Interview Abdelali Bentohami

Volgens Louis van Gaal was hij voorbestemd voor Ajax, maar Abdelali Bentohami dacht daar anders over: hij werd arts

Abdelali Bentohami. Beeld Casper Kofi

Als kind wist traumachirurg Abdelali Bentohami (40) al dat hij arts wilde worden. Dus werd hij ontdekkingsreiziger in een voor hem compleet nieuwe wereld: die van kakkers en studenten.

Als jeugdspeler van Ajax zat Abdelali Bentohami na een wedstrijd in de kleedkamer. Begin jaren negentig, Louis van Gaal was net trainer geworden van het eerste elftal. ‘Ik had goed gespeeld tegen Sparta, weet ik nog. Van Gaal kwam binnen en zei tegen mij: jou zie ik later wel in het eerste. Ik antwoordde: nee, want ik wil dokter worden. Iedereen begon te lachen.’

Waarom zei je dat?

‘Iedere zomer gingen we met een busje op vakantie naar Marokko, het klassieke verhaal. Met mijn vader liep ik in Al Hoceima langs een ziekenhuis waar mensen voor de deur lagen. Hij legde uit dat het zieke mensen van het platteland waren, ze hadden geen geld. Ik was misschien 5 jaar oud. Dat beeld raakte me zo dat ik zei: ik wil dokter worden en die mensen helpen. In 2019 zie je dat beeld trouwens nog steeds in Marokko.

‘Mijn ouders hadden zelf niet op school gezeten, maar ze hamerden erop dat we ons best moesten doen. Ze waren analfabeet, mijn vader heeft zichzelf leren lezen. Ajax vond hij niet belangrijk, hij zei: ik wil dat jij gaat leren. Die kant werd ik op gepusht, ik moest dokter worden. Ik kreeg complimenten voor mijn rapporten, niet voor voetbalwedstrijden.’

Hoe was het bij Ajax?

‘Ik was 12 en kwam in twee nieuwe werelden terecht: bij Ajax en op het Pieter Nieuwland College. In Amsterdam verhuisden we van de Indische buurt naar de Watergraafsmeer. Op de basisschool zaten twee Nederlandse meisjes in mijn klas, daarmee bedoel ik: Nederlands-Nederlands. De rest had ouders uit Marokko, Turkije of Suriname.

‘Als enige uit mijn klas ging ik naar het vwo. De jongens op straat zeiden: dat ga je niet redden, het is veel te moeilijk. Uit mijn vertrouwde, zwarte wereldje werd ik in het diepe gegooid. Bij Ajax kwam ik tussen platte Amsterdammers terecht. De vaders van mijn teamgenoten waren taxichauffeur of werkten op de markt. Op school zat ik tussen kakkers, kinderen van mensen met goede banen.

‘Ik werd een kameleon. Alles was volstrekt nieuw. De kinderen uit mijn klas volgden het pad van hun ouders, die konden ze helpen met huiswerk. Mijn ouders niet. In de tweede generatie waren we pioniers, we moesten het zelf uitvinden. Ik vergelijk het met zeeschildpadden: de moeders leggen eitjes op het strand en gaan dan weg. Ze worden geboren en moeten zichzelf redden, daarom is de sterfte zo hoog bij die dieren.

‘De mentrix, de lerares Nederlands, zei op de eerste dag tegen me: jij komt uit Amsterdam-Oost, je bent van Marokkaanse komaf, het is van belang dat je Nederlandse kranten leest en het nieuws volgt. Het was goedbedoeld, ze ging ervan uit dat ik de taal niet goed sprak. Voor het eerste proefwerk Nederlands haalde ik het hoogste cijfer van de klas, ik gaf meteen mijn visitekaartje af.’

Nederlands

‘In Marokko. Daar is het chaos, in Nederland gebeurt alles netjes en georganiseerd.’

Marokkaans

‘Met mijn familie.’

Eten

‘Thais en sushi.’

Partner

‘Eerst dacht ik dat ze Nederlands was, ze ziet er Indisch uit. Later bleek ze van Marokkaanse afkomst te zijn.’

Blank of wit

‘Als ik zou moeten kiezen: wit. Maar dit soort woorden gebruik ik niet.’

Hoe was het op de universiteit?

‘Aan de VU trok ik op met een groepje van vier jongens. Rutger, zijn vader was uroloog, Hans, de zoon van een kinderarts, en Harm. Ik trok me op aan die jongens. Zij gaven me een inwijding in het studentenleven. Ze woonden op kamers. Dat ging ik ook doen, terwijl ik bij mijn ouders had kunnen blijven.

‘Ik dronk niet en vastte met de ramadan, maar ik ging wel mee uit. Het was integreren, niet assimileren. Ik leerde hun normen en waarden kennen, hun gevoel voor humor. Samen studeerden we in de universiteitsbibliotheek. Bij medicijnen was ik de enige Marokkaanse jongen. In de bibliotheek zag ik jongens van Turkse en Marokkaanse afkomst die andere studies deden. Altijd met elkaar, nooit mengen met Nederlanders. Ik dacht: wat jammer nou, dat het ook op dit niveau zo gaat.

‘In mijn familie zijn we met acht kinderen. Ik denk dat ik de enige ben die Nederlandse vrienden heeft. Het is een parallelle samenleving. Mensen die uit dezelfde stad komen leven langs elkaar heen. Marokkanen denken: die Nederlander zal toch wel een racist zijn. Omgekeerd wordt gedacht: het is een kut-Marokkaan of een crimineel. Het zijn aannamen en vooroordelen, geen feiten. Mijn vader zegt altijd: je moet de deksel van de tajine optillen om te weten wat er in zit: is het kip of alleen groente?

‘Op mijn 27ste dacht ik: nu ben ik dokter, ik heb een turbulent studentenleven gehad, het is tijd om te trouwen. Het is een beetje hypocriet en je ziet het vaker bij jongens van Marokkaanse afkomst: zelf ben ik niet zo braaf geweest, alleen zoek ik wel een braaf meisje. Het zijn verzonnen liefdes, met een checklist van eigenschappen die een partner moet hebben. Om me heen zie ik nog steeds dat moslims niet vaak samenwonen voor het huwelijk, dan leef je toch in zonde. Het probleem is: je leert elkaar pas kennen als je samenwoont. Ik zie schrikbarend veel scheidingen onder Nederlandse Marokkanen. Mijn eerste huwelijk duurde zes maanden.’

Je bent je gaan specialiseren in besnijdenissen.

‘Ik ben een traumachirurg die besnijdenissen doet. Dat kwam pas later in mijn opleiding, toen ik het als ­bijbaantje ging doen.’

Wie zijn je klanten?

‘Meer dan de helft is van Marokkaanse afkomst. Zoveel Marokkaanse chirurgen zijn er niet in Nederland. Verder Turks, Somalisch en de laatste tijd veel Syriërs. Bekeerlingen ook. Soms joden – alleen liberale joden – en mannen die komen voor medische of hygiënische redenen.’

Waarom doe je besnijdenissen?

‘Een besnijdenis is de enige ingreep die medisch én religieus is, het is een feestelijk moment in de islam en het jodendom. Ik heb er nu meer dan 20 duizend gedaan, ik denk het meeste van alle artsen in ­Europa.’

Abdelali Bentohami (Nederland, 1978) is de eigenaar van Bento Clinics, een besnijdeniskliniek met vestigingen in Amsterdam en Veenendaal. En hij is de oprichter van Santé Pour Tous, een organisatie waarmee de gezondheidszorg in Marokko wordt verbeterd. ‘Ik ben iedere maand in Marokko. Daar werk ik als traumachirurg. De arme patiënten help ik gratis, de rijke moeten betalen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden