ReportageShoarmazaak in Tilburg-Noord

Wat verkoop je als Syriër in Tilburg-Noord? Kapsalon en shoarma

Achterstandswijken lopen door corona de hardste klappen op, waarschuwen burgemeesters van de grote steden. In Tilburg-Noord werkt Abdulwhab Mkhallati keihard om zijn shoarmazaak overeind te houden. Het kostte hem al zijn verloving.

Abdulwhab Mkhallati wilde het liefst zeven dagen per week werken om te sparen voor zijn shoarmazaak.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Abdulwhab zag de Syrische restaurantjes in Tilburg-Noord komen en gaan. Arabische namen hadden ze, en menu’s vol gerechten waar de Tilburgers geen raad mee wisten. Die willen een kapsalon bestellen, een broodje shoarma, een Turkse pizza. Zo zijn ze het gewend, zegt Abdulwhab. Waarom zou hij het anders doen?

Heeft hij eindelijk zijn eigen tent, dan gaat hij natuurlijk geen domme risico’s nemen – laat anderen maar een gat in de markt zoeken. Oranje, zo noemde hij zijn zaak. Het enige Syrische op het menu is een Syrisch broodje shoarma, met andere kruiden en andere knoflooksaus. Nee, niet de publiekstrekker.

In Aleppo studeerde hij voor ingenieur, nu staat hij hier achter de toonbank met zijn vriendelijke, knappe gezicht. Hij draagt een zwarte polo met het logo van zijn snackbar en begint bijna elk antwoord met: ‘Ja, nou...’ Hij benadert de buitenwereld met een lichtheid, geen wantrouwen, alsof hij nog nooit een slecht mens is tegengekomen. De oorlog mocht geen vat op hem krijgen.

Oranje is een piepkleine zaak, een afhaalloket eigenlijk, op het Wagnerplein, een eiland van winkels en eettentjes in een zee van flats tussen rijtjes laagbouw en uitgestrekte plantsoenen. Je ziet er rokende moeders achter een kinderwagen. Jongens op badslippers van dure sportmerken. Dit is de componistenbuurt. De Beethovenlaan voert naar het Verdiplein, geliefde hangplek van jongeren.

Achtergronden

Sinds de jaren zestig, toen de wijk in stempels van gelijke blokken werd gebouwd, hebben migratiestromen de bevolkingssamenstelling er veranderd: eerst de gastarbeiders, later vluchtelingen en arbeidsmigranten. Veel van de statushouders in Tilburg worden in Noord en West gehuisvest, omdat daar het aandeel sociale huur groot is. Zoals Abdulwhab zijn er velen, maar weinigen werken zich zo snel omhoog.

De wijk is nu een mozaïek van verschillende achtergronden, geen enkele groep is dominant: wijkbewoners hebben, behalve een Nederlandse, een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse, Poolse of Syrische achtergrond. Opvallend veel bewoners hebben Somalische wortels. Als Abdulwhab met zijn familie op vrijdag naar de moskee gaat, zegt zijn vader voor de grap: ‘Het is hier net Mogadishu.’

Abdulwhabs achternaam is Mkhallati. Althans, dat was de fonetische spelling van de ambtenaar in het land van aankomst. Zijn familie woont even verderop in de Pucciniflat, een gebouw met veel armoede achter de voordeur – maar zij wonen er goed. Zijn goedgebekte zusje Loulia (‘bijna 11’) en zijn broertje Achmed (16) zorgen voor hun moeder, die door een hersenbloeding een verlamde hand heeft.

Vader zit thuis en heeft alle tijd om op dinsdagmiddag grote hoeveelheden kipspiesjes te barbecuen, op een klapstoeltje in de zon voor de garageboxen. Door de vele oorlogen is hij nooit naar school gegaan en kan hij dus niet lezen of schrijven. Abdulwhabs oudere zus is getrouwd en woont noodgedwongen nog in Syrië.

Voltijdstudie

Abdulwhab is drie jaar in Nederland. De uitkering voor thuiswonenden was laag, te laag – werken wilde hij. Hij volgde een intensieve taalcursus en oefende elke dag met een Nederlandse vrijwilliger. Want als je de taal kent, kun je alles doen, zag hij al snel.

Daarna ploeterde hij dik twee jaar in de keuken bij een sushirestaurant. Ik wil zeven dagen werken, zei hij. Dat deed hij ook als kledingverkoper in Syrië. Helaas, zei de manager, dan krijgen we een boete. Je moet ook af en toe uitrusten.

Maar Abdulwhab rust wel uit als hij rijk is. Nu is hij 23 en vol plannen en energie. Ambitieus? Dat woord kent hij nog niet, maar hij is het wel.

Een jaar geleden opende hij zijn shoarmatent. Ondertussen volgt hij een mbo 4-opleiding financiële administratie. Voltijds. Tussen negen uur ’s ochtends en twee uur ’s middag studeert hij en zet hij een werknemer in zijn zaak. Daarna werkt hij zelf tot laat. Zijn laptop staat open naast de kassa zodat hij, als het rustig is, kan oefenen met activa, passiva en spreadsheets.

Zo hard werkte hij de afgelopen twee jaar dat het hem zijn verloving kostte. Te weinig aandacht voor haar, een Syrische, te veel stress voor hem. Samen met haar kreeg hij een huisje toegewezen in Tilburg-Zuid. Nu woont hij daar in zijn eentje. Een nette buurt, maar te rustig, hij wil liever terug naar Noord.

Toen hij op een vrijdag wat vrienden langs had, ging hij netjes naar zijn buurman om te zeggen dat het gezellig zou worden. Doe een beetje zachtjes, zei die. Daar begreep Abdulwhab dus niets van. In Noord, hoe rommelig ook, lachen de mensen tenminste.

Veel van Abdulwhabs vrienden zijn statushouders, maar geen enkele heeft zijn eigen zaak. Ze werken bij McDonald’s of aan de lopende band. Ze durven niet, of kunnen niet genoeg sparen. Het was ook een moeilijk eerste jaar voor Oranje, helemaal door corona. Maar Abdulwhab houdt het hoofd boven water. Gelukkig kon hij openblijven omdat hij geen stoelen heeft. 

Wat als hij zijn diploma heeft? Verkoopt hij dan zijn zaak? Ja, nou, zegt Abdulwhab, de toekomst is niet te voorspellen. De enige garantie is dat hij keihard blijft werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden