ColumnPeter Middendorp

‘Wat?’, riep mijn moeder uit. ‘Heb jij de politie in de kont geschopt?’

Ik stond een keer te kijken naar een politieagent, die kromgebogen voor me stond, mogelijk om zijn veters te strikken. En ik weet het niet, terwijl ik al een jaar of 12 was, hooguit 16, maar het politieblauw spande zo aanlokkelijk om zijn achterwerk dat ik hem daar een geweldige schop tegenaan heb gegeven. Hij sprong overeind, greep met twee handen naar zijn kont en draaide zich om: ‘Wel godver’, zei hij. ‘Wél godver.’

Normaal was ik weggerend, een steeg in, via de regenpijp een dak op. Maar liever nog, omdat het minder nadrukkelijk een schuilplaats was, waar je moest wachten tot de agenten het eindelijk opgaven, een boekhandel in. Een kantoor- of een tabakszaak met een tijdschriftenwand, om daar, tussen de klanten op een rijtje, in een boek of een tijdschrift te gaan staan lezen. In boekhandels zochten ze je nooit.

Zo ben ik aan het lezen gekomen, en dat vind ik achteraf het mooie van die tijd, de aandacht die volwassenen in allerlei hoedanigheden voor je hadden; alles was van opvoeding doortrokken. De agent nam de moeite je te achtervolgen; er kon niks misgaan. Winkeliers stelden er belang in dat je wist wat je kocht, daarom mocht je alles rustig inkijken. Er kwam niet na een minuut iemand zeggen dat je het blad terug moest leggen. Ze zaten nog niet in plastic. Er waren nog bladen, wanden vol.

De jongeren van tegenwoordig hebben geen boekhandels meer om zich in te verstoppen, en ook bijna geen bibliotheken. Het lezen gaat failliet, de leesvaardigheid. Als ze al op het idee zouden komen om hun gezichten achter iets leesbaars te verbergen, en er is ook iets beschikbaar, zouden ze zich alleen maar verdacht maken.

Nu werd ik in de kraag gegrepen en naar huis gedirigeerd, de Blokkerwinkel van mijn ouders in, en ter hoogte van de kassa’s voor een publiek van klanten en personeel opgehouden aan een gestrekte politiearm, de kraag op mijn kruin, de tenen aan de vloerbedekking. Omdat ik een valse naam had opgegeven, riep hij: ‘Woont hier een Philippe Middendorp?’

Mijn moeder trad naar voren, meteen al woedend. ‘O, grote God’, riep ze. ‘Wat heeft die lelijke vent nu weer uitgevreten?’ Ze keek agent aan. ‘Nou’, zei die, ‘hij heeft…’ Hij schraapte zijn keel. ‘Ik denk dat hij dat beter zelf even kan vertellen.’

Omdat iedereen meeluisterde, fluisterde ik mijn moeder toe wat ik had gedaan. ‘Wat?’, riep ze uit. ‘Heb jij de politie in de kont geschopt? Heb jij de politie in de kont geschopt? Waarom heb jij de politie in de kont geschopt?’ Ze kwam dreigend dichterbij: ‘Ik zal je léren om de politie in de kont te schoppen!’

Maar de agent zei: ‘Hoho’, want hij ging gewoon door met opvoeden, ook van ouders die hun opvoeding wat al te enthousiast dreigden te hernemen. ‘Ik denk dat Philippe zijn lesje nu wel heeft geleerd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden