Design Vroege ontwerpen

Wat maakten beroemde designers vóór ze een beroemde designer werden?

Wat ontwierpen bekende ontwerpers vóór ze ontwerpers waren? Nou, dit dus. Want: ‘Elke professional is ooit amateur geweest.’

Erik Kessels (53), reclamemaker, ontwerper, kunstenaar en mede-oprichter van reclamebureau KesselsKramer

Erik Kessels

‘Deze eend was mijn eerste ontwerp in hout, het was een schoolopdracht: triplex plankjes zagen, op elkaar lijmen en dan dagenlang schuren. Toen het af was, heb ik op het sokkeltje een koperen naamplaat geschroefd en die met priem en hamer bewerkt, zo van: ik heb het gemaakt, dus nu zet ik ook mijn naam eronder. Ja, haha, wel genant, hoor. Ik was een jaar of 14, maar toen al een beetje excessief: als ik tekende, deed ik dat ook zestien uur per dag. Omdat de schoolopdrachten nogal simpel waren, dacht ik: misschien moet ik er zelf nog een perfecte bol bij maken, moeilijker dan dat wordt het immers niet. En inderdaad: het was een worsteling. Maanden heeft dat ding me gekost, en toen-ie eenmaal af was, heb ik hem in een doos weggestopt. Zelfs ­gisteren nog, toen ik hem op zolder bij mijn ouders terugvond, voelde ik diezelfde afkeer weer; ik heb eindeloos mijn handen kapotgeschuurd op dat ding.

‘Elke professional is ooit amateur geweest, zeker op het gebied van design: je wordt niet geboren met talent, je moet eerst een heleboel lelijke dingen maken. Ik vind het juist geweldig om dat te laten zien. Jonge professionals leren tegenwoordig veel sneller, dankzij computers en de toegankelijkheid van ideeën op internet. Maar het nadeel van zo snel werk maken, dat bij wijze van spreken meteen op je website kan, is dat je jezelf niet de ruimte geeft voor die genante, onafgemaakte dingen, terwijl in dat ambachtelijke geploeter juist de basis voor je latere ideeën ligt.

Het is niet zo dat je in mijn triplex jeugdzonde iets van mijn latere werk terugziet, maar de volharding, de fundering ónder dat werk, die zit er wel in.’

Beeld Erik Kessels

Anthony Burrill (52), grafisch ontwerper

Anthony Burrill

‘Geen idee wie de vrouw op de bovenste afbeelding is. Misschien heb ik de foto uit een jarenvijftigtijdschrift gescheurd? Dit zijn pagina’s uit mijn oude schetsboek uit 1988, toen ik net op de kunstacademie begon. Ik had nog geen eigen stijl, ik maakte gewoon dingen die er cool uitzagen, dat was genoeg. Vóór je werk kunt maken dat kan communiceren, dat echt iets overbrengt, moet je je visuele vaardigheden trainen, denk ik. Het was een geweldige tijd, we waren elke dag en avond bezig in de studio, draaiden muziek, hingen een beetje rond, keken waar iedereen mee bezig was. Ik experimenteerde veel, en maakte weinig af. Concentreer je nou eens, maak wat af, zou ik tegen mijn jongere zelf zeggen als ik terug in de tijd zou kunnen gaan, maar aan de andere kant: die tijd heeft wel geleid tot waar ik nu ben. Door de jaren zijn mijn afbeeldingen steeds abstracter geworden, tot ik tien jaar geleden het beeld helemaal heb losgelaten. Ik vind afbeeldingen nu vooral beperkend, ik ben meer geïnteresseerd in de betekenis van woorden. Soms, als ik naar dat oude werk kijk, voelt het bijna of het door iemand anders is gemaakt. Aan de andere kant herken ik de hang naar eenvoud, maar vooral het plezier van het maken. Ik voel nog steeds het enthousiasme dat ik voelde op mijn 18de, de intentie om iets te maken waaraan ik lol beleef – alleen nu met iets meer ervaring.’

Beeld Anthony Burrill
Beeld Anthony Burrill
Beeld Anthony Burrill

Max Siedentopf (28), reclamemaker, grafisch ontwerper en ­kunstenaar

Max Siedentopf Beeld Max Siedentopf

‘Ik ben opgegroeid in Windhoek, de hoofdstad van Namibië: waarschijnlijk een van de minst spannende plekken ter wereld om jong te zijn. Er gebeurde niets. Dus toen ik 20 was, heb ik allerlei gekleurde figuur­tjes van brooddeeg gemaakt; hartjes en sterretjes die ik vervolgens door heel de stad aan lantaarnpalen en straatnaamborden heb gehangen. Het idee was om de stad een beetje op te vrolijken, maar ik had niet gedacht dat het iemand echt op zou vallen. Twee dagen later stonden ze in het lokale krantje en vroeg iedereen zich af wat er hemelsnaam achter dit mysterie schuilging.

Nu ik er weer over praat, schaam ik me een beetje: het is waarschijnlijk een van de slechtste ontwerpen die ik ooit heb gemaakt. Maar de naïviteit ervan, lol willen maken en onbekenden opvrolijken, dat vind ik nog steeds goed. Daar heb je geen geweldig ontwerp voor nodig. Ik denk dat deze actie de weg heeft vrijgemaakt voor mijn latere werk als de Slapdash Supercars (waar middelmatige auto’s ’s nachts met karton en tape stiekem een stuk cooler werden gemaakt, red.) en mijn uitnodiging tot voyeurisme in het Tate Modern Art in Londen – beide overigens ook niet geheel legaal.’

Beeld Max Siedentopf

Maarten Baas (41), ontwerper en kunstenaar

Maarten Baas Beeld Els Zweerink

‘Autonoom ontwerper willen worden, dat is natuurlijk leuk, maar niet realistisch. Daarom ben ik handvaardigheidsleraar geworden’, zei mijn leraar toen ik vertelde dat ik een stoeltje op schaal wilde maken. Ik was er net uit dat ontwerpen bij me paste. Theater, schrijven, fotografie, muziek; ik had overal wel een beetje aan gesnuffeld, maar het kwartje viel nooit helemaal, tot ik op mijn 14de bij een vriend van mijn broer een ontwerp voor een stoel zag. ‘Wedden dat het mij wél lukt?’, zei ik tegen die leraar. Al was het meer puberale ­bravoure dan zeker weten, hoor.

Het stoeltje was gewoon een kwestie van eindeloos figuurzagen tot ik een stapel multiplex had van dezelfde vormpjes, die ik daarna weer op elkaar lijmde. Met de juiste apparatuur kan het in een half uur, maar ik denk dat ik er dagen mee bezig ben geweest.

‘Is het een goed ontwerp? Neee... Dat zou ik niet zeggen. Sowieso is de beenhoogte veel te hoog, en dat multifunctionele – de ene kant is een schommelstoel, de andere kant is een soort loungestoel –, zou ik nu nooit meer maken. Multifunctionaliteit in je ontwerp werkt bijna nooit, vind ik, hoogstens bij een slaapbank. En tegenwoordig maak ik steeds meer dingen die helemáál geen functie meer hebben. Maar het experimentele ervan, die maffe kleuren en dat vormpje, dat vind ik goed. Het zijn typisch dingen die er op de ­Design Academy Eindhoven, waar ik later naartoe ging, met een stok uit werden geslagen: je vormgeving moest conceptueel te verklaren zijn, of gebaseerd op je materiaalsoort of zoiets dergelijks ellendigs. De naïeve spontaniteit die ik op mijn 14de had, heb ik daar afgeleerd. In mijn huidige werk probeer ik het weer terug te vinden, maar dat stoeltje, dat hééft het gewoon.’

Beeld Maarten Baas

Nynke Tynagel (41), ontwerper bij Studio Job

Nynke Tynagel

‘Ik was een jaar of 16. Mijn tekenleraar deed mee aan een wedstrijd, ­landelijk of regionaal, dat weet ik niet meer, maar toen ging het al over het milieu. We moesten een affiche ontwerpen dat aanspoorde om lege blikjes keurig bij het afval te gooien. ‘Blik de bak in’, verzon ik als slogan, met daaronder een afbeelding van een blikje met een boos gezicht, zijn armen geklemd om de tralies van de afvalemmer.

Onderstaande foto is gemaakt op de dag dat de winnende affiches bekend werden gemaakt. Ik won 100 gulden: een enorm bedrag, vond ik toen. Toch kijk ik heel serieus. Zo was ik ook; ijverig en ernstig. Ik tekende veel; ik zat op tekenles en ging na school vaak met vriendinnen naar het atelier van mijn moeder, die dessins schildert. Ik deed wel vaker mee aan wedstrijden: toen ik een ballerina had getekend als verbeelding van mijn toenmalige droomberoep, mocht ik een fiets uitzoeken in de plaatselijke rijwielhandel van Bergeijk. Later heb ik voor Zoo, in die tijd een populair gympenmerk, een patroon ontwikkeld en mocht ik een tas uitzoeken. Ik was introvert en helemaal niet competitief, maar in mijn werk vond ik het wél leuk om zichtbaar te zijn. Nog steeds beweeg ik me liever achter de schermen, daarom werkt de samenwerking tussen Job Smeets en mij zo goed; ik heb wel een bepaald talent, maar het moet ­gemanaged worden, anders blijft het onzichtbaar.’ 

Beeld Nynke Tynagel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden