Vooral elkaar helpen helpt

Meteen na de moord op Jesse stroomden hulpverleners naar het dorp Hoogerheide. Niet-betrokken psychologen dringen aan op terughoudendheid. ‘Maar niemand durft in gebreke te blijven.’Door Maarten Evenblij..

Maarten Evenblij

Na de moord op de achtjarige Jesse in de Klim-Opschool in Hoogerheide is een heel circus van goede bedoelingen op gang gekomen. Media, hulpverleners en politici richten hun professionele blik op het dorp. Zijn al die aandacht en die interventies goed of hebben ze juist een averecht effect? Traumadeskundigen vrezen een negatieve tendens.

‘De gebeurtenis in Hoogerheide is met recht schokkend. Zij raakt aan wezenlijke waarden. Ze tast de onbevangenheid aan; dat kinderen zich op school terecht veilig kunnen voelen. Ook als je op grotere afstand staat, is dat schokkend. Daar moet je wat mee’, zegt prof. dr. Frits Boer, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie in het AMC.

Boer werkt bij de Bascule in Amsterdam aan traumagerelateerde stoornissen en is specialist in het behandelen van kinderen. Over de zaak in Hoogerheide zelf kan hij niets zeggen. Wel waarschuwt hij voor te véél en vooral te snél hulp.

‘Volwassenen en ook kinderen zijn in het algemeen heel goed in staat dramatische gebeurtenissen te verwerken. Recente ervaringen, van de Twin Towers in New York tot de cafébrand in Volendam, hebben ons geleerd dat ze dat vooral doen met mensen die hen vertrouwd zijn. Hun zelfredzaamheid en die van de omgeving blijkt erg groot. Daarbij zijn, zeker in het begin, nauwelijks professionals nodig.’

Dat is nog niet overal doorgedrongen, merken Boer en collega's. Was dertig jaar geleden de aanpak bij het verwerken van traumatische gebeurtenissen: niet over praten en doorgaan, nu lijkt het tegenovergestelde het geval. Er zou zelfs een trend van politisering van de hulpverlening in Nederland zijn.

‘Soms krijgen we de indruk dat bestuurders, ook bij relatief kleinschalige calamiteiten, hulpverlening in gang zetten om niet later het verwijt te krijgen dat ze de ontstane emoties niet serieus hebben genomen’, zegt dr. Peter van der Velden, onderzoeksleider bij het Instituut voor Psychotrauma in Zaltbommel. ‘Het kan onzekerheid zijn, machteloosheid, laten zien dat je betrokken bent. Maar soms wordt uit het oog verloren dat niet al die extra hulp aan direct betrokkenen evenveel zin heeft.’

Light vliegtuigje

Light vliegtuigje
Een light vliegtuigje stort neer in Stadskanaal en de burgemeester laat verwerkingsbijeenkomsten in de wijk houden: je weet maar nooit. Er zijn organisaties die traumazorg binnen vier uur aanbieden.

Light vliegtuigje
‘De effectiviteit van zulke interventies wordt niet gestaafd door wetenschappelijk onderzoek’, stelt Van der Velden echter. ‘Natuurlijk zijn kinderen die zoiets meemaken, geschokt. En er zullen best kinderen zijn die zich angstig voelen, nachtmerries hebben of in bed gaan plassen. Dat betekent echter zeker niet dat alle kinderen het risico lopen op een post-traumatische stress-stoornis en professionele hulp nodig hebben.’

Light vliegtuigje
Elke week gebeurt er wel iets, constateert Van der Velden: een moord, een kind onder de tram, iemand die op een bouwplaats doodvalt of in een machine komt. Dat is niet zo mediageniek als Hoogerheide. ‘Als de media er zijn, is het erg. Dan vibreert heel Nederland mee op een steen die in een vijver is gevallen. Dat klopt niet. Dat doet tekort aan de zelfredzaamheid van mensen, alsof ze vanaf dat moment kreupel zijn. Als tien procent van de kinderen uit de klas van Jesse echt behandeling behoeven, zou ik dat al veel vinden.’

Light vliegtuigje
Het blijkt dat de eigen gemeenschap en de professionele regionale zorg in het algemeen uitstekend in staat zijn om de psychische nood na een ramp afdoende op te vangen. Na de aanslagen in New York en Londen en de vuurwerkramp in Enschede bleven hordes opgetrommelde psychische hulpverleners dikwijls werkeloos. Van der Velden: ‘Twee weken na de vuurwerkramp zaten we met dertig psychische hulpverleners op een grote bijeenkomst van slachtoffers. We hadden niets te doen. Mensen kunnen het heel goed zelf, ook al hebben ze soms even behoefte aan een hulplijn. Het is bijzonder om te zien dat in Nederland de professional dikwijls tegen de leek moet zeggen: wat jij bedenkt, is helemaal goed!’

Light vliegtuigje
Boer beaamt dat. ‘Soms door schade en schande zijn we er achter gekomen dat er in eerste instantie amper behoefte is aan professionele psychologische of psychiatrische hulp. Wel is het goed sleutelfiguren, dominees, burgemeesters en huisartsen, de mogelijkheid voor een vraagbaak te bieden, een sparring partner te zijn. Praktische hulp is in het begin belangrijker dan psychische hulp.’

Light vliegtuigje
Voor kinderen is zo'n invasie van vreemden helemaal niet goed. Die hebben niet alleen veel behoefte aan een vertrouwde omgeving, maar reageren ook sterk op de emoties en gedragingen van hun naaste volwassenen. ‘Als kinderen schrikken, kijken ze naar het gezicht van iemand die ze vertrouwen. Daarop reageren ze. Lacht moeder bij een knal van het vuurwerk of is ze bang bij een explosie? Hoe jonger kinderen zijn, hoe sterker die social referencing is, maar feitelijk kijken volwassenen ook naar de reacties van hun omgeving in situaties die ze niet kennen.

Light vliegtuigje
Boer: ‘Hoewel mensen in de beginfase geen behoefte hebben aan vreemden, hebben ze wel behoefte aan informatie. Groepsvoorlichting kan daarbij helpen en ook een gevoel van verbondenheid creeëren. Voor jonge kinderen is daarbij echter het gevaar dat het over hun hoofden heen gaat. Ze begrijpen niet, of niet volledig, wat er gebeurt, maar zien wel het verdriet, de verwarring, de angst. Door social referencing nemen ze die over. Daarom zijn we steeds terughoudender met zulke bijeenkomsten.’

Light vliegtuigje
Ook is het daarom goed niet voortdurend de gebeurtenissen in huis te halen. Zet de tv die een ramp herhaalt uit, maar kijk wel met het kind naar de kaartjes en bloemen op de plaats des onheils. Vertel de waarheid, al is deze gruwelijk. Ga in op wat het kind vraagt, adviseert Boer. ‘Wel op het niveau van het kind, maar wees eerlijk. Anders gaan ze fantaseren en dat kan nog veel gruwelijker zijn. Geef kinderen de kans iets te doen aan het verwerkingsritueel. Bloemen neerleggen, een tekening maken of een brief schrijven.’

Tekeningen

Tekeningen
Kinderen verwerken aangrijpende gebeurtenissen anders dan volwassenen. Die willen er voortdurend over praten. Kinderen passen het in hun spel in. Soms lijkt het of een drama hen niet raakt, maar dan blijkt het in hun spel terug te komen. Boer: ‘Het geheugen voor dit soort gebeurtenissen zit op plekken waar je niet goed bij komt, zoals de bij emoties betrokken amandelkern in de hersenen. Daardoor ontstaan flashbacks die bij kinderen tot uiting komen in spel en tekeningen. Vaak zonder dat ze zich daarvan bewust zijn.’

Tekeningen
Anderzijds hebben kinderen, net als volwassenen, de neiging het gebeurde weg te schuiven, te vermijden. Ze willen bijvoorbeeld niet naar school, niet aan het tafeltje van de overleden leerling zitten (dan ga je dood), zich niet meer met dat bloedrode washandje wassen. Of het lijkt dat het kind het zich allemaal niet zo heeft aangetrokken en dan komt na een week opeens de angst en plast het in z'n bed of stelt het opeens hele indringende, soms harde, vragen.

Tekeningen
Boer: ‘Daar moet je niet van schrikken. Verwerking gaat met intervallen. Kinderen kunnen ook hard zijn, ruziën over het boek van hun overleden broertje. Dat hoort erbij. Het leven moet ook weer z'n normale gang hervatten. Kinderen willen dat vaak ook zelf. De school kan ook veel doen. De gebeurtenis moet niet worden weggemaakt, maar er moet ook weer aandacht voor rekenen en taal zijn.’

Tekeningen
Ouders en leerkrachten zien zelf wel of kinderen de gebeurtenissen normaal verwerken. Daarvoor hoef je geen deskundige te zijn, stellen Boer en Van der Velden. Er is geen recept of tijd voor te geven. Er kunnen maanden overheen gaan, maar duidelijk is dat het naspelen, 's nachts wakker worden en vermijden geleidelijk moeten afnemen. Is dat niet zo, dan kan geprobeerd worden wat dwingender het gewone leven z'n gang te laten nemen en de normale eisen te stellen.

Tekeningen
‘Natuurlijk niet al na tien dagen. Als een kind neigt tot vermijden, moet je daarover praten. Maar probeer niet te beschermend zijn, dan geef je het kind de boodschap dat het toch echt gevaarlijk is’, waarschuwt Boer. Lukt het dan nog niet, bijvoorbeeld als een spel steeds gespeeld moet worden maar geen verlichting biedt, dan is professionele hulp aan te bevelen. Daarbij wordt wel een periode van maximaal een half jaar na de gebeurtenis genoemd. Met cognitieve gedragstherapie of EMDR (een herbelevingstechniek) worden bij kinderen goede resultaten geboekt.

Tekeningen
Het valt moeilijk te voorspellen welke kinderen het grootste risico hebben om post-traumatische stress te ontwikkelen. Zelfs over het percentage is onduidelijkheid. Een kwart tot een derde van de direct betrokken kinderen zou – in enige mate – hulp nodig hebben met de verwerking van het drama. Er is enige relatie met de persoonlijkheid – extraverte kinderen zouden het wat gemakkelijker hebben dan introverte kinderen – maar hard zijn de conclusies niet.

Bosbranden

Bosbranden
Uit onderzoek onder slachtoffers van bosbranden in Australië blijkt wel een verband tussen ouders en kinderen. Als ouders meer last hebben, lopen kinderen ook meer risico bij hun traumaverwerking. Van der Velden is dan ook sceptisch over preventie. ‘Als leerkracht en ouders kun je ervoor open staan dat kinderen verdrietig zijn. Je kunt onnodige stress wegnemen. Maar toch zullen dat bepaalde kinderen psychopathologie ontwikkelen. Door oplettendheid kan worden voorkomen dat kinderen er te lang mee doorlopen.’

Bosbranden
En journalisten? ‘We weten niet precies wat veel media-aandacht doet’, zegt Van der Velden. ‘Die kan de nodige informatie voor het thuisfront bieden. Er zijn ook aanwijzingen dat mensen die veel tv kijken, langer last hebben doordat de gebeurtenis steeds wordt herhaald. Voor herstel van controle is rust op bepaalde momenten wel belangrijk. Dus even de tv uit of niet over de gebeurtenis praten.’

Bosbranden
Vaak vinden mensen het juist prettig dat de media er zijn, als erkenning van het drama. Sommigen staan ook graag in de belangstelling. ‘Dat kan geen kwaad’, denkt Boer. ‘Wel moet het op vrijwillige basis gebeuren. Men moet ook beseffen dat wat wordt gezegd de hele wereld over kan gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden