Beschouwing

Vrouwen worden slachtoffer van participatiemaatschappij

Meer werken, meer zorgen, meer stress

Meer werken, meer zorgen, meer stress. De participatiemaatschappij eist nu al zijn tol. Vooral bij vrouwen.

Beeld Claudie de Cleen

'We zouden het helemaal gelijk gaan verdelen', zegt Deborah* (42). 'Ik was zwanger van de eerste en we besloten allebei vier dagen te gaan werken. Drie dagen opvang en allebei doordeweeks een dag thuis met de baby. Maar het waren lange dagen op de crèche. Van half acht tot half zeven. Ons kind trok dat slecht, die huilde alleen nog maar als we thuiskwamen. Dus stelde ik voor minder te gaan werken. Ik nam een halve dag ouderschapsverlof op, maar dat kon eigenlijk niet in de televisiewereld waarin ik werkte. Dat parttime werken ging steeds meer wringen, dus toen ik zwanger was van de tweede, besloot ik ontslag te nemen. Zoveel werken, zoveel van huis zijn - dat wilde ik niet meer. Mijn man steunde mij daarin: als jij dat wil, schat, dan doen we dat zo.'

Overblijfdienst

Deborah, freelanceredacteur, en haar man, beleidsmedewerker, hebben drie schoolgaande kinderen van inmiddels 9, 11 en 14. Van de afspraak destijds de zorg voor de kinderen gelijk te verdelen, is niet veel terechtgekomen. Deborah werkt nu elke dag zo veel mogelijk thuis tot de kinderen uit school komen (en 's avonds en in het weekend), haar man werkt fulltime, verdeeld over vier dagen. Er is één dag in de week waarop haar man thuis is en zij vrij is om de hele dag te werken, en dat is de vrijdag. Maar ook daar komt geregeld de klad in. 'Hij doet nu een cursus op vrijdag, dat zou eens in de maand zijn. Maar opeens blijkt het toch zo'n beetje elke vrijdag te zijn. Dus wie staat er die dag, met een gigantische deadline voor maandag, zijn dienst voor de overblijf op school te doen? Juist ja.'

En in één adem door: 'Ik weet het, dat doe ik dus zelf. Hij besluit dat hij op cursus gaat en ik regel dat hij wordt vervangen. Dat is ons mechanisme.'

Het is inmiddels een bekend verhaal: vrouwen werken steeds meer. Meisjes doen het onderhand beter dan jongens op school, en vrouwen onder de 35 hebben zelfs hun mannelijke leeftijdgenoten ingehaald op het gebied van inkomen. Maar er is één domein waar ze de scepter blijven zwaaien: het huiselijke. De zorg voor (kleine) kinderen is nog steeds grotendeels in handen van de vrouw. Er zijn natuurlijk talloze voorbeelden waar die rolverdeling wel is omgedraaid, maar de transitie naar gelijkheid verloopt traag. Moeders besteden gemiddeld 21 uur per week aan zorg, vaders 10; en die verdeling staat al vijftien jaar stil.

Onbetaalde arbeid

Vorige maand verscheen er een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) waaruit bleek dat vrouwen 65 procent van de onbetaalde arbeid doen, en dat dit niet is verminderd nu ze meer uren werken. In hetzelfde rapport staat dat 62 procent van de vrouwen die betaald werk en zorg combineren 'soms of vaker' last heeft van stress of gevoelens van gejaagdheid (bij mannen is dat 50 procent).

Een week later verscheen er nog een SCP-rapport: Concurrentie tussen mantelzorg en betaald werk. In het rapport wordt een alarmerend beeld geschetst van de participatiemaatschappij die nu op stoom aan het komen is. Eenderde van de werkende vrouwen combineert werk met zorg, zei SCP-directeur Kim Putters bij een evenement van Women Inc. begin maart. En dat worden er meer. De eerste ziekmeldingen komen nu binnen: van de werkenden die zijn gaan mantelzorgen heeft 18 procent zich minstens twee weken achtereen ziek gemeld. 60 procent van de mantelzorgers is vrouw. Het zijn vooral werkende vrouwen van 45 jaar en ouder die mantelzorg verlenen. Putters: 'De positie van vrouwen staat onder grotere druk, omdat ze meer moeten werken en meer moeten zorgen.'

Overbelast

Een jaar geleden overleed de vader van Deborah na een langdurige ziekte. De jaren eraan voorafgaand stapte ze lange periodes achtereen om half vijf in de auto om haar vader, die negentig kilometer verderop woonde, te bezoeken in het ziekenhuis. 'Dat zorgde voor zo veel stress. Als ik hoorde dat hij wéér in het ziekenhuis lag, dacht ik: nee, dat kan er echt niet bij. Ik moest op twee plekken tegelijk zijn: mijn man was aan het werk, de kinderen moesten eten en naar bed, terwijl ik in de auto moest naar mijn vader. Ik weet niet hoe ik dat heb gedaan. Als ik nu mensen hoor zeggen dat hun ouders ziek zijn, denk ik: pfoe, dat heb ik tenminste achter me.'

'We zitten aan een plafond', zegt Jannet Vaessen, directeur van vrouwennetwerk Women Inc. 'Ik zie het terug in alle onderzoeken.' Uit haar hoofd somt ze de feiten en cijfers op. 'Ziekteverzuim vanwege stress is de laatste vijf jaar met 800 (!) procent toegenomen. Door de crisis durven minder mensen zich ziek te melden, bang als ze zijn om hun baan te verliezen, maar die rek begint er ook uit te raken. En dan is er nog de mantelzorg die voor veel vrouwen een nieuw spitsuur betekent, terwijl ze het spitsuur van de kinderen nog niet door zijn. Als er nog meer bij komt, raken vrouwen overbelast.'

Beeld Claudie de Cleen

Extra druk

Dat er meer bij komt, staat vast. De effecten van de participatiemaatschappij zijn nu nog maar voor een klein deel voelbaar. Ook werkgevers hebben hun zorg uitgesproken. Op initiatief van Women Inc. voerde Motivaction een onderzoek onder hen uit. Daaruit blijkt dat tweederde van de werkgevers zich zorgen maakt over de stijgende zorgdruk van werknemers, vrouwen in het bijzonder.

'We moeten voorkomen dat de extra zorgdruk van de participatiemaatschappij automatisch bij vrouwen terechtkomt en ten koste gaat van de arbeidsparticipatie van vrouwen,' zegt Vaessen. 'We zijn samen verantwoordelijk voor de verdeling van de extra zorgvraag die de komende jaren zal ontstaan. Zowel vrouwen als mannen.'

De werkelijkheid is dat 58 procent van de mannen en vrouwen zegt de zorg gelijk te willen delen, en 20 procent dat werkelijk doet. 'Zelfs als er iets gebeurt met de schoonmoeder van een vrouw, dan gaat zij er vaak voor zorgen', zegt Vaessen. 'Valt ze van de trap, dan komt de vrouw opdraven voor de acute zorg, de man doet vaker de administratieve taken, die beter zijn te combineren met een baan.'

Dat vrouwen zelf in die rol schieten, erkent Vaessen ook, zowel in de mantelzorg als in de taken thuis. 'Stellen zouden thuis daarover veel meer met elkaar in gesprek moeten gaan, maar dat gebeurt nog weinig.'

Patroon

Daar ligt een diepgeworteld patroon aan ten grondslag. In 2010 promoveerde Stephanie Wiesmann op de rolverdeling van jonge ouders. De onderzoekster sprak met 32 stellen voor- en nadat het eerste was kind geboren. Voor de geboorte waren de meeste ouders van plan de taken gelijk te verdelen, maar zodra het kind er was, begon dat te schuiven in de richting van de moeder. 'Vrouwen met een progressievere houding', staat er in het onderzoek, 'werken meer uren, maar hun houding heeft geen effect op de verdeling van huishoudelijk werk.'

Dat komt, schrijft Wiesmann, doordat paren de taakverdeling thuis voor de komst van een kind niet serieus genoeg ter sprake brengen. Als het kind er eenmaal is, passen paren 'impliciete besluitvormingsprocessen' toe: bij elke kleine beslissing die er wordt genomen, vallen ze terug in traditionele rolverdelingen. Dat begint natuurlijk al bij het zwangerschapsverlof dat de vrouw heeft, en de man niet. De vrouw neemt de zorg voor het kind en het huis voor een groot deel op zich, wordt daar steeds beter en efficiënter in, en de man raakt daar makkelijk aan gewend. In no time, beschrijft Wiesmann, is de rolverdeling scheef - en heel anders dan de stellen van plan waren.

Onbetaald verlof

Marieke*, een juriste van 47, en moeder van drie schoolgaande kinderen van 9, 10 en 12, zorgt voor haar demente moeder die naast haar woont. Haar inmiddels overleden vader leed ook aan een vorm van dementie die hem angstig maakte. Jarenlang sliep Marieke met de babyfoon naast haar bed en moest ze er minstens vijf keer per week midden in de nacht uit omdat haar vader aan het rondspoken was. Ze werkte vier dagen. Toen ook haar moeder ziek werd en vaak in de war raakte van het rondspoken van haar vader, werd de combinatie werk en zorg haar te veel. 'Ik moest 's morgens mijn beide ouders uit bed halen en tegelijkertijd tegen drie kinderen roepen dat ze zich moesten aankleden en zorgen dat ze konden ontbijten en lunch mee naar school kregen.'

Haar man werkt lange dagen in de financiële wereld en is veel op reis. 'Dat redde ik natuurlijk niet. Gelukkig was er inmiddels wel thuishulp tussen zeven en negen, maar die dame kon nooit zeggen hoe laat ze precies kwam, terwijl de kinderen om half negen op school moesten zijn en ik om negen uur op mijn werk. Het was geen doen!'

Haar gewone zorgverlof was niet meer toereikend, dus nam ze tien maanden onbetaald verlof, wat haar werkgever toestond. 'Ik heb mazzel gehad dat ik semi-ambtenaar ben, want daarvoor werkte in de advocatuur en daar had het echt niet gekund.'

Kaartenhuis

Na haar verlof ging Marieke weer werken, ditmaal drie dagen in de week, omdat haar ouders nog steeds veel zorg nodig hadden. Ook na het overlijden van haar vader bleef zij drie dagen werken om haar moeder te kunnen helpen. 'Zij heeft het tegenovergestelde van mijn vader. Waar hij wild ging rondspoken, gaat zij in haar stoel zitten en komt er niet meer uit.' Ze vergeet te eten, te drinken en naar de wc te gaan. 'Nu heb ik hulp voor haar bij het opstaan, het avondeten en bij het naar bed brengen.' Tot voor kort kon ze zelf de lunch nog regelen. 'Dan belde ik haar in mijn lunchpauze dat er eten in de koelkast stond, maar nu neemt ze de telefoon niet eens meer op.'

Ze redt het nog nét, zegt ze, omdat haar omstandigheden relatief gunstig zijn. 'Wij hebben het geluk dat mijn ouders naast mij konden komen wonen en dat we de middelen hebben om hulp in te roepen. Zonder dat, zou ik het echt niet weten. Je kunt niet én drie kinderen de deur uithelpen én je moeder onder de douche zetten.'

Het voelt soms kwetsbaar, zegt ze. 'Op mijn vrije dagen probeer ik alle bezoekjes te plannen naar de poli, de oogarts, de huisarts - en dat duurt lang hoor, met een vrouw van 90. Dat lukt niet altijd, dus dan moet ik 's avonds mijn werk inhalen. Maar je blijft je aanpassen. Mijn oudste zoon zit sinds kort op de middelbare school en dat betekent opeens toetsweken - zit ik hele avonden woordjes te overhoren. De balans is even ver te zoeken. Het is een kaartenhuis en als ík een been breek, is er niemand die het kan opvangen.'

Geld

Voordat de kinderen er waren, hadden ze als plan dat ze allebei zouden blijven werken en samen voor de kinderen zouden zorgen. Dat zij nu drie dagen werkt en hij vijf (of zes) was een gezamenlijke keuze. 'Het werk van mijn man is niet in vier dagen te vatten. Hij zit veel in het Midden-Oosten en Azië, daar kan hij echt niet uitleggen dat hij op vrijdag een papadag heeft. Dankzij deze verdeling, zowel in uren werk per week als in inkomen, konden we het huis en de zorg van mijn ouders erbij hebben. Het is de consequentie van onze keuzen. Dat hebben we samen aanvaard. Hij moet zijn kinderen vaak missen, dat is zijn offer.'

Geld speelt natuurlijk een belangrijke rol in de beslissing wie van de partners het grootste deel van zorg op zich neemt. Nog steeds ligt het uurloon van een man vaak hoger dan dat van de vrouw, wat meespeelt als zij ervoor kiest om (tijdelijk?) meer thuis te zijn dan de man. De vrouw wordt daardoor steeds deskundiger en geroutineerder in de verzorging, de man bouwt een achterstand op.

In het onderzoek van Wiesmann naar de 32 stellen die werden bestudeerd voor en na de komst van een baby, wordt dat 'onbedoelde specialisatie' genoemd. Soms lag die specialisatie tijdens het onderzoek - onbedoeld - bij de man, als hij bijvoorbeeld werkloos was op het moment van de geboorte. Hoe dan ook, paren die het samen wilden doen, maar later zijn beland in een 'onbedoelde specialisatie' voelen zich daar niet lekker bij.

Wiesmann schetst een simpele oplossing om dit patroon te doorbreken: verdeel de zorg voor het kind en het huishouden van het begin af aan, zodat er geen specialisatie van een van de ouders ontstaat. Dat zorgt voor positieve ervaringen, schrijft ze: 'Dat motiveert om taken voortaan gelijk te verdelen.'

Dit geldt ook voor de zorg van ouders: zorg dat je het vanaf het begin samen doet, indien financieel mogelijk, dan ontstaat er geen 'onbedoelde specialisatie' en dat pakt voor beide partijen meestal positief uit. Vandaar de campagne van Women Inc. vanaf deze week: 'Ik ben er even niet.' Vrouwen worden opgeroepen stil te staan bij alle zorg die ze op zich nemen naast hun betaalde werk. Mantelzorg, zorg voor de kinderen, het huishouden en alles wat daarbij komt - Jannet Vaessen zegt: 'Denk na voordat je automatisch alles naar je toe trekt.'

Jens van Tricht kan zich erin vinden. Hij is oprichter van de stichting Emancipator. Al 25 jaar houdt hij zich bezig met 'de veranderde rol van jongens en mannen in de wereld'. Hij veert op bij de termen 'onbedoelde specialisatie' als gevolg van 'impliciete besluitvorming'. 'Het begint al met het zwangerschapsverlof. Vaders hebben een verlof van twee dagen. Dat is zeer expliciet. De boodschap die we daarmee afgeven, is dat de zorg van vaders niet belangrijk is. We moeten allemaal participeren - maar mannen blijkbaar niet.'

De druk op mannen om werk en zorg te combineren, is ook hoog, wil hij nog maar eens zeggen. De helft van de vaders ervaart ook gevoelens van stress en gejaagdheid als gevolg van deze combinatie. 'De stellen die besluiten het allemaal samen te gaan doen, sluiten ook een hypotheek af die is gebaseerd op de afspraak dat de vrouw blijft werken. Als zij dan minder dagen gaat maken, moet hij meer geld binnenhalen. Als je daar de stress van mantelzorg bovenop gooit, verval je in de meest voor de hand liggende oplossing: laat de man voor het geld zorgen en de vrouw voor de mensen. Dat doet ons allemaal geen recht.'

Beeld Claudie de Cleen

Beteugelde mannen

Van Tricht is het namens zijn mannelijke achterban dan ook helemaal eens met de stelling van Women Inc. om de participatiemaatschappij niet op de schouders van vrouwen te laten neerploffen. 'Honderd jaar geleden gingen we kijken naar de rol van vrouwen in onze samenleving, nu moeten we kijken naar de rol van mannen, want die is ingewikkeld geworden,' zegt Van Tricht. 'Mannen groeien op met bepaalde voorrechten, maar ze betalen ook een prijs voor die hoge positie. Ze brengen minder tijd door met het gezin dan ze zouden willen, daar komen ze meestal pas op latere leeftijd achter. Jonge vrouwen verdienen nu vaak meer dan mannen, maar als mannen geen kostwinner zijn, lopen ze nog altijd de kans een mietje gevonden te worden. Als we dat allemaal oplossen, kunnen we eindelijk samen aan de slag.'

Maar ja, vrouwen willen ook geen mannen die zich al te veel laten beteugelen. 'Mijn man zegt gewoon: ik ben er vrijdag niet, is dat oké?,' zegt Deborah. 'Dat vind ik vreselijk. Ik wil gewoon dat hij zijn plicht doet. Vervolgens ga ik heel slachtofferig doen. Nou, en dan moeten we echt gaan zitten en een lijst maken en dan gaat het beter. Totdat hij opeens besluit een marathon te gaan lopen of een coachingspraktijk op te zetten naast zijn fulltimebaan. Dan denk ik: daar gaan we weer. Maar het stomme is: ik ben ook heel trots op hem. Ik vind het stoer dat hij al die dingen doet en zich blijft ontwikkelen naast zijn werk. Dat maakt hem nou juist zo leuk.'

*Deborah en Marieke willen uit privacyoverwegingen niet met hun achternaam in het artikel voorkomen. Namen zijn bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.