Profiel Pieter van Vollenhoven

‘Waakhond’ Van Vollenhoven blijft ook als tachtiger alert

Op 30 april wordt Pieter van Vollenhoven 80. Vandaag verschijnt een nieuw pamflet van zijn hand. De man die nooit prins mocht worden, vindt de Nederlandse veiligheidscultuur ‘een casinospel’.

Pieter van Vollenhoven. Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

De eerste ‘burger aan het hof’ kon nadat hij was getrouwd met prinses Margriet maar moeilijk aan het werk komen. ‘Ik heb ervoor moeten vechten’, zei hij in 2006 tegen feministisch maandblad Opzij. Tijden veranderen: nu hij eind deze maand 80 wordt, kan hij het werken nog altijd niet laten.

Pieter van Vollenhoven heeft de vorstelijke titel ‘prins’ nooit mogen ontvangen. Maar in de burgermaatschappij verwierf hij op eigen kracht een misschien wel waardevoller epitheton: Zijne Veiligheid. Maandag slingert hij in die hoedanigheid opnieuw een oproep de wereld in.

Wat wil die ‘ouwe’, zoals hij zichzelf inmiddels noemt? Voeg alle overheidsinspecties samen tot een onafhankelijke Nationale Veiligheidsinspectie, luidt zijn hartenkreet. Laat die Nationale Veiligheidsinspectie waken over het sjoemelen met regels. En laat die Inspectie toezien op het trekken van lessen uit ongelukken die, in allerlei sectoren, in de alledaagse praktijk gebeuren.

De vorm van zijn oproep, een boek van ruim honderd pagina’s, is opmerkelijk. Over een eerdere boekpublicatie, Hier onveilig? Onmogelijk! (2012), schrijft Van Vollenhoven met zelfspot: ‘Zo’n succes was dat – dacht ik – nu ook weer niet. Ik heb in ieder geval na de publicatie nooit een uitnodiging voor het Boekenbal mogen ontvangen.’

Maar de uitgever (Balans) heeft hem weten te overreden en nu ligt er Oproep van een waakhond. Het is, behalve een verhaal over de tekortkomingen op het gebied van de veiligheid, ook een terugblik op zijn beroepsleven. Rode draad: uit misstanden moet lering worden getrokken, ook als dat ongemakkelijk is of geld kost. En hou het strafrecht erbuiten, want iedereen moet na een ongeluk of ramp vrijuit kunnen praten over wat er mis ging. Het Openbaar Ministerie heeft, met zijn strafrechtelijke onderzoeken, een eigen verantwoordelijkheid.

Pieter van Vollenhoven was student rechten in Leiden toen hij medestudent prinses Margriet ontmoette. Het resulteerde in een wederzijdse verliefdheid waarmee aan het hof niet iedereen verguld was. Van Vollenhoven belandde in ‘tweestromenland’, zoals hij dat in 2004 in een interview met NRC Handelsblad noemde: dat een ‘gewone’ Nederlander met een prinses ging, viel bij het conservatieve deel van de natie en de hofhouding op Soestdijk niet in goede aarde.

De consequenties voor het huwelijk van Pieter en Margriet, na het wegvallen van prinses Irene toen tweede in lijn voor troonopvolging, werden een onderwerp in de ministerraad. Het moest een sober huwelijk zijn, eventuele kinderen zouden de titel ‘prins’ krijgen – maar Pieter van Vollenhoven niet. ‘Ik heb gezegd dat het politieke klimaat er niet naar was’, zei toenmalig vicepremier Barend Biesheuvel in 1999 in Vrij Nederland. ‘Mijn stelling was: Pieter, je moet het zelf maken.’

Reserve-prins-gemaal

Tien jaar duurde het voordat Van Vollenhoven het een beetje begon te ‘maken’. Nederland had het al moeilijk genoeg gevonden om een prins-gemaal (Bernhard, daarvoor Hendrik) een doel in het leven te geven, maar hoe kon een reserve-prins-gemaal zijn bestemming vinden? ‘Ik wil werken, maar als niemand dat nodig vindt, zal ik wel alleen de echtgenoot van de prinses zijn’, viel in die jaren uit de mond van Van Vollenhoven te beluisteren. Hij liep stages bij onder meer de Nederlandse Heidemaatschappij, Akzo en KLM. ‘In die tijd zat iedereen een beetje met mij in de maag’, zei hij daarover in 2011 tegen de Volkskrant. ‘In die tien jaar is de scheidslijn tussen slagen of mislukken in mijn leven flinterdun geweest.’

Het begin van de verlossing kwam in 1977, toen hij door minister Tjerk Westerterp (Verkeer en Waterstaat, CDA) werd benoemd tot voorzitter van de net opgerichte Raad voor de Verkeersveiligheid. In Nederland vielen midden jaren zeventig jaarlijks zo’n drieduizend doden op de weg, plus 70 duizend gewonden. Dat verkeersdrama moest hoger op de politieke agenda en de raad diende te fungeren als ‘waakhond’, aldus Westerterp. Zo kwam de buitenstaander Van Vollenhoven binnen in de ambtelijke kringen die hem al die jaren buiten hadden gehouden, uit angst dat een lid van het Koninklijk Huis maar een lastige pottenkijker zou zijn.

Waakhond werd Van Vollenhovens geuzennaam en in herinnering kwam zijn diensttijd bij de luchtmacht. Daar gold dat de enige straf op sjoemelen met veiligheidsregels ‘wel eens de doodstraf kon zijn’, zoals hij schrijft. In Oproep van een waakhond vat hij zijn lange mars door het verkokerde veiligheidsland nog eens samen. Van de Spoorwegongevallenraad via de ‘onwerkbare’ Raad voor de Transportveiligheid tot in 2005 de oprichting van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), nadat hij in 1983 het Amerikaanse voorbeeld van de National Transportation Safety Board al onder de aandacht van het kabinet had gebracht. Waar anderen met pensioen gingen, werd de inmiddels AOW-gerechtigde Van Vollenhoven de eerste voorzitter van de OVV. Hij bleef het zes jaar en werd door de Universiteit Twente benoemd tot praktijkhoogleraar Risicomanagement.

Verjaardag

‘Wat ga je eigenlijk voor je tachtigste verjaardag doen, ouwe?’, schrijft Van Vollenhoven in zijn pamflet. ‘Of ga je dat niet halen?’ – kennelijk een referentie aan een aantal operaties die succesvol huidkanker bestreden

Hij wil en krijgt als verjaardagscadeau op 4 juni een symposium aan de Universiteit Leiden, met als thema: ‘Een kritische waakhond voor de veiligheid?’ Zijn boek, geschreven als voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid, is de aftrap.

Van Vollenhoven maakt de eerste resultaten bekend van het onderzoek naar de vliegtuigramp met het toestel van Turkish Airlines, in maart 2009. Beeld Martijn Beekman

Van Vollenhoven vindt dat de tien rijksinspecties die Nederland telt een organisatie moeten worden, de Nationale Veiligheidsinspectie, met een uniforme werkwijze (net als de Nationale Politie) en hetzelfde gezag als de OVV. De waakhond moet onafhankelijk van de overlegcultuur op departementen kunnen opereren. Hij schrijft: ‘Nog nooit heb ik bij een onafhankelijk onderzoek meegemaakt dat er bij een voorval sprake was van een ‘donderslag bij heldere hemel’. Alles is volledig bekend, maar veelal ontbreekt de veiligheidscultuur om dit intern aan de orde te kunnen stellen.’ Dat kan goed aflopen, maar ook slecht: veiligheid als ‘casinospel’.

Voorts moeten mensen vrijuit kunnen spreken, zonder vrees dat hun verklaringen in een strafdossier tegen hen worden gebruikt. Het is een van de verklaringen voor het succes van de OVV: het Openbaar Ministerie (OM) leest uiteraard ook de OVV-rapporten, maar moet voor vervolging eigen onderzoek doen. Zie de gescheiden wegen van de OVV en het OM in bijvoorbeeld het MH17-onderzoek.

Als voorbeeld van hoe het niet moet, noemt Van Vollenhoven de nieuwe Inspectie Veiligheid Defensie, waarover minister Ank Bijleveld (Defensie) in december aan de Kamer schreef: ‘Uitgangspunt is dat, indien sprake is van een mogelijk strafbaar feit, het strafrechtelijk onderzoek in beginsel prevaleert boven het interne onderzoek.’ Waar schuld belangrijker is dan waarheidsvinding zullen mensen zwijgen, is de levensles van Van Vollenhoven, die dan ook concludeert dat ‘deze Inspectie Veiligheid Defensie is gedoemd te mislukken’.

De waakhond gaat er komen, is Van Vollenhovens overtuiging. Reacties die hij verzamelde voorafgaand aan het schrijven van zijn boek zijn sceptischer, maar dat was bij de – nu niet meer weg te denken – OVV ook zo. ‘De vraag is wel of ik het nog ga meemaken’, schrijft hij.  

De tien bestaande overheidsinspecties moeten worden samengevoegd tot een onafhankelijke Nationale Veiligheidsinspectie. Dat schrijft Pieter van Vollenhoven in zijn boek Oproep van een waakhond, dat vandaag bij uitgeverij Balans verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden