INTERVIEWMarion Koopmans

Viroloog Marion Koopmans: ‘Leuk was het niet om op deze manier gelijk te krijgen’

Beeld Martin Dijkstra

Viroloog Marion Koopmans (63) werd als lid van het nationale Outbreak Management Team in enkele maanden tijd een soort BN’er – en mikpunt van grote kritiek. Hoe navigeert Koopmans zich door deze tijd?

Virologen, u ook, waarschuwden al jaren voor de komst van disease X, een onbekende, levensbedreigende ziekte die een wereldwijde pandemie ging worden. Is dit hem, covid-19?

‘Ik vind dit wel een goede kandidaat, ja. Het is een ziekte met een enorme impact wereldwijd, waarop we totaal niet voorbereid waren. Diagnostiek, behandeling, we hadden niets in handen.’

En had u dan niet de neiging om de straat op te rennen en te roepen: zie je wel, ik had gelijk?

‘Nee. Of ja, natuurlijk, maar nee, that’s how things go. Het is nu wel de uitdaging voor ons wetenschappers om de aandacht vast te houden. Dít is het dus, waar we het al die tijd over hadden. Hoe gaan we nu zaken structureel veranderen om zulke pandemieën in de toekomst te voorkomen?’

Na sars in 2003 en na de vogelgriep H7N7 die ook mensen besmette, zei u precies hetzelfde.

‘Klopt, ja.’

En er veranderde niets. Moet je dan als topviroloog niet veel activistischer zijn? Op de barricaden?

‘Tja, dat is lastig, want voor je het weet, zegt iedereen: daar heb je háár weer. Ik denk weleens: we moeten de kunst afkijken bij de mensen die in Nederland over de dijkverhogingen gaan. Het overstromingsrisico is één op de zoveel honderden jaren en toch gaat daar heel veel geld naartoe. Dat vinden we allemaal prima, sterker: het is onze nationale trots.’

De watersnoodramp van 1953 heeft daarvoor natuurlijk enorm geholpen. Is corona de watersnoodramp die u nodig had?

‘Misschien. Kijk, ik was met anderen al bezig met heel breed onderzoek naar de effecten van zaken als klimaatopwarming en intensieve veehouderij op het ontstaan van dit soort virusziekten, en met de vraag: zitten er niet gewoon grenzen aan de groei? Leuk was het niet om op deze manier gelijk te krijgen, maar als je te veel gaat roepen: ‘Zie je wel, ik had het wel gezegd!’, dan word je cynisch. Dat zit niet zo in mijn aard. Daarbij: ik vind het zonde van mijn energie om heel veel irritatie en boosheid te stoppen in dingen die toch niet te veranderen zijn.’

Waar de coronacrisis voor de doorsnee-Nederlander niet minder dan een enorme schok was, is het voor viroloog Marion Koopmans (63), nou ja, misschien niet business als usual, maar wel iets wat ze vaker heeft zien gebeuren. In 2014 was ze betrokken bij de operatie in West-Afrika om ebola in te dammen, bij de uitbraak van het zikavirus in Zuid-Amerika een jaar later ook. ‘Een wereldleider binnen het onderzoek naar virusverspreiding’, zegt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen over haar. Ze is hoogleraar en hoofd van de afdeling Viruswetenschappen van de Erasmus Universiteit in Rotterdam en maakt deel uit van het Outbreak Management Team dat het kabinet nu, in tijden van corona, adviseert.

De wereldleider zit in haar tuin – het is vrijdagmiddag vier uur en man Ad (‘Ik heet Huijsmans en ik doe mijn naam eer aan’) brengt thee en koekjes. Later zal hij het huis laten zien dat hij – kunstdocent, musicus, lang grijs haar, een hele rits kralenarmbandjes om de polsen – en zijn vrouw jarenlang naar eigen smaak verbouwden: de woonkamer met leemkachel, de pergola in de tuin waar een bedoeïenentent overheen kan als hij optreedt met zijn folkband, het tuinhuis waar hij doedelzak speelt, de keuken met zelfontworpen aanrecht met mosselschelpen erin verwerkt. Geen plastic pompfles met desinfecterende gel naast de gootsteen, zoals je zou verwachten: ‘We gebruiken altijd gewoon een stukje zeep.’

Het is onmiskenbaar het huis van bewoners die bewust omgaan met de aarde; als er iemand veel afweet van het verband tussen klimaatverandering en virusinfecties is het Marion Koopmans. Honderden keren heeft ze het uitgelegd, in hoorcolleges, lezingen, voor studenten, collega-onderzoekers en leken: de opwarming van de aarde leidt tot overstromingen bijvoorbeeld, en die weer tot vervuiling van gewassen, waardoor mensen infectieziekten kunnen krijgen. Andere oorzaken van de steeds veelvuldiger virusuitbraken waar ze onderzoek naar doet: overbevolking en verstedelijking (waar veel mensen op elkaar zitten, zoals in sloppenwijken, kunnen virussen makkelijk overspringen), intensieve veehouderij, veelvuldig vliegverkeer – dat complete plaatje kwam in haar vele tv-optredens de afgelopen maanden nauwelijks aan bod. Daarin gaat het, logisch, vooral over corona: mevrouw Koopmans, wat is de stand van zaken? Hoe zit het met de tweede golf? Wanneer zijn we hier eindelijk definitief vanaf?

U werd binnen een paar maanden van redelijk onbekende wetenschapper een bekende Nederlander, met alle gevolgen van dien. Op sociale media moet u het nogal eens ontgelden. De ene helft van Nederland zegt: Koopmans zat te slapen toen het virus op ons afkwam, de andere helft roept: dat enge mens heeft ons hele land op slot laten gooien. Hoe dealt u daarmee?

‘Dat is niet leuk, natuurlijk. Ik probeer er niet te veel aandacht aan te besteden, maar als iemand op Twitter suggereert dat virologen als ik moeten verdwijnen, gaat dat wel naar onze afdeling beveiliging. We hebben er hier thuis wel discussie over. Mijn zoon zegt: je moet het negeren, maar gewoon maar accepteren dat het erbij hoort tegenwoordig, vind ik eigenlijk belachelijk.

‘Het is fantastisch om op Twitter, pats, nieuws uit Wuhan te kunnen krijgen zodra daar iets speelt. Maar er is een keerzijde, en iedereen die in the picture is, krijgt daarmee te maken.’

De Britse epidemioloog Neil Ferguson, ‘professor Lockdown’, moest opstappen omdat hij tegen de coronaregels in zijn vriendin thuis ontving. De Duitse viroloog Christian Drosten werd bedreigd. Zaken waar wetenschappers niet aan gewend zijn.

‘Nou, ik heb het al bij Roel Coutinho en Ab Osterhaus zien gebeuren, dus ik denk nu niet: why me? Roel (Coutinho, die als toenmalig directeur van het RIVM het hpv-vaccin tegen baarmoederhalskanker voor meisjes introduceerde, red.) heeft een enorme anti-beweging over zich heen gekregen, hij was op sociale media al veroordeeld voordat hij in discussie kon gaan. En dan zie je dat zelfs voor iemand die communicatief zó goed is, zo gepokt en gemazeld, de discussie bijna niet meer te winnen is.’

Van viroloog Ab Osterhaus deugde niets meer toen in 2009 de Mexicaanse griep op ons afkwam en er op zijn advies in Nederland grootschalig een vaccin werd ingekocht – waarbij hij volgens critici financieel belang zou hebben.

‘Precies. En dan gaat er niet een heel cordon mensen om je heen staan om je te steunen, als je zulke kritiek krijgt. Dat heb ik destijds ook wel gezien.’

U bent Osterhaus opgevolgd in Rotterdam en bent daarmee op de stoel gaan zitten van iemand die is afgebrand. Dat afbreukrisico geldt ook voor u.

‘Zeker. Dat geldt voor iedereen die veel in beeld is. En zeker nu: ons vakgebied is opeens publiek domein.’

‘Ik denk weleens: we moeten de kunst afkijken bij de mensen die in Nederland over de dijkverhogingen gaan.’Beeld Martin Dijkstra

Wat is uw drive om zich nog steeds, op uw 63ste, op dit speelveld te begeven?

‘Hoho, ik ga me oud voelen zo. Het is gewoon een ontzettend boeiend vak. Ik heb in Amerika gezeten, ik heb bij het RIVM gewerkt, maar als je in de virologie zit, is Rotterdam the place to be. Er gebeurt zo veel qua technologische ontwikkelingen. Er zitten fantastische jonge virologen die allemaal beroemd willen worden. Ik vind dat super, ik wil het ook echt nog een tijd doen.’

U studeerde diergeneeskunde maar bent, net als het virus, op de mens overgestapt. Waarom eigenlijk?

‘Ik ben er niet helemaal vanaf gestapt, ik onderzoek immers hoe virussen tussen dier en mens bewegen. Ik zeg altijd: ik hop heen en weer over het hek.’

Volgt een verhaal over hoe ze de virologie in rolde: liever wetenschap dan weekenddiensten die weinig uitdaging boden. ‘Ik heb tijdens de opleiding tot dierenarts-internist eens een bizar drukke dienst gedraaid van vrijdagmiddag tot maandagochtend en ik heb niet één keer iets hoeven opzoeken. Toen dacht ik: jezus, als ik dit nu al kan, wordt het heel snel saai.’

Kleeft er aan virologie ook meer glamour? Over virologen worden Hollywoodfilms gemaakt. Dierenartsen zijn toch de mensen die met hun arm in de achterkant van een koe staan te graaien.

‘Dat kon ik heel goed, haha, omdat ik smalle schouders heb. Maar glamour – nee, het is echt mijn fascinatie voor virussen. Zo’n klein, coderend pakketje dat een lichaamscel binnendringt, zijn eigen nakomelingen gaat genereren en vervolgens de boel totaal overhoop stuurt...’

Zoals nu?

‘Ja. En wat ik steeds interessanter vind: het is allemaal onderdeel van het herstellen van ecosystemen. Want dat is wat virussen doen.’

Hoe? Kunt u dat uitleggen?

‘Neem het oceaanonderzoek van de Amerikaanse bioloog Craig Venter, die nam een heleboel emmers oceaanwater en onderzocht: wat gebeurt daar nou precies in? Daaruit bleek dat als bepaalde algen een explosieve groei doormaakten, er virussen in het geweer kwamen om die algen een infectie te bezorgen, waardoor die groei werd genivelleerd. In feite is dat wat er nu bij ons ook gebeurt. Als er steeds meer mensen en steeds meer dieren steeds dichter op elkaar komen te zitten, komt er toename van het risico op virusinfecties, wat voor een soort natuurlijk herstel van het evenwicht zorgt.’

Het virus grijpt in bij overbevolking.

‘Zo zou je het kunnen zeggen, ja. We worden er steeds beter in oude of zieke mensen lang te laten leven, ook al hebben ze allerlei aandoeningen en een verzwakt immuunsysteem. En al is het natuurlijk heel goed dat we dat kunnen, je krijgt er dus nieuwe virusproblematiek door, want die virussen evolueren mee. Dat is, uiteindelijk, mijn wetenschappelijk fascinatie: de kracht van zo’n virus. Het verandert waar je bij staat, het is je steeds weer te slim af. 

‘Je kunt ook denken: maakt al dat harde werken van mij nou eigenlijk wel zoveel verschil? Sta je daar met al je kennis. Die pandemie is er evengoed.’

Zijn we verleerd te accepteren dat we nu eenmaal ergens aan doodgaan? Als je terugzoekt in het archief hoe virologen in 1968 reageerden op de naderende Hongkonggriep, met duizenden verwachte doden, vind je een uitspraak van viroloog Nic Masurel, de grondlegger van uw afdeling in Rotterdam: ‘Ten opzichte van de vorige epidemieën niets bijzonders. Bovendien zijn de sterfgevallen mensen die een paar maanden later toch zouden zijn overleden aan iets anders.’

‘Dat vind ik wel erg darwinistisch geredeneerd. Het is behoorlijk dramatisch, al die sterfgevallen, ook voor oude mensen is het een heel nare manier om te gaan. Daarbij weet je aan het begin van zo’n pandemie niet wie er wel en niet ziek zullen worden. De impact op de ic’s was gigantisch, en de helft van de mensen die er lagen hoorden niet tot een risicogroep. Ik snap dat het een economisch en voor veel mensen ook persoonlijk drama is, de lockdown, maar ik ben toch blij dat we zo zwaar hebben ingezet.’

Dus de ‘dor hout’-discussie…

‘Die stuit me tegen de borst. Ik vind niet per se dat je alles moet doen wat maar mogelijk is om levens te verlengen, helemaal niet, maar dit lijkt me niet het moment om die discussie te beslechten. Doodgaan hoort bij het leven, ja, maar dat mag toch wel een beetje in banen geleid worden als we dat kunnen met elkaar? Ik kan er echt boos en verdrietig van worden als mensen roepen: laat die oudjes toch gewoon gaan.’

Uw ouders leven nog.

‘Ja, dat speelt natuurlijk mee, maar ik hoop dat ik er ook zo over zou denken als dat niet zo was.’

Zijn ze netjes achter de geraniums gebleven of waren ze ongehoorzaam?

Lacht: ‘We hebben daar stevige gesprekken over gehad, maar dan helpt het als je het ook op televisie zegt. Dat scheelt echt, haha, dan is het kennelijk pas echt waar.’

‘Ze zijn beiden 91 en wonen nog op zichzelf, in Limburg. Ze zitten nog steeds behoorlijk opgesloten, maar ze hebben zich er inmiddels mee verzoend. Aanvankelijk was het vervelend, want de laatste keer was tijdens de oorlog, dus de associatie was onderduiken met angst en nachtmerries tot gevolg. Maar alles went. Ze hebben het beeldbellen onder de knie gekregen, dus elke zaterdag hebben we een beeldborrel en dan nemen we het leven door.’

Komt u uit een academisch milieu?

‘Helemaal niet. Mijn vader ging werken na de hbs, hij heeft met heel lang ’s avonds studeren alsnog zijn accountantspapieren gehaald. Ik kan me nog goed heugen dat hij afstudeerde, ik zat in de laatste klas van de lagere school.’ Lacht: ‘Toen kregen we tv.’

‘Mijn moeder was huisvrouw. Ze zei altijd dat ze kinderrechter had willen worden, maar ze had een hoop broers om voor te zorgen, dus studeren was er voor haar niet bij. Maar zowel bij mijn vader als bij ons kinderen heeft ze er altijd achteraan gezeten: kom op, leren, zorg dat je wat kán.’

Waarom werd het diergeneeskunde voor u?

‘Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik dat altijd heb gewild. Daktari (een tv-serie uit de jaren zestig over een dierenarts, red.) vond ik fantastisch. Op een gegeven moment regelde mijn vader dat ik kon meelopen met een dierenarts bij ons in de buurt. Die man heeft me de hele week geprobeerd duidelijk te maken dat het echt niks was voor een meisje. Nou, dat werkte.’ Grijns: ‘Andersóm.’

In Utrecht bent u in de alternatieve scene terechtgekomen, toch? Uw haar verraadt nog steeds een verleden in de tegencultuur.

‘Ha, wie maakte daar géén deel van uit in die tijd? Ik heb veel aan toneel gedaan, ja, met allerlei kleinkunststudenten in een oud pand van de gemeente waarin ateliers en theatertjes waren gebouwd. Ik heb zo ook mijn man leren kennen toen ik saxofoon ging spelen, hij gaf me les. Het was één groot feest.’

U hebt weleens gezegd, ook toen u allang werkte: ‘Ik acteer nog steeds eigenlijk.’

‘Dat was een grapje. Hoewel: ik was vroeger heel verlegen en als je dan presentaties moet geven, helpt het als je aan theater doet. Zeker als je zenuwachtig bent. Ik zeg het nog wel eens tegen jonge collega’s: kom op, stem omlaag, zet gewoon theatertechnieken in.’

Kunst, zegt ze, hoort er nog steeds bij in haar leven en in hun gezin: man Ad is kunstdocent en muzikant, zoon Mischa heeft een acteeropleiding in Londen gedaan. ‘Ik heb best veel gereisd en overal ter wereld zie je dat mensen hun leven verrijken, of dat nou met muziek is of door hun huis mooi te maken. Ik heb een jaar als dierenarts in India gewerkt. Kwam ik bij mensen thuis waar het armoe troef was, niks meer dan een lemen hut, maar als het feest was namen ze kleurkrijt en koeienpoep en daarmee versierden ze de muur.’

Wel onhygiënisch, qua virussen.

‘Zeker, haha, maar als je net tot je schouder in een buffel hebt gezeten, maakt dat ook niet meer zoveel uit.’

De mannen in haar gezin zijn van de kunst, dus, de vrouwen van de wetenschap; dochter Anoek doet een masteropleiding in, jawel, infecties en immuniteit. ‘Nee, ik vind niet dat ze in mijn voetsporen treedt. Ze gaat haar eigen pad zoeken. Je kunt roepen: ‘makkelijk, met zo’n moeder’, maar dat is flauwekul.’

Mannen wordt zelden gevraagd naar hun weg naar de top of de combinatie werk en gezin. Toch wagen we het erop, omdat u zich in de wetenschap sterk maakt voor meer vrouwen in topposities. Waarom is dat zo belangrijk?

‘Omdat het gewoon gezond is om een goede afspiegeling van de samenleving in de toplagen te hebben. Daarom hebben we in Rotterdam ook supportprogramma’s voor vrouwen, al vind ik dat die er net zo goed voor mannen moeten zijn. Want, hallo, je kunt de vrouwen wel bewapenen, maar wat doen hun leidinggevenden tegen dat glazen plafond?’

Is de wetenschap wel toegerust om vrouwen meer kansen te geven? Juist in de fase dat je kinderen krijgt, ben je vaak postdoc: keihard werken, veel reizen, alsmaar concurreren om onderzoeksvoorstellen erdoor te krijgen.

‘Ik heb ook mannelijke postdocs die hier tegenaan lopen, het eerste wat moet veranderen is de opvatting dat kinderen krijgen alleen een vrouwenzaak is. Maar natuurlijk is het aanpoten, daarom snap ik heel goed dat veel jonge ouders ermee worstelen. Toch denk ik dat het een kwestie is van organiseren. En van dingen uit handen geven: dat vanzelfsprekende dat moeders de school komen poetsen, kom op zeg, ik zei dan: daar betaal ik wel iemand voor. Ik heb altijd wel dingen gedaan op school, de jaarlijkse cultuurdag of een project vogels kijken, maar schoonmaken, nee, sorry. Ad heeft daar altijd meer in gedaan. Daar wordt dan over gepraat op het schoolplein, hè, dat merk je wel.’

U werkte altijd fulltime, uw man parttime.

‘Ja, dat was ook wel luxe, natuurlijk. En tegen een man wordt dan gezegd: wat góéd dat je dat doet.’

Denkt u dat het ook kan als je allebei zo’n topbaan hebt?

‘Dan hou je niet dramatisch veel vrije tijd over, maar dat is een keuze. Je moet doen waar je gepassioneerd over bent en het krijgen van kinderen hoeft daarbij geen barrière te zijn, het is iets wat je moet managen. Ik heb altijd een thuiswerkdag gehad, bijvoorbeeld, maar werkte wel de avonden door.’

Hebt u nooit in de welbekende spagaat gezeten?

‘Natúúrlijk, zeker wel. Het lastigst is nog wat anderen vinden. Als ik op mijn werk zei: ik ben weg, want ik moet mijn kinderen halen, voelde ik wel dat men daar iets van vond. Op een bepaald moment ben ik gaan zeggen: ik heb een volgende afspraak. Toen kon het wél. Andere jonge vrouwen die daar in werksituaties last van hadden heb ik ook aangeraden de dingen zo te doen.’ 

Hebt u tegenwerking gehad als vrouw in de wetenschap? Of bent u alleen maar de juiste mensen tegengekomen die u naar voren hebben geholpen?

‘Nee, natuurlijk niet, zeker niet. Daarom heeft dat acteren geholpen: je moet jezelf er af en toe gewoon tussen duwen. Want het begon steeds frustrerender te worden dat je er in zo’n mannelijke omgeving als vrouw gewoon vaak niet tussenkomt. Daar heb ik hier thuis met Ad veel gesprekken over gehad, zo van: het gaat me verdomme toch niet wéér gebeuren.

‘Ik was al hoogleraar toen het me nog overkwam dat ik in een oppositiepanel zat bij een promotie en de voorzitter handjes kwam schudden. Dag professor die, en professor die, en tegen mij: en u bent de vrouw van? It really happens. Ik heb daar toen bij de organisatie wel een klacht over ingediend. Ik heb in het begin ook eindeloos veel brieven onbestelbaar retour gestuurd met de aanhef ‘Dear sir.’ Ik bén geen sir.’ Lachje: ‘Dat was in mijn felle tijd.’

Waar kwam u niet tussen? Ging het dan om banen, subsidies?

‘Het ging er vooral om dat je niet gehoord wordt, dat er over je heen wordt gewalst. In discussies was ik te braaf, te beleefd, ik liet anderen altijd veel ruimte. Ik heb daarom ook af en toe trainingen gevolgd, want dat kun je oefenen, hè, wat meer plek innemen als vrouw.’

‘Doodgaan hoort bij het leven, ja, maar dat mag toch wel een beetje in banen geleid worden als we dat kunnen met elkaar?’Beeld Martin Dijkstra

Nu drukt u een enorm stempel op het beleid in Nederland, als lid van het Outbreak Management Team. Hoe voelt dat, die verantwoordelijkheid?

‘Ik denk dat het wel meevalt met dat enorme stempel. Uiteindelijk maken wij het beleid niet, we leveren vooral informatie aan.’

Is dat zo? Mark Rutte heeft door te zeggen dat hij blind vaart op het OMT in feite een stap opzij gezet en het stuur van de bv Nederland uit handen gegeven aan wetenschappers.

‘Tja, ik denk dat het bij zo’n acute infectiecrisis bijna niet anders kan, althans: in die eerste fase. Wat mij raakte was dat we technocraten werden genoemd, want dat is verdorie echt niet zo. Dat suggereert dat er alleen op cijfers werd gestuurd, terwijl er voortdurend vanuit allerlei invalshoeken werd gediscussieerd. Wel op snelkookpanniveau, de afgelopen maanden.’

Een collega van u zei in het FD: Marion Koopmans werkt 7 dagen per week, 18 uur per dag.

‘Dat was wat overdreven.’

Hoeveel is het wel?

‘Wel 7 dagen per week, ja. En, hm... Ja, wel lange dagen.’

Wat opvalt als je terugkijkt: uw relativerende toon eind februari, begin maart. ‘De kans dat je met het virus besmet wordt is ongelooflijk klein’, zei u. En: ‘Het virus is te stoppen.’ Hoe kijkt u daarop terug?

‘Ik krijg het op Twitter ook nog regelmatig voor de voeten geworpen en dan antwoord ik: ik baseerde me op de gegevens die we tóén hadden. Ik heb echt met de fascinatie van de wetenschapper naar China zitten kijken, ze hadden in Wuhan zo’n waanzinnige stunt uitgehaald met die massale quarantaine dat ik dacht: ze brengen het virus tot staan. Achteraf moet je constateren dat de manier van verspreiding gewoon veel ondergrondser is geweest dan ik aanvankelijk had ingeschat. Dan kun je zeggen: wat heb je nou aan al je kennis? Je houdt er niets mee tegen. Ja, dat klopt in dit geval.’

Knaagt dat aan u? Het is uw levenswerk, u waarschuwt al heel lang voor zo’n pandemie. En dan bent u uitgerekend degene die aan het begin zegt: mwah, geen paniek.

‘Daar sta ik nog achter, aan paniek heeft niemand iets. En er zijn dus ook de mensen die zeggen: het is alleen maar een inhaalslag, de coronadoden waren toch wat later ergens anders aan overleden. Maar nee, het is zo: je werkt met de informatie die je op dát moment hebt. De toekomst voorspellen is gewoon heel lastig. Nu ook weer: gaan we wel of niet een tweede golf krijgen? Ja, je moet er serieus rekening mee houden. Maar gaat hij er ook komen? Dat hangt ervan af.’

Wat denkt u?

‘Dat virus blijft wel circuleren. Dus mijn drive is: dóór met dat vaccin.’

Er zijn twee stromingen onder virologen. Degenen die zeggen, zoals u nu: dat virus blijft, en anderen, onder wie Ab Osterhaus, die zeggen: als we alles op alles zetten, krijgen we het weg. Is het niet defaitistisch om het op te geven?

‘Nou, het zou me verbazen als Ab zegt dat dit virus wereldwijd wordt uitgeroeid. Ik denk dat je het wel Nederland uit kunt krijgen met heel strenge maatregelen, maar dan? De pandemie is ook losgegaan in Zuid-Amerika en Afrika, het virus duikt dan natuurlijk toch weer op. We kunnen beter voorzichtig blijven bewegen. En blijven onderzoeken: hoe verspreidt het virus zich precies? Dat betekent meer bron- en contactonderzoek op plekken als verpleeghuizen, nertsenfarms, slachthuizen, bij tuinders, om te achterhalen: wat is hier nou fout gegaan? Zodat je op een gegeven moment onderbouwd kunt stellen: hier zijn de risico’s het grootst en daar - de scholen, de horeca bijvoorbeeld - kan de zaak weer helemaal open. Terug naar normaal zal nog wel even duren, afstand houden en drukte mijden blijven belangrijk, net als thuisblijven bij klachten, maar we moeten toch doorgaan met leven. En als je ziet hoe het virus zich wereldwijd onder de radar verspreidt – dit roei je niet uit zonder vaccin.’

‘De toekomst voorspellen is gewoon heel lastig. Nu ook weer: gaan we wel of niet een tweede golf krijgen?’Beeld Martin Dijkstra

Hoe lang duurt het voordat het er is?

‘Zeker een jaar, denk ik.’

En daarna dient de volgende pandemie zich aan.

‘Ja, het is een utopie dat we ervan af zijn. Linksom of rechtsom, die grootschalige virusuitbraken duiken weer op.’

Hoe moeten we de wereld inrichten om dat te voorkomen? Wat moeten we hierna echt anders gaan doen?

‘Ja, dat is een lastige vraag. Erkennen dat we daar serieus naar moeten gaan kijken. Het begint met de grenzen-aan-de-groei-discussie. Hoeveel moeten we willen reizen? Hoeveel vlees moet je willen blijven eten?’

Bent u door dit vak iemand geworden die direct over klimaatopwarming en pandemieën begint als iemand een hamburger bestelt?

‘Helemaal niet, nee, ik wil niet met het vingertje zwaaien. Ik ben zelf al ongeveer mijn hele leven vegetariër, maar mensen moeten hun eigen keuzes kunnen maken. Maar wat je doet, heeft impact, daar moet je je wel bewust van zijn.

‘We hadden op het werk al de afspraak dat je bij minder dan 7 uur reistijd niet gaat vliegen. Maar een uitnodiging voor een praatje van een half uur in Australië – dat gaat ook niet meer gebeuren, denk ik, dat kan eigenlijk niet meer.’

Dat zegt u nu, maar als straks het vaccin er is, gaan die congressen toch weer gewoon door?

‘Ik hoop minder. Er is nu toch wel iets doorbroken, dat is eigenlijk heel mooi.’

CV Marion Koopmans

21 september 1956 Geboren in Steyl.

1974 Studie diergeneeskunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht.

1990 Promoveert in Utrecht.

2001 – 2013 Hoofd laboratorium infectieziekten RIVM.

2007 Bijzonder hoogleraar Virologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

2013 – heden Hoofd afdeling Viruswetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

2014 – heden Adviseert WHO over de bestrijding van nieuwe infectieziekten.

2018 Toekenning Stevin-­premie (2,5 miljoen euro) voor onderzoek.

2020 Lid Outbreak Management Team dat het kabinet adviseert over bestrijding corona.

Marion ­Koopmans is ­getrouwd, en heeft een zoon en een dochter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden