in beeldde vriendschap

Vriendschapsgenoten over de vriendschap: ‘Van visite komt altijd gedonder’

Eén keer trek je de conclusie: veel plekken in Nederland heten De Vriendschap. Gidi Heesakkers en Paul Onkenhout bezochten snackbar, molen, café, skûtsje en postduivenvereniging De Vriendschap en spraken daar over ..., inderdaad.

Coby Jeninga (62) is mede-eigenaar en schipper van skûtsje De Vriendschap en verpleegkundige in de verslavingszorg. De opvarenden zijn familieleden, haar zoon Simon zal deze keer de schipper zijn.Beeld Eva Roefs

Coby Jeninga (62) is mede-eigenaar en schipper van skûtsje De Vriendschap en verpleegkundige in de verslavingszorg. Aantal vrienden: ‘Dat is heel lastig om te bepalen.’

In de haven van Harlingen, de Zuiderhaven, maakt Coby Jeninga haar skûtsje De Vriendschap geroutineerd gereed voor een weekje Waddenzee. De opvarenden zijn familieleden, haar zoon Simon zal deze keer de schipper zijn.

‘Simon is een goede schipper en het scheelt mij een hoop stress. In havens en sluizen varen, zorgen dat niemand overboord valt en opletten of niemand een been uitsteekt waar je dat beter niet kunt doen, dat is een grote verantwoordelijkheid. Naast mijn werk vond ik dat iets te pittig worden.’

Jeninga werkt in de verslavingszorg, vier dagen in de week. Ze is verpleegkundige en deed samen met haar man jarenlang ontwikkelingswerk in India, Suriname, Nicaragua en Oeganda. Na terugkeer in Nederland kochten haar man, inmiddels haar ex, en zij het skûtsje. Dat was in 1998.

Coby Jeninga: ‘We hoopten heel erg dat het schip tot vriendschappen zou leiden.’ Beeld Eva Roefs

Het was de koop van haar leven, en het moest zo zijn: haar vader werd geboren op een skûtsje. ‘Maar hij was niet trots op me. Hij associeerde het met armoe. Wie op een skûtsje woonde, was arm. Wij hebben het verbouwd en de elektriciteit aangebracht, maar vroeger was er maar heel weinig leefruimte op zo’n schip, en veel laadruimte. En het was zwaar werk, op een skûtsje werd bijvoorbeeld terp-aarde en mest vervoerd.’

Jeninga is een van de drie eigenaren van De Vriendschap. De anderen zijn haar ex en een vriend. De Vriendschap is niet de originele de naam van het schip uit 1910. Het heette eerst Hoop op Zegen.

‘Dat vonden we saai. We hoopten heel erg dat het schip tot vriendschappen zou leiden. Het was nooit onze bedoeling dat alleen wij van het schip zouden genieten. We wilden varen met anderen. Onze wens is uitgekomen, hier worden vriendschappen gesloten. Mensen die elkaar niet kennen boeken een trip en zitten vervolgens een weekeinde of een week samen op het  schip. Omdat iedereen betaalt, ook de eigenaren, kunnen we het schip onderhouden en in de vaart houden. Beetje bij beetje wordt alles vernieuwd. Zo bedruipt het schip zichzelf.’

De kring mensen rondom De Vriendschap is groot. Hoeveel vrienden Jeninga heeft, kan ze niet zeggen.

‘Er zijn zoveel gradaties. Ik heb boezemvrienden en boezemvriendinnen, goede vrienden, goede kennissen. Het is lastig om te bepalen. Het belangrijkst is dat ik veel fijne vrienden en vriendinnen en veel fijne collega’s heb. Ik voel me rijk en ik ben dankbaar, ook dankzij dit schip en alle mensen eromheen.’

Haar grote liefde is De Vriendschap: ‘Ik hou heel veel van dit schip. Alles is de loop der jaren al een keer door mijn handen gegaan. Ik heb veel beleefd en veel gevaren met familie en vrienden. Het afzien op zo’n schip vind ik heerlijk. We hebben hier geen luxe. Ik hou van de eenvoud van De Vriendschap, dat vooral.’

Chun Lan Wu-Lai (63) en haar man Tong Da Wu (63) zijn de uitbaters van cafetaria De Vriendschap in Tilburg.Beeld Eva Roefs

Chun Lan Wu-Lai (63) en haar man Tong Da Wu (63) zijn de uitbaters van cafetaria De Vriendschap in Tilburg. Aantal vrienden: ‘Ongeveer zeven echte.’

Achter de toonbank van cafetaria De Vriendschap hangt een briefje met daarop de namen van de vissen in het aquarium, hun kleur en de datum die Chun Lan Wu-Lai ‘hun verjaardag’ noemt – de dag dat ze in de snackbar te water gingen. ‘Voor als kinderen vragen hoe de vissen heten.’ De gele Fanta zwemt hier al sinds 2 november 2011 rond.

Toen de familie Wu cafetaria De Vriendschap overnam, in september 1994, heette die ’t Goirke, naar de wijk (Het Goirke) en weg (Goirkestraat). Chun Lan Wu-Lai en Tong Da Wu vonden ’t Goirke lastig om uit te spreken en wilden iets originelers. Een nichtje met een grotere Nederlandse woordenschat dan zij, zelf eigenaar van snackbar De Pauw in het Zeeuwse Kapelle, opperde De Vriendschap. Ze vonden het mooi, een positieve naam.

De beste vriendin van Wu-Lai woont in Hongkong. ‘Met haar sliep ik negen jaar lang in één bed.’ Beeld Eva Roefs

Na zijn migratie ging Tong Da Wu aan de slag in het Chinees-Indische restaurant van zijn oom in Middelburg. Zijn vrouw was 25 jaar toen ze zich bij hem voegde. ‘De eerste jaren woonden we in bij zijn familie.’ Dat was in het begin best eenzaam, zegt zij. ‘Het werd beter toen we na een paar jaar een eigen huis hadden, en onze oudste zoon werd geboren.’ Samen werden ze de eigenaren van hun eerste zaak, restaurant en snackbar Man Far in Hoogerheide.

In Tilburg hebben ze kennissen, ‘mensen met wie je praat over waar je iets het beste kunt kopen’, maar ‘echte vrienden’ om serieuzere zaken mee te bespreken zijn niet in de buurt. De beste vriendin van Wu-Lai woont in Hongkong. ‘Met haar sliep ik negen jaar lang in één bed.’ 

Ze werkten allebei in een fabriek in Wenzhou waar medische onderdelen werden gemaakt, als medewerkers werden ze in de buurt gehuisvest. ‘We deelden met z’n tienen een kamer. Dat was een leuke tijd hoor. We aten samen, gingen ’s avonds naar de bioscoop, of we deden kaartspelletjes.’

Ook twee andere vriendinnen uit die fabriek spreekt ze nog regelmatig. Zij migreerden naar Frankrijk en Duitsland. De vriendschap onderhouden was de eerste jaren in Nederland lastig. ‘Met de vaste telefoon bellen was duur. Nu bellen we wekelijks, of vaker. Twee jaar geleden heb ik mijn vriendin uit Hongkong voor het laatst gezien, in Wenzhou.’ 

De buurvrouw die de sleutel en de alarmcode van de snackbar en hun huis erboven had, ‘een heel aardige vrouw’, is onlangs verhuisd. Als de familie Wu in China was, hield zij een oogje in het zeil. Eén keer ging het alarm ’s nachts af en hing de meldkamer aan de lijn. Niks aan de hand, maar toen bleek wel hoe fijn het is om een goede buur te hebben als je bij verre vrienden bent.

Wouter Pfeiffer (59) is meester-molenaar op korenmolen De Vriendschap in Weesp. Beeld Eva Roefs

Wouter Pfeiffer (59) is meester-molenaar op korenmolen De Vriendschap in Weesp. Aantal vrienden: ‘Op twee handen te tellen.’

‘Ik ben opgegroeid tussen de zakken meel en mannen in stoffige overalls. Mijn overgrootvader was ook al molenaar, ik ben erfelijk belast. In 1977 kwam ik hier vanuit Nigtevecht voor de eerste keer terecht en was ik verkocht. Sinds 1987 werk ik twee dagen per week met de molen. Mijn andere baas is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het oude Monumentenzorg. Daar ben ik specialist wind- en watermolens.

‘De molen heeft niet altijd De Vriendschap geheten. De eerste naam was Het Bosch, de tweede Het Anker. In de loop der jaren is de naam steeds meer voor me gaan betekenen. Er kwamen steeds meer vrijwilligers, uit liefde voor de molen. Ze werken in de molen of in de winkel. Het zijn er nu zo’n 25 en ik voel een sterke band met die mensen. Het is een trouwe groep.

‘Het is niet makkelijk om te definiëren wat vriendschap precies is. Het sleutelwoord is vertrouwen. De band moet innig zijn, je moet interesse hebben in elkaar en je moet hulp bieden als dat nodig is. Een vriend of vriendin komt langs om te helpen, of er nou om wordt gevraagd of niet.

‘Twee jaar geleden is mijn lief plotseling overleden. Het was met Kerst. Plotseling stond ik er alleen voor, met onze dochter en haar vier kinderen. Het was een heftige tijd, maar mijn vrienden waren er voor me.

‘Ik heb enkele beste vrienden, onder wie mijn broer Cees. Hij is acht jaar ouder dan ik en staat al zijn hele leven voor me klaar. We houden allebei van een whiskytje.

‘Jan-Willem bijvoorbeeld ken ik al sinds mijn geboorte. Door gezamenlijke ervaringen is de band steeds inniger geworden. We kijken samen Formule 1 en we kletsen. En we hebben allebei een boot. Onze routes liepen soms uiteen, door studies of omzwervingen of drukte van het gezin, maar we kwamen altijd weer bij elkaar terecht.

‘En dan Sjoerd, die leerde ik kennen op de Pedagogische Academie. In de eerste weken van het schooljaar leek het me onwaarschijnlijk dat we vrienden zouden worden. Hij was een wat burgerlijk type, ik alternatief. Op een dag maakte hij in de les een grap, een heel goede grap, en ging ik er overeen. Toen hij nog een grap maakte, stuurde de docent ons de gang op. Daar hadden we minutenlang de slappe lach.

‘Ik heb ervan geleerd dat je niet te snel over mensen moet oordelen. Kijk eerst eens rustig hoe iemand is, voordat je conclusies trekt.’

Drikus van den Essenburg (met bril) (75) is voorzitter van postduivenvereniging De Vriendschap in Hattemerbroek en al bijna 50 jaar lid. Jan Klein (79) noemt hij een ‘echte vriend’, ook al gaan ze nooit bij elkaar op visite.Beeld Eva Roefs

Drikus van den Essenburg (75) is voorzitter van postduivenvereniging De Vriendschap in Hattemerbroek en al bijna 50 jaar lid. Jan Klein (79) noemt hij een ‘echte vriend’, ook al gaan ze nooit bij elkaar op visite. Aantal vrienden: ‘Aardig wat. Toch wel een stuk of tien, vijftien. En daarbuiten een grote kennissenkring.’

‘Toen wij lid werden, was het voetballen of duiven houden’, zegt Jan Klein. ‘Of allebei.’ De twintigers van nu hebben andere dingen te doen. De Vriendschap heeft nog 23 leden over, onder wie twaalf ‘vliegende hokken’ – zo heten leden die met hun duiven aan wedstrijden meedoen.

Drikus van den Essenburg tobt met het voortbestaan van de vereniging waarop hij zo trots is. Het emotioneert hem als hij erover praat. ‘Ik heb degene die het voorzitterschap aan mij heeft overgedragen beloofd dat ik alles in het werk zou stellen om de club in de benen te houden, maar je ziet toch dat het afbrokkelt.’

Wie van de duivensport houdt, heeft discipline, zegt hij. Het is een tijdrovende bezigheid. Volgens hem zijn er twee type ‘liefhebbers’, zoals hij de leden van de vereniging noemt. ‘Je hebt verenigingsmensen die ook duiven hebben. En je hebt mensen die duiven hebben, en oh ja, ze moeten ook lid zijn van een vereniging, want anders kunnen ze niet meedoen aan wedstrijden.’ De tweede categorie is soms wel érg fanatiek, ten koste van het sociale gebeuren. ‘Dat klikte hier in het verleden niet altijd even goed.’

Van den Essenburg: ‘Het zit misschien ook een beetje in de cultuur van deze omgeving; wij zijn niet van die mensen die de deur bij elkaar platlopen.’ Beeld Eva Roefs

Vrijdagavond komen de leden samen om hun duiven in te korven. De vogels worden per vrachtwagen naar een zuidelijk gelegen bestemming gereden, om vanaf daar terug naar hun hok te vliegen. Klein: ‘Vrijdag drinken we in het clubhuis een biertje, we klaverjassen en we vertellen sterke verhalen. We zijn vrienden, geen kennissen, maar de meesten gaan niet bij elkaar op verjaardag ofzo.’

Van den Essenburg: ‘Wat zijn nou echte vrienden? Jan beschouw ik als een vriend, ook al komen wij nooit bij elkaar over de vloer.’

Klein: ‘Ik kom maar bij een stuk of drie mensen op verjaardag. Maar er zijn genoeg mensen die ik vaker zie en spreek dan die drie.’

Van den Essenburg: ‘Het zit misschien ook een beetje in de cultuur van deze omgeving; wij zijn niet van die mensen die de deur bij elkaar platlopen. Wij zijn wat meer op onszelf,. Maar ik weet dat ik op Jan kan bouwen en vertrouwen. Hij is iemand die doet wat hij belooft, net als ik.

‘Hoe ik er tegenaan kijk: mensen die veel bij elkander op visite gaan, dat wordt altijd een keer gedonder. Ik zeg iets tegen jou over Jan, jij praat weer met Jan, zo gaan die dingen. Daar waak ik voor. Ik heb een hekel aan ruzie, en als je ruzie zoekt – vind ik – dan moet je vooral veel bij elkander op visite komen.’

Hij herinnert zich een conflict tijdens een bestuursvergadering. ‘Met Lammert Brink, die had hier in het dorp een witgoedzaak. Dat ging behoorlijk hard tegen hard. ‘Jij hebt ook pech’, zei mijn vrouw toen ik thuiskwam, ‘de wasmachine is kapot.’ De volgende ochtend stapte ik de winkel van Lammert binnen. ‘Dat had ik nou nooit gedacht’, zei hij. Maar zo ben ik: ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om dan bij een ander een wasmachine te gaan kopen. Ik wil iedereen te vriend houden.’

Marie Louise Claessens (74) is stamgast van café De Vriendschap in Terneuzen.Beeld Eva Roefs

Marie Louise Claessens (74) is stamgast van café De Vriendschap in Terneuzen. Aantal vrienden: ‘Echte vrienden, die heb ik niet.’

‘Ik kom niet van Terneuzen, maar ik woon hier al 45 jaar. Met mijn man heb ik altijd een zaak gehad op Kloosterzande, dertig kilometer hier vandaan. Doordeweeks waren we hier.

‘Ik ben geboren in de horeca, mijn vader had ook een café. Ik heb de horeca nooit verlaten. Het was een zwaar leven. Je huwelijk gaat kapot en je moet hard werken. Vanaf 1963 tot 1973 hadden we een café. Het ging ’s morgens om acht uur open, ja ja. En dan was het druk hoor. Om tien uur zat het vol met vrachtwagenchauffeurs en stond het parkeerterrein helemaal vol met vrachtauto’s. En iedereen zat aan het bier. Dat kon toen nog gewoon.

‘In 1973 begonnen we een bar, de Monkey Bar, tot 1978, en daarna hadden we Disco Love. Het was de drukste discotheek van heel Zeeuws-Vlaanderen. Elke zaterdag en zondag hadden we duizend man binnen. In het weekeinde tapten we veertig vaten bier leeg. Gouden tent. Het was de eerste discotheek van Europa met een beweegbare dansvloer.

Claessens: ‘Ik zit hier niet elke dag hoor. En het wordt nooit later dan acht uur.’ Beeld Eva Roefs

‘Het was een leuke tijd, maar we hadden het veel te druk. Op den duur breekt dat je op. We leefden langs elkaar heen en hadden geen tijd voor elkaar. En rare dingen doen hè. We waren net zo oud als onze klanten, dus dan doe je ook weleens iets geks.

‘Ik zit hier niet elke dag hoor. En het wordt nooit later dan acht uur, dan sluit De Vriendschap. Op dinsdag ben ik er, dan werkt mijn kleindochter hier, en in het weekeinde. Ik doe vrijwilligerswerk bij een stichting voor ouderen, achter de bar natuurlijk. Het is heel gezellig. Er komen veel biljarters en kaarters en als het afgelopen is nemen we altijd een afzakkertje. Daarna ga ik hier altijd even een wijntje drinken.

‘De coronacrisis is niet goed voor mij. Ik vind het moeilijk om thuis te zijn, alleen. Ik heb een rottijd achter de rug en tot overmaat van ramp liep het stuk met mijn vriend. Gelukkig is het café weer open, ik heb weer afleiding.

‘Echte vrienden of vriendinnen, die heb ik niet. Omdat ik altijd zo hard heb gewerkt. Er zijn veel mensen met wie ik goed kan opschieten, en ik ken veel mensen. Ik praat met iedereen, maar echte vrienden, dat is iets anders. Ik mis dat, ik zou graag een leuke vriendin of een leuke vriend hebben, maar ja. Het moet maar net op je pad komen hè. Op mijn leeftijd is het niet meer zo makkelijk om iets nieuws te beginnen.

‘En als je dan weer eens een vriend hebt, kan het de verkeerde zijn hè. Dat is me ook overkomen. Je moet eerst iemand leren kennen voordat je daar achter komt. Ik klaag niet hoor, ik kom niks tekort en ik heb drie heel leuke kleinkinderen. Alleen echte vriendschap, die mis ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden