#Waakhond: en nu luisteren!

Wie op internet kan, kan meepraten. De stem van minderheden klinkt er zo luid en duidelijk dat onderwerpen die de traditionele media laten liggen zomaar belangrijk worden. Jennie Barbier over de democratiserende werking van online media.

Beeld afp

Het begon met één tweet. En de aankondiging van een nieuwe hashtag: #yesallwomen. Daarmee werden vrouwen wereldwijd opgeroepen om hun ervaringen met seksuele intimidatie te delen. Er volgde al snel een reactie en de hashtag werd overgenomen. Nog een tweet, een retweet, en enkele uren later was het onderwerp 'trending'. En niet zomaar trending: op het hoogtepunt werden binnen een uur 51 duizend berichten onder de noemer #yesallwomen de wereld in geslingerd.

De hashtag werd in het leven geroepen door '@gildedspine', die zich omschrijft als 'Muslim magical girl', een '#WeNeedDiverseBooks team member' en 'Creator of #NotYourStockMuslim'. Ze deed dat na de schietpartij op een Amerikaanse campus waarbij de 22-jarige Elliot Rodger zes mensen en zichzelf om het leven bracht. In een YouTube-video en een 141 pagina's tellend manifest legde Rodger uit dat hij met zijn daad vrouwen wilde 'straffen'; die hadden hem immers zijn hele leven afgewezen. Dat werd afgedaan als het geraaskal van een gestoorde geest, maar voor een aantal vrouwen was het vrouwvijandige taalgebruik al te herkenbaar. Taalgebruik dat diep geworteld zit in de cultuur, ja ook de westerse. Want nee, niet alle mannen haten vrouwen, maar wél alle vrouwen kunnen vertellen over een nare ervaring met een intimiderende of gewelddadige man: 'Yes, all Women.'

Wat de invloed van sociale media is, blijkt elke keer weer wanneer iets dusdanig 'viraal gaat' dat het ook een leven krijgt buiten de internetsubcultuur waar het ontstond. #yesallwomen bleef niet beperkt tot Twitter of tot de feministische blogsfeer. CNN en BBCNews signaleerden de trend en gerenommeerde bladen als de Washington Post en de New Yorker plaatsten er artikelen over. Ook in Nederland vond het onderwerp een weg naar de krantenpagina's via columns en opinieartikelen. Doel bereikt: de discussie over seksisme en geweld tegen vrouwen stond weer op de agenda.

Nu geldt die invloed op allerlei terreinen, maar toch was dit niet zomaar een onderwerp. Seksisme en racisme zijn thema's bij uitstek die nu via blogs en sociale media hun weg vinden naar de gevestigde media. Dat een rolbevestigende folder van Bart Smit met strijkende meisjes deze krant haalde, was te danken aan het seksismeblog van wetenschapsjournalist en columnist Asha ten Broeke. Door de 'ophef' die de folder veroorzaakte op Facebook en Twitter belandde die prompt op de voorpagina van het AD met de kop: 'Waar heeft 40 jaar emancipatie ons gebracht?' Ten Broeke eindigde aan tafel bij Pauw & Witteman.

Internet heeft de publieke debatruimte enorm vergroot. De toegang tot die ruimte is laagdrempeliger dan ooit: de enige benodigdheden zijn een computer of een smartphone en een internetverbinding. In Nederland zijn zelfs de huishoudens met de laagste inkomens doorgaans in het bezit van minstens een van de twee. In de meeste ontwikkelde landen is dat niet veel anders: bijna 80 procent van de bevolking is online. En daar is de consument tegelijkertijd producent, heeft hij zelf de mogelijkheid te creëren, te plaatsen en te verspreiden. Een stuk democratischer dan de klassieke media: radio, televisie, kranten en tijdschriften, waar de poort nog altijd bewaakt wordt door een selecte groep.

De beruchte Bart Smit folder. Beeld Bart Smit

Afspiegeling

Die groep vormt niet altijd een representatieve afspiegeling van de maatschappij. Te blank, te mannelijk, te weinig divers: het zijn bekende kritieken. In 2011 concludeerde de Monitor Representatie van de Nederlandse Publieke Omroep nog dat de Nederlandse televisie 'niet representatief is voor de Nederlandse bevolking wat betreft vrouwen en kleur.' Er zit wel wat schot in, maar het gaat erg traag, terwijl de samenleving juist in hoog tempo diverser wordt.

'Veel opiniemakers zijn witte mannen', constateert ook Asha ten Broeke, 'en wat je ziet is dat juist andere groepen op Twitter hun platform pakken.' In Amerika is dat al duidelijk, uit een onderzoek blijkt dat vrouwen en etnische minderheden daar een stuk actiever zijn op sociale media dan hun blanke, mannelijke tegenhangers. Bovendien zetten zij sociale media vaker in als middel om betrokkenheid te tonen en aandacht te vragen voor maatschappelijke kwesties.

In Nederland zien we deze emancipatietactiek nog niet terug in beschikbare statistieken over het sociale-mediagebruik. Maar ook hier zijn genoeg initiatieven die een ander geluid laten horen. Soms om een platform te bieden waarop gelijkgestemden met elkaar van gedachten kunnen wisselen en soms om nu eens een ánder verhaal te laten horen, een verhaal dat door de geïnstitutionaliseerde media niet altijd verteld wordt. Als dat verhaal op internet almaar groter en groter wordt, dan moeten die media er uiteindelijk ook wat mee.

Het bekendste voorbeeld is de Zwarte Piet-discussie. Activist Quinsy Gario wist met zijn 'Zwarte Piet is racisme'-project door te dringen tot de mainstream media, die dat hoofdpijndossier voorheen altijd hadden ontweken. Van een onderwerp waar jarenlang niemand het over wilde hebben, is het nu uitgegroeid tot een debat dat zelfs hartje zomer wordt gevoerd. Zo werd de 'Compromis-Piet' ter voorbereiding op het decemberfeest al heel actueel in juni gepresenteerd in actualiteitenprogramma Knevel en Van den Brink. Dat de #compromispiet in #kvdb niet bepaald positief werd ontvangen, was direct te zien op Twitter.

'Het 'Zwarte Piet is racisme'-project was juist gestoeld op die kracht van sociale media', zegt Quinsy Gario. Hij begon met een Tumblr-pagina en een Facebook-eventpagina voor alle optredens waar hij het T-shirt met de opdruk 'Zwarte Piet is racisme' zou dragen. Iedereen die op Facebook had aangegeven dat ze aanwezig zouden zijn, werd door Gario medebeheerder van de pagina gemaakt. 'Ik wilde mensen ownership geven over waar ik mee bezig was.' Zo verwierf een discussie die al vanaf de jaren '70 wordt gevoerd langzaam maar zeker momentum. Het hoogtepunt werd bereikt toen Gario tijdens de Sinterklaasintocht van 2011 werd gearresteerd en een video van de arrestatie werd geplaatst op YouTube, nog zo'n platform waar de consument tegelijkertijd producent is. De ophef die de beelden veroorzaakten trok de aandacht van verschillende nieuwsmedia, nu ineens wél geïnteresseerd in het racismedebat. Gario mocht vorig jaar zijn stelling verdedigen bij Pauw en Witteman in wat inmiddels een beroemd - en berucht - optreden is, met dank aan fulminerende blanke man Henk Westbroek. Gario is inmiddels gestopt met het project, het 'heeft zichzelf overbodig gemaakt'. Niet omdat de discussie is gewonnen, maar omdat deze nu breed wordt gevoerd.

Beeld anp

Twitterfeminisme

Dat geldt in zekere zin ook voor het feminisme. Geen feminist zal beweren dat de strijd gestreden is, nog lang niet zelfs, juist dát is sinds een jaar of twee wel weer onderwerp van maatschappelijk debat. Het potentieel van het nieuwe 'Twitterfeminisme' zit hem bovendien voor een belangrijk deel in het geven van een stem aan vrouwen die zich altijd door de beweging buitengesloten hebben gevoeld, zoals niet-blanke vrouwen en transgenders. Het web staat vol anekdotes van donkere vrouwen die het onderwerp racisme aankaartten tijdens een feministische bijeenkomst, maar wier inbreng werd genegeerd of weggewuifd. Met hashtags als #solidarityisforwhitewomen, #notyourasiansidekick en #whitefeministsbelike eisen feminists of colour nu hun plaats op in het feministische debat.

De macht om het debat te doen kantelen, is niet meer voorbehouden aan een kleine elite die toegang heeft tot de juiste kanalen. Online kan het net zo goed bottom-up. Bovendien zijn de lijntjes veel korter: met één muisklik zit je aan de andere kant van de wereld. Zo kan een klein verhaal via sociale netwerken verspreid worden, soms met verstrekkende gevolgen.

Dat ondervond oud-hoofdredacteur van modeglossy Jackie, Eva Hoeke, aan den lijve. Onder haar verantwoordelijkheid plaatste het tijdschrift eind 2011 een artikel dat de kledingstijl van popidool Rihanna omschreef als 'niggabitch'. Dat was twintig jaar geleden waarschijnlijk grotendeels onopgemerkt gebleven, maar niet in het 'share & like'-tijdperk. Presentatrice Zarayda Groenhart maakte een kiekje van de bewuste pagina en deelde het verontwaardigd op Facebook. Twee dagen, vele 'shares' en een vertaling later bereikte het bericht Rihanna, die zich op Twitter begaf om ten overstaan van tientallen miljoenen volgers Hoeke er flink van langs te geven. Uiteindelijk stapte Hoeke onder toenemende druk op.

Waakhond

Als de pers de vierde macht is, hoe zouden we dan de nieuwe media noemen? Dat die ook machtig zijn, of op z'n minst invloedrijk, is inmiddels wel duidelijk. Dat ze een soort waakhondfunctie vervullen ook. De hete adem van deze nieuwe waakhond wordt regelmatig gevoeld in de nek van de oude. Bijvoorbeeld toen deze krant twee weken geleden de kop 'Dit is een Italiaan' plaatste boven een foto van een ontblote, gespierde rug- en schouderpartij. Het was de Italiaanse voetballer Mario Balotelli, die zijn wortels heeft in Ghana, zoals te zien is aan zijn uiterlijk. Racistisch, vonden veel lezers én veel niet-lezers, die de bewuste pagina tenslotte ook op hun tijdlijn voorbij zagen komen.

'Het is niet de eerste keer dat de krant weinig subtiel omspringt met afkomst en kleur', constateerde ombudsvrouw Annieke Kranenberg in haar column. Meestal is de redactie zich van geen kwaad bewust, tot ze door briefschrijvers en twitteraars beticht wordt van racisme, dan wel seksisme. De vele reacties op de Balotelli-cover leidden niet tot excuses of een rectificatie, zoals sommige klagers wellicht hadden gehoopt, maar wel tot een discussie op de Volkskrant-redactie. Dat een goedbedoeld bericht als racistisch gelezen kan worden, en dat zo'n interpretatie niet wordt voorzien, heeft deels te maken met een gebrek aan diversiteit. Een blaffende Twitterwaakhond vervult dan een zinvolle taak.

Maar die waakhond kan ook venijnig bijten, en niet altijd terecht. Wat in het beste geval ingezet kan worden in een strijd voor sociale gerechtigheid, lijkt in het slechtste geval meer op een heksenjacht. De keerzijde van wat ook wel 'call-out culture' wordt genoemd, is inmiddels ook onderwerp van debat. Op internet, uiteraard.

Een nieuwe kwestie diende zich al weer aan. Vorige week twitterde een LINDA.-journalist een oproepje voor een fotoreeks: 'Gezocht voor LINDA.: Afrikaanse vrouwen met taille en volle, ronde billen'. Zwarte billen dus, 'waar blanke vrouwen jaloers op zijn'. Racistisch én seksistisch, twee keer bingo. Op Twitter stromen de reacties al binnen. LINDA. zag zich genoodzaakt op Twitter te reageren. En bij deze heeft het ook de krant gehaald.

Dit artikel verscheen zaterdag 21 juni in Vonk, het achtergrond- en opiniekatern van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden