen.

‘Een aantal interviewkandidaten zeiden: als seculiere persoon moet ik grapjes maken over de islam, maar dat wil ik niet, want dan kwets ik mensen die ik liefheb. De voormalige moslims die ik in Nederland sprak, vonden de term ‘ex-moslim’ enorm onaantrekkelijk, het deed ze aan iemand als Ayaan Hirsi Ali denken. Zij associëren het woord met stampen op waar je vandaan komt, je vervreemden van je familie, dierbaren en vrienden.’

Is dat in het Verenigd Koninkrijk anders?

‘In Nederland maken anti-islamitische sentimenten al sinds het midden van de jaren negentig deel uit van het politieke en publieke debat. Het gebeurt onverbloemd en openlijk, en is in de loop der tijd alleen maar explicieter geworden. In Engeland hoor je inmiddels vergelijkbare geluiden, maar het is nog altijd wat meer verholen dan bij ons.

‘Zo’n publiek vertoog heeft invloed op hoe een individu zichzelf identificeert. Britse ex-moslims zien de term minder als confronterend of beledigend. Zij dragen hem zelfs als een geuzennaam.’

Het onderzoek

Religiewetenschapper Maria Vliek verdiepte zich in een onderbelicht fenomeen in Nederland: afvalligheid onder moslims. Vliek: ‘Ogenschijnlijk bestaat het verlaten van de islam in Nederland niet: er wordt zelden over gesproken, er is amper onderzoek naar gedaan. Maar het bestaat natuurlijk wel.’ 

Aanvankelijk wilde ze haar inzichten in een Europese context plaatsen: hoe hebben voormalige moslims in andere Europese landen het geloof verlaten dat vaak met hun ouders of grootouders is meegemigreerd naar het Westen? Wat zijn de onderlinge overeenkomsten en verschillen? Maar dat bleek al snel te ambitieus.

Ze besloot haar onderzoek behalve op Nederland op één extra land te richten. Dat werd het Verenigd Koninkrijk, vanwege de relatieve openheid waarmee Britse ex-moslims zich op fora en sociale media profileren – in 2016 was er zelfs een tijdlang een populaire hashtag: #ex-muslimbecause.

Vlieks uiteindelijke onderzoek richt zich niet zozeer op de vraag hoe islamitische afvalligheid in beide landen van elkaar verschilt, als wel op de meest fundamentele der vragen: hoe verlies je je geloof als moslim? Waar begint de twijfel, waar lopen afvalligen tegenaan – op individueel psychologisch niveau, maar ook op sociaal en maatschappelijk niveau.

De Volkskrant sprak met drie van de 22 Nederlandse ex-moslims uit het proefschrift van Maria Vliek. Ze vertellen over hun ‘weg naar ongelovigheid’ en de reacties die ze kregen van familie en vrienden. 

Madina (28, niet haar echte naam) woont, studeert en werkt in Amsterdam

‘Mijn afvalligheid komt zelden ter sprake. ‘Afvalligheid’ is de term die ik meestal gebruik, omdat ‘ex-moslim’ voor mijn gevoel te veel klinkt als iemand die zich distantieert van de islam. Ik heb afstand genomen van de religieuze aspecten, maar niet van de sociale en culturele. Mijn hele familie is gelovig, ik keer me niet van hen af.

‘Soms denken mensen dat ik moslim ben, vermoedelijk vanwege mijn uiterlijk. Dan kijken ze naar mij in een discussie over moslims in Nederland, of ze vragen of ik varkensvlees eet of alcohol drink. Als ik mensen niet goed ken en ze niet aandringen, zeg ik iets als: daar hoef je geen rekening mee te houden. Ik heb niet de behoefte om te benadrukken dat ik niet langer een moslim ben, het voelt niet als een kernonderdeel van mijn identiteit.

‘Ik ben geboren in Afghanistan, meteen na mijn geboorte is mijn familie naar Pakistan gevlucht en sinds mijn 8ste wonen we in Nederland. Ik ben religieus opgevoed, de islam was dagelijks aanwezig in ons leven. Op mijn 7de begon ik samen met mijn moeder de Koran te lezen en als tiener bad ik dagelijks.

‘Mijn weg naar ongelovigheid is een gestaag traject geweest. Ik heb altijd vol vragen gezeten over dingen die in de Koran stonden, waarvan ik dacht: dit kan toch niet kloppen? Rond mijn 16de begon ik me er steeds meer in te verdiepen, ik zat veel op fora waar ik met andere jonge moslims discussies voerde over het geloof. Mede door verwijten in de maatschappij en van Geert Wilders – dat de religie inhumaan zou zijn of geweld zou aanmoedigen – wilde ik uitzoeken wat de islam voor mij betekende. Aanvankelijk werd ik juist islamitischer, wilde alleen nog halal eten, overwoog zelfs een hoofddoek te dragen. Maar hoe meer ik las, hoe meer vragen ik kreeg en hoe meer ongerijmdheden ik tegenkwam, met name over de positie van vrouwen.

‘Ik belandde in een ingewikkeld intern proces. Ergens wist ik al wel dat ik niet meer geloofde, maar ik vond het lastig om mijn relatie met God te verbreken – hij was er altijd geweest in mijn leven, ik besprak al mijn zorgen met hem. En wat nou als ik ongelijk had en hij toch bestond?

‘Rond mijn 18de is het me gelukt de knoop door te hakken. Mijn eerste coming-out was in een forum waarop ik veel discussieerde. Daarna volgde mijn familie. Mijn broers vonden het prima, maar mijn ouders en zus schrokken. Mijn moeder dacht dat ze als moeder had gefaald en dat ik in de hel zou komen, mijn zus was bang dat mijn leven en dat van de mensen om mij heen ingewikkeld zouden worden. Net zoals het voor mij een proces was om het geloof af te schudden, moesten zij ook wennen. Met mijn zus en mijn moeder heb ik er veel over gepraat. Inmiddels accepteren ze het, het is geen issue meer.

‘Ik ben er open over, vrienden – ook de gelovige – weten het allemaal, alleen mijn verdere familie weet het niet. Dat zou het leven van mijn ouders nodeloos ingewikkeld maken, die zouden zo veel vragen krijgen. Om hen doe ik mijn verhaal anoniem, maar ik vind het belangrijk dat meer over wordt gesproken. Veel afvallige moslims durven niet uit de kast te komen, uit vrees dat vrienden en familie denken dat niet geloven hetzelfde is als anti-islam zijn.’

Gülhan.Beeld Eva Roefs

Gülhan Demirci (43) is freelanceredacteur, -tekstschrijver en -(film)journalist voor onder meer het Internationaal Filmfestival van Rotterdam, de NPO en de VPRO

‘We kwamen begin jaren tachtig in Nederland wonen, we volgden mijn vader, die werkte in een textielfabriek in Enschede. Daar waar wij vandaan kwamen op het Turkse platteland, was iedereen religieus.

‘Mijn zusje en ik gingen in Twente op koranles, eerst bij een strenge mevrouw in de buurt, later in de moskee. Omdat ik een braaf meisje was, deed ik mijn best. Niet dat ik het leuk vond, maar ik kon de soera’s makkelijker uit mijn hoofd leren dan mijn zusje, daar genoot ik stiekem van. Als we naar familie in Turkije gingen, lieten mijn ouders mij verzen opzeggen, als kunstje.

‘Op de lagere school was ik vrij gelovig, in de zin dat ik alle regels heel precies wist en iedereen ging verbeteren. Erg des kinds, waarschijnlijk: zo hoort dat niet, mama. Dat doen mijn eigen kinderen nu ook, met andere dingen.

‘Ik droeg een tijdlang een hoofddoek, op de middelbare school, en van die lelijke lange rokken en wijdvallende kleding – dat moest van mijn moeder. Vreselijk vond ik dat. Uiteindelijk ging de hoofddoek af en mocht ik broeken aan, maar geen strakke spijkerbroek – het geloof van mijn moeder richtte zich vooral op zedigheid.

‘Als kind was ik gefascineerd door verhalen over de hel, die negatieve kant van het geloof werd veel benadrukt. Ik wilde precies weten wat daar gebeurde. Ik herinner me dat je moest lopen over een draad die steeds dunner werd, over een meer met vuur en krioelende slangen. Of dat je moest kiezen: wie ga je redden, je vader of je moeder – daar lag ik dan van wakker.

‘Zo begonnen mijn twijfels te groeien. Ik had steeds meer inhoudelijke vragen, vragen die niemand kon beantwoorden.

‘Ik ging op kamers in Leiden, ver van mijn ouders studeren. In die tijd sloeg ik een beetje door naar de andere kant, werd ik boos als ik iemand met een hoofddoekje op straat zag. En als ik in het weekend naar mijn ouders ging, begon ik te fulmineren over alles wat met religie of de achtergestelde rol van vrouwen te maken had. Ik denk dat ik eigenlijk verdrietig was; ik voelde me verstoten, alsof ik opeens een slecht mens zou zijn, nu ik niet meer geloofde. Dat uitte zich in boosheid.

Mijn moeder reageerde aanvankelijk emotioneel, alsof ik persoonlijk haar hart had uitgerukt. In de loop der jaren heb ik geleerd dat een gesprek over het geloof er met haar en mijn vader niet in zit. Mijn vader leeft niet meer, maar die dacht bijvoorbeeld dat ik zwaar communistisch was, met mijn maffe ideeën.

‘Inmiddels ben ik veel milder dan toen ik net aan het losbreken was. Ik heb mijn leven zelf vorm kunnen geven, niet in de klem van de Turkse gemeenschap. Mijn man is een niet-gelovige Nederlander en mijn kinderen vertel ik vanuit historisch oogpunt wat religies zijn en waarom hun tante wel een hoofddoek draagt en ik niet.’

Salman. Beeld Eva Roefs

Salman (39, niet zijn echte naam) is econoom, en woont en werkt in Amsterdam

‘Ik denk dat ik een agnost ben, of een atheïst light. Ik geloof niet, maar sta open voor alles, inclusief God, mocht het bewijs ervoor bestaan.

‘Dat mag iedereen weten, behalve mijn ouders en mensen uit de Pakistaanse gemeenschap. Ik wil niemand teleurstellen. Mijn ouders kwamen in de jaren zeventig naar Nederland, het zijn lieve mensen, ze zijn oud; ik wil hun het leed besparen van mijn afvalligheid. Ik heb mijn eigen leven, mijn eigen huis. Soms zou ik liever eerlijk zijn, maar het is beter zo. Ik praat er ook niet over met mijn broer en zus. Al zullen die het wel vermoeden.

‘Ik hou van een biertje, eet varkensvlees. Met mijn vader en broer ga ik een keer of vijf per jaar naar de moskee. Dat doe ik graag, het is nostalgie, de moskee is vooral ook een sociale ontmoetingsplek. Maar als vrienden vragen of ik meega naar de moskee, dan ga ik liever barbecuen.

‘Als kind was ik al een twijfelaar, wilde ik alles bevragen. Ik was heel gelovig, maar ik vond het toen bijvoorbeeld al raar dat homoseksualiteit slecht zou zijn. Toch ben ik een vrome jongen gebleven tot ik ging studeren. Dat was het kantelpunt: ik begon veel te lezen, over wetenschapsfilosofie, geloof, de evolutie – eigenlijk zocht ik een ontkrachting van mijn twijfel.

‘Het is prachtig om te leven met het idee dat er aan het einde een fijne plek op je wacht, met een barmhartig opperwezen. Helaas waren de tegenargumenten sterker. Stel, je bent een almachtige god en je wilt je boodschap naar de wereld brengen: waarom dan in het Arabisch en op zo’n ingewikkelde manier?

‘Op mijn 24ste maakte ik de keuze: ik denk niet dat ze waar zijn, al die dingen waarmee ik ben opgevoed. Het was een weloverwogen besluit, dat langzaam tot stand kwam. Ik weet niet of ik gelijk heb, misschien ga ik wel naar de hel, maar I’ll take my chances.

‘Ik begon met het proeven van varkensvlees, dat was wennen. Alcohol vond ik meteen leuk – het was een soort tweede middelbareschooltijd. Ik zal altijd blijven twijfelen: is er iets dat ik over het hoofd zie? Maar hoe ik het ook wend of keer, geen enkele religie overtuigt.

‘Sinds een tijdje heb ik een vriendin, een moslima. Ik respecteer haar regels, ze komt niet bij me thuis, we hebben geen seks. Ik hoop met haar te trouwen. Het zal botsingen opleveren dat zij wel gelooft en ik niet – dat merken we nu al. Maar ze is het waard.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden