ColumnSylvia Witteman

Voor hetzelfde geld hadden we nu de hyperrealistische tieten van Cicciolina op dat arme plein gehad

null Beeld

Dat jarenlange gedoe op het Leidseplein heeft eindelijk vruchten afgeworpen: al die honderden fietsen die er vroeger óp stonden staan er nu ónder, in een enorme fietsenkelder. Ook de taxifiles, de vuilcontainers en de tramhaltes zijn weg. Zonder al die vertrouwde, gezellige rommel ligt het plein er een beetje zielloos bij, als een niet al te onsympathiek nieuwbouwwijkje in een middelgroot stadje in het Ruhrgebied. Het zal wel wennen, want alles went.

De hagedissen zijn weer terug, dat is fijn. Het zijn er veertig, ze zijn van brons, zo groot als katten, en ze liggen kriskras over een driehoekig grasveldje verspreid, in alle houdingen die een hagedis maar kan bedenken. Het is wel een leuk kunstwerk, vind ik. Het stamt uit 1994, de kunsthistorisch bezien uiterst dubieuze periode van ‘postmodernisme’, maar daar merk je gelukkig weinig van, want die hagedissen hebben iets tijdloos. Voor hetzelfde geld (of waarschijnlijk voor veel méér) hadden we nu een tien meter hoge, glimmende fuchsiaroze ballonhond op dat arme plein staan, of de hyperrealistische tieten van Cicciolina.

Op de rand van het grasveldje zaten twee meisjes van een jaar of 15. Ze droegen allebei een spijkerbroek met een hoge taille en een hemdje dat het middenrif bloot liet. Het ene meisje had een bos rossige krullen en de bijpassende sproeten, de andere had blond wapperhaar dat ze zelf waarschijnlijk geërgerd ‘pluizig’ zou noemen.

De meisjes telden hardop de hagedissen. Ze hadden de luide, wat kakkineuze stem die over een paar jaar, in het studentencorps, een hese bijklank zal aannemen van het zingen, zuipen en schreeuwen, en ik kon er ook nu al in horen hoe ze over dertig jaar bij de Appie in de Johannes Verhulststraat op hoge toon ‘kan er misschien een extra kassa open?!’ zouden roepen. Gymnasiastjes, ongetwijfeld, van het Barlaeus om de hoek.

Ze kwamen tot 38. Konden ze niet tellen of waren er nu al twee hagedissen gestolen? Dat laatste leek me sterk, want ze zitten elk met een 500 kilo wegend betonblok in de grond verankerd. ‘Het zijn trouwens geen hagedissen. Het zijn salamanders’, zei de rode parmantig. Ja, dat leren ze je wel op het gymnasium, nooit zomaar iets voor kennisgeving aannemen, maar volgens mij had ze ongelijk, want deze diertjes zaten zo prinsheerlijk te zonnebaden: dat doen salamanders niet, met hun tere amfibieënhuidje.

Ik keek nog eens goed naar de hagedissen. Eentje bleek een blauw kinderzonnebrilletje op zijn snuit te dragen. Het was hem veel te groot, en hoorde duidelijk niet bij het kunstwerk, dat door deze toevoeging opeens tóch iets postmodernistisch kreeg.

‘Whatever’, zei het blonde meisje verveeld.

Daar had zíj dan weer gelijk in.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden