ANALYSE

Wat heeft jong talent aan deze minister?

Minister Bussemaker van Cultuur trekt 8 miljoen euro extra uit voor de ontwikkeling van cultureel talent, waarvan 3 miljoen euro in de vorm van leningen. Vooral in podiumkunsten als theater en ballet hebben talenten moeite om door te stromen naar de top. Pakt zij de grootste knelpunten aan?

null Beeld Foto ANP
Beeld Foto ANP

'Op een aantal punten stokt de ontwikkeling van talent', zo constateert OCW-minister Jet Bussemaker in haar brief aan de Tweede Kamer (zie pagina 5 van de Volkskrant van vandaag). Het siert haar dat ze naar noodsignalen uit het veld luistert en maatregelen neemt. De vraag is of ze met haar voorstellen voor artistieke coaches en laag rentende leningen de juiste inhaalmanoeuvre maakt.

Goedkope leningen zijn misschien een uitkomst voor startende popmuzikanten, game-ontwerpers en beeldend kunstenaars, voor podiumkunstenaars werkt dit niet. Zij verdienen de salarissen van dansers en acteurs (de grootste kostenpost) nooit terug met een tourneetje langs theaters en festivals. Op voorstellingen wordt bijna altijd toegelegd, tenzij je volle zalen trekt in grote theaters.

In het huidige beleid zijn instellingen voor talentontwikkeling goeddeels ingeruild voor het onderbrengen van jonge makers bij bestaande gezelschappen. Maar een onbekend regietalent is moeilijk te slijten aan theaters, als die ook een 'Ivo-van-Hove' of 'Theu-Boermans' kunnen kiezen. Zo blijft de jonge maker aangewezen op enkele shows in eigen huis, zonder te rijpen voor vreemd publiek.

Resultaatsverplichting

Minister Bussemaker wil minder hoge eisen gaan stellen aan theatergroepen. Die moeten nu een minimum aantal voorstellingen spelen, met een minimum aantal bezoekers. De groepen zien die resultaatsverplichting als een drempel om met jonge, onbekende namen te werken. Maar een jong talent kan bij een gezelschap nooit helemaal een eigen handschrift ontwikkelen. Die zal zich moeten aanpassen aan de cultuur van een gezelschap.

Bussemaker roemt terecht succesvolle ontwikkelingen in de regio, waar productiehuizen zijn gaan samenwerken met partijen als overheden, festivals, theaters en kunstvakopleidingen. Daar is meer oog voor het behoud van talent, om geen grijze achtertuin te worden van een bruisende Randstad. In grote steden gaat samenwerking moeizamer - zie het gerommel in de Amsterdamse danssector. Het is dat productiehuizen als Toneelschuur Producties, Frascati, Korzo en Productiehuis Rotterdam knokken om zelfstandig overeind te blijven, anders was nog meer avontuurlijk talent verloren gegaan.

Het belang van een samenwerking op eigen voorwaarde van starters met ervaren mensen komt niet aan bod. Een beginnend regisseur moet met ervaren acteurs kunnen werken, en andersom: een jonge acteur met een ervaren regisseur, om klassieke beginnersfouten te omzeilen. Dat was de praktijk van de oude productiehuizen; waarvan er vroeger 22 waren, en nu zeven. De Nieuwe Oost, een door Bussemaker geprezen voorbeeld van samenwerking in Overijssel en Gelderland, plukt een getalenteerde autodidact als Martijn Holtslag van een Twentse zolder en zet hem in een band met ervaren muzikanten.

Zijn Knarsetand speelt nu op alle grote festivals. Productiehuis Zeelandia laat de jonge Ilmer Rozendaal (Ton Lutzprijs) samenwerken met ervaren acteurs. Zie dat maar eens in je eentje uit de grond te stampen met 9.000 euro aan artistieke coaching. Het coachingsplan werkt alleen wanneer zo'n adviseur talent helpt aan een netwerk van samenwerkende festivals, podia, scholen, financiers enzovoort. Als een maker zich niet kan verbinden aan zo'n entiteit, dan is de kans groot dat hij of zij sneuvelt.

Jong talent moet snel leren

Het grootste probleem blijft: wie bepaalt wie een talent is? De opleidingen selecteren te weinig, vanwege financiele prikkels om veel afstudeerders af te leveren en angst een ontdekking mis te lopen. Er komen nog steeds meer afgestudeerden op de markt dan die kan verwerken.

Zolang je niet met een liedje of monoloog je boodschappen kunt betalen, zul je geld moeten verdienen. Dat besef is in de popmuziek groter dan in dans of theater. Jong talent kan en moet daarin snel leren.

Met leningstelsels en coaches introduceert Bussemaker hopelijk niet nog meer nieuwe structuren en ingewikkelde procedures. Het streven naar verbetering van talentontwikkeling is een welkom begin, maar de extra's van Bussemaker lijken vooralsnog onvoldoende om talenten weer echt een pad naar de top te bieden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden