Interview

Warren Mosler stond aan de wieg van de Moderne Monetaire Theorie: zet de geldpers aan (en maak je vooral niet druk)

Met biljoenen euro’s aan coronasteun dringt de vraag zich op: wie moeten die betalen? Niemand, beweert econoom Warren Mosler. In lijn met de Moderne Monetaire Theorie pleit hij voor meer overheidsuitgaven en minder zorgen over het afbetalen ervan.

Econoom Warren Mosler bij een zwembad in Christianstad op de Maagdeneilanden. ‘Zijn’ Moderne Monetaire Theorie kreeg momentum door de coronacrisis. Beeld Richard Perry / HH / The New York Times Syndication
Econoom Warren Mosler bij een zwembad in Christianstad op de Maagdeneilanden. ‘Zijn’ Moderne Monetaire Theorie kreeg momentum door de coronacrisis.Beeld Richard Perry / HH / The New York Times Syndication

Op een terras, uitkijkend over de Caribische Zee, zit een man die zich op geen enkele manier druk maakt om de rekening van de coronacrisis. De 14 biljoen dollar (11,6 biljoen euro) die overheden wereldwijd al hebben uitgegeven om bedrijven te redden en banen te beschermen, volgens berekeningen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF)? De Nederlandse staatsschuld die sinds 2008 niet zo hard is opgelopen? De centrale bankiers met hun geldpers? Geen probleem, vindt Warren Mosler. Als we geluk hebben, zo verzekert hij de interviewer uit het verre Nederland, dan is dit zelfs pas het begin.

Dat zegt de gebruinde 71-jarige niet omdat hij toevallig miljonair is, en dus geld genoeg heeft. Het eiland waar hij leeft, dat wel erg riante belastingvoordelen biedt, heeft er evenmin iets mee te maken. Dit is simpelweg wat hij gelóóft.

Het verhaal van Mosler leest als een filmscript. Als langharige kreeg hij na een stevige knipbeurt in de jaren zeventig een baan in de financiële sector. Zijn fortuin vergaarde hij door met zijn eigen hedgefonds te speculeren dat noodlijdende landen niet failliet zouden gaan. ‘Een autodidactische econoom die geen wappie is’, noemde James Galbraith, econoom en zoon van de beroemde Nobelprijswinnaar, hem.

Met zijn eigenzinnige ideeën, die onder andere aan bod komen in zijn boek Seven Deadly Innocent Frauds of Economic Policy, voerde Mosler (vergeefs) campagnes om senator, afgevaardigde, gouverneur én – heel even tijdens Obama’s eerste termijn – president van de Verenigde Staten te worden.

In 2013 verkocht hij Mosler Automotive, producent van door hemzelf ontworpen supersnelle sportauto’s. Nu geniet Mosler van zijn vrijheid op de Maagdeneilanden. Soms maakt hij een tochtje op zijn catamaran à 850 duizend dollar – uiteraard ook zijn ontwerp. Maar Mosler zal worden herinnerd om iets anders, iets wat weinig rijkaards hem kunnen navertellen: hij stichtte zo’n beetje eigenhandig een nieuwe economische school, de Moderne Monetaire Theorie (MMT).

Kopen, die schulden

Voor sommigen is het de waarheid, de meeste economen en beleidsmakers fakkelen het af, maar allemaal praten ze erover. Volgens MMT-economen hoeven we ons geen zorgen te maken over coronaschulden. Net zo min als over de historische begrotingstekorten. Zolang de inflatie laag blijft, is er niets aan de hand.

Van de Verenigde Staten tot Japan drukt deze even radicale als trendy theorie haar stempel op het debat. Daarbij speelt zij de rol van aanjager, die de grenzen oprekt van wat mogelijk en realistisch wordt geacht als het om schulden gaat. De opmars begon na de vorige crisis. Overheden en centrale banken smeten met miljarden om de wereldeconomie van de financiële afgrond te redden. Toen het herstel daar was, verlaagde president Trump de belastingen – en nog liep de inflatie nauwelijks op.

Sinds de coronacrisis is het pas echt goed raak. Zelfs in Nederland lijkt de sympathie voor MMT-achtige standpunten toe te nemen. In een vorig jaar gehouden enquête waaraan 364 economen deelnamen, toonde 92 procent zich voorstander van extra stimulering. Eén op de zes stelde zelfs dat er helemaal geen grens zit aan de staatsschuld, ‘omdat overheden via hun centrale bank zelf geld kunnen creëren’.

Nationale regeringen die meester zijn over hun eigen munteenheid – zoals de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Japan, Europa is sinds de euro een ingewikkelder verhaal – kunnen op deze wijze al hun wensen in vervulling laten gaan. Van volledige werkgelegenheid tot een green deal om het klimaat te redden. Of ze gebruiken hun middelen om de coronarecessie te bestrijden. Zoals de door hemzelf gemunte Wet van Mosler het formuleert: ‘Geen financiële crisis is zo diep dat een voldoende grote begrotingsimpuls er niet mee kan afrekenen.’

Als Mosler iets ziet wat beter kan, probeert hij het te maken. Dat kan een sportauto zijn, of de tot voor kort ontbrekende veerboot tussen zijn eigen eiland Sint-Kruis en het verderop gelegen Sint-Thomas. Of ons economische wereldbeeld. Niet voor niets noemde het financiële persbureau Bloomberg hem in een profiel meer ingenieur dan econoom: ‘Hij houdt ervan uit te vogelen hoe dingen werken, om vervolgens te proberen ze beter te laten werken.’ Tel daarbij op het overrompelende zelfvertrouwen en de bluf van de Wall Street-man, en het wordt duidelijk dat een gesprek van 75 minuten niet gewoon antwoorden zal opleveren, maar een blauwdruk voor de wereldeconomie.

Het is kort na twaalven op de Maagdeneilanden, de lunch is net achter de rug, als Mosler plaats neemt achter zijn laptop. ‘Bijna 30 graden en zonnig’, stelt hij tevreden vast. Waarna hij terugblikt op de episode waarmee het allemaal begon. Italië, begin jaren negentig. De euro was nog toekomstmuziek, begrotingstekorten had de overheid al wel. Veel beleggers gingen ervan uit dat het Zuid-Europese land zijn torenhoge schulden niet kon terugbetalen. In zo’n geval worden Italiaanse obligaties massaal gedumpt en stijgt de rente. Mosler twijfelde. Kon een land dat over een eigen munt beschikt niet altijd de geldpers aanzetten om aan zijn verplichtingen te voldoen? Hij besloot, met zijn in 1982 opgerichte hedgefonds Illinois Income Investors, een tegenovergestelde positie in te nemen: kopen dus, die schulden. Italië hoefde helemaal niet failliet te gaan.

‘Daarvan moesten wij als hedgefonds dan wel de Italiaanse regering overtuigen’, herinnert Mosler zich. ‘Een invloedrijke cliënt wist voor ons een afspraak te regelen met een hoge ambtenaar op het ministerie van Financiën in Rome. Op diens bureau lagen dikke papers van Rudi Dornbusch, de gezaghebbende hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology die meende dat Italië verloren was. Zodra wij die ambtenaar hadden uitgelegd dat het precies andersom was, sprong hij enthousiast op. De beste man begon te tieren tegen het IMF en de bezuinigingen. We hadden een afspraak voor twintig minuten, maar hij riep zijn collega’s erbij, we kregen cappuccino en pas twee uur later konden we naar buiten glippen. Kort daarna kwam het bericht dat Italië geen speciale maatregelen nam. Alle rentebetalingen zouden gewoon doorgaan.’

In het krijt bij de overheid

Het Italiaanse avontuur leverde Mosler en zijn klanten meer dan 100 miljoen dollar op. Plus de stellige overtuiging dat de mainstream economen het helemaal verkeerd zagen. ‘De Moderne Monetaire Theorie draait om volgorde’, doceert hij. ‘Politici denken dat, voordat ze geld kunnen uitgeven, er eerst belasting moet worden geheven en obligaties uitgegeven. Tijdens de Italië-crisis begon het mij te dagen dat het in werkelijkheid precies andersom gaat. De overheid moet eerst zélf geld uitgeven, dan pas beschikken burgers en bedrijven over de dollars of euro’s om belasting te kunnen betalen of obligaties te kopen. Die volgorde is cruciaal. Zolang de wereld dat fout ziet, blokkeren we het beleid dat al onze problemen kan oplossen.’

Maar als een overheid met haar eigen munt alles kan kopen wat haar hartje begeert, waarom zou ze dan überhaupt belasting heffen? Het antwoord volgens Mosler: zodat wij gewone stervelingen dingen voor haar doen. De staat gebruikt belastingen opdat mensen goederen en diensten gaan verkopen, die zij dan vervolgens kan aanschaffen. Het leger moet soldaten hebben en worden bevoorraad. Een ziekenhuis kan niet zonder artsen en verpleegkundigen. Mensen doen dat werk in de eerste plaats om dollars of euro’s te verdienen, want die hebben ze nodig om de fiscus te betalen.

Mosler besloot die wild klinkende theorie op zijn eigen kinderen uit te testen. Hij wenste dat de twee in huis meehielpen. In ruil voor klusjes bood hij ze een eigen soort valuta; bedden opmaken leverde drie van zijn visitekaartjes op, de afwas vijf.

Het resultaat laat zich raden: er gebeurde niets. Aan papa’s waardeloze visitekaartjes hadden de kinderen geen enkele behoefte. Dat veranderde zodra hij ervoor zorgde dat ze die stukjes papier nodig hadden. Voortaan hoeven jullie niets meer te doen in huis, hield hij zijn kroost voor, maar aan het einde van de maand ga ik belasting innen: dertig visitekaartjes. Wie niet betaalt, krijgt een boete, bijvoorbeeld minder televisietijd. Het resultaat was verbluffend. Slaapkamers, de keuken, de tuin: alles werd aangepakt. Moslers conclusie: belastingen veranderen rommel in munten.

Gelijkgestemde dwarsdenkers

Daarmee was halverwege de jaren negentig het fundament voor zijn economische ideeën gelegd. Nu nog een publiek. Via via probeerde Mosler een afspraak te krijgen met ‘Rummi’ – Donald Rumsfeld dus, de machtige Republikeinse politicus die later als minister van Defensie de beruchte war on terror zou leiden. ‘Zijn agenda zat bomvol, maar op heel korte termijn kon ik hem spreken in de sauna van de Racquet Club in Chicago. Dus daar zaten we, met onze handdoeken, pratend over wat later mijn eerste boek Soft Currency Economics zou worden.’ Rumsfeld verwees hem op zijn beurt door naar Arthur Laffer – tot begin dit jaar de belangrijkste economisch adviseur van Donald Trump – die weer een assistent regelde om het boek te helpen uitgeven.

Doorslaggevender zou Moslers steun aan andere economen blijken. Via obscure discussiegroepen op het toen nog prille internet kwam Mosler begin 1996 in contact met een groep zogenoemde ‘postkeynesianen’, academici die stellen dat de ware, wild denkende Keynes wordt genegeerd door de mainstream. Beetje bij beetje begon Mosler, de vreemde eend in de academische bijt, samen te werken met gelijkgestemde dwarsdenkers. Af en toe sponsorde hij wat evenementen en projecten.

Is hij daarmee de financier van wat later bekend zou komen te staan als MMT? ‘Het is triest om te zeggen, omdat het een vrij armzalig bedrag was, maar inderdaad. Dat is waar’, zegt hij nu. ‘Ik heb goed verdiend, maar ik ben geen miljardair. Door de jaren heen heb ik her en der een paar duizend dollar uitgegeven zodat een wetenschapper onderzoek kon doen. Over een periode van dertig jaar telt dat nog aardig op.’ Zijn schatting van het totaalbedrag: ‘Twee tot drie miljoen dollar.’

Inflatie

Nooit eerder in zijn carrière zou een investering zo’n rendement opleveren. Zelf wijst Mosler, naast de alomtegenwoordige discussies over of en hoe de recordschulden moeten worden aangepakt, op de populariteit van Stephanie Kelton. Zij is de bekendste en invloedrijkste MMT-econoom. Haar vorig jaar verschenen boek The Deficit Myth is een internationale bestseller.

Als voormalig economisch adviseur van senator Bernie Sanders heeft Kelton een uitgesproken links imago. Dat geldt niet voor Mosler: ‘Je kunt mijn standpunten niet links of rechts noemen, noch die van MMT. Ik heb dezelfde presentatie gegeven op een linkse conferentie in Parijs en voor de Dallas Tea Party. Ze vonden het allemaal prachtig.’

‘Linkse mensen vinden altijd dat de rijken meer belasting moeten betalen’, gaat hij verder, ‘omdat we dat geld nodig zouden hebben voor de zorg of het onderwijs. MMT laat zien dat het zo niet werkt. Of neem het basisinkomen: vanuit MMT bezien is dat een buitengewoon riskante strategie. Er zijn veel betere opties beschikbaar om de achterliggende doelen te bereiken. Geef de mensen te veel gratis geld, en niemand wil meer dienen in het leger, werken in ziekenhuizen of op een andere manier geld verdienen dat nodig is om zijn belastingschuld te betalen. Dat zou het einde van de overheid zijn!’

Met het succes van MMT is ook de kritiek gegroeid. Gek genoeg relativeert de een het als oude keynesiaanse wijn in nieuwe zakken, terwijl de ander spreekt van gevaarlijke, radicale onzin. De Harvard-econoom Kenneth Rogoff had het smalend over ‘Moderne Monetaire nonsens’. ‘Voodoo-economie’, oordeelde de Amerikaanse oud-minister van Financiën Lawrence Summers.

Veel economen vinden dat MMT wel heel makkelijk over allerlei ‘details’ heenstapt. De rol van de financiële markten zou worden onderschat. Bovendien zijn veel centrale banken de afgelopen decennia op afstand gezet van de politiek, die kan dus niet zomaar bevelen dat de geldpers aan moet. In Europa is zulke monetaire financiering zelfs per verdrag verboden.

Maar de grootste bezwaren gaan over inflatie. De overheid – of beter: de centrale bank – kan niet ongestraft met één druk op de knop geld creëren. Eerder vroeg dan laat leidt dat tot gigantische prijsstijgingen. In theorie kan de regering op de rem trappen door tijdig de belastingen te verhogen of de uitgaven te verlagen. Maar zullen politici dat aandurven in verkiezingstijd?

Het is het aloude bezwaar tegen keynesiaans stimuleringsbeleid, waarbij de overheid recessies bestrijdt door extra geld uit te geven. MMT’ers erkennen dat inflatie de enige harde grens is voor het begrotingstekort. Maar ze menen ook dat het zo’n vaart niet zal lopen. Prijzen gaan volgens een gebruikelijke opvatting immers pas stijgen als te veel kopers op te weinig spullen en diensten jagen. Gezien de huidige werkloosheid draait de westerse economie nog lang niet op volle toeren.

‘Ik loop al sinds de jaren zeventig rond in de financiële markten’, merkt Mosler sussend op vanuit zijn achtertuin. ‘Ik heb nog nooit inflatie meegemaakt die veroorzaakt wordt door een overvloedige economische vraag. Het komt altijd door iets anders. De oliecrisis in de jaren zeventig was het gevolg van een buitenlandse monopolist die de prijs van olie verhoogde. Een strikt begrotingsbeleid had daar weinig geholpen.’

Bulletproof

De Caribische wind waait door zijn haren. Mosler biedt aan zijn laptop om te keren zodat de interviewer kan zien op welke jaloersmakende plek hij zit.

Ooit beloofde Mosler, om zijn vers opgedane economische inzichten kracht bij te zetten, een bedrag van 100 miljoen euro van zijn eigen kapitaal uit te trekken om de Amerikaanse staatsschuld af te lossen. Symbolisch, gezien de omvang van die schuldenberg, maar toch niet bepaald wisselgeld. Voorwaarde was wel dat een volksvertegenwoordiger hem zou bewijzen dat overheidsuitgaven afhankelijk zijn van belastinginkomsten.

Dat waterdichte bewijs heeft hij nog altijd niet gezien, vertelt hij zelfverzekerd. Hij zit goed, de rest ziet het fout. ‘Het afgelopen jaar pompten de Verenigde Staten 3.000 miljard dollar in de economie, en niemand heeft het over belastingen. Geloof me, ik zoek al dertig jaar lang naar de zwakke plek. Ik kan niks vinden.’ Dan, nog één keer zonder het minste een spoor van twijfel: ‘MMT is gewoon bulletproof.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden