reportagevolkstuinen

Volkstuintjes zijn een paradijs voor flora en fauna

Volkstuintjes zijn veel meer dan lapjes grond met wat groenten. Het zijn kleine paradijsjes voor flora en fauna. De Volkskrant ging langs bij vier complexen in en rond Amsterdam.

Volkstuincomplex Nieuwe Levenskracht in Amsterdam-Oost. Beeld Lauren Hillebrandt
Volkstuincomplex Nieuwe Levenskracht in Amsterdam-Oost.Beeld Lauren Hillebrandt

‘Ransuil, ransuil!’ Jip Louwe Kooijmans, specialist stadsvogels van Vogelbescherming Nederland, weet het binnen een seconde. Paniekerig gefladder voor onze neus in een conifeer, en weg is de geelbruine verschijning, ze (‘een vrouwtje’) scheert over het pad naar een veilige boom verderop. Een ransuil, daar hoopten we op. Ze komen op bijna ieder volkstuinencomplex in Amsterdam voor, vaak als broedvogel. En zo ook hier, op volkstuinencomplex Nieuwe Levenskracht in Amsterdam-Oost.

Een meevaller op dit dagdeel vogelen in twee volkstuinparken in Amsterdam-Oost. Een niet bepaald ideale dag: het is guur met miezerregen en de dag voordat de korte vorstperiode alles voor even verandert. We zijn hier niet voor niets. In de winter is de stad een toevluchtsoord voor veel vogelsoorten, vooral bosbewoners, maar ook trekvogels doen vaak de stad aan in de winter: er is meer voedsel en het is er relatief warm. 

De volkstuinen hebben daarbij extra aantrekkingskracht, weet Louwe Kooijmans. ‘De mensen zorgen hier voor enorm veel variatie in planten. Zeker, het is vaak een rare mengelmoes, maar alles bij elkaar is die rommelige verscheidenheid aan planten en bomen enorm aantrekkelijk voor vogels en andere dieren. En aantrekkelijker dan de stadsparken, waar alles strakker is aangelegd en wordt beheerd.’

Wat ook aantrekkelijk is: in de winter zijn de meeste volkstuincomplexen gesloten. Tuinders mogen er niet verblijven tot 1 april, wel mogen ze er overdag naartoe. Voor bezoekers zijn de meeste complexen slechts beperkt toegankelijk. Dus is het aanlokkelijk om er dan juist rond te lopen, met toestemming uiteraard, om te kijken wat er zoal aan natuur te beleven valt. 

Overigens, zegt Louwe Kooijmans: in het vroege voorjaar is het zeker zo interessant op volkstuinparken. ‘Veel soorten profiteren van het tuinieren van de mensen, het gerommel in de grond en van het voedsel dat mensen verspreiden. En natuurlijk van al die verschillende soorten planten die in bloei komen. Alleen in de zomer is de drukte soms te veel, dan zie je er ook minder vogels.’

null Beeld Lauren Hillebrandt
Beeld Lauren Hillebrandt
null Beeld Lauren Hillebrandt
Beeld Lauren Hillebrandt

Groenvisie

Er is veel te doen over de volkstuinen in Amsterdam. Het zijn er ongeveer zesduizend, verdeeld over 43 parken. Ze zijn populair; er staan vierduizend mensen op een wachtlijst. Maar ook de grond is erg gewild, om op te bouwen of voor recreatie. Een voorstel voor een forse huurverhoging van de gemeente leidde eind vorig jaar tot onrust bij tuinbezitters en werd vooralsnog teruggedraaid. 

Een ander voornemen van gemeente, vastgelegd in de Groenvisie 2020-2050 voor de stad: de tuinparken moeten openbaar toegankelijk worden en ‘publieksgericht’. Dus meer doorgaande fiets- en wandelpaden over de terreinen en meer voorzieningen voor bezoekers. In ruil daarvoor wil de gemeente de bewoners meer zekerheid bieden over het voortbestaan van de complexen en investeren in bijvoorbeeld riolering. 

Dat voorstel werd met gemengde gevoelens ontvangen. Een van de angsten – naast de angst voor het verlies van privacy en zorgen over de veiligheid – is dat juist nu is gebleken hoe belangrijk de volkstuinen zijn voor flora en fauna, mensen weer massaal de terreinen in worden geleid om al dat groen te ‘benutten’. Mogelijk gaat dat ten koste van die – op papier – zo gekoesterde flora en fauna.

Beelden gemaakt op zaterdag 20-02 op volkstuincomplex lieve levenskracht in Amsterdam Oost - tarief V2 Beeld Lauren Hillebrandt
Beelden gemaakt op zaterdag 20-02 op volkstuincomplex lieve levenskracht in Amsterdam Oost - tarief V2Beeld Lauren Hillebrandt
null Beeld Lauren Hillebrandt
Beeld Lauren Hillebrandt

Ecolint

Volkstuincomplexen worden stelselmatig onderschat als groene verbinding tussen stad en platteland. Ze functioneren als migratieroute voor kleine zoogdieren, vissen en amfibieën, als toevluchtsoord en broedplaats voor vogels, en als voedselbron voor vlinders, bijen en andere insecten. 

Nieuwe Levenskracht is een postzegeltje tussen de A10, het spoor en sportvelden. Toch loopt er over het terrein een zogeheten ecolint, een afwateringssloot die onder het spoor door loopt en zo twee groengebieden met elkaar verbindt. 

Het ecolint wordt door de tuinders vrijwillig onderhouden. Er staan louter inheemse planten tussen de beschoeiing en de wal, de oevers zijn ‘plas-dras’ gemaakt; delen van de oevers kunnen af en toe onder water lopen. Plantenresten worden afgevoerd, om te verschralen, de resten belanden op een composthoop en worden gebruikt voor de tuinen. 

Het tuinpark voert het Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren, een lieveheersbeestje met vier stippen – het hoogst haalbare. Zelfs op deze winterdag is dat te zien: bijenhotels, stroken met insectenplanten, poelen voor kikkers en padden, onder het talud van het spoor is een broeihoop voor ringslangen, er is een ijsvogelwand. We lopen het allemaal langs vandaag. We zien goudhaantjes, grote bonte spechten, boomklevers, heggenmussen, winterkoninkjes. Naast de vele vinken, mezen, roodborstjes, merels en gaaien. Intussen het kenmerkende achtergrondgeluid in volkstuintjes: het geraas van verkeer, een trein en hier ook het geluid van voetballende kinderen. Dan nog een bijzondere waarneming: een mol, boven op een composthoop, zomaar dagactief.

null Beeld Lauren Hillebrandt
Beeld Lauren Hillebrandt

Regeneratie

Even eerder, in tuinpark Klein Dantzig, ook in Amsterdam-Oost. Jip Louwe Kooijmans ontsteekt nu in enthousiasme over het laantje met knotwilgen op het terrein. En vooral over de epifyten die in de knotwilgen groeien, organismen die op levende planten of bomen groeien zonder hieraan voedingsstoffen te onttrekken. In de ene knotwilg zien we kamperfoelie, in een andere groeit een taxus, in weer een andere een bramenstruik en dan dan nog een met sneeuwbes en zelfs een eik, vermoedelijk geplant door een gaai. Een eik in een wilg dus. 

Het kan omdat de knotwilgen aan het einde van hun levenscyclus zijn, vanwege vochtige, met hummus gevulde gaten. Precies dat vindt Louwe Kooijmans zo mooi. ‘Bomen in de stad worden doorgaans niet oud, maar hier kunnen ze hun hele leven staan. Dit is dus echt regeneratie; afsterven en nieuw leven gaan hand en hand.’ De planten in de knotwilgen zijn er soms door windbestuiving gekomen, soms door vogels en soms, zo blijkt, door de tuinders zelf. ‘Kijk, daar staan narcissen. En daar tulpen.’ 

null Beeld Lauren Hillebrandt
Beeld Lauren Hillebrandt

Klein Dantzig is een ‘dagrecreatief tuinpark’, zonder huisjes om te overnachten, maar wel altijd toegankelijk. Ook hier zijn de tuinders hard in de weer om het Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren binnen te slepen. De border voor de winkel is vorig jaar ingezaaid met insectenplanten, de oevers van de sloten worden verschraald om meer plantensoorten een kans te geven, er zijn workshops composteren en er zijn meerdere insectenhotels. Jip Louwe Kooijmans komt hier regelmatig. ‘Gisteren zag ik hier nog goudhaantjes en een groepje staartmezen. En ik zie hier bijna ieder jaar wel een bladkoninkje.’

Vinger aan de pols

Annemieke Timmerman staat te gebaren voor de poort van het volkstuinpark Wijkergouw in Amsterdam-Noord. ‘Er zat een ijsvogel op de poort,’ zegt ze even later, ‘met zicht op een wak in het ijs.’ Het is inmiddels heel even echt winter. Wijkergouw ligt nog binnen de A10, maar dat zou je vandaag niet zeggen. Vanaf de stolpboerderij Arbeid Adelt 2 die dienst doet als verenigingsgebouw is er zicht op een paar besneeuwde akkers met op de achtergrond het kerkje van Schellingwoude. Op de sloten wordt geschaatst, een oer-Hollands plaatje. 

Wijkergouw is een van de zes volkstuinparken hier, samen vormen ze de Schellingwouderscheg, de verbinding tussen het beschermde veenweidelandschap boven Amsterdam en de stad. De scheggen worden ook wel groene longen genoemd. Op volkstuinpark Wijkergouw zijn al eens diersoorten geteld door een bioloog, die kwam uit op 227 soorten. Ook Wijkergouw verzamelde vier stippen van het Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren. 

Annemieke Timmerman, ook wel bekend als stadsimker Imker Miek, heeft hier een tuin en is sinds kort bestuurslid van de Bond van Volkstuinders. Achtervolgd door een hongerig roodborstje laat ze een veldje bij de boerderij zien met inheemse vlinder- en bijenplanten. Nee, zegt Timmerman, ze merkt weinig van de vaak veronderstelde tegenstelling tussen traditionele en moderne tuiniers – tussen grof gezegd aangeharkt en minder aangeharkt. 

Al zijn er altijd wel wat kwesties waarvoor nog oplossingen gezocht moeten worden, zoals de vergraste paden, waarop oudere tuinders kunnen uitglijden. Zelf houdt ze de vinger wel aan de pols. ‘Als ik ergens een fles chloor zie, dan zoek ik wel uit waar die vandaan komt.’ Klein pijnpuntje: in sommige tuinen ligt nog kunstgras. Maar verder: geen gebruik van kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen, het is inmiddels vanzelfsprekend. 

null Beeld Lauren Hillebrandt
Beeld Lauren Hillebrandt

Er hangen nestkastjes voor koolmezen aan de eiken, ter bestrijding van de eikenprocessierups, er hangen vleermuizenkasten, er is een kruidentuin, er zijn plannen voor de verschraling van de oevers van de sloten, er wordt gefaseerd gemaaid, zodat er altijd voedsel is voor insecten, en er is een ijsvogelwand. Materialen worden zo veel mogelijk hergebruikt, wilgen worden om en om geknot. Planten- en bomenkeuzen worden deels gemaakt met het oog op voorkomen van plagen. Ergens midden op het terrein ligt een bijentuin, die officieel niet bij het complex hoort. En in het verlengde ligt zowaar een stukje niemandsland, het paardeneiland.’

Collega-tuinier Joke van Pel meldt zich, zij inventariseert ieder voorjaar de vogels in het park. Vandaag is er een opvallende rol voor de grote bonte spechten, die al volop baltsgedrag vertonen. Ransuil, ijsvogel, havik, sperwer, zelfs een boommarter heeft Joke weleens gezien. En egels zijn er zeker. ‘Er zit een grens aan het openstellen van de volkstuincomplexen,’ vindt Annemieke Timmerman. ‘Het moet ook weer niet te druk worden met mensen. En je moet oppassen voor oneigenlijk gebruik.’ Nu al hebben veel parken last van ‘insluipers’. ‘Hier op het parkeerterrein hebben we al van alles gevonden. Van een brandkast tot drugsafval.’ Nog een puntje van aandacht, wat haar betreft: ‘De gemeente wil het ecologische beheer professionaliseren. Met betaalde mensen. Dan denk ik: dat kost veel geld, terwijl de tuinders het vrijwillig doen.’ We praten teveel, Joke, die vooruit is gelopen, heeft inmiddels een buizerd gezien.

null Beeld Lauren Hillebrandt
Beeld Lauren Hillebrandt

Diezelfde middag wacht Erik Hooijberg me op bij de parkeerplaats van Ons Buiten, een volkstuincomplex met 451 tuinen en huisjes in Amsterdam-West en zo een van de grootste van de stad. Weer het geraas van de A10, het tuinpark ligt ingeklemd tussen de Nieuwe Meer en de ring. 

‘Kijk, ons bord hebben we al aangepast’, zegt Hooijberg, vicevoorzitter van het complex en bioloog. ‘Uw en ons buiten’, staat er nu nadrukkelijk boven de echte naam van het park. ‘In de beleidsstukken van de gemeente over volkstuincomplexen staan altijd foto’s van gesloten hekken, maar dit hek kan overdag gewoon altijd open. Wij zijn dus al een openbaar park.’ Dat is gezegd, en dan gaan we wandelen. 

Beelden gemaakt op zaterdag 20-02 op volkstuincomplex lieve levenskracht in Amsterdam Oost - tarief V2 Beeld Lauren Hillebrandt
Beelden gemaakt op zaterdag 20-02 op volkstuincomplex lieve levenskracht in Amsterdam Oost - tarief V2Beeld Lauren Hillebrandt

Ja, ook voor Ons Buiten geldt wat voor de eerder genoemde parken geldt. Ook hier weer die vier stippen op het keurmerk, bijenhotels, veldjes met insectenplanten, een ooievaarspaal, een moestuin met natuureducatie voor kinderen, natuurlijke oevers, kunstmest noch bestrijdingsmiddelen, en het streven naar afwisseling in vegetatie. 

Daar valt veel over te vertellen, maar nu gaan we nadrukkelijk de natuur beleven. En dat valt weer eens niet tegen. De lijst van wat hier voorkomt is indrukwekkend. Meerdere soorten vleermuizen, vossen, wezels, ransuilen, maar ook de bosuil broedt hier regelmatig, het park is er groot genoeg voor. En ja, grote bonte spechten zijn volop actief, maar Hooijberg hoort hier ook regelmatig het lachen van de groene specht. We zien een waterhoentje, in de sloot naast het park zitten vaak kuifeenden en krakeenden, en uiteraard ijsvogels. 

Opeens opwinding: een houtsnip vliegt op. Er is een kleine invasie van houtsnippen gaande vanwege het plotselinge winterweer, ook elders in Europa. 

Bij zijn eigen tuin vult Hooijberg het vogelvoer aan, en staan we even later te kijken naar tientallen mezen, vinken, roodborstjes, heggenmussen en merels. Nog even kijken en luisteren naar de zanglijster, de houtsnip komt weer voorbij, en dan lopen we naar de afwaterende sloot die aansluit op het gemaal naar de Nieuwe Meer. Op een lange berkenlaan zijn dode bomen recent vervangen door fruitbomen, en bomen die ook in de herfst nog kleur geven, zoals de amberboom. Hazelaars staan al in bloei, overal ijs en sneeuw, maar toch kondigt de lente zich al aan.

Langs het water staan elzen. ‘Veel mensen houden daar niet van, ze zien er wat rommelig uit. Maar ik houd er juist wel van.’ Al snel wordt duidelijk waarom: in een van de elzen doet een groepje putters zich tegoed aan de elzenpropjes. Putters, altijd onweerstaanbaar. Even later, alweer boven in een els: tientallen vogeltjes, geel en bruin. Zouden dat dan... Kijken, kijken, turen, en jawel, hoor: sijsjes. Zo staan we daar, heel vrolijk op Ons Buiten. In de dagen erna stuurt Hooijberg nog meer waarnemingen door: koperwieken, kepen, spreeuwen, nog meer putters. En dan is het opeens lente. Ook mooi.

Vanaf 1 april is het mogelijk door zes volkstuinparken in Amsterdam-Noord een wandelroute te ­lopen. De Volkstuinroute Boven Y loopt over de zes bijna ­aaneengesloten volkstuincomplexen van de Schellingwouderscheg. Meer informatie over de wandelroute vindt u hier.

null Beeld Lauren Hillebrandt
Beeld Lauren Hillebrandt

Volkstuinen in trek

Het is altijd oppassen met het uitroepen van trends, maar de cijfers wijzen er wel op dat de belang-stelling voor volkstuinieren hard groeit.

‘Een paar jaar geleden was er in Amsterdam nog een wachtlijst met tweeduizend aspirant-tuiniers. Nu zijn er vierduizend wachtenden’, zegt Ruud Grondel, voorzitter van AVVN samen natuurlijk tuinieren, de koepelorganisatie voor volkstuinverenigingen. ‘Die trend zien we in alle steden in Nederland. Sterker: wij horen dit ook van onze zusterorganisaties in Europa. Corona heeft daar zeker mee te maken, maar die ontwikkeling was al eerder gaande.’

Ook het zogeheten ­natuurlijk tuinieren zit in de lift. Meer dan vijftig volkstuincomplexen ­dragen inmiddels het Keurmerk Natuurlijk ­Tuinieren, 33 daarvan hebben het maximale aantal van vier stippen vergaard. Het doel is de ecologische waarde van het al aanwezige groen flink laten stijgen. Dit geldt in eerste instantie voor de gemeenschappelijke delen van de tuinparken, maar de kennis moet ook leiden tot ­natuurlijker tuinen.

Grondel heeft nog een opvallende trend ontdekt binnen de trend: ‘Mensen willen weer zelf voedsel verbouwen. De vraag naar moestuinen is enorm. Ik vermoed dat dit voortkomt uit de toenemende aandacht voor gezond voedsel.’ Op sommige volkstuinparken is nu al ruimte gemaakt voor mensen die alleen een moestuintje willen. ‘Maar’, zegt Grondel, ‘de vraag is nog veel groter. Dit is een heel sterke beweging.’

Anderzijds neemt de druk op volkstuinparken alleen maar toe. ‘Gemeenten zien ze vaak nog als een lege plek op de kaart waar ze kunnen gaan bouwen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden