Column Sylvia Witteman

Wat is er grappig aan honderd gekapte bomen?

Ik fietste twee pratende meisjes voorbij. ‘Heb je de bomen in de Frederik Hendrikstraat gezien?’, zei de een. ‘Ja, lachen, hè?’, vond de ander. Nu kun je veel zeggen over bomen, maar ze zijn zelden om te lachen. Nieuwsgierig fietste ik naar de Frederik Hendrikstraat, een non-descripte strook Amsterdam-West. Het enige opvallende aan de Frederik Hendrikstraat was dat er geen boom te bekennen viel, laat staan een boom die de lachlust opwekte.

Toen ik dichterbij kwam, zag ik wat er aan de hand was: zowat alle bomen in de straat waren gekapt. Er stonden alleen nog korte, dikke stammen, tientallen, misschien wel honderd, en op elke stam was een vel papier geplakt met een tekst. ‘Deze boom plande zijn hele leven om vier seizoenen heen. De gemeente plande zijn dood, alleen om geld...’ las ik. Op een andere boom stond : ‘Deze boom was niet ziek of zwak, maar toch niet sterk genoeg om de graaicultuur te overwinnen...’ en op een derde: ‘Deze boom groeide weelderig. Maar weelde is niet voor de gewone burger bestemd...’

Die veelbetekenende drie puntjes aan het eind gaven elk tekstje een hoog breek-me-de-bek-niet-open-gehalte. Hier was duidelijk sprake van een Misstand. Ik bekeek de kale stompen. Aan de jaarringen te zien waren ze zowat een halve eeuw oud. Wat zouden ze allemaal hebben meegemaakt? Ik kon eigenlijk zo gauw niks bijzonders bedenken, want de Frederik Hendrikstraat is bij mijn weten nooit het bruisend centrum van historische gebeurtenissen geweest. Generaties pissende honden, dat wel.

‘Weet u waarom die bomen gekapt zijn?’, vroeg ik aan een vrouw die ramen stond te lappen. ‘Ze zeggen, omdat de wortels door het fietspad naar boven kwamen’, sprak ze. ‘Dat was blijkbaar gevaarlijk voor fietsers. ‘t Is een rotgezicht, hè? Maar ze gaan nieuwe bomen planten, naar het schijnt.’

‘En hoe zit dat met die ‘graaicultuur’?’, vroeg ik, wijzend op zo’n briefje. De vrouw haalde haar schouders op. Ook zelf kon ik zo gauw niks te graaien bedenken. Honderd dode bomen leveren de gemeente geen goudgeld op, leek me. Ook wat er nou te lachen viel ontging me. Of hadden die meisjes daarmee die protestbriefjes bedoeld?

Ik liep verder, met mijn fiets aan de hand. Op een van die boomstompen zat een dikke, grijze kat zich te wassen in de zon. Ik stopte om ernaar te kijken. Toen de kat erachter kwam dat hij niet alleen was, staakte hij het wassen, sloot zijn bek en keek me vorsend aan. Maar omdat hij vergeten was zijn tong binnen te halen, hing die nog als een nutteloos roze lapje uit zijn bek.

Ik lachte.

Dus tóch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.