80 keer Die ene patiënt

Wat dokters leren van hun patiënten

Beeld Tzenko Stoyanov

Bij de bundeling van de serie Die ene patiënt, na ruim tachtig afleveringen, maakt Ellen de Visser de balans op: de zeven belangrijkste lessen die zorgverleners leerden.

Er was een arts die voor een terminale patiënt een huwelijksceremonie organiseerde, een arts die moeite deed om een echtgenoot een laatste nacht te gunnen met zijn stervende geliefde, een arts-assistent die een echo liet maken van een ongeboren baby zodat een ernstig zieke patiënt zijn kleindochter nog kon zien, een dokter die jarenlang een plekje op zijn spreekuur reserveerde voor een overbezorgde oude heer alleen maar om hem gerust te stellen.

Er waren artsen die dankzij een patiënt van vak veranderden, of een nieuw vakgebied ontwikkelden, die hun standpunt over abortus of over euthanasie aanpasten, artsen die door een patiënt een betere dokter werden, artsen die ooit een ernstige fout maakten en daardoor milder werden. En allemaal bleven ze de rest van hun leven denken aan de patiënt van toen.

Ze waren opmerkelijk openhartig, de artsen die de afgelopen anderhalf jaar wekelijks vertelden over ‘die ene patiënt’ die hen zo had geraakt dat ze er van hadden geleerd. Ook andere zorgverleners werkten graag mee: verpleegkundigen bijvoorbeeld en psychologen.

Al die medische experts hanteren, vertelden ze, een vorm van professionele empathie: ze zijn betrokken bij hun patiënten maar houden gevoelsmatig afstand, als een pantser dat hen behoedt voor de zware emotionele belasting van hun vak. ‘Ik heb geleerd om de luiken gesloten te houden’, zei forensisch arts Bertine Spooren daarover. Maar er zijn patiënten die daar doorheen dringen, patiënten die hen beroeren, om uiteenlopende redenen, en die bepalend zijn geweest voor hun denken en handelen. En daarover vertelden ze graag.

Nu, na ruim tachtig afleveringen, is de serie gebundeld. Korte scènes uit alle hoeken van het vakgebied, die steeds weer neerkomen op een illustratie van dat beroemde, eeuwenoude adagium: La médecine c’est guérir parfois, soulager souvent, consoler toujours, geneeskunde is soms genezen, vaak verlichten, maar altijd troost bieden. Of, zoals illustrator Tzenko Stoyanov mailde vanuit Stockholm, waar hij de verhalen wekelijks van een treffende Delfts blauwe tekening voorzag: ‘Mensen zijn geweldig!’

Dat zoveel zorgverleners wilden vertellen over hun ervaringen laat zien hoe belangrijk patiënten kunnen zijn voor de medische professionals aan hun bed. Als zij zich daarvoor openstellen, kunnen de lessen die zij van hun patiënten leren soms van meer waarde zijn dan de kennis die zij in hun boeken opdoen.

‘Wij hebben zo’n intensief contact met mensen in een bijzondere, vaak emotionele periode van hun leven’, zei maag-darm-leverarts Ernst Kuipers, ‘dat het niet anders kan of we worden aan het denken gezet. Als arts word je gevormd door alles wat je van je patiënten leert.’

Welke lessen leerden al die zorgverleners van hun patiënten? De zeven belangrijkste op een rij aan de hand van opmerkelijke citaten.

‘We zijn te gast in het leven van een ander en zo horen we ons te gedragen.’ (verpleegkundige Hans van Dam)

Luister en kijk naar de patiënt want die vertelt vaak wat er moet gebeuren, of dat nu een man is die rondloopt met hevige liespijn of een jonge moeder die het leven te zwaar valt. Neem de tijd om patiënt en familie te leren kennen, geef ze de kans om hun angsten te benoemen. Respecteer hun ideeën, ook als dat moeilijk is omdat ze tegen je eigen overtuiging ingaan. En besef hoe belangrijk oprechte aandacht is, zeker bij ouderen: Als iemand jou speciaal maakt, blijft het leven de moeite waard.

‘Ik oordeel niet meer zo snel. Een fout is zo gemaakt.’ (internist Peter de Leeuw)

Kijk met open vizier, hou het voor mogelijk dat zaken anders liggen. Oordeel niet te snel over iemands karakter, hoe iemand doet, is vaak niet hoe iemand is. Realiseer je hoe moeilijk het is om als gezond mens, en dus ook als dokter, te beoordelen wat kwaliteit van leven inhoudt en waar die ophoudt. En besef dat iedereen hulp verdient, ongeacht de achtergrond.

‘Eigenwijsheid is een positieve eigenschap, als je genoeg reden hebt om het te zijn.’ (vaatchirurg Marc Scheltinga)

Vertrouw op wat je gevoel je ingeeft, of je nu op het Afrikaanse platteland een kind ter wereld moet helpen of een hondje met een dwarslaesie moet opereren. Durf af te wijken van de protocollen, als je meent de patiënt daarmee te kunnen helpen. Waak ervoor dat de regels niet zo gaan beperken dat ze goede zorg in de weg staan.

‘En toen was daar die jonge vader die zo stellig was over het allerliefste wat hij bezat.’ (neurochirurg Pieter van Eijsden)

Niet alles wat kan, moet. Een meisje met hersenstamkanker, een oude dame die in de spreekkamer een hartstilstand krijgt, een aids-patiënt in zijn laatste levensfase: niet behandelen blijft voor artsen erg moeilijk, maar soms kan dat toch het allerbeste zijn. Overleg over de voor- en nadelen van alle behandelingen en denk niet voor de patiënt: je kunt niet invoelen wat die doormaakt.

‘Er komt een moment waarop in een klap duidelijk wordt dat je geen almachtige figuur bent.’ (kinderlongarts Kors van der Ent)

Laat pretenties los, en besef dat de medische macht over het leven beperkt is. Ziektes kunnen patiënten als een sluipmoordenaar bespringen. Soms komt het leven onverwachts naar je toe, soms ontglipt het je heel plotseling en lang niet altijd kun je daar invloed op uitoefenen.

‘Ze was zo dapper, toen ze wegging, waren we aan haar gehecht geraakt.’ (kinderarts Elise van de Putte)

Patiënten hebben vaak een indrukwekkende veerkracht, hoe ziek ze ook zijn. Geneeskunde behelst meer dan alleen opereren en pillen geven, de psychologische kant van het vak is net zo belangrijk. Besef hoe belangrijk mentale kracht is voor het succes van de behandeling.

‘Een onbeschaduwd bestaan kan in een seconde inktzwart worden.’ (medisch ethicus Erwin Kompanje)

Realiseer je hoe broos en willekeurig het leven is. Leer relativeren. Waardeer het simpele, ooit komt het afscheid, zorg voor zoveel mogelijk mooie herinneringen. Probeer in de hectiek af en toe even stil te staan en emoties toe te laten. Soms komt een patiënt opeens heel dichtbij en bezwijk je. Huilen mag.

Twee patiënten en twee nabestaanden blikken terug op de serie en vertellen over ‘die ene arts’ die zo belangrijk was in hun leven. 

Jolanda Greif, de vrouw van Huib, over oncoloog Pieter van den Berg:

Beeld Tzenko Stoyanov

‘In de spreekkamer ging het een paar minuten over de ziekte en daarna schakelde Huib al snel over op de leuke dingen in het leven, fietsen of de vakantie. Hij ging met Pieter om zoals hij dat met iedereen deed: eerst kwam het zakelijke en daarna toonde hij persoonlijke interesse. Ik zag al snel dat er een band tussen die twee ontstond. Pieter zei weleens dat hij dat moeilijk vond, hij benoemde het ook, dat er grens zat aan wat je als arts met een patiënt kon bespreken. Maar ongemakkelijk werd het nooit.

‘Toen ze besloten om samen een fietssponsortocht te organiseren, brachten ze veel tijd met elkaar door, momenten waarop ze het niet over de ziekte van Huib hoefden te hebben. Dat leverde hele andere gesprekken op, hun vriendschap verdiepte zich.

‘Toen Huib te horen kreeg dat er uitzaaiingen waren en hij wilde uitzoeken of er elders nog opties waren, werkte Pieter volledig mee. Geen moment gaf hij ons het idee dat hij zich gepasseerd voelde. Hij overlegde regelmatig met de Amerikaanse arts en besprak wat voor Huib het beste was. Dat was bijzonder. 

‘Pieter deed de euthanasie en ik weet hoe moeilijk hij dat vond. Hij besloot om een collega mee te nemen, als steun voor zichzelf. Zo slaagde hij erin om te doen wat Huib hem had gevraagd. Die donderdagmiddag kreeg hij het voor elkaar om allebei tegelijk te zijn, dokter én vriend.’

Frans Eggen, de vriend van Irma, over klinisch ethicus Erwin Kompanje:

Beeld Tzenko Stoyanov

‘Erwin was er in het zwartste moment van mijn leven, toen mijn vriendin Irma tijdens het hardlopen een hersenbloeding kreeg en in coma raakte. Hij besloot om een bed naast dat van haar te schuiven zodat ik in onze laatste nacht dichtbij haar kon zijn en dat gebaar vergeet ik nooit meer. Ik ben hem er nog altijd dankbaar voor.

‘We hadden snel een band, ik ben docent Engels en hij houdt van Engelse literatuur. Na het overlijden van Irma ben ik op zijn promotie geweest en zelfs op zijn huwelijk. Daarna zijn we elkaar uit het oog verloren maar nadat zijn verhaal in de krant had gestaan, hebben we elkaar weer opgezocht. Het was een prachtig weerzien. 

‘Het is nu bijna 25 jaar geleden dat Irma stierf en tot dat moment liep mijn leven op rolletjes. Door haar dood realiseerde ik me dat we allemaal mensen van een dag zijn. Ik zou daar graag vaker bij stilstaan maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd. Dat onze laatste nacht Erwin heeft geleerd om het simpele in het leven te waarderen en dat hij daar nog altijd naar leeft, daar krijg ik tranen van in mijn ogen. Irma heeft in die donkere periode toch nog iets bijzonders betekend en dat ontroert me.’

Maarten van der Weijden over huisarts Marco Blanker:

Beeld Tzenko Stoyanov

‘Toen ik besloot om de Elfstedentocht te gaan zwemmen, koos ik er bewust voor om me niet door een sportarts te laten begeleiden. Een sportarts weet heel veel van gewrichten en spieren en van overbelasting maar niemand weet wat een lichaam doet dat drie dagen in het water ligt, laat staan als je daar ook nog bij gaat zwemmen. Daarom zocht ik een arts met een bredere kijk. Marco was prettig om mee samen te werken. Hij bleef rustig, zei slimme dingen, raakte niet snel in paniek.

‘Mijn gezondheid lag in zijn handen. We hadden vooraf alle risico’s doorgenomen en afgesproken dat hij zou bepalen wanneer het niet meer verantwoord was om door te zwemmen. Ik wist niet hoe ik me zou gedragen na drie dagen in het water en het leek me logisch dat een buitenstaander de grens zou bepalen. Ik had vertrouwen in Marco, dat hij dat voor mij zou doen, was een logische keuze.

‘Maar toen ik hem dat vroeg, had ik geen idee welke verantwoordelijkheid ik hem gaf. Natuurlijk had hij in de gaten dat heel Nederland meeleefde. Hij moest mijn belang in het oog houden maar hij was ook fan, hij had niets liever gewild dan dat ik door zwom. Onder die druk is het best knap dat je rustig je rol als dokter blijft uitvoeren.

‘Veel artsen die ik vooraf raadpleegde, raadden me mijn tocht af. Drie dagen onafgebroken zwemmen, dat is niet gezond, zeiden ze: niet doen. Maar Marco kan heel goed luisteren. Hij hield niet krampachtig vast aan de protocollen maar vroeg me: hoe kan ik je helpen? Het was natuurlijk een bijzondere situatie. Ik klopte bij hem aan als initiatiefnemer van een evenement maar in die drie dagen werd ik heel even zijn patiënt. Ik spreek hem nog regelmatig. We hebben samen iets moois meegemaakt, ik zwom, hij zat in dat bootje, en dat heeft voor altijd een band opgeleverd.’

Kirsten Rademaker over kinderarts-intensivist Dick Tibboel:

Beeld Tzenko Stoyanov

‘Ik ben geboren met schedelnaden die aan elkaar zaten, waardoor de vorm van mijn gezicht afwijkt. Als kind ben ik tientallen keren geopereerd en hij zorgde ervoor dat het ziekenhuis een vertrouwde plek werd. Hij was er altijd, ik kende de verpleegkundigen en ik kreeg steeds dezelfde kamer, die ik mocht volplakken met posters zodat ik me er thuis voelde. Eenmaal volwassen kwam ik bij een andere arts terecht maar altijd als ik in het ziekenhuis was, ging ik even langs de afdeling waar ik vroeger zo vaak had gelegen, om een praatje met hem te maken. Elk jaar stuurde ik met Kerst of in de vakantie een kaart, dat lijntje is altijd gebleven.

‘Hij heeft zich zorgen om me gemaakt, las ik, omdat ik met mijn afwijkende gezicht zo word nagestaard. Hij vroeg zich af of ik hem niet kwalijk zou gaan nemen dat hij me had gered. Ik was geraakt door zijn betrokkenheid, ik wist helemaal niet dat hij daar zo mee had gezeten. Zijn bezorgdheid is onnodig: dat afwijkende uiterlijk hoort bij mijn leven. Ik snap dat mensen naar me kijken, dat doe ik ook als ik iets zie wat me opvalt. Het raakt me wel als ik zie dat ze me blijven aangapen of achter mijn rug om gaan smoezen. Maar dit is wie ik ben, en ik ben trots op mezelf. 

‘Ik kijk terug op een fijne kindertijd. De operaties en de pijn zijn naar de achtergrond verdwenen, het beeld is positief. Daar heeft hij een belangrijke rol in gespeeld. Hij heeft zo veel patiënten gezien, dat juist ik hem ben bijgebleven, vind ik heel bijzonder.’

Ellen de Visser: Die ene patiënt Ambo|Anthos € 16,99
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden