Vluchtelingen weigeren geen woning

Het beeld dat asielzoekers massaal aangeboden woonruimte weigeren, is sterk overdreven, betoogt Roger van Boxtel. Het gaat om 7 van de 8400 'statushouders'....

SINDS een paar maanden is de discussie over het asielvraagstuk in Nederland weer opgelaaid. Reden hiervoor is niet alleen de verhoogde instroomcijfers, maar ook de knelpunten in de opvang.

Staatssecretaris Cohen van Justitie presenteert binnenkort een plan van aanpak om aan deze ontwikkeling het hoofd te bieden. Het kabinet gaat in nauwe samenwerking met de andere partners in het veld, zoals het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en de gemeentebestuurders maatregelen uitvoeren om oplossingen voor deze knelpunten te vinden.

Het gehele asielproces is te beschouwen als een ketting waarvan de verschillende schakels nauw met elkaar zijn verbonden: de instroom van asielzoekers, de rechtsprocedure en de uitstroom. Bij dit laatste moeten we een onderscheid maken naar de onvermijdelijke terugkeer van personen die niet in Nederland mogen blijven en degenen die wel hier in Nederland mogen blijven, de zogenaamde statushouders, die vanuit de opvangcentra in één van de gemeenten worden gehuisvest.

Al te vaak worden statushouders verwisseld met asielzoekers die nog in de asielzoekerscentra verblijven en wachten op een beslissing over hun asielverzoek.

Gemeenten in Nederland vervullen een belangrijke rol bij het proces van de huisvesting van statushouders. Vanuit de Rijksoverheid valt dit onder mijn verantwoordelijkheid. De uitplaatsing van statushouders uit de opvangcentra naar woonruimte in gemeenten vindt plaats aan de hand van wettelijke halfjaarlijkse taakstellingen. Die geven voor elke gemeente aan hoeveel statushouders zij in een halfjaar moeten huisvesten. Dit aantal is gerelateerd aan het inwonertal van de gemeente. Het COA zorgt voor de bemiddeling.

Uit onderzoek van het bureau Regioplan uit '97 blijkt dat de gemeenten de hun opgelegde taakstellingen naar behoren realiseren. Ook de meest actuele cijfers laten zien dat gemeenten de taakstellingen goed uitvoeren. Overigens zijn er wel verschillen in prestaties tussen gemeenten.

De uitvoering is niet altijd even eenvoudig: er blijken in de loop van een periode verschillen tussen de prognose van het aantal statushouders dat volgens de afgegeven taakstelling zou moeten worden gehuisvest en het aantal daadwerkelijk te huisvesten personen, die een status hebben gekregen. Dit bemoeilijkt soms het bemiddelingsproces.

In het verleden kwam het voor dat een woning langdurig leegstond omdat een statushouder die woonruimte weigerde. Tegen de weigeraar werd een procedure aangespannen en gedurende die periode moest de woning worden aangehouden.

Dat veroorzaakte tal van negatieve effecten. Daarom is sinds februari van dit jaar de procedure gewijzigd. Woonruimte die geweigerd is, wordt onmiddellijk aangeboden aan de volgende statushouder. De woning hoeft dus niet meer voor lange tijd leeg te blijven staan. Tegen de statushouder die een woning heeft geweigerd wordt een ontruimingsprocedure gestart, zodat deze de centrale opvang moet verlaten. Hij kan daartegen in beroep gaan.

Recente cijfers laten zien dat vanaf het moment dat deze regeling van start ging, 250 weigeringen hebben plaatsgevonden. Daarvan hebben 55 alsnog de aangeboden woonruimte geaccepteerd. Een ander deel heeft de procedure afgebroken en zelfstandig woonruimte gevonden. Vijfenzeventig personen hebben de opvang verlaten. Een klein deel, namelijk zeven personen, zit nog in de beroepsprocedure. In dezelfde periode zijn 8.400 statushouders naar gemeenten uitgeplaatst.

Uit bovenstaande gegevens blijkt dat, in tegenstelling tot eerdere berichten in de media, de woningweigering van statushouders niet moet worden overtrokken. Bij gemeenten en woningcorporaties is er meer dan voldoende bereidheid om woonruimte voor statushouders beschikbaar te stellen. Sinds het begin van de huisvestingstaakstellingen, in het voorjaar van 1993, zijn er ruim 100.000 statushouders in de gemeenten gehuisvest, waardoor een eerste essentiële stap aan hun integratieproces in de Nederlandse samenleving kon worden gezet.

De gemeenten hebben en houden in deze roerige tijden een belangrijke taak bij het ontlasten van de druk op de asielopvang, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van huizen voor asielzoekers die nog wachten op een beslissing op hun asielverzoek.

De maatregelen die het kabinet zal presenteren zijn gericht op een beperking van de instroom van asielzoekers, een snellere maar nog steeds zorgvuldige asielopvang. Het kabinet vindt deze aanscherping nodig, mede om veilig te stellen dat voor diegenen die hier terecht mogen blijven, ook een plaats in onze samenleving gevonden kan worden.

Roger van Boxtel is minister voor Grote Steden- en integratiebeleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden