Voor een fatwa hoeven we voortaan niet meer naar Teheran

Het Amsterdamse hof grijpt ten onrechte naar het strafrecht in het islamdebat. ‘OM eis vrijspraak. Rechtbank spreek vrij’, betoogt Hans Nieuwenhuis....

Clausewitz kan tevreden zijn. De Wilders-beschikking van het Amsterdamse hof is een voortzetting van de politiek met andere middelen: het strafrecht.

Dat is slecht, zowel voor de politiek als voor het strafrecht. De strafrechter wordt ingezet om een klus te klaren die tot de onvervreemdbare taken van de politiek behoort: het debat met Wilders over de plaats van de islam in Nederland. Politiek hier begrepen in de ruime zin die een democratie past: het debat over het reilen en zeilen van de samenleving waaraan iedereen kan deelnemen.

‘Wie een ander van de maatschappelijke discussie buitensluit, plaatst hem ook buiten de democratische rechtsorde’, aldus het hof. Geheel mee eens, maar het hof laat daaraan een potsierlijke overschatting van Wilders’ macht voorafgaan: ‘De ontoelaatbaar geoordeelde meningsuitingen van Wilders werpen een zodanige blokkade in het maatschappelijk debat op dat moslimgelovigen feitelijk van deelname aan dat debat worden uitgesloten alleen vanwege hun geloof.’

Wie legt moslimgelovigen een strobreed in de weg? Wat belet hen als reactie op het artikel van Wilders (Forum, 8 augustus 2007) een stuk te schrijven waarin zij aantonen dat diens vergelijking van Koran en Mein Kampf kant noch wal raakt? Dit door een zorgvuldige analyse van wat de Koran zegt over de joden en wat Mein Kampf daarover meldt. Welke betekenis hechten moderne moslims bijvoorbeeld aan soera 5:51? ‘O gij die gelooft, neemt u niet de joden en de christenen tot verbondenen; zij zijn elkanders verbondenen en wie uwer met hen gemeenschap aangaat die behoort tot hen.’

Het hof beveelt vervolging van Wilders wegens twee misdrijven: haatzaaien en groepsbelediging. In beide gevallen legt het hof de lat een stuk lager dan het Openbaar Ministerie bij zijn besluit Wilders niet te vervolgen.

Het Hof ziet geen beletsel te concluderen dat Wilders zich heeft schuldig gemaakt aan een vorm van haatzaaien die strafbaar is. Het werkwoord ‘haatzaaien’ is nog niet opgenomen in Van Dale, maar dat zal binnenkort wel anders worden nu de strafrechter zich gaat toeleggen op de bestrijding van deze activiteit.

Belangrijker is dat de term ‘haatzaaien’ ook ontbreekt in de desbetreffende wetsbepaling (art. 137d ). Daarin is sprake van aanzetten tot haat tegen mensen wegens hun godsdienst of levensovertuiging.

Het is van belang nauwkeurig onderscheid te maken tussen de werkwoorden ‘zaaien’ en ‘aanzetten’. Om met het laatste te beginnen. Van Dale onderscheidt tien betekenissen. In art. 137d gaat het om de onder 8 vermelde activiteit: aansporen, aanstoken. In overeenstemming hiermee spreekt het OM van het opruiend element dat zijns inziens in de uitlatingen van Wilders ontbreekt.

Zaaien is een voorbereidingshandeling. Wie zaait, zal oogsten?

Soms, maar lang niet altijd. Een zaaier ging uit om te zaaien. Een deel van het zaad viel op een steenrots en verdorde.

Onder het kopje ‘Haatzaaien’ overweegt het hof dat de uitlatingen van Wilders erop gericht zijn de bevolking jegens de moslims te bewegen tot intolerantie en minachting.

Intolerantie en minachting; het zijn verwerpelijke gemoedstoestanden, maar zij zijn wezenlijk wat anders dan haat. Dit is geen haarkloverij; hier is de rechtszekerheid in het geding. Het herhaalde gebruik van de term ‘haatzaaien’ door het hof, in plaats van de wettelijke omschrijving ‘aanzetten tot haat’, strekt kennelijk ertoe de bewijslast te verlichten.

Art. 137d bevat een ‘concreet gevaarzettingsdelict’. Niet vereist is dat komt vast te staan dat door de uitlatingen van Wilders anderen metterdaad moslims zijn gaan haten, maar nodig is wél dat daartoe een reëel gevaar heeft bestaan. Nu, anderhalf jaar na de publicatie van het bewuste Volkskrant-artikel, kan ernstig worden getwijfeld aan de realiteit van dat gevaar.

Onder de kop ‘Groepsbelediging’ wijdt het hof intrigerende beschouwingen aan dit artikel. Deze bepaling stelt strafbaar het zich opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst of levensovertuiging. ‘De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk!’ Op zichzelf beschouwd, voldoet deze tekst van W. F. Hermans aan de delictsomschrijving van art. 137c. Maar is dat ook het geval met een vergelijking tussen de Koran en Mein Kampf?

Welzeker, aldus het hof. Tegenwerpingen van taalkundige aard – dit is geen uitlating over een groep mensen – veegt het van tafel: ‘het taalkundige onderscheid tussen ‘beledigend voor een groep’ en ‘beledigend over een groep’ acht het hof gekunsteld’.

Het hof bedient bovendien de minister van Justitie op zijn wenken. Met de door de minister gewenste strafbaarheid van ‘middellijke’ belediging heeft het hof geen probleem: ‘uit het diskwalificeren en minachten van bepaalde eigenschappen, tradities of symbolen (Allah, Mohammed en de Koran) kan belediging van een groep mensen worden afgeleid’. Dat zal dan ook wel gelden voor Jezus, Maria en de Bijbel. Maar ook voor Spinoza, Voltaire en Darwin, de iconen van de ongodisten?

Dante en Voltaire mogen dankbaar zijn voor de genade van hun overlijden. Daardoor zijn zij niet langer gehouden te verschijnen voor het Amsterdamse hof om zich te verantwoorden voor minachtende opmerkingen over de Profeet. Voor een fatwa hoeven we niet langer naar Teheran.

Hoe nu verder? Drie dingen: OM eis vrijspraak. Rechtbank spreek vrij. Parlement: zeg krachtig nee tegen het voorstel van de minister van Justitie om de tekst van art. 137c te ‘verbeteren’ door toevoeging van de woorden ‘onmiddellijk of middellijk’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden