ColumnJasper van Kuijk

Voor wie zich een buitenstaander voelt krijgt alles wat zegt: ‘Je hoort erbij’ veel meer lading

Ik was verrassend blij toen onze auto Zweedse nummerplaten kreeg. Ook bij het importeren van onze auto bleek wederom dat dat ‘vrij verkeer van goederen’ binnen de EU toch vooral een intentieverklaring is. Meerdere keren bellen met de Zweedse Rijksdienst voor het Wegverkeer leverde iedere keer een ander antwoord op. Van ‘ja, registreren, gelijk de eerste week,’ tot ‘nee hoor importeren hoeft niet, want jullie zijn EU-inwoners en jullie blijven maar een jaar’. Omdat dat laatste het antwoord was dat we wilden horen, zijn we toen maar gestopt met bellen. Leek ons een prima plan, de auto gewoon lekker op Nederlands kenteken laten staan.

Tot bleek dat het omzetten van onze autoverzekering naar een verblijf in Zweden een godsvermogen kost en nul dekking geeft. En een Nederlandse auto in Zweden verzekeren bleek vrijwel onmogelijk. Lang verhaal niet heel kort – bellen, veel formulieren, keuring – onze auto is nu een officiële vierwielige inwoner van Zweden, met bijbehorende Zweedse nummerborden.

Maar toen ik dus voor het eerst met die witte nummerborden rondreed, merkte ik ineens dat ik een soort opluchting voelde. Eerder waren we met die gele platen toch vrij herkenbaar als die gekke Hollanders. Wanneer je de parkeerplaats bij school of bij de supermarkt opdraait weet iedereen gelijk: die zijn niet van hier. Wanneer je even wat langzamer rijdt omdat je de weg zoekt, hoor je ze achter je al denken: toerist! Het zit allemaal in je hoofd, maar je hebt toch het gevoel dat je toeristisch geprofileerd wordt.

Als je immigreert ben je per definitie een buitenstaander. Ook al heb ik hier familie en zijn we door iedereen heel warm welkom geheten, dan nog heb ik dat stemmetje in mijn hoofd dat zegt: ‘We zijn anders, dat zien ze.’ Dat wil ik niet, ik wil erbij horen. Misschien een onrealistisch verlangen om dat binnen een jaar voor elkaar te krijgen, maar toch, de behoefte is er. En daardoor krijgen dingen die zeggen ‘je hoort erbij’ veel meer lading.

Toen we onze persoonsnummers ontvingen, zaten er alleen maar vijf A4’tjes met onze nummers in de envelop. Terwijl, voor ons was dit een bevestiging van dat we hier mochten zijn, het begin van mee mogen doen in de Zweedse maatschappij. En we zijn niet de enigen die dat hadden, we hoorden van andere nieuwkomers dat ze feestjes hebben gegeven toen ze eindelijk hun persoonsnummer hadden. Maar bij onze persoonsnummers zat helemaal geen brief met: ‘Welkom in Zweden! Van harte gefeliciteerd, een persoonsnummer geeft je toegang tot de voorzieningen in de Zweedse samenleving. U mag meedoen!’ Had ik toch leuk gevonden. Liefst ook echt met veel uitroeptekens. Ik heb nog twee keer in de envelop gekeken of ik niet per ongeluk de begeleidende brief erin had laten zitten.

Niet dat ik de illusie heb dat je met witte nummerborden en een persoonsnummer ineens geïntegreerd bent in de Zweedse samenleving, maar toch, het stemmetje wordt er wat stiller van.

We hebben onze nummerplaten en persoonsnummers al een tijdje, maar ik moest er afgelopen week weer aan denken. Nummerplaten zijn te verwisselen. Een persoonsnummer kun je aanvragen. Een taal kun je leren. Kost soms enige moeite, maar het kan. Maar wat als je in Nederland geboren bent, de taal spreekt, gele nummerplaten hebt en een baan, bijvoorbeeld als controleur bij de NS, en dan nóg hoor je er niet bij. Dan zit dat stemmetje dus niet alleen in je hoofd, maar ook op Twitter. En op tv. En in de krant. Of tegenover je in de trein. Niet te doen, lijkt me.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden