Vliegende schotels van de zedelijkheid

Zondagavond vertoont RTL 5 een Britse documentaire over een bende die in Amsterdam pornofilms gemaakt zou hebben waarbij kinderen om het leven werden gebracht....

In 1974 werd in de Verenigde Staten de door Michael Findlay geregisseerde horrorfilm Snuff uitgebracht over een Charles Manson-achtige bende die onder invloed van drugs stevig aan het moorden slaat. Snuff was kennelijk dermate gewelddadig van karakter, dat de film in 32 staten verboden werd. Snuff heeft de twijfelachtige reputatie de bloedigste film te zijn die ooit is gemaakt.

De film is echter vooral berucht vanwege de slotscène, waarin een actrice op een dusdanig afgrijselijke manier om het leven wordt gebracht, dat velen meenden dat het geen acteerwerk meer was. Al snel deed het gerucht de ronde dat de actrice daadwerkelijk was vermoord. De officier van justitie zag zich genoodzaakt te eisen dat de vrouw in levenden lijve aan hem werd getoond.

De vrouw verscheen en verklaarde plechtig nog te leven, maar sommige mensen lieten zich daar niet door overtuigen. Overigens had de producent van de film zelf een groot aandeel in de stampij rond de film. Bij de vertoning ervan in New York, werden bezoekers op sensationele wijze gewaarschuwd voor de gruwelijkheden. Naar verluidt huurde hij zelfs figuranten in om op de stoep voor de bioscoop tegen de film te protesteren en aldus meer publiek te trekken.

De mythe rond snuff-films dateert niettemin nog van voor die tijd. De term zou door de Amerikaanse pers geïntroduceerd zijn in de verhalen rond de Charles Manson-bende. Die bende overviel in 1969 een Hollywood-feest en vermoordde daarbij onder meer de zwangere actrice Sharon Tate, echtgenote van regisseur Roman Polanski.

Aanvankelijk leefde het idee dat de bende zijn daden op film vastlegde en in de media werd de term snuff-film geïntroduceerd. Later bleek die bewering niet te kloppen maar de term bleef voortleven. In datzelfde jaar verscheen de tv-film Dragnet, die het maken van snuff-films als onderwerp van de plot had. Beide ingrediënten hebben vermoedelijk geleid tot het ontstaan van de mythe rond snuff-films, als een soort eigentijdse versies van de Markies de Sade-verhalen.

Het spookbeeld rond de film Snuff werd eind jaren zeventig weer volop tot leven gewekt toen feministen de oorlog verklaarden aan pornografie. Binnen sommige stromingen ging het niet ver genoeg om de mannelijke bedpartner tot universele onderdrukker dan wel potentiële verkrachter te verklaren. Nee, het waren moordenaars. Steevast werd de moord in Snuff aangehaald als ultiem bewijs van de mannelijke verderfelijkheid. En immer werd benadrukt dat de actrice voor het maken van de film echt om het leven was gebracht. Snuff werd door deze ideologie overgoten met het sausje dat vrijwel noodzakelijk is voor het voortleven van moderne mythes: dit kan jou ook overkomen. Een afschrikwekkender voorbeeld om je nooit met zoiets als pornografie in te laten, laat staan er aan mee te werken, kon niet bedacht worden.

Eind jaren tachtig verschoof de controverse rond snuff-films van de hetero- naar de homoseksuele praktijk. In feministische kringen was de hetze tegen hetero-pornografie inmiddels goeddeels gestaakt, en kringen van rabiate homo-haters namen de Snuff-fakkel gretig over. In 1987 startte de Britse politie Operation Spanner, een zeer uitgebreid onderzoek dat voortvloeide uit een zaak waarbij een jonge jongen om het leven was gekomen tijdens een tamelijk heftige uitvoering van sado-masochistische praktijken.

Volgens de betrokkenen betrof het een ongeluk, maar de politie vermoedde meer. Ruim tweehonderd mannen werden ondervraagd, een groot aantal video-banden werd in beslag genomen, en al snel ging het verhaal dat de politie bezig was een bende pedofielen op te rollen die voor de camera jongens vermoordden ten bate van hun seksueel genot. Op een film zou daarvan bewijs te zien zijn.

De wildste verhalen buitelden over elkaar heen. In 1990 startte het proces tegen de 'bende' die bij nader inzien bleek te bestaan uit enkele tientallen volwassen SM-liefhebbers die elkaar hadden leren kennen via contactadvertenties en ruige feesten organiseerden. De mannen werden uiteindelijk veroordeeld wegens het opzettelijk mishandelen van hun eigen lichamen, een zeer omstreden vonnis dat thans in behandeling is bij het Europees gerechtshof en daar waarschijnlijk de toetsing niet zal doorstaan. Van het vermoorden van deelnemers tijdens de orgieën is nooit een spoor van bewijs aangetroffen.

In de jaren negentig waren het vooral kinderen die het slachtoffer zouden zijn van snuff-filmproducenten. De hardnekkige geruchten gingen nu hand in hand met verhalen over satanische sektes die op grote schaal kinderen zouden offeren. Ook voor het bestaan van dergelijke sektes is trouwens nooit enig bewijs gevonden.

In 1989 startte de FBI een undercover-operatie met het doel te infiltreren in het snuff-filmcircuit. Aanleiding was de ontdekking van een pedofiel die via computernetwerken met een SM-liefhebber fantaseerde over het ontvoeren van een kind om er video's mee te maken. FBI-agenten deden zich voor als maffia-types die wel interesse hadden in zo'n film, en bij voorkeur een waarbij het hoofdrolspelertje om het leven werd gebracht.

Volgens het tijdschrift Playboy werd het duo op het hoogtepunt van het onderzoek omgeven door een leger van circa honderd agenten, die de mannen permanent schaduwden om te voorkomen dat er echt een moord werd gepleegd. Er werden veel plannen en afspraken met het duo gemaakt, maar tot een ontvoering is het nooit gekomen. De mannen werden uiteindelijk opgepakt en tot dertig jaar veroordeeld wegens het beramen van moord.

De omstreden zaak was voor een rechter aanleiding bitter te constateren dat de mannen waarschijnlijk lagere straffen gekregen hadden als ze er niet alleen over gesproken hadden, maar ook daadwerkelijk een poging tot moord hadden begaan.

In 1994 verrichtte een journalist van de San Francisco Chronicle zes maanden research naar het bestaan van snuff-films. Alan Sears, voormalig hoofd van een commissie die in opdracht van justitie jarenlang intensief onderzoek naar het verschijnsel had gedaan, was in het artikel zeer beslist: 'Wij hebben nooit een commercieel geproduceerde snuff-film kunnen vinden. Als ze beschikbaar geweest zouden zijn, hadden we ze gevonden.'

En de sekte-expert van de FBI, Ken Lanning, verklaarde onomwonden: 'Ik heb er ruim twintig jaar naar gezocht, honderden mensen gesproken en nooit ook maar een betrouwbare getuige gevonden die er zelf een gezien had.' In de loop der jaren zijn er niettemin vaak titels opgedoken waarvan het verhaal ging dat het snuff-films betrof. Zo is er Cannibal Holocaust, een Italiaanse film uit 1979. De film zou bestaan uit teruggevonden materiaal afkomstig van een groep documentairemakers, die de jungle introkken voor een reportage over kannibalen en uiteindelijk zelf opgepeuzeld werden.

De film is nep, maar het verhaal deed de verkoop goed. Ook de Hong Kong-productie Guinea Pig duikt wel op in 'lijsten' van snuff-films. De veertig minuten durende film toont in detail hoe een ontvoerde vrouw letterlijk in mootjes wordt gehakt. Nadat de FBI een onderzoek startte, brachten de makers Guinea Pig II, the making of Guinea Pig I uit, waarin te zien was hoe de special effects waren bereikt.

In Nederland ontstond de meest recente snuff-controverse rond de in videotheken populaire titel Faces of Death. Een echte snuff-film is dit niet te noemen want aan de belangrijkste voorwaarde, namelijk dat de acteur of actrice doelbewust voor de film wordt gedood, is niet voldaan. Faces of Death behelst een compilatie van archiefmateriaal waarin te zien is hoe mensen sterven. Of liever gezegd, zijn gestorven, want het moment suprême komt zelfs in deze serie nauwelijks aan bod.

Laurence Doering bestudeerde het meest spraakmakende deel van de 'documentaire' van minuut tot minuut. Veel van wat te zien is, is volgens hem in scène gezet. Van de tientallen voorbeelden blijven er uiteindelijk drie over als echt: het doodschieten van een Franse politicus tijdens een persconferentie, het te pletter vallen van een parachutist, en een mislukte filmstunt met dodelijke afloop. Kortom, journaalbeelden, maar voor de overheid aanleiding om beperkingen voor de video-verhuur te lanceren.

Faces of Death legde wel een voedingsbodem bloot voor de snuff-film-mythe. De video is onmiskenbaar populair en kennelijk beleven grote groepen mensen op de een of andere manier plezier aan het aanschouwen van andermans dood. Al is dat een les die Hollywood natuurlijk al veel eerder had geleerd.

In het verlengde van Faces of Death liggen bijvoorbeeld de video's vol autosport-ongelukken en aanvallen door wilde dieren, die momenteel driftig op de commerciële tv-kanalen in Nederland geadverteerd worden. Gebaseerd op kennis van die behoefte, zou je kunnen bedenken dat er dan ook erger materiaal moet bestaan. Vooralsnog blijft dat bij bedenken, en moeten echte snuff-films beschouwd worden als de vliegende schotels van de zedelijkheid.

Francisco van Jole

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden