Interview Gé Reinders

‘Waarom voel ik me verraden door Limburgers die met een harde g praten?’

Zanger Gé Reinders (65) tourt door Nederland met een voorstelling in Limburgs dialect. 

Beeld Casper Kofi

In zijn studententijd las Gé Reinders boeken van Eldridge Cleaver. ‘Van de Black Panthers. Als zwarte man beschreef hij hoe het was om voor het eerst met een blanke vrouw te zijn. Ik herkende dat gevoel. Uit Roermond was ik naar Tilburg gekomen om te studeren. Voor het eerst zoenen met een vrouw die praatte met een harde g, dat was wat.’

Zat het echt zo diep?

‘Als kind van 6 kwam ik op school, ik sprak geen woord Nederlands. Op de speelplaats praatten we in dialect, Nederlands was voor in de klas. Wanneer je in Limburg door de politie wordt aangehouden, spreken ze Nederlands tegen je – terwijl je hoort dat ze uit Limburg komen. Nederlands is de taal van de berisper. Als mijn vader Nederlands tegen me praatte, wist ik hoe laat het was. Ik ging op mijn donder krijgen.

‘Mijn moeder die ineens overdreven netjes Nederlands sprak als we deftig bezoek kregen, zo van: ik kan het heus wel. Daar had ik zo’n hekel aan. Mensen met wie je normaal in dialect praat en die overschakelen op Nederlands, doen dat om je op je plek te zetten. Om de hiërarchie te bepalen. Je creëert er gelijk afstand mee.

Gé Reinders (Nederland, 1953) gaat vanaf 29/9 op tournee door Nederland met zijn nieuwe voorstelling Oetblaoze. Hij treedt op met plaatselijke blaasorkesten. ‘Door het hele land. In Limburg zijn maar acht schouwburgen. Ik denk dat het publiek buiten Limburg fiftyfifty is, Limburgers en Hollanders. Ik kan zien dat ik op Spotify het meest wordt beluisterd in Amsterdam.’

‘Een paar jaar geleden had ik een vaste column in De Limburger. Ik schreef over Chantal Janzen, die als jonge Limburgse actrice een oudere collega had zien optreden met een zachte g. Chantal had gezegd: dat moet ik niet hebben, met een zachte g kan ik het niet maken in de musicalwereld. De strekking van mijn column was: waarom voel ik me verraden door Limburgers die met een harde g praten? Nog nooit kreeg ik zo veel reacties op een column. Handgeschreven brieven die hier in de bus waren geduwd. De lezers herkenden zich in mijn gevoel.

‘Een vriend van me zat in de wegenbouw. Ze legden wegen aan in het hele land. Bij Rijkswaterstaat zeiden ze: nergens hebben we zo veel problemen als in Limburg. Hier zeggen we ‘ja’ en daarna regelen we het zelf. We hebben zo veel heersers gehad dat we denken: het zal wel, waarom zouden we luisteren, straks komt er weer een nieuwe heerser.

‘Met Belgen voel ik geen afstand, die spreken hetzelfde dialect. Tot in Luxemburg aan toe kun je Roermonds praten. Met Duitsers is het anders, door de oorlog. Maar tot in Keulen kan ik me verstaanbaar maken in hetzelfde dialect.’

Waarom voel je je verraden door Limburgers met een harde g?

‘Is onze taal niet goed genoeg? Dat voelt als verraad. Hier in Roermond is iedereen ontzettend gecharmeerd van Twan Huys, omdat je kunt horen dat hij een Limburger is. Hij verloochent zijn afkomst niet.

‘Dit is het gevoel van de oude generatie: de hoge heren in het Westen bepalen en wij hebben niets te zeggen. Die oudere generatie schaamt zich voor het dialect. Als ook maar íémand in het gezelschap Nederlands spreekt, schakelen ze meteen over. Bij de jongere generatie zie ik dat minder, die blijven gewoon in dialect praten. Wat je vroeger ook zag: zodra een Limburger een half jaar in Amsterdam woonde, sprak die met een harde g. Nu durven ze de zachte g te behouden.

‘Een van de eerste liedjes die ik in dialect schreef, heet Sjtómme Limburger. Na de middelbare school studeerde ik een jaar in Amerika. Het was heerlijk om daar te zijn. Ik was geen Limburger meer. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me niet beoordeeld op mijn tongval. Ze dachten dat ik een Canadees was.

‘Ik was ondergebracht bij een rijk gastgezin, ze hadden grote huizen en boten. We maakten een tochtje voor de kust van Maine, met aangetrouwde familie van die mensen. Daar zat ook een vrouw bij die oorspronkelijk Nederlands was. Ze begon met mij te praten in zwaar bekakt Nederlands, uit Aerdenhout kwam ze. Voor mij veranderde de hele sfeer op die boot. Tot dat moment voelde ik me vrij, in die andere wereld, met een lingua franca waarin het Nederlands niet meer bestond. Over dat gevoel gaat Sjtómme Limburger. Met dat liedje begon het te lopen. Tot die tijd had ik in het Engels gezongen.’

Nooit in het Nederlands?

‘Engels is de taal van mijn jeugd, ik heb er een sterkere emotionele band mee dan met het Nederlands. Mijn vader heeft me nooit berispt in het Engels. Als ik zing, moet ik in vervoering raken. Mezelf van de wereld zingen. Ik weet niet of ik dat kan in het Nederlands. Dan zou ik me niet op m’n gemak voelen. De Limburgse liedjes raakten me meer. En de zaal ook. Meer eigen kan ik het niet maken.’

De meeste Nederlanders kunnen het niet verstaan.

‘Toen ik er net mee begon, 25 jaar geleden, trad ik op in Emmen, in Drenthe. Na afloop kwam een man naar me toe: ik verstond er niets van, maar ik begreep het allemaal. Ze voelen het. Deze week begin ik aan een nieuwe tour, Oetblaoze. Vroeger dacht ik: in dialect zingen, dat kan ik niet maken. Nu denk ik: we gaan ze helemaal omverblazen.’

Nederlands

‘Altijd.’

Limburgs

‘Ook altijd.’

Eten

‘Balkenbrij, gemaakt van de rest van het varken. Bloedworst, maar dan niet zo slap. Je moet het knapperig bakken.’

Partner

‘Een Limburgse die geen Limburgs praat. Haar moeder kwam uit Amsterdam.’

Minister Blok

‘Van mij had hij mogen aftreden. Hoe groter het gevoel van eigenwaarde is onder verschillende bevolkingsgroepen, hoe beter een geïntegreerde samenleving kan functioneren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden