Achtergrond Kunst vs. Boksen

Waarom een museumdirecteur (Deirdre Carasso) een kunstenaar (Anne Wenzel) uitdaagt voor een bokswedstrijd

Boksen en beeldende kunst hebben een lange, zweterige geschiedenis. Van George Bellows tot Armando. 

Anne Wenzel (links) en Deirder Carasso in het Stedelijk Museum Schiedam. Beeld Hilde Harshagen

Begin dit jaar kreeg kunstenaar Anne Wenzel (47) een e-mail van de curator van het Stedelijk Museum Schiedam: ze kon binnenkort een ‘wat ongewone vraag’ verwachten van de directeur. Dus toen Wenzel die directeur even later zag lopen op kunstbeurs Art Rotterdam stapte ze op haar af. En museumdirecteur Deirdre Carasso (48) verraste haar met: ‘Wil je tegen me boksen?’ Wenzel lacht als ze eraan terugdenkt: ‘Totaal absurd! Ik dacht what the fuck? Stom idee toch?’

De Volkskrant spreekt de vrouwen krap twee weken voordat ze elkaar in de ring treffen. ’s Avonds zullen ze eerst hun ‘staredown’ laten zien. Een oefening in psychologische oorlogsvoering en volgens hun trainers ‘de eerste klap die je kan maken’. Ze zijn gespannen. Op Wenzels onderarm zit een forse blauwe plek en haar handen doen zeer. De bokstrainer had gevraagd of de kunstenaar niet wat minder moest boetseren. Dat kan niet, want ze is beeldhouwer.

Het is misschien een stom idee, dat boksen, maar geen gek idee. Kunst en boksen hebben een lange affaire met elkaar. Geregeld wordt die liefde achter de gesloten deuren van de boksschool bedreven, maar de laatste tijd duikt de boksring steeds vaker op in museumzalen.

Bokstraining in de nieuwe kunstruimte Het Hem in Zaandam. Beeld Simon Lenskens

Zo liet Museum Voorlinden eind vorig jaar een boksring aanrukken ter ere van hun Armando-tentoonstelling. En ook de nieuwe Zaanse kunstruimte Het Hem was de afgelopen maanden uitgerust met een boksring waarin bokstrainingen en een boksgala werden georganiseerd. En ook eerder vochten kunstenaars en museumdirecteuren elkaar de touwen in. Waar komt die relatie vandaan?

Gespierde, zwetende mannen

Kunstenaars zijn niet per se sportfanaten. Neem de naam van een bekende Amerikaanse kunstblog en -podcast, simpelweg: ‘Bad at Sports’. Maar, wie van beeldende kunst houdt en sterker nog, wie het maakt is zeker visueel ingesteld. En boksen is lekker om naar te kijken. Die halfnaakte gespierde zwetende mannen, daar kijken beeldhouwers, schilders en tekenaars graag naar, al sinds de klassieken. Daarmee past boksen in het rijtje ‘geschikte onderwerpen voor wie graag (bijna) blote mensen verbeeldt’, samen met bijvoorbeeld baden en dansen. En seks, niet te vergeten.

Maar er is met boksen meer aan de hand. ‘Het lijkt op het leven. Man tegen man. Je moet het zelf opknappen, er is niemand die je helpt’, zei liefhebber Armando in 2013 over zijn lievelingssport aan de Volkskrant. Het is dat ‘eerlijke’, dat aantrekkelijke een-tegen-een waardoor in de 19de eeuw een aantal Amerikaanse realisten geen genoeg kon krijgen van bokswedstrijden. George Bellows is het bekendste voorbeeld, hij had het geluk dat er een boksclub tegenover zijn atelier was. En ook recenter zijn er uiteenlopende boksfans onder kunstenaars, zoals Man Ray, Pablo Picasso, Henri Matisse, Auguste Rodin en Jean-Michel Basquiat. 

Carasso had geluk met haar ongewone vraag, want ook Wenzel bleek een fervent bokskijker. Carasso: ‘Toen ik jou vroeg op Art Rotterdam zei je meteen: ik keek altijd al naar boksen met mijn oma.’ Wenzel: ‘Ja, zij bleef ’s nachts op om Muhammad Ali’s wedstrijden te zien.’ De kunstenaar, die opgroeide in Duitsland, heeft ook levendige herinneringen aan de kermis in Düsseldorf: ‘Dat was super louche. Geen van mijn vrienden wilde mee, dus dan ging ik alleen, kijken naar een boksring met bouwlampen erop en hese schreeuwende stemmen om me heen.’

De schoonheid van de wedstrijd begint voor Wenzel na een paar rondes, als de boksers uitgeput raken: ‘Een goeie bokser overschrijdt grenzen. Het heeft ook iets weg van beeldhouwen, die zwoegende lichamen.’ Toch had ze nooit zelf een klap uitgedeeld toen Carasso haar uitdaagde. En ze zei niet meteen ‘ja’. Wenzel zou ‘een keer komen kijken’. En met die belofte had Carasso er meteen alle vertrouwen in, ze zei: ‘Als jij één keer die boksschool ingaat, wil je daar nooit meer weg.’

Dat had Carasso zelf ervaren. De directeur had een keer conditietraining gevolgd op een boksschool in haar woonplaats Utrecht en zocht naar een boksschool in Schiedam. Iemand tipte haar: boksschool De Haan, meer dan veertig jaar oud, in het centrum vlakbij het museum. ‘Een te gekke plek, echt een tijdcapsule’, vertelt Carasso. Het was liefde op het eerste gezicht. En omdat het museum altijd zoekt naar samenwerkingspartners, zon de directeur direct op een plan, konden ze niet samen een evenement organiseren met lezingen en performances? Carasso: ‘Ze zeiden hartstikke leuk bedacht, maar er mist nog een ziel, jij moet de ring in.’

En zo is het gekomen. Of nou niet helemaal, want één museumdirecteur maakt nog geen bokswedstrijd. Vanwege wat Carasso noemt de ‘artistieke traditie’ van kunst en boksen wilde ze een museumdirecteur of een kunstenaar uitnodigen. De keuze viel op Anne Wenzel, al kan ze niet verklaren waarom: ‘Dat ging heel intuïtief. We hadden net een kunstwerk van haar aangekocht, misschien zat ze daarom in mijn hoofd?’

Directe stoten

Die artistieke traditie beperkt zich echt niet tot het kijken naar boksen. Kunstenaar Joseph Beuys liet in 1972 flink op zich inbeuken op de internationale tentoonstelling Documenta in Kassel. Hij was uitgedaagd door de 31 jaar jongere kunststudent Abraham David Christian om te vechten voor de ‘directe democratie’ (waar Beuys’ kunstinstallatie op de tentoonstelling over ging). Christian verloor volgens de scheidsrechter (ook een kunststudent) vanwege de ‘directe stoten’ van Beuys. De portée van deze vechtpartij mag veel (kunst)kijkers zijn ontgaan, maar het leverde mooie plaatjes op.

Directeur Jan Hoet bokst tegen Dennis Bellone bij de opening van het S.M.A.K. in 1999. Beeld Dirk Pauwels

En toen in 1999 het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent opende wilde directeur Jan Hoet ook de ring in. Hij vocht tegen de Amerikaanse kunstenaar Dennis Bellone. Die wedstrijd bleef onbeslist, maar het publiek was duidelijk voor ‘hun’ kunstpaus Hoet. De commentator: ‘Ronde drie was naar een choreografie van Marcel Duchamp!’ 

Andy Warhol en Jean-Michel Basquiat stonden in bokstenue op de poster die hun gezamenlijke tentoonstelling aankondigde in 1985. Het mocht niet baten, de tentoonstelling werd afgekraakt door de pers, al maakte The New York Times dankbaar gebruik van de boksmetafoor, het was een ‘technische knock-out’ voor Warhol. De foto’s van Michael Halsband zijn veel bekender geworden dan de kunstwerken die Warhol en Basquiat samen maakten.

De gevestigde orde stukslaan

Wat deze kunstgevechten gemeen hebben is de ongelijkheid tussen de tegenstanders. De oudere kunstenaar tegen de jongere of de museumdirecteur tegen de kunstenaar. In de boksring kan een nobody de gevestigde orde stuk proberen te slaan, de status quo doorbreken. Dat is een aantrekkelijk verhaal, denk maar aan de simpele Rocky Balboa die het opnam tegen wereldkampioen Apollo Creed in de film Rocky. Er is naast de prachtige sfeer van de oude Schiedamse boksschool een andere veelzeggende anekdote over waarom Wenzel ‘ja’ zei tegen Carasso.

Wenzel besprak Carasso’s uitdaging in haar atelier in Rotterdam met haar assistenten. Ze legt uit: ‘We besteden veel tijd aan overleg met musea over tentoonstellingen, en dan loopt het soms spaak op praktische en financiële dingen. Dan vechten wij vanuit het atelier tegen een machtigere partij, zo voelt het.’ En daarom zei een van haar assistenten: ‘Natuurlijk moet je gaan boksen, dan kun je eindelijk op zo’n directeur slaan!’ De entourage van de kunstenaar draagt straks bij de boksring een vlag met de tekst: ‘Fuck the dictator’.

‘Tjeezus Anne’, reageert Carasso geschrokken als Wenzel dit vertelt. En dan: ‘Het is wel zo dat als zij wint ze carte blanche krijgt op een verdieping in het museum.’ Dat was Wenzels voorwaarde. Omgekeerd krijgt Carasso als ze wint het atelier van Wenzel tot haar beschikking: ‘Ik zou daar iets voor boksers willen doen.’ Wenzel laat dat even op zich inwerken en zegt dan: ‘Verliezen is geen optie, ik heb hier nog niet over nagedacht. Ik moet wel gewoon door kunnen werken hoor.’

De staredown van Anne Wenzel (links) en Deirdre Carasso. Beeld Hilde Harshagen
De staredown van Anne Wenzel (links) en Deirdre Carasso. Beeld Hilde Harshagen

Wie gaat winnen? Wenzel maakt zich sinds de uitnodiging zorgen over Carasso’s reach, de lengte van haar armen. Carasso had zich niet gerealiseerd dat Wenzel zo sterk is: ‘Ze werkt met haar lichaam als beeldhouwer. En Anne kan echt op me afstormen en ze beukt gewoon door alsof ik een homp klei ben.’ ‘Heb je eigenlijk mensen die geld op je willen inzetten?’, wil Wenzel weten. Nee, dat heeft Carasso niet. ‘O, ik continu’, zegt Wenzel, ‘terwijl ze me nooit hebben zien boksen.’ Carasso: ‘Mijn vrienden zeggen ook: Anne Wenzel is heel sterk.’ Wenzel: ‘Dit is het spelletje dat jij hebt gekozen. Dus. Daar moet je wel de consequenties van dragen.’

Dan heeft Carasso nog een serieuze vraag: ‘Heb je me tijdens de training weleens zo hard geslagen als je me tijdens de wedstrijd gaat slaan? Nee hè?’ 

‘Nee,’ zegt Wenzel droog. 

‘Dat dacht ik al,’ zegt Carasso. En dan verontwaardigd: ‘Dit gesprek is al één grote staredown. Anne loopt mij te intimideren, aan de lopende band!’ 

Twee uur later in de boksring staan de kunstenaar en de museumdirecteur tegenover elkaar. De kunstenaar is kleiner en ze kijkt bozer. ‘Ben je al bang?’, sist Wenzel naar Carasso. ‘Heb je al spijt?’

Wat heeft boksen met kunst te maken?
Jan Hoet (1936-2014) was een wereldberoemd curator en museumdirecteur die de ‘kunstpaus’ van België werd genoemd. En hij bokste, niet alleen tijdens de opening van zijn museum S.M.A.K. in Gent. In het boek De artistieke uppercut legt hij uit: ‘Voor buitenstaanders staat boksen gelijk aan meedogenloos op andermans ge- zicht timmeren, maar dat is een simplistische benadering. Boksen is een complex en subtiel gebeuren. Het is een van de gruwelijkste sporten als die barbaars beoefend wordt, en een van de mooiste als stijl en intelligentie de boventoon voeren. Het is kunst.’
Erik van Lieshout (51) is beeldend kunstenaar en bokste zeven jaar lang behoorlijk fanatiek. ‘Een fijne uitlaatklep’, noemt hij het. ‘Kunst heeft eigenlijk niks met sport te maken’, vindt hij. Wat hem aantrok, waren de heroïek en romantiek: ‘Het is een soort heldensport en boksscholen zien er allemaal heel leuk uit.’ Toen hij in New York woonde, kon hij trainen bij de wereldberoemde Gleason’s Gym: ‘Onder de Brooklyn Bridge, daar zaten allemaal Hollanders: Regilio Tuur, Raymond Joval, Don Diego Poeder.’ Van Lieshout kreeg les van Hector Roca, die later Hilary Swank zou klaarstomen voor haar rol in het Oscar-winnende boksdrama Million Dollar Baby. Een wedstrijd heeft Van Lieshout nooit gevochten: ‘Daar ben ik te schijterig voor.’
Emmelie Koster (32) runt galerie No Man’s Art in Amsterdam en deed mee aan de bokstraining en de wedstrijd in kunstcentrum Het Hem. En ze speelt al jaren met het idee een kickboksgala te organiseren waarin galeriehouders het tegen elkaar opnemen: ‘Ik ben benieuwd wat de kunstwereld kan leren van het spektakel van die gevechten. Ik vind een bokswedstrijd aantrekkelijker dan de gemiddelde kunstexpositie.’
Voor het kickboksgala heeft ze al inschrijvingen. Haar gegadigden wierf ze op Art Rotterdam, ook de plek waar Carasso Wenzel uitdaagde. Geen toeval volgens Koster: ‘Zo’n kunstbeurs, dat ís de ring, de arena, daar heerst die fighting spirit.’

BOKSVERENIGING DE HAAN MEMORIAL WEEKEND
Op 14 en 15 september organiseert Stedelijk Museum Schiedam samen met Boksvereniging De Haan het “Boksvereniging De Haan Memorial Weekend” vol lezingen, een boksclinic, een literair duel en andere activiteiten. Op zaterdag is boksschool De Haan te bezoeken, die avond zijn de bokswedstrijden in het museum. Dat evenement is uitverkocht, maar de wedstrijd tussen Carasso en Wenzel is te volgen via de Facebook-pagina van het museum vanaf ca. 21.30 uur. 

De Rocky steps 

Een van de bekendste scènes uit de film Rocky (1976) is de training waarin de titelheld de trappen voor het Philadelphia Museum of Art oprent en een zegedansje doet bovenaan. Die trappen (het zijn 72 treden) worden nu de ‘Rocky steps’ genoemd en zijn een soort bedevaartsoord geworden voor fans. Vlakbij staat een beeld van Rocky, dat in Philadelphia een lastige discussie ontketende over ‘wat kunst is’. 

Lees verder

In 2013 interviewde Sara Berkeljon boksliefhebber Armando over zijn aanstaande expositie in het Cobra Museum, twijfels en de oorlog. 

Bij Gleason’s Gym in Brooklyn trainden boksgrootheden als Mohammed Ali en Mike Tyson. In de afgeragde, kale, ongepolijste ruimte komen de boksers hun rauwe, primitieve instincten en zichzelf tegen.

Het verslag van het gevecht tussen museumdirecteur Jan Hoet en kunstenaar Dennis Bellone in 1999.

Karolien KNols sprak vorig jaar Deirdre Carasso. ‘Dit museum is een huis in de straat: ‘We zijn geen Voorlinden. Ik kijk vanuit het raam zo in de etalage van de lingeriewinkel’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden