Column Sander Donkers

Wat is die hele vriendschap eigenlijk waard, als de jongens vergeten zijn van oeh baby tuddedudde?

Drie mannen zoeven in een gele Mercedes door de donkere nacht. Buiten schijnt het al Frankrijk te zijn. 500 kilometer in de achterzak, 400 to go. Vraag niet waarom ze er zo’n krankzinnig reisschema op nahouden, maar zoek het antwoord in een broederlijk gedeeld gebrek aan organisatievermogen, waarna groepsdwang de rest deed.

Niet dat het ene moer uitmaakt. Ze zijn vrienden, bij elkaar opgeteld al meer dan een eeuw. Lief en leed, up en down, dik en dun − maar ze zien elkaar te weinig. Dus ouwehoerden ze tot Luxemburg de kilometers hongerig vol, waarna het hoog tijd was voor muziek. De bijrijder als deejay, om beurten een verzoekje. Voor de vorm gooiden ze er eerst nog wat recente ontdekkingen in, maar al snel nam iemand de onvermijdelijke afslag richting memory lane. Zoals dat gaat als popmuziek de humuslaag onder een vriendschap is.

Samen stonden ze in honderden concertzalen, duizenden uren zaten ze op elkaars bank met de stereo binnen handbereik. Ze daalden zo diep af in de ziel van hun helden dat ze het recht verwierven hen bij de voornaam te noemen. Nu schieten ze ongemerkt terug in die oude gewoonte, en ze begrijpen elkaar nog altijd moeiteloos. Alleen voor hen is het logisch om via Hermans carnavalskrakers bij Lou uit te komen, wat automatisch leidt tot die ene van Curtis, een moppie Van, een oudje van Bob (Marley, zelden Dylan), en dan via Dolly en Mavis, langs Otis en Solomon naar de Johnny’s (Cash, Hiatt en Southside). Al kun je daar natuurlijk ook richting Fela.

Zo schieten ze langs Metz én door de popgeschiedenis, in hun eigen unieke flow. Och, wat is het geweldig om elkaar zo door en door te kennen! Aan elk nieuw nummer kleeft een snipper gedeeld leven. Er wordt luidkeels meegebruld, op het dashboard getrommeld en hier en daar zelfs volgeschoten. De moraal stijgt tot ongekende hoogten. Totdat chauffeur P. opeens vraagt om ‘dat nummer van oeh baby, tuddedudde’, en de boel krakend en piepend vastloopt.

De achterbank haalt de schouders op, de bijrijder begint te grinniken. ‘Kom óp jongens,’ klinkt het bijna wanhopig. ‘Tuddedúdde. Oeh baaaaaby! Van die James….’

‘Brown?’

‘Last?’

‘Ah, fuck you!

P. schudt zijn hoofd in ongeloof. Wat is die hele vriendschap eigenlijk waard, als de jongens vergeten zijn van oeh baby tuddedudde? Die ene avond, met die gast, op dat hoekje, toen van het een zo plotseling het andere was gekomen? Ach, weet je, laat ook maar...

Ze zetten een ongevaarlijke jazzplaat op en leggen de laatste kilometers zwijgend af. Morsdood is de vibe.

De volgende ochtend duurt het lang voordat P. aan het ontbijt verschijnt. Hij heeft kringen onder zijn ogen. Zonder iets te zeggen gooit hij zijn iPhone op tafel. Het Spotify-icoontje doet het scherm groen oplichten. Er sijpelt een blikkerig melodietje uit. Een ietwat schorre mannenstem die ‘oehoe baby’ zingt, gevolgd door een gitaartje waar je met heel veel goede wil inderdaad iets in zou kunnen ontdekken dat in de verte klinkt als tuddedudde.

‘Jackson Browne,’ zegt hij. ‘Stelletje eikels.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.