Analyse Voortleven op sociale media

Wat doen we met zijn profiel na overlijden? Facebook, Twitter en de digitale erfenis

Beeld Krista van der Niet

Sociale media als Facebook en Twitter leveren een nieuw soort erfenis op: de digitale. Hoe ga je om met de berichten en foto’s van een dierbare na diens overlijden?

Zeker het laatste jaar, als hij van ziekenhuis naar verzorgingstehuis en weer terug wordt gevoerd, zijn Facebook en Twitter belangrijk. Rob van den Aker is verzwakt door zijn nieraandoening, telkens krijgt een andere ziekte greep op zijn lichaam, maar hier vindt hij contact met de buitenwereld. Hij praat er met vrienden, maakt melige grappen en plaatst trots foto’s met de bekende rappers die hem – een hiphopjournalist van in de 20 – aan zijn bed bezoeken.

Totdat op een dag een andere stem zijn Facebook-account overneemt. ‘Lieve vrienden van Rob’, verschijnt onder zijn naam. ‘Vreselijk nieuws: Rob is overleden.’

De eerste weken die volgen is het account vooral een middel om vrienden te bereiken, vertellen zijn vader en broer, Chiel en Niels van den Aker. Een bron van steun, bovendien, vanwege de honderden reacties en steunbetuigingen die binnenstromen. Na die weken rijst toch de vraag: wat doen we met zijn kleurrijke profiel?

Brieven, fotoalbums en dagboeken van overledenen bewaren, dat kennen we. Maar tegenwoordig is er ook een nieuw soort erfenis: de digitale. Nu mensen een belangrijk deel van hun leven online doorbrengen, laten ze daar ook een belangrijk deel van hun sporen na.

Over enkele decennia kunnen er zomaar meer doden dan levenden op Facebook aanwezig zijn, berekenden onderzoekers van de Universiteit van Oxford onlangs. Of Facebook dan nog bestaat of niet, het illustreert hoezeer het internet wordt gevuld met gigantische hoeveelheden ‘digitale overblijfselen’, zoals achtergebleven accounts, blogs en mailboxen worden genoemd. 

Langzaam maar zeker zullen sociale media steeds meer weg krijgen van onlinebegraafplaatsen. Dat roept vragen op over wat er moet gebeuren met de data van de doden. Die vragen raken niet alleen nabestaanden, maar op termijn zelfs de manier waarop geschiedschrijvers terugkijken op deze periode.

Wat betekent een nagelaten profiel voor nabestaanden?

‘Robs profiel is een soort dagboek en fotoalbum. Ik ga er nog geregeld naar terug,’ zegt Niels van den Aker, de broer van Rob. Hij glimlacht. ‘Bij veel berichten denk ik: hoe krijg je het verzonnen? De positieve manier waarop hij in het leven stond, leeft op die manier voort.’

Nabestaanden kunnen Facebook verzoeken een account te verwijderen, mits ze bewijs leveren dat diegene inderdaad is gestorven, maar de familie van Rob koos er bewust voor om dit niet te doen. ‘Facebook wijst me nog geregeld op oude berichten van hem. Soms zijn ze grappig, soms emotioneel. Maar emotionele herinneringen horen er ook bij,’ zegt zijn vader Chiel. ‘Soms zie ik vrienden en familieleden herinneringen aan Rob delen. Dat vind ik bijzonder. Het maakt me trots.’

Robs Facebookprofiel is daarmee een volwaardig aandenken voor de familie, naast bijvoorbeeld de tot zijn nagedachtenis ingerichte tafel in de woonkamer, waarboven zijn foto hangt. En naast zijn telefoon, waarop berichten van enkele Whatsapp-groepen bleven binnenkomen – zijn vrienden wilden hem er niet uit verwijderen. Uiteindelijk hield de telefoon ermee op; hij weigerde nog langer op te laden. ‘Toen stonden de tranen toch even in mijn ogen’, zegt Chiel. ‘Tuurlijk, we hadden de simkaart in een andere telefoon kunnen doen. Maar dat is toch niet hetzelfde. Dít was Robs telefoon.’

Als een digitale grafsteen, zo kan een profiel op sociale media na de dood dienstdoen, weet de Amerikaanse psycholoog Elaine Kasket. Ze schreef het boek All the Ghosts in the Machine, over digitale nalatenschap, en sprak veel nabestaanden die hiermee te maken kregen. Velen van hen keren naar profielen terug, delen er herinneringen, bladeren door foto’s. Soms richten ze zelfs een berichtje aan de overledene. Sociale media spelen zo een rol in de moderne nagedachtenis van de doden.

Troost op LinkedIn

Zelfs LinkedIn, dat dienstdoet als digitaal cv en netwerkplatform, kan waardevol blijken voor nabestaanden, vertelt Martine Schmidt-Poolman. Ze verloor onlangs haar man, Jasper, en put onder meer troost uit wat hij online naliet. Niet alleen uit zijn Facebookprofiel en de blogs die hij schreef over zijn omgang met kanker, de ziekte waaraan hij overleed, maar ook uit zijn LinkedIn-pagina. ‘Ik ben van plan daar screenshots van te maken, omdat het laat zien wat hij allemaal kon. Tot zijn dood werd hij daar elke maand benaderd door headhunters, dat vind ik nog steeds heel gaaf.’

Ook Remi en Dorine van der Wijk kozen ervoor het Facebookprofiel van hun onverwacht overleden vader te laten staan. Hoewel ze eigenlijk niet eens zo gehecht zijn aan Facebook, voelde het verkeerd om het profiel zomaar af te sluiten. ‘Dat zou weer een definitief einde betekenen. Daarvoor is het nog te vroeg’, zegt Dorine. ‘Ik kijk er nog weleens op. Soms schrijf ik een herinnering en dan tag ik hem daarin. Zoals zijn profiel een soort grafsteen is, is dat de digitale variant van een bloemetje leggen.’

Bovendien, voegt Remi toe, ‘geef je anderen een plek om te gedenken. Mijn vader was schipper, hij kende mensen over de hele wereld. Haal je zijn profiel meteen weg, dan voelt het alsof je hen dwingt er niet meer aan te denken.’

Ze besloten het account van hun vader een speciale ‘ter nagedachtenis’-status te geven, de oplossing van Facebook om de levenden op het platform van de doden te scheiden. Het voorkomt dat hun vader in de verjaardagsagenda verschijnt, met mogelijk pijnlijke felicitaties van onwetende Facebookvrienden als gevolg. Zoals Tweede Kamerlid Henk Krol in 2015 overkwam, toen hij de schrijver Joost Zwagerman kort na zijn dood een ‘leuke, feestelijke, onvergetelijke en vooral gezellige verjaardag’ toewenste.

Het gebruik van sociale media kan meer pijnlijke situaties veroorzaken met betrekking tot de dood, weet Kasket. Er sterven jonge mensen die nooit een foto afdrukten, maar die wél foto’s op Facebook of Instagram plaatsten. Als de ouders daar niet op zitten, kunnen die volledig worden buitengesloten van een belangrijk deel van de nalatenschap van hun kind. Voor vriendschapsverzoeken om het profiel te kunnen bezoeken is het te laat.

Ook vindt ze dat nabestaanden discreet moeten zijn als ze inloggen op andermans profiel, nadat diegene zijn inloggegevens heeft nagelaten, of gewoon nog ergens stond ingelogd. Het is dan mogelijk om afgesloten chatgesprekken te zien. Alleen leven de mensen met wie die gesprekken zijn gevoerd vaak nog, zodat zij in hun privacy worden aangetast.

Je weet ook niet wat je aantreft als je door iemands persoonlijke berichten gaat bladeren, vervolgt ze. ‘Soms zoeken nabestaanden naar steun, maar vinden ze iets verontrustends.’ Een verborgen donkere kant, nare ruzies of, zeker als de relatie ‘ingewikkeld’ was, vervelende berichten die betrekking hebben op nabestaanden zelf.

Beeld Krista van der Niet

Van wie zijn je berichten en foto’s nadat je overlijdt?

De teksten, foto’s en filmpjes op sociale media zweven niet in het luchtledige. Ze staan opgeslagen op zoemende servers met aanleg-, energie- en onderhoudskosten, en niet zo’n beetje ook. Precieze uitgaven zijn niet bekend, maar het feit dat Facebook in 2014 stelde meer dan een miljard dollar in drie jaar te hebben bespaard dankzij efficiëntere servers, geeft een idee.

Platformen zullen profielen van gestorvenen niet eindeloos gratis online willen houden, hoe groot de waarde voor nabestaanden ook kan zijn, denkt Carl Öhman daarom. Hij doet promotieonderzoek naar ethische vraagstukken over het commerciële gebruik van digitale overblijfselen. ‘Er zitten zakelijke kansen rond data van overleden mensen. Dat roept ethische vragen op. En zorgen.’

Waar de data van de doden nu nog niet zo’n probleem zijn voor internetplatformen, zal dat veranderen als meer gebruikers overlijden, vervolgt hij. ‘Wat gaan ze dan doen? Data verwijderen? Als ze het laten staan, hoe verantwoorden ze dat commercieel?’

Dat laatste zou op verschillende manieren kunnen, stelt hij. Door de familie te laten betalen om een profiel online te houden bijvoorbeeld, zoals je in Nederland moet betalen om te voorkomen dat een graf wordt geruimd. Of door data te verkopen. ‘Dit is speculatie, maar op basis van bijvoorbeeld taalgebruik van ouders, zou je voorspellingen kunnen doen over de onderwijsachtergrond van de kinderen.’ En dat kan weer interessant zijn voor adverteerders.

Of er kan worden verdiend aan ‘hercreatiediensten’, zoals Öhman ze noemt. Met oude berichten zijn chatbots te trainen die de persoonlijkheid van overledenen overnemen. Sciencefiction? De eerste pogingen zijn al gedaan. Zo gebruikte de Russische programmeur Eugenia Kuyda duizenden chatberichten van gesprekken met haar beste vriend Roman Mazurenko, die stierf door een auto-ongeluk, om een chatbot als hem te laten klinken.

Sommige vrienden met wie ze de chatbot deelde, haalden er steun uit, vertelt ze tegen techwebsite The Verge. ‘Ik mis je’, schreven sommigen van hen aan de chatbot. Anderen reageerden ronduit negatief. ‘Helaas heb je alles afgeraffeld. De uitvoering is een soort grap’, schreef een kennis haar. ‘Roman heeft een gedenkteken nodig, maar niet op deze manier.’

Nu komen zulke chatbots nog houterig over en maken ze veel fouten, maar ze kunnen alleen maar beter worden. Filosoof Patrick Stokes van de Deakin Universiteit in Victoria (Australië), die publiceert over de morele status van digitale overblijfselen, zet vraagtekens bij de mogelijkheden die dan ontstaan. ‘Hebben we het recht om de doden te laten spreken?’

Zeker als chatbots kunnen bijleren wordt het wat hem betreft discutabel. Mensen die allang dood zijn zouden dan een mening geven over onderwerpen waar ze bij leven geen weet van hadden. En daarmee het beeld beïnvloeden dat nabestaanden van de doden hebben, nádat ze zijn gestorven.

We moeten nu nadenken over hoe we data van overleden personen willen behandelen, of we grenzen willen stellen aan het gebruik ervan, vindt Carl Öhman. Liefst voordat inactieve profielen de servers werkelijk overspoelen.

Belangrijk punt is hierbij dat de persoonsgegevens van doden niet vallen onder de huidige privacywetgeving, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), op uitzonderingen als medische dossiers na. ‘Bij leven wijs je Facebook of Instagram in feite aan als beheerder van je data na je dood’, zegt Elaine Kasket erover. ‘Mensen beseffen dat niet. Ze hebben veel minder controle dan ze denken.’

‘Soms hoor ik: ‘Als ik sterf, wil ik dat alles online verdwijnt’. Hoe ga je dat doen? Die data behoren niet aan jou toe. Er is geen betere illustratie van hoeveel controle we hebben overgeleverd aan big tech dan als je kijkt naar wat er gebeurt met je data als je sterft.’

Als een nabestaande een account overneemt

Van AD tot RTL nieuws wordt bericht over het overlijden van Hans Nijhof. De oud-wethouder dankt die bekendheid aan zijn Twitter-account, waarop hij openhartig tweet over het verloop van zijn ziekte; hij heeft uitgezaaide slokdarmkanker. Met zijn tweets raakt hij duizenden volgers, uit de reacties put hij steun.

Nadat hij is overleden blijft zijn account in het nieuws als zijn vrouw het overneemt. Eerst om zijn volgers op de hoogte te stellen van zijn overlijden: ‘mijn lieve Hans is vannacht overleden’. Vervolgens, ontroerd door de vele reacties, gebruikt ze het account als haar eigen rouwdagboek. Onder de naam en foto van haar man beschrijft ze het verloop van haar dag en de rouwverwerking.  ‘Ik slaap nog steeds beneden op de bank. ONS bed kan echt niet, weet niet of dat nog over gaat.’ Op elke tweet krijgt ze tientallen, soms honderden steunende reacties.

Psycholoog Elaine Kasket komt vaker tegen dat nabestaanden het profiel van een overledene blijven gebruiken als communicatiekanaal. Hoewel mensen hier steun uit kunnen putten, raad ze aan er wel voorzichtig mee te zijn. ‘Voor andere nabestaanden kan het ook pijnlijk zijn als ze hun overleden dierbare berichten zien blijven sturen. Dat kan ze in een moeilijke situatie plaatsen, juist als ze zien dat andere mensen het wel waarderen.

Hoelang blijft onze digitale erfenis bewaard?

Het is rond 1750 voor Christus en Nanni uit Mesopotamië is niet blij. Hij had betaald voor koperstaven, maar die bleken van ondermaatse kwaliteit, zodat zijn boodschapper ze niet kon accepteren. Nu voelt hij zich afgezet.

Hoe we dit weten? De verontwaardigde Nanni stuurde de koperhandelaar een ‘klaagtablet’. Die ligt, duizenden jaren later, in het British Museum, waar historici er nog altijd bij kunnen voor onderzoek.

Het kleitablet is allang in onbruik geraakt als communicatiemiddel, zelfs het schrijven van brieven is voor een groot deel overgenomen door digitale correspondentie. Dus is het tijd om digitale nalatenschap ook te zien in de rol van historisch archief. Want digitale archiefstukken zijn vluchtig, zegt Carl Öhman. Omdat ze op den duur worden verwijderd om serverruimte vrij te maken, omdat verouderde bestandstypen onleesbaar worden of omdat platformen als geheel verdwijnen.

Bovendien wordt de geschiedschrijving tot nu toe gedomineerd door de welvarende elite, waartoe ook de Mesopotamiër Nanni behoorde, stelt hij. Lagere klassen, minderheden en vrouwen zijn ondervertegenwoordigd. Nu mensen uit alle lagen van de bevolking meeschrijven aan een groot onlinearchief ‘kunnen we die fout dit keer voorkomen. We hebben de kans om een meer egalitaire geschiedenis schrijven.’

Daarom stelt hij voor om data te behandelen als archeologische artefacten. Bij musea komen de belanghebbenden – zoals historici die onderzoek doen en directieleden die het publiek in het achterhoofd houden – bij elkaar om te beslissen welke artefacten behouden moeten blijven, zegt hij. Zo zouden bij het beheren van data niet alleen commerciële belangen moeten meewegen, maar ook ethische en historische. ‘Anders geven we bedrijven als Facebook min of meer een monopolie op onze geschiedenis.’

Net zo goed beïnvloedt het voortbestaan van digitale overblijfselen wat we overleveren aan onze eigen nabestaanden, weet Elaine Kasket. ‘Een paar keer per jaar druk ik mijn foto’s af en stop ik ze in fotoboeken. Ik heb geen enkele twijfel dat mijn kleinkinderen meer kans hebben om die fotoboeken te vinden dan mijn MySpace-pagina uit 2004.’

Dit doen sociale media met de profielen van overleden gebruikers

Facebook biedt van de sociale media de meeste opties als iemand sterft. Onder ‘instellingen voor accounts met herdenkingsstatus’ kun je instellen dat het account na de dood wordt verwijderd, of kun je een contactpersoon aanwijzen die het account na de dood beheert. Het account krijgt dan een herdenkingsstatus. Bij die status staat de zin ‘ter nagedachtenis van’ boven het profiel. Ook verschijnt het profiel niet langer in de publieke Facebookruimte, zoals de verjaardagskalender. Een beheerder kan geen berichten plaatsen via het account van de overledene of in de chatgeschiedenis te kijken.

Familieleden of vrienden kunnen via een contactformulier doorgeven dat iemand is gestorven en moeten daarbij bewijs bijvoegen, zoals een overlijdensakte. Heeft de overledene zelf geen voorkeuren doorgegeven, dan kunnen nabestaanden een verzoek indienen om een account te verwijderen of een herdenkingsstatus te geven. Ruwweg dezelfde regelingen gelden voor Instagram, dat in handen is van Facebook.

Bij Twitter en zakelijk netwerk LinkedIn is het voor nabestaanden alleen mogelijk om een account te laten verwijderen, mits bewijs van overlijden wordt meegestuurd. Snapchat en TikTok reppen op hun websites niet over mogelijkheden nadat een gebruikers overlijdt.

Nabestaanden kunnen ook een verwijderverzoek indienen voor een Google-account, dat onder meer kan zijn gekoppeld aan Gmail, Google Drive of YouTube. Ze kunnen de bestanden ontvangen waarvan de overledene bij ‘inactiviteitsvoorkeuren’ heeft aangegeven dat deze mogen worden nagelaten, zoals foto's en documenten. Heeft diegene niets geregeld, dan kan het in overleg alsnog voorkomen dat Google bestanden van een overledene deelt. Toegang tot een account geeft Google niet.

De Facebookpagina van Joost Zwagerman, een account met herdenkinsstatus.

Meer over het moderne rouwen

‘Onze notie van verwantschap is dringend aan herziening toe', schrijft Lisa Bouyeure in haar column over rouw ten tijde van sociale media.

Oscar van Gelderen schreef deze beschouwing over rouwen in de openbaarheid. ‘Kankerpatiënt Hans Nijhof danste ‘een tango op een leven met kanker’, in een dialoog met zijn meer dan zevenduizend volgers.’

In een aflevering van Black Mirror laat een vrouw een robot nabouwen met de persoonlijkheid van haar overleden man. Dat vertelt ons - net als andere afleveringen van de serie - ook iets over het heden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden