Vooraanstaand archeoloog sterft in het harnas

Het eeuwige leven Willem Willems 1950-2014

Als prominent archeoloog had hij kritiek op het gemak waarmee objecten op de Werelderfgoedlijst kwamen.

Hij stierf in het harnas. Willem Willems vergaderde vrijdag 12 december nog. Hij wilde zijn 22 promovendi bij collega's onderbrengen. Hij moest nog drie boeken afmaken. Hij was net een nieuw onderzoek begonnen, dat tot 2019 zou duren: de kolonisatie van het Caribisch gebied, waar Columbus in 1492 voor het eerst voet aan land zette in de Nieuwe Wereld. Over wat met de inheemse volkeren van dat gebied is gebeurd, zijn alleen Europese bronnen. Willems overleed de volgende dag aan maagkanker, die pas op 19 november bij hem was vastgesteld.

Willem Willems, hoogleraar aan de universiteit van Leiden, was een van de meest vooraanstaande archeologen in de wereld. Hij was president van de International Committee on Archeological Heritage Management (ICAHM). Hij bekritiseerde in die functie het gemak waarmee bepaalde objecten op de werelderfgoedlijst van Unesco werden gezet. Vaak gebeurde dit om economische en politieke redenen, niet om wetenschappelijke. 'Archeologie is de studie naar het verleden', zei hij in 2012 in de National Geographic, 'maar het verleden bestaat niet meer. Het beheren van erfgoed gaat over deze tijd.'

Veel landen probeerden in zijn ogen hun mooiste plekken op die werelderfgoedlijst te krijgen. 'Waarom? Voor een deel vanwege prestige en nationale trots. Maar ook vanwege het grote geld: Toerisme!'

Romeinen en Bataven

Willems werd in 1950 geboren als zoon van een boekhouder in Blerick. Hij raakte jong gefascineerd door archeologie vanwege de boeken van de Noorse antropoloog Thor Heyerdahl over Paaseiland. Hij droomde daar ooit naartoe te gaan. Hij besloot archeologie en antropologie te gaan studeren in Amsterdam. In Leiden promoveerde hij op de interactie tussen Romeinen en Bataven aan het begin van de jaartelling. Hij deed daarbij veel onderzoek naar de reconstructie van de oorspronkelijke grens tussen het Romeinse rijk en de Germaanse volkeren. Tot op het laatst was hij bezig met de voorbereidingen om deze 'Limes' genomineerd te krijgen als werelderfgoed in samenwerking met de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen.

In 1987 werd hij hoogleraar aan de universiteit van Leiden, waar hij Provinciaal-Romeinse archeologie doceerde. Zijn aandacht ging meer en meer uit naar het beheer van archeologische erfgoed. Van 1989 tot 1999 was hij directeur van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (thans Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Zijn finest hour kwam in 1992 toen hij samen met Hedy d'Ancona afreisde naar Malta om daar - na jaren van onderhandelen - het gelijknamige verdrag te ondertekenen, dat moest zorgen voor de bescherming van het archeologische erfgoed van Europa. Sindsdien moet overal in Europa bij ruimtelijke ontwikkelingen voor de archeologie worden gezorgd, door het te ontzien of door het op te graven. Dit heeft een karrevracht aan nieuwe informatie over het verleden teweeggebracht. Meer eigenlijk dan de wetenschap aan kan.

Van 2006 tot 2013 was hij decaan van de Faculteit der Archeologie. Onder zijn leiding ontwikkelde die zich tot een internationaal vooraanstaand onderwijs- en onderzoeksinstituut. In 2010 begon hij een groot archeologisch onderzoeksproject op Robbeneiland in Zuid-Afrika. Volgens zijn echtgenote was hij bezeten van zijn werk, waardoor hij weinig tijd overhield voor andere hobby's. 'We hadden afgesproken dat we een keer met het gezin naar Paaseiland zouden gaan. Maar dat is een droom gebleven. Misschien kan ik het nog een keer met onze twee kinderen doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.