'Waarom komt de wereld moordenaars beschermen?' 'We hameren erop: iedereen is Rwandees'

'Wij denken niet dat de komst van de internationale vredesmacht iets zal oplossen. Als zo'n interventiemacht de moordenaars niet van de andere vluchtelingen wil scheiden, dan kan ze beter wegblijven....

FRED DE VRIES

Van onze verslaggever

Fred de Vries

KIGALI

De Rwandese onderminister van Rehabilitatie en Sociale Integratie, Christine Umutoni Nyinawumwami, is gesteld op logica. En daaraan heeft tot nu toe steeds ontbroken bij het inzetten van buitenlandse militairen in Rwanda.

Want wat was de ratio achter het schielijk terugtrekken van de VN-troepen in 1994, waarna er ongehinderd een genocide kon plaatvinden? En hoe logisch was het dat de Franse troepen kort daarop weer terugkwamen om de Hutu's te beschermen, inclusief hen die schuldig waren aan de moord op bijna een miljoen mensen?

'En nu diezelfe Hutu-milities in Zaïre op de vlucht zijn geslagen, nadat ze ook nog eens de Banyamulenge-Tutsi's wilden uitroeien, is de hele wereld in rep en roer. Wij weten niet meer wat we onze mensen moeten vertellen. Wie zijn dat, die internationale gemeenschap, vragen ze tijdens onze vredesseminars. Waarom beschermen zij massamoordenaars? Waarom houden ze zo van de interahamwe-milities? Je probeert het de mensen uit te leggen. Maar je weet ook niet wat je moet zeggen, want de mensen hebben gelijk.'

De 32-jarige Umutoni is een van de jongste Rwandese ministers. Jong maar welbespraakt. Jarenlang heeft ze in Brussel succesvol gelobbyd voor de zaak van het Rwandees Patriottisch Front (RPF), dat in 1994 na vier jaar oorlog de macht greep.

Ze groeide net als de meeste RPF-leden op in Uganda, waar haar ouders na de slachting van 1959 heen waren gevlucht. 'In mijn schooltijd kwam ik er altijd heel erg voor uit dat ik Rwandese was.'

Op de universiteit veranderde dat. In 1982 begon de Ugandese president Milton Obote een felle hetze tegen de Rwandezen. Het huis van de familie Umutoni ging in vlammen op. Op de universiteit veranderde Christine in een in zichzelf gekeerd meisje, dat zo snel mogelijk haar boeken oppakte om naar huis te gaan. 'Toen raakte ik ervan doordrongen dat wij in Rwanda thuishoren.'

In 1994 keerde ze terug, een buitenstaander in een land waar net bijna een miljoen mensen waren vermoord. Nog steeds spreekt ze Engels en geen Frans. 'Het helpt dat je min of meer een buitenstaander bent. Je laat je minder snel door emoties meeslepen dan zij die de genocide hier hebben meegemaakt.'

'Je weet dat de problemen van die mensen heel reëel zijn, maar je bent in staat om de afstand te nemen, die nodig is om onze natie weer op te bouwen.'

Umutoni's ministerie is belast met de opvang en integratie van de teruggekeerde vluchtelingen; een enorme taak. Niet het minst vanwege de gigantische aantallen. 'We verwachten er meer dan 700 duizend uit Zaïre', zegt de onderminister.

Dat zijn er overigens aanmerkelijk minder dan het aantal van 1,2 miljoen waar de hulporganisaties graag mee schermen. 'Volgens onze informatie zijn er momenteel 900 duizend Hutu-vluchtelingen in Zaïre', zegt Umutoni.

Maar het aantal is niet het probleem. Umutoni bezweert dat haar ministerie en de hulporganisaties geheel klaar zijn voor een massale toestroom. 'We hebben voldoende capaciteit om de vluchtelingen op te vangen. Er is land voor hen. Sommige woningen zijn nu door andere mensen ingenomen, maar de lokale bestuurders zullen zorgen dat de rechtmatige eigenaars de huizen terugkrijgen.

'De meeste vluchtelingen komen uit de plattelandsgebieden. De absorptiecapaciteit daar is groot. Bovendien zijn ze niet zo heel lang weggeweest, dus de grond is ook weer snel te gebruiken.'

Het werkelijke probleem wordt de sociale integratie en de vraag hoe de mensen weer onthersenspoeld kunnen worden, nadat ze jarenlang van alle kanten ingepeperd hebben gekregen dat de Tutsi's kwaadaardig ongedierte zijn, dat hoe dan ook verdelgd moet worden.

'Dat is een hele zware taak', beaamt Umutoni. 'Beide kanten, de Hutu's en de Tutsi's, vrezen elkaar nog steeds heel erg. In veel dorpen leven de mensen niet meer samen. Ideologie is een soort drug gebleken. Mensen zijn eraan verslaafd geraakt. Ze staan niet meer in voor hun daden.

'Ik heb mensen gesproken die zeiden dat ze absoluut niet weten waarom ze hebben gemoord. Anderen weten dat ze afschuwelijke dingen hebben gedaan, maar zijn zover heen dat ze niet eens meer om vergeving vragen.

'Wij blijven erop hameren dat we allemaal Rwandezen zijn, met dezelfde taal en dezelfde cultuur, dat de scheiding kunstmatig is. Zelfs al groeten we elkaar niet, dan hoeven elkaar nog niet te vermoorden.'

Iedereen die in kampen heeft gezeten is volledig gehersenspoeld. Vooral in Zaïre, waar de Hutu-extremisten alle tijd en ruimte hadden voor hun indoctrinatie en propaganda. Umutoni: 'De grootste angst onder de vluchtelingen is dat ze vermoord worden als ze terugkeren, zelfs kinderen zijn doodsbang. Het duurt twee, drie maanden eer ze daar een beetje overheen zijn. Maar voordat de Hutu's naar Zaïre vluchtten was het hersenspoelen over Hutu's en Tutsi's al begonnen.

'Het is iets waar we nog heel lang mee zullen moeten leren leven. Niets is gemakkelijk in Rwanda. Alles hangt nu af van de regering en de lokale leiders. Wij maken dagen van 25 uur. Maar op de lange duur zijn de voordelen van een terugkeer van de vluchtelingen voor het land groter dan de nadelen, omdat er alleen bij terugkeer stabiliteit zal komen.'

Rwanda moet het zelf klaren. Voorbeelden in de geschiedenis zijn er niet. Zelfs de vergelijking met de uitroeiing van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat mank, zegt Umutoni. 'In Duitsland was er geen sprake van dorpelingen die elkaar en masse afslachtten. Daar was het op een andere manier georganiseerd. Mensen gaven anderen aan, en die werden dan weggehaald.

'Maar hier was het zo dat mannen hun schoonfamilie persoonlijk afslachtten omdat dat Tutsi's waren, of dat buren elkaar uitmoordden. Dat maakt het voor ons zo moeilijk. Wij zeggen tegen de mensen dat de politiek achter de genocide zat. Maar de mensen zeggen dan: hoe kan het politiek zijn als mijn buurman mijn familie afslacht.'

De regering heeft vredesseminars opgezet om de mensen vergevingsgezinder te maken, niet alleen de vluchtelingen, iedereen. 'De hele bevolking is besmet', zegt Umutoni. 'Rwandezen zijn gewend als makke schapen achter hun leiders aan te lopen. In zekere zin maakt dat het voor ons gemakkelijker. Als een regering echt sterk is en de nadruk legt op positieve zaken, is er veel mogelijk. Wij zijn bijvoorbeeld altijd heel erg tegen wraak geweest, en wij zijn er in geslaagd te voorkomen dat er een wraakgenocide tegen de Hutu's heeft plaatsgevonden.'

Maar op de lange duur is het kuddegedrag geen oplossing, erkent Umutoni. Blinde gehoorzaamheid kan zo weer omslaan in blinde haat. 'We moeten de mensen onderwijzen, zodat ze zelf kunnen uitmaken wat goed en slecht is.' Daarom probeert de regering volgens de minister iedereen wanhopig duidelijk te maken dat Rwanda geen Tutsi-regering heeft en geen Tutsi-leger.

'Hutu's hebben een meerderheid in de regering. De president, de premier, de vice-premier, allemaal Hutu's, evenals de plaatsvervangend chefstaf van het leger en de chefstaf van de gendarmerie. De minister van Landbouw komt zelfs uit een van de kampen bij Goma. Maar het is zo moeilijk. De genocide heeft zo'n enorme impact op ons land gehad. In hoeverre kun je als Hutu of Tutsi de genocide ooit begrijpen en je ervan losmaken?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden