Waarom kreeg Remzi Cavdar een stempel?

Tien jaar lang onterecht in instellingen voor gehandicapten

Toen zijn ouders niet meer voor hem konden zorgen, zat Remzi Cavdar ( 21 ) jarenlang in tehuizen voor verstandelijk gehandicapten. Toch was zijn IQ bovengemiddeld. Wat ging er mis?

Remzi Cavdar Beeld An-Sofie Kesteleyn

Ze noemden hem 'een wolvenkind'. Alsof hij door de beesten was opgevoed. Zo gedroeg Remzi Cavdar zich toen de politie hem aantrof. Een jongetje van 4 jaar oud in een berg van uitwerpselen, vuilnis en ongedierte.

Als ze hem vinden in het huis van zijn ouders, kan hij niet praten. Hij stoot alleen schreeuwende geluiden uit. Hij kan niet rechtop lopen, is ondervoed, gooit dingen om, weet niet hoe hij op vreemden moet reageren. Naar correcties luistert hij niet. Zo begint het verhaal van Remzi Cavdar, nu een jongen van 21.

Verlegen kijkt hij voor zich uit. Zijn donkere ogen staan helder. Hij kijkt licht geamuseerd. Onderzoekend. In zijn haar een nette scheiding. Hij is slim, welbespraakt en maakt grappen. Hij lacht vaak. Vandaag zit hij hier om zijn levensverhaal te vertellen. Een verhaal dat grenst aan het ongelooflijke.

Tussen de kasplantjes

Remzi is een jongen met een bovengemiddeld IQ van 118. Maar tien jaar lang zat hij in instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Bij jongens en meisjes die soms niet konden praten, die kwijlend rondliepen of poep op de muren smeerden. Of tussen kinderen die als kasplantjes op bed lagen.

Als hij in de zomer van 1993 wordt geboren, zit zijn vader in de gevangenis. Vlak voor Remzi's geboorte is hij, een man van Turkse komaf, in Portugal opgepakt voor heroïnesmokkel. Zijn vrouw zit met de pasgeboren Remzi alleen in Amsterdam, terwijl haar familie in Turkije woont en ze nauwelijks Nederlands spreekt.

Het gaat lang goed: Remzi is een gezond jongetje en vertoont een 'vlotte ontwikkeling', schrijft het consultatiebureau. Maar als hij 2 is, hoort zijn moeder dat haar man wordt veroordeeld tot vijftien jaar cel. 'Ineens zag ze die vijftien jaar op zich afkomen', zegt Bep Weeteling, de vrouw die Remzi al jaren helpt. 'Dat had ze totaal niet verwacht.' Ze beschrijft hoe Remzi's moeder, een intelligente, maar kwetsbare vrouw, overdonderd is door het nieuws en in de war raakt. 'Ze stortte volledig in.'

Bep Weeteling (67) is een voormalig zwemster die tweemaal aan de Olympische Spelen meedeed en zes jaar orthopedagogiek studeerde. Zij zag de jongen als hulpverleenster voor het eerst toen hij 8 was en vertelt een deel van Remzi's verhaal, omdat hij zich weinig herinnert.

Psychose

Als hij 2 is voltrekt zich nog een ramp in het leven van de kleine Remzi: zijn moeder wordt psychotisch en stopt met praten. Twee jaar lang spreekt ze geen woord met de peuter. 'De eerste dagen brabbelde Remzi nog wel een beetje', zegt Bep. 'Daarna zei ook hij niks meer.'

Hij leeft alleen met zijn moeder, die steeds verder wegglijdt. Ze gaat nauwelijks naar buiten. 'Ze was bang dat mensen zouden vragen: waar is je man?', zegt Bep.

Familie brengt wekelijks eten, maar op een gegeven moment doet ze de deur niet meer voor hen open. Niemand mag er meer in. Maandenlang leven ze zo, tot ze zo'n honger krijgen dat ze in een supermarkt brood uit de schappen eten. Als de politie het tweetal thuis aantreft, is moeder niet meer aanspreekbaar. In het dossier staat dat ze oninvoelbaar lacht. De wc is kapot, overal liggen uitwerpselen en de stank is ondraaglijk. Beiden zijn broodmager.

Alleen

Remzi's gedrag valt op. 'Een wolvenkind', zeggen de deskundigen. Het AMC oordeelt dat hij het niveau heeft van een baby van 6 maanden. Met spoed gaat hij naar een instelling voor ernstig verstandelijk gehandicapten. Zijn moeder belandt in een psychiatrische kliniek.

En dan is de 4-jarige Remzi alleen. Zijn moeder mag hij de eerste maand niet zien. 'Opeens had hij niets meer', zegt Bep. Maar daardoor raakt hij de kluts kwijt: hij is agressief, valt andere kinderen aan. 'Dat kwam natuurlijk doordat hij doodsbang was', zegt Bep. 'Hij zat zonder zijn moeder in een wildvreemde omgeving met ernstig verstandelijk gehandicapten en kon niet praten. Dat was traumatisch. Maar het leek of niemand daarbij stilstond.'

De instelling wil hem al snel kwijt. 'Ze vonden hem te moeilijk, te gevaarlijk. De kinderen waren bang voor hem. Ze durfden hem geen moment alleen te laten met hen.' In een tweede instelling gebeurt precies hetzelfde.

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Remzi gaat naar het AMC, waar de psychiater in eerste instantie concludeert dat Remzi een angstig, getraumatiseerd kind is. 'Remzi maakt geen zwakzinnige indruk', schrijft hij.

Maar de stemming slaat om na een intelligentietest. Conclusie: een IQ van 50. 'Remzi presteert op zwakzinnig niveau', stelt de psychologe van het AMC. Hij mag dan helder uit zijn ogen kijken en niet zwakzinnig overkomen, schrijft ze, maar die indruk is onterecht. Wel adviseert ze hem te stimuleren.

'Op dat moment kreeg hij het stempel: verstandelijk gehandicapt', zegt Bep. 'Ik kan nog altijd niet begrijpen dat ze zo'n test hebben gedaan met een kind van 4 tegen wie twee jaar lang niet was gepraat, dat in één maand tijd drie keer was verplaatst en dat bovendien zijn moeder kwijt was. Daar kun je toch geen betrouwbaar getal op plakken?'

Bovendien gebeurt er iets geks. Omdat Remzi moe lijkt, doen ze één puzzeltestje de volgende dag opnieuw. In een dag tijd gaat hij van het niveau van een 2-jarige naar een 5-jarige. 'Toen hadden ze moeten denken: dat is eigenaardig, een verstandelijk gehandicapte kan niet zo snel leren', zegt Bep.

Maar de psychologe durft er geen conclusies aan te verbinden. Ze houdt vast aan het testresultaat.

Vanaf dat moment valt Remzi onder de William Schrikker Groep, jeugdbeschermingsinstantie voor kinderen met een beperking. Deskundigen twijfelen dan nauwelijks meer aan de diagnose: verstandelijk gehandicapt. 'Ze keken eigenlijk niet echt naar mij', zegt Remzi, 'Ze deden gewoon hun testjes. Op papier.'

Hij zit voortdurend tussen kinderen die niet of nauwelijks kunnen praten. Zelf is hij onhandelbaar. 'Soms werd hij urenlang opgesloten in zijn kamertje', zegt Bep. 'Niemand kreeg vat op hem. In vergelijking met andere kinderen vroeg hij veel aandacht, maar die konden ze hem niet geven.'

Toch is er één persoon met wie hij contact krijgt: een vrijwilliger die elke week langskomt om met hem te spelen. Hem is verteld dat Remzi nooit zal leren praten. Tot zijn stomme verbazing hoort hij de jongen onder de tafel ineens 'auto' en 'opa' zeggen, maar met dit signaal wordt nauwelijks iets gedaan.

Liefde

Remzi is dan bijna 6 en zit in Kadijkerkoog, een instelling in Purmerend. Zijn opa en oma, die zijn overgekomen uit Turkije nadat ze hebben gehoord over de problemen, mogen een keer per week op bezoek, soms samen met zijn moeder. Remzi heeft bij die bezoekjes een enorme behoefte aan liefde en aandacht, zegt opa later in een officiële verklaring. Als ze langskomen, staat hij te springen van geluk, maar bij hun vertrek moeten begeleiders hem huilend wegslepen.

Meermaals zegt opa tegen het instellingspersoneel dat zijn kleinzoon daar niet hoort. 'Maar ze bleven beweren dat hij gehandicapt was', verklaart grootvader. 'Ons hart scheurde van binnen, maar dat hebben we geprobeerd te verbergen zodat Remzi niets zou merken.' Zij kunnen niet in Nederland blijven en keren terug naar Turkije.

Als Remzi ook deze instelling moet verlaten, adviseert de orthopedagoog hem in een 'stimulerende leeromgeving' te plaatsen. Maar eigenlijk lijkt niemand te weten wat ze met hem aan moeten: als een hete aardappel wordt hij doorgeschoven en verhuist hij van het ene naar het andere tehuis, bijna elke keer tussen de verstandelijk gehandicapten. In totaal zit hij in tien instellingen.

Als Remzi 8 jaar oud is ontmoet hij de vrouw die zijn redding zal blijken: Bep Weeteling.

De voogd wil kijken of hij thuis kan wonen en heeft De Kleine Johannes, waar Bep werkt, ingeschakeld om het gezin thuis te begeleiden.

Oogjes

'Ik kwam binnen en zag hem samen met zijn vader en moeder op de bank zitten', zegt Bep. 'Ik keek hem in zijn ogen en dacht: hé, maar die is niet verstandelijk gehandicapt. Hij keek heel wakker en volgde ons gesprek .

'Hij kroop meteen tegen me aan. Samen zijn we met vouwblaadjes gaan spelen. We maakten 'kleedjes' door ze op te vouwen en er figuurtjes uit te knippen. Ik vroeg: weet jij hoe het eruit zal zien als we het openvouwen? Ja, zei hij. En hij tekende feilloos het patroon.'

'Ik voelde wel dat er iets met hem was', zegt Bep. 'Maar ik dacht ook: wat doet hij bij de verstandelijk gehandicapten?'

Zo leert ze hem op zijn 9de binnen één uur tellen. 'Tot dan toe deed hij alleen maar kleuterwerkjes', zegt Bep. 'Maar na een uurtje telde hij al tot twintig. Toen zag ik hem ineens een klok op een blaadje tekenen. Bij de uren zette hij 1 tot 12, en toen ging hij door met 13 tot 24 - precies op de goede plek.'

'Ik vond hem zo'n leuk jongetje. Hij vroeg heel veel. Hij zoog alles op, als een spons. Alles wilde hij weten. Waarom drink jij koffie?, vroeg hij dan. En waarom gaan mensen dood? Waarom gaan kinderen dood? Maar hij maakte ook veel kapot: afstandsbedieningen, telefoons. Je moest hem constant in de gaten houden.'

Bep leert hem lezen, rekenen, zwemmen. 'Zelf was Remzi ervan overtuigd dat hij nooit zou kunnen lezen', zegt ze. 'Telkens vroeg hij: wat moet er van mij worden? Hij durfde niet in zichzelf te geloven. Dan zei ik: nou, dan ben je een leuke, slimme jongen die niet kan lezen - al weet ik zeker dat je het leert.'

Remzi: 'Op een dag zei ik tegen Bep: jij gaat me ook in de steek laten, hè? Ze moest huilen. En toen zei ze: ik laat jou nooit in de steek.'

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Tegen de stroom

Thuis ziet Remzi dingen die niet goed voor hem zijn als kind. Zijn vader is terug uit de gevangenis, maar maakt continu ruzie met zijn moeder en mishandelt haar. Remzi moet daar weg.

Bep waarschuwt De Kleine Johannes, de instelling waar ze werkt. 'Ik zei: het is duidelijk dat hij niet verstandelijk gehandicapt is, dus hij mag niet nog een keer naar zo'n instelling. Het team van thuisondersteuners was het met me eens.'

Tevergeefs. In haar eentje roeit Bep, die hem twee avonden per week lesgeeft, tegen de stroom in. 'De voogd wilde niet op mijn argumenten ingaan. Voor hem was Remzi verstandelijk gehandicapt. Punt.' De instelling vindt haar vooral lastig. 'Ze vonden dat ik Remzi in de war maakte. Ik leerde hem op dat moment breuken te maken.'

Hulpverleners kunnen nauwelijks door Remzi's opstandige, lastige gedrag heen kijken. 'Bovendien gaf hij vaak expres verstandelijk gehandicapte antwoorden. Aan tafel zei hij 'koek' in plaats van 'drop' - dat soort dingen.' Maar ook mensen die het wel zien, zeggen niets. Ze durven niet tegen de diagnose in te gaan. 'Mensen waren bang voor hun baantje', zegt Bep.

'Het draaide daar niet om het kind', zegt Remzi. 'Eigenlijk is dat heel gevaarlijk.' Op een gegeven moment haalt Bep uit tijdens een gesprek met de orthopedagoog van De Kleine Johannes. 'Ik vertelde hoe goed Remzi zich ontwikkelde en in mijn enthousiasme zei ik: als jullie hem hier niet weghalen, dan hang ik jullie aan de hoogste boom. Vanaf dat moment hoefde ik niet meer te komen.' Ze wordt ontslagen vanwege 'een arbeidsconflict' en begint een eigen praktijk.

Bezoekverbod

'Ze verboden me Remzi nog langer te zien. Als ik dat wel deed, zou dat zware consequenties hebben, zeiden ze. Vanaf dat moment ben ik hem in het geheim gaan ontmoeten. Ik kon de jongen niet in de steek laten.'

'Ik zat opgesloten in de instelling', zegt Remzi. 'De groepsleiding zat de hele dag in het hok koffie te drinken of verslagen te maken. Met ons deden ze bijna niets. Als ik vroeg of ze met wilden spelen, zeiden ze: geen tijd. De enige manier om hen uit het hok te krijgen, was door rotzooi te trappen. Dus dat deed ik.

'Het leukste was het opjutten van een jongen die ik de grote baby noemde. Hij was ouder dan ik, maar hij liep rond in een luier. Hij schreeuwde, spuugde, zat aan zijn geslachtsdelen. Als hij boos werd, smeerde hij poep op de muren. Om hem boos te krijgen, trapte ik in zijn ballen of gooide ik water over hem. Pas dan kwamen ze eindelijk uit hun hok.

'Met twee jongens kon ik een beetje communiceren. Dat waren zinnetjes als: zullen we met de bal spelen? Er was ook een autist. Die was moeilijk boos te krijgen, maar als die eenmaal gek werd, moest de leiding boven op hem springen. Hij heeft mij ook wel eens aangevallen. Hij was onvoorspelbaar. Ik vond dat leuk. Het was zo extreem saai daar dat dit de enige manier was om me te vermaken.

'Bep zei vaak: je bent niet gek. Maar op die leeftijd had ik niet in de gaten dat ik daar niet hoorde. Ik dacht dat ik gewoon de slimste was van de groep. Pas toen ik 12, 13 was, drong het langzaam een beetje tot me door.'

Een van de zaken die hem parten spelen is een IQ-test die in 2003 wordt afgenomen. Zijn IQ wordt gesteld op 79. Remzi is dan 10. Later geeft de William Schrikker Groep toe dat Remzi tijdens dat onderzoek dichtklapte. Door zijn taalachterstand raakte hij in de war.

Twee jaar later dringen meerdere medewerkers aan op een nieuwe test. En dan blijkt ineens wat Bep al jaren weet: Remzi heeft een normaal IQ, van 108. De rechter oordeelt vervolgens dat hij er zo snel mogelijk weg moet. Toch zal het dan nog anderhalf jaar duren. 'Tegen mij zeiden ze dat er een wachtlijst was', zegt Remzi.

Wat er vanaf zijn 13de gebeurt, is voor hem bijna onverdraaglijk. 'Overdag zat ik op het vmbo', zegt hij. 'Maar 's avonds zat ik weer tussen de verstandelijk gehandicapten. Ik schaamde me dood. Op school heb ik het nooit verteld. Als ze vragen stelden, draaide ik eromheen. Echte vrienden had ik niet. Ik kon geen afspraken maken. Ik werd extreem veel gepest, ook omdat ik in die tijd heel dik was.

'Ik heb nachten liggen huilen in mijn bed. Ik mocht niks, kon niks. Met Bep heb ik het gehad over weglopen. Maar ze zei: ze vinden je toch wel en dan ga je in de isoleercel. Ik wist dat verzet het alleen maar erger zou maken. In de klas was ik stil. En moeilijk. Ik hield me vooral bezig met klieren. Dingen kapot maken.'

Bijgestaan door advocaat Richard Korver begon Remzi vorige maand aan de Parnassusweg de rechtzaak tegen de Willem Schrikker Groep. Beeld ANP

Geen lieverdjes

Pas op zijn 14de is het zo ver: hij mag weg. Hij belandt tussen gedragsgestoorde kinderen. 'Het waren geen aardige kinderen', zegt Remzi. 'Er werd veel geschopt, geslagen, gescholden, ruzie gemaakt. Elke dag was er wel wat. Ik was ook geen lieverdje daar. Op sommige punten was het daar vreselijk en nog erger dan eerst. Maar het was in elk geval niet meer saai.'

Sindsdien heeft hij enorme sprongen gemaakt. Hij gaat naar het mbo, begint een studie informatica op het hbo. Toch vertelt hij niemand over zijn verleden. Stages mislukken meermaals en hij voelt niet goed aan wat hij moet doen. 'Sociaal was ik onhandig. Soms was ik stil en durfde ik niks te vragen. Soms was ik dwingend. Als ik iets op de computer had gemaakt, liep ik zo bij mijn bazen naar binnen - ook als er net belangrijke klanten waren.'

'Op een gegeven moment zei Bep: Remzi, je moet het vertellen. We hebben samen een mail geschreven naar mijn bazen. Dat was een opluchting.' De twee jonge eigenaren van het bedrijf waar hij op dat moment stage loopt, reageren aardig. 'Vanaf die dag waren we vrienden. We gingen wekelijks uit en we hebben gepraat en gepraat. Het leek of ik twee vaders had. Ze leerden me hoe de wereld in elkaar zat.'

Zijn IQ is jaren geleden getest op 118. Inmiddels heeft hij een eigen bedrijfje en bouwt hij websites. Maar de klap van wat hem is overkomen, is nog lang niet verwerkt.

Remzi voelt zich vaak niet goed, vertelt Bep. 'Mensen vergeten dat hij jarenlang niet met normale kinderen is omgegaan. Daardoor mist hij veel sociale codes. Hij leert snel, maar het is verschrikkelijk moeilijk.' Na zijn 18de besloot hij te gaan procederen. De rechtszaak is zwaar, vertelt Bep. 'Onlangs heeft hij door stress zijn studie tijdelijk stopgezet. Toch weet ik dat hij hier ooit uit gaat komen.'

Inmiddels woont hij zelfstandig in Zaandam. Van zijn ouders krijgt hij geen financiële ondersteuning, vertelt hij. 'Ze zijn inmiddels gescheiden. Mijn moeder zit in haar eigen wereld. Als ik haar aanspreek over vroeger, begint ze over iets anders. Als ik heel eerlijk ben, heb ik niks aan haar gehad, al kon ze daar niets aan doen. Op mijn vader ben ik soms wel kwaad. Ik vind het onverantwoord hoe hij zich heeft gedragen.'

Soms zit hij in de tram en herkent hij groepsleiders van vroeger. 'Maar ik zal ze niet aanspreken. Ik ben nog steeds bang dat mensen me niet geloven. Dat ze denken: wacht eens even, hij is toch gek. Ik heb mijn verhaal lang niet durven te vertellen. Eigenlijk schaamde ik me gewoon kapot.'

Uit zijn dossier blijkt talloze malen hoe sterk hij is. 'Remzi is ondanks al die jaren van uithuisplaatsingen, wisseling van begeleiders, en verkeerde benaderingen overeind gebleven', schrijft Jeugdzorg.

'Maar zonder Bep had ik daar nog steeds gezeten', zegt Remzi zacht. 'Dan was ik gek geworden. Nog steeds moet ik soms heel erg huilen als ik op straat lachende kinderen met hun ouders zie. Dan zie ik al die blije mensen en dan ben ik jaloers. Want dat heb ik nooit gehad.'

Reacties

Advocaat Richard Korver voert namens Remzi een rechtszaak tegen jeugdbeschermingsinstantie William Schrikker Groep (WSG), die Remzi in verschillende instellingen plaatste. Op 22 oktober volgt de uitspraak, al is de kans aanwezig dat de rechter de zaak verlengt.

Bestuurder Erik Heijdelberg van WSG stelt dat hij vanwege privacy niet gedetailleerd kan reageren. 'Wij hebben onze uiterste best gedaan. In onze betrokkenheid en alertheid is niets misgegaan. Wij hebben ons suf gezocht naar plaatsen voor hem. We kregen afwijzing na afwijzing. Er waren gewoon geen pleeggezinnen voor hem. 'Als we ergens spijt van hebben, dan is het dat we verdwaald zijn in de jungle van tegenstrijdige adviezen en dat er niet met een specialistisch team is gekeken: wat is er nu aan de hand met dit kind? Het onderzoeken van deze kinderen gebeurt erg versplinterd. Ik denk dat op hen te snel een label verstandelijk gehandicapt wordt geplakt. Daar moeten we veel voorzichtiger mee zijn. We vinden het vreselijk wat er is gebeurd. Voogden hadden tranen in hun ogen. Maar ondanks de rommelige hulpverlening is Remzi er toch goed uit gekomen.'

De Prinsenstichting (voorheen: Kadijkerkoog) 'betreurt het zeer dat begeleiders en behandelaars destijds niet hebben gezien dat Remzi normaal begaafd is of dat niet goed hebben kunnen overbrengen aan de voogdij-instelling. Pas na grondig onderzoek kunnen we zeggen hoe dat zo gekomen is, maar dat zouden we het liefst samen met Remzi doen.'

Het AMC en Amsta (De Kleine Johannes) kunnen om privacyredenen niet reageren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.