Voor het kind maakt ivf weinig of geen verschil

Goed nieuws voor ivf-kinderen (en hun ouders): ze zijn cognitief en psychosociaal normaal...

Kinderen die met de kunstmatige bevruchtingstechniek ivf zijn verwekt, hebben wel last van lichamelijke gezondheidseffecten, maar niet van cognitieve en psychologische afwijkingen. Dat blijkt uit onderzoek van twee promovenda van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

In Nederland worden elk jaar drieduizend ivf-kinderen geboren. Een op de veertig zwangerschappen ontstaat door middel van deze kunstmatige bevruchtingstechniek, waarbij buiten het lichaam van de vrouw één of meer eicellen worden bevrucht met zaadcellen. Een van de vragen bij ivf is of dat gevolgen heeft voor de kinderen die eruit geboren worden.

Medisch bioloog Manon Ceelen (1997), die in november promoveert, ontdekte dat ivf-kinderen kleine verhogingen hebben in lichaamsvet, bloeddruk en glucosewaarden – mogelijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten en type 2-diabetes op latere leeftijd. Haar collega. medisch psycholoog Karin Wagenaar (1975), die onlangs haar proefschrift Cognitive and psychological functioning of adolescents born after ivf verdedigde, vond op psychologisch vlak helemaal geen afwijkingen. Dezelfde ivf-kinderen tussen de 8 en 18 jaar die Ceelen onderzocht, doen het cognitief en psychosociaal net zo goed als kinderen die op natuurlijke wijze zijn verwekt.

Wagenaar deed haar onderzoek onder ivf-kinderen en hun ouders, én onder kinderen van ouders die zich met hun vruchtbaarheidsproblemen bij het VU medisch centrum hadden gemeld, maar uiteindelijk toch op een natuurlijke manier zwanger werden. ‘Beide typen ouders hadden last van verminderde vruchtbaarheid, en ook allebei hebben ze veel moeite gedaan om zwanger te worden’, legt ze uit. ‘Door juist de kinderen uit deze ouders met elkaar te vergelijken, kon ik deze belangrijke beïnvloedende factoren gelijk houden en zo goed mogelijk de rol van ivf zelf bestuderen.’

Bij de ruim tweehonderd kinderen onderzicht ze drie dingen. Ze keek naar het functioneren op school: opleidingsniveau, cognitieve vaardigheden zoals die worden uitgedrukt in de CITO-score, schoolprestaties (wel of geen bijles, blijven zitten of speciaal onderwijs volgen) en het voorkomen van leer- en ontwikkelingsstoornissen. Op al die punten vond ze geen verschillen. Vervolgens onderzocht ze met behulp van neuropsychologische tests cognitieve vaardigheden: informatieverwerking, aandacht en concentratie. Ook hier vond ze geen verschillen. Wat hun visuo-motoriek betreft scoorden ivf-kinderen wat lager, maar binnen de normale variatie.

Ten slotte deed Wagenaar onderzoek naar het gedrag en sociaal-emotioneel functioneren van ivf-pubers (kinderen van 9 tot 18 jaar). Ouders en leerkrachten van ivf-kinderen en controlekinderen vulden daarover vragenlijsten in, maar ook de pubers zelf. Daarbij viel op dat ouders van ivf-kinderen minder probleemgedrag rapporteerden, en leerkrachten meer teruggetrokken gedrag. Beide observaties werden niet door de zelfrapportage van de pubers bevestigd.

Wagenaar: ‘Het lijkt erop dat ivf-ouders positiever oordelen over hun kinderen omdat ze zoveel moeite hebben gedaan ze te krijgen. Mogelijk gaat het bij ivf-gezinnen ook vaker om enig kinderen, waardoor ouders wellicht meer van hun kind kunnen hebben.’

Ze heeft geen aanwijzingen gevonden voor de idee dat juist ouders van ivf-kinderen (te) hoge verwachtingen hebben van hun kind, en het daarom extra onder druk zetten om te presteren. ‘Integendeel, je ziet juist dat de grotere betrokkenheid van ouders voor kinderen positief uitpakt.’

Wagenaar wijst op het belang van soortgelijk onderzoek bij kinderen die na icsi zijn geboren. ‘Bij icsi wordt één zaadcel geïnjecteerd in de eicel, waardoor de natuurlijke selectiec wordt beperkt. Vorige studies naar het cognitief functioneren van icsi-kinderen laten aanwijzingen zien voor slechtere prestaties, vergeleken met ivf-kinderen. Kritisch volgen van de ontwikkeling van deze kinderen blijft daarom nodig’, vindt ze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden